+ Meer informatie

Nanaiten, een volk in duisternis

16 minuten leestijd

In een uithoek achter Siberië ligt het Verre Oosten. Eeuwenoude volken leiden hier een hard bestaan. Onder het communistische regime leverden ze hun vrijheid in, maar deelden wel in de stijgende welvaart. Sinds de val van het communisme is het weer een vergeten gebied, geteisterd door werkloosheid en alcoholisme. Alleen de occulte godsdienst bloeit op. Bezoek aan de Nanaiten, een volk dat in duisternis wandelt.

Bevroren ligt de Amoer in het poolland. Als een wit lint, dat tot de horizon voortkronkelt. Uren zijn we al onderweg, met een aftandse auto over de bevroren rivier, bij een temperatuur van min 22 graden Celsius. Over de motor ligt een deken. De ruiten zijn bevroren. Alleen de voorruit is ijsvrij en laat een klein stukje van de wonderlijke weg zien. Het uitzicht is monotoon. Niets dan een eindeloze ijsvlakte, links en rechts, voor en achter, zo nu en dan onderbroken door een bosje berken. Twee keer maakt de Lada, die al 21 jaar dienst doet, zó'n schuiver dat we vast komen te zitten in de sneeuw. De chauffeur is erop berekend. In de kofferbak ligt een schop, waarmee hij de sneeuw rond de auto weg kan scheppen. Dan wordt ook van ons een aandeel in de operatie verwacht. Met man en macht tillen we het voertuig weer op de ijsbaan. Hulp van derden is uitgesloten. Nergens is een levend wezen te bekennen.

Geïsoleerd
Na drie en een halfuur komt onze bestemming in zicht: Nishny Galby, een klein dorp in een moerasachtig gebied dat voornamelijk wordt bewoond door Nanaiten. De houten huizen lijken door een reuzenhand neergezet aan de oever van de rivier, in het Verre Oosten van Siberië. In het centrum van het gehucht met z'n zes straten ligt het dorpshuis, waar alle gezamenlijke activiteiten plaatsvinden. Film en disco hebben ook hier hun intrede gedaan. Wat verderop staan de school, een internaat en het adminstratiekantoor van de dorpsoudste. Het zijn de toonaangevende gebouwen in deze kleinschalige samenleving. Net als de meeste andere nederzettingen langs de Amoer ligt Nishny Galby volkomen geïsoleerd. Het snelst ben je er per helikopter, maar dat is een onbetaalbare vorm van vervoer. In de zomer, die slechts enkele maanden duurt, maken de bewoners gebruik maken van een rnotorboot, die over de rivier richting Komsomolsk vaart. Als hij niet kapot is. 's Winters is er een alternatief. Door de strenge vorst is de Amoer van januari tot april berijdbaar. Ongevaarlijk is de rit niet. Wanneer de auto het begeeft en er geen hulp van buitenaf komt, wacht de dood door bevriezing.

Vernederd
Zowel dorpsoudste Gregor als de directrice van de school is aangenaam verrast door het bezoek dat zich meldt op het administratiekantoor. Vooral als ze merken dat er twee buitenlandse gasten bij zijn. De directrice, Marina, troont ons mee naar haar school. Binnen een kwartier is in de kantine een maaltijd bereid. Lauwe aardappelsoep, koude macaroni met een viskotelet, stukken brood en Russische thee. Ook de dorpsoudste doet alles om het ons naar de zin te maken. Hij reserveert meteen het dorpshuis, voor een evangelisatiebijeenkomst door vijf broeders uit de baptistengemeente van Komsomolsk, die zijn meegereisd. Tegelijk toont hij enige afstand, „ik heb respect voor alle godsdiensten, maar hou zelf graag vast aan de normen en waarden van mijn eigen religie. In samenwerking met de school doen we er alles aan om onze cultuur weer tot leven te brengen. Velen schamen zich ervoor dat ze tot de Nanaiten behoren. Onze kinderen zijn in internaten opgegroeid tussen Russische jeugd en kennen hun eigen taal en achtergrond nauwelijks. De Russen hebben ons vernederd, zoals ze dat ook de Oeltsjen gedaan hebben. Ze > Marina denkt er net zo over. Trots loopt ze voor ons uit, als ze een rondleiding geeft door de school. In een van de klassen voeren kinderen een oude volksdans op, onder de enthousiaste leiding van docente Lisa, die de trommel slaat. Ze dragen de felgekleurde, originele kleding van de Nanaiten, die voor de revolutie van 1917 door allen werd gedragen en nu alleen met feestelijke gelegenheden te voorschijn komt. „Hier zie je in één wandschildering ons mensbeeld", zegt Lisa, als de kinderen hun ode aan de Amoer hebben beëindigd. Het is een bont schilderij, vol levende wezens. „Wij stammen af van de beren", doceert de onderwijzeres. „Misschien ook wel van de tijgers en herten. Onze wereld bestaat uit drie delen. De mens behoort met zijn vriend hond tot de middenwereld. De berk waar hij tegen rust is goddelijk. Die boom is voor ons onmisbaar. Ook eetbare vogels horen bij de middenwereld. De draak maakt deel uit van de bovenwereld. Hij symboliseert geluk, licht en goedheid. Maar de twee oneetbare vogels, waar we niets mee kunnen, behoren tot de onderwereld. Daar komt alleen maar onheil vandaan." In de ogen van een westerling vormen de steden Komsomolsk en Amursk een ernstiger bedreiging. Op grote schaal storten bedrijven in deze steden hun giftig afval in de Amoer, waardoor de visstand sterk is afgenomen en vele soorten zelfs zijn uitgestorven. Een ramp voor de Nanaiten, die voor een deel van de visvangst leven.

