+ Meer informatie

De leesdienst

6 minuten leestijd

In de vacantietijd, maar vooral in de vacante gemeenten worden de ouderlingen geconfronteerd met het feit, dat er des zondags leesdienst zal zijn.

Zij moeten dan „preeklezen”.

Dit zou voor hen een groot probleem zijn, als er geen gedrukte preken waren. We mogen dan ook blij zijn met het verschijnen van de wekelijkse predicatiën in de serie ,.Uit de Levensbron”, waaraan blijkens het schutblad vele Chr. Geref. Predikanten medewerking verlenen.

Deze „vele predikanten” zijn wij, ouderlingen, veel dank verschuldigd voor de hulp, die zij in deze vorm aan de gemeenten bieden.

Hoewel het schrijven van een preek de ene predikant gemakkelijker zal afgaan dan de ander, kost het ook de predikant met de vlotste pen vele uren hard werken voor het „amen” kan worden neergeschreven.

Nogmaals: een woord van hartelijke dank ga voorop.

Daarmede is echter niet alles gezegd.

De vraag kan gesteld worden, of de gedrukte preken aan de eisen voldoen. die daaraan mogen worden gesteld; m.a.w. hebben de predikanten bij het schrijven van deze preken wel voortdurend oog voor het doel waarvoor hun pennevrucht moet dienen?

Een leesdienst is saaier dan een dienst, waarin een predikant voorgaat.

De oorzaak hiervan ligt voornamelijk in het verschil tussen voorlezen en (s)preken.

Er zijn ouderlingen, die het in de kunst van het voorlezen heel ver gebracht hebben.

Toch kunnen de beste voorlezers niet in de schaduw staan van de predikanten, die hun eigen preek „brengen”.

Daarom moet de voor te lezen preek aan hoge eisen voldoen.

Dit betekent, dat zulk een preek

1. korter moet zijn dan de preek, die door de predikant zelf wordt uitgesproken.

2. moet zijn opgebouwd uit korte, duidelijke zinnen. Het is beter van één ingewikkelde zin twee, desnoods drie zinnen te maken.

3. geen „verduidelijkingen” mag bevatten, waarvan men de portee alleen maar kan begrijpen, als men de tekst voor zich heeft liggen.

Voldoen alle preken „Uit de Levensbron” aan deze eisen?

Zijn de ouderlingen zonder uitzondering enthousiast over deze preken?

Het is jammer, dat deze vragen niet met een spontaan „Ja” kunnen worden beantwoord.

Meer dan één ouderling verzekerde mij, dat hij zeer veel preken zonder meer terzijde moest leggen omdat zij niet geschikt waren om te worden voorgelezen, hetzij omdat zij veel te lang waren hetzij te slecht gesteld waren hetzij beide. Is het nu inderdaad zó erg?

Voor mij liggen 32 preken van de serie „Uit de Levensbron”, n.l. één uit jaargang 1962, dertien uit jaargang 1963 en achttien uit jaargang 1964.

Ten aanzien van de lengte van de preek hebben de predikanten blijkbaar totaal uiteenlopende inzichten.

Dit blijkt uit onderstaand overzicht.

Aantal regels

301-350

351-400

401-450

451-500

501-550

551-600

601-650

651-700

751-800

701-750

Aantal preken

1

4

3

8

5

3

5

1

1

1

Het voorlezen van 100 regels vergt ongeveer 8½ à 9 minuten.

Het voorlezen van een preek van 400 regels duurt ruim een half uur en van een preek van 700 regels plm. een uur.

Wil men, dat een leesdienst tot zijn recht komt, wil men, dat een gelezen preek inderdaad het hart van de luisteraars bereikt, dan zal die preek in elk geval zich niet mogen uitstrekken over een tijdsruimte van een uur.

Naar mijn mening is een half uur het uiterste maximum; anders verslapt de aandacht.

Ook in een leesdienst vindt er meer plaats dan het voorlezen van een preek. Er wordt ook gezongen, gebeden, gecollecteerd, enz.; dit duurt in totaal een kleine drie kwartier. In casu zou de gehele dienst dus nog altijd ongeveer vijf kwartier in beslag nemen.

Is men van mening, dat de kerkdienst dan te kort is, laat men dan meer tijd bestemmen voor het zingen van psalmen. Ook de psalmen zijn immers Gods Woord.

Aan het formuleren van korte zinnen, die bijgevolg goed in het gehoor liggen, ontbreekt hier en daar ook wel het een en ander.

Sommige predikanten schrijven zinnen neer, die vier of meer gedrukte regels tellen. In één zo’n zin wordt dan heel veel samengeperst. Dergelijke zinnen zijn een vermoeiing des geestes en gaan over de hoofden der luisteraars heen. Als voorbeeld volgen hier twee van zulke zinnen, één uit een korte en één uit een lange preek.

De eerste: „Zoals deze vier mannen de komende Priesterkoning hebben geëerd, zoals de Wijzen van het oosten van verre zijn gekomen, hun wierook, zilver en goud hebben gebracht en het Kindeke hebben aanbeden, zoals Maria kwam met haar fles van de fijnste albast, gevuld met kostelijke onvervalste nardus, zoals de moordenaar aan het kruis met een gebroken en verslagen hart de gekruiste Heiland als de ware Priesterkoning erkende en smeekte om „gedachtenis”, zo wil God, dat wij in ongeveinsd geloof en met waarachtige liefde Hem als onze enige Hoge priester, als onze eeuwige Koning, als onze grote Verlosser zullen eren en huldigen.”

De tweede: „Bestreed Paulus de werkheiligheid, Jacobus veroordeelt alle geloof dat alleen in vorm bestaat en waarbij het wezen gemist wordt, waarbij men altijd wel de mond vol heeft over het geloof, maar waarbij men tevergeefs naar de vruchten des geloofs zoekt, een geloof zonder de werken, los van de werken dus.”

In deze zinnen buitelen zoveel feiten, resp. gedachten over elkaar heen, dat men ze nog eens moet overlezen om ze te kunnen volgen. Bij het voorlezen is dit echter niet mogelijk; de luisteraars moeten het maar in een keer begrijpen. Kunnen ze dat niet, dan zijn ze de draad kwijt.

In enkele preken trof ik aanduidingen aan, die blijkbaar bedoeld zijn als verduidelijking, maar die juist bij het voorlezen niet tot hun recht komen. Hier volg één voorbeeld: Maar „voorrecht” betekent niet „recht”, sluit juist „recht” uit als bezit van onze kant, stelt „ver-ant-woord-elijk” omdat de Here Zijn Woord spreekt en dan moet er een ant-woord komen, hoe dan ook, hetzij goed, hetzij kwaad.

Het is de schrijver blijkbaar ontgaan, dat deze aanhalingstekens en horizontale streepjes alleen maar een visuele functie hebben. Daarom worden ze door de luisteraars niet eens opgemerkt; mitsdien zijn ze volkomen nutteloos.

In het vorenstaande heb ik enkele critische opmerkingen gemaakt.

Nu is de critiek altijd een beetje vervelend voor de betrokkenen.

Toch meen ik, dat die critiek gerechtvaardigd en daarom opbouwend is.

Misschien is zij voor de predikanten, die hun medewerking verlenen aan „onze” prekenserie (waarvoor zij een eresaluut verdienen), aanleiding om nóg meer zorg te besteden aan dit wel zeer moeilijke werk.

Dit werk is uniek.

Men moet daarbij gebruik maken van een speciale taal niet van de spreektaal, noch van de schrijftaal, maar van de voorleestaal.

Deze taal vindt maar weinig beoefenaars.

Men moet op dit gebied grotendeels zijn eigen weg zoeken.

Laten onze predikanten echter eikaars werk eens vergelijken.

Er zijn in onze prekenserie n.l. ook goede voorbeelden te vinden.

Laten het er in de toekomst meer worden.

De vacante gemeenten, waar men al zo veel moet missen, zullen er in het bijzonder dankbaar voor zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.