Tien vissen...
„Je mag officieel maar tien vissen vangen, alleen in de herfst", zegt Wladimir, een oude visser. Hij is met de hand een nieuw net aan het maken, voor de volgende vangst. Naast hem ligt een grote, ijzeren haak waarmee hij in het voorjaar vissen probeert te verschalken. De meeste wegen rond de twintig kilo, maar hij heeft er ook van honderd kilo gevangen. „Tien vissen", herhaalt hij, en kijkt ons met glinsterende ogen aan. „Maar als je in één keer met je net honderd vissen vangt, dan laat je er toch niet negentig weer zwemmen? Ik weet precies hoe ik het moet spannen." De verkoop wordt regelmatig gecontroleerd. De dorpen aan de Amoer mogen de vis alleen onder elkaar verhandelen. In werkelijkheid gaat een fors deel naar Chabarovsk, het centrum van het Verre Oosten. Vanuit deze stad komen vrachtwagens naar Bogorodsky, waar een levendige ruilhandel is ontstaan. De handelaren halen de grote winst binnen, de vissers worden afgescheept met een fooi in de vorm van veevoer of soortgelijke produkten.

Geschiedenis
Het aantal Nanaiten in het Verre Oosten ligt rond de 11.000. Ze wonen meest in de afgelegen dorpen langs de Amoer, maar ook wel in de grote steden. In vroeger eeuwen vormden ze een rijk jagersvolk, dat intensief handel dreef met China. De circa zesduizend Nanaiten die nog in China leven, herinneren aan dit welvarende verleden. Langzamerhand verslechterde de situatie. Het Verre Oosten werd een achtergebleven gebied, bevolkt door analfabeten. Een deel van de oorspronkelijke bevolking werd bovendien verdreven door Russische goudzoekers. Tot de communistische revolutie een ingrijpende omkeer bracht. De invloed van de Sowjet-regering reikte tot de uithoek van Siberië. Er werd elektriciteit aangelegd, in de dorpen verrezen scholen en de gezondheidszorg werd verbeterd. „Vroeger bevielen onze vrouwen op de hurken in een afgelegen lemen hut", vertelt de 52-jarige lerares Alexandra Petrowna Samar. „Mijn moeder heeft nog alles geprobeerd om tegen het advies van de arts in op haar eigen manier een kind ter wereld te brengen." Een generatie later was dat ondenkbaar. De ontwikkeling van de primitieve poolvolken verliep in hoog tempo. Jongeren uit het Verre Oosten konden gratis studeren aan een faculteit in St. Petersburg. De Nanaiten kregen hun eerste academici.

Vergeten
„Nu zakken we weer terug", zegt Alexandra. „Ik vrees dat de faculteit zal verdwijnen. Net als zo veel andere dingen. Landbouwmachines worden niet meer gerepareerd. De staat laat ons aan ons lot over. Voor de perestrojka kenden we geen werkloosheid. Nu heeft meer dan de helft van de jongeren geen baan. De hele dag zitten ze achter de tv en drinken schnapps. Het alcoholprobleem neemt nog steeds toe. Ook onder de vrouwen wordt veel gedronken. Zelfs kinderen van elf, twaalf jaar zijn verslaafd." Ze zwijgt. Zwaar hangt de stilte in het sobere lokaaltje, waarin ze ons heeft verteld over het volk dat haar lief is. Waarmee ze zich één weet, omdat ze eruit voortgekomen is. Daarom bleef ze in Nishny Galby, hoewel ze elders veel verder had kunnen komen. De tragedie van de Nanaiten wordt door haar sombere ogen weerspiegeld. „Wat de toekomst brengen moet... Niemand die het weet. Er is veel gescholden op de revolutie en de sowjets. Ze hebben onze cultuur vernietigd. Maar we wisten tenminste op welke weg we waren: de weg naar een communistische heilsstaat. Nu weet niemand meer waar het naartoe gaat. Waarschijnlijk naar een volkomen anarchie. En niemand die nog aan ons denkt. Wij zijn vergeten."

Brandstof
Zo levendig als Chabarowsk is, zo uitgestorven lijkt Nishny Galby. Alleen de wollige rookpluimen boven de schoorstenen van de houten huizen verraden menselijk leven. De daken zijn bedekt met een laagje verse sneeuw, die in de afgelopen nacht is neergedaald. Een idyllisch plaatje. De realiteit is minder romantisch. Vorige week lag de sneeuw zo hoog, dat alleen de daken nog te zien waren. Vera prijst zich gelukkig dat ze toen haar zoon op bezoek had. Hij heeft de sneeuw weggeschept en weer een pad gemaakt. Was hij er niet geweest, dan had de 75 jaar oude weduwe het zelf moeten doen. Van haar laatste geld heeft ze een lading hout gekocht. Warmte lijkt in deze streek nog belangrijker dan voedsel. Zo lang er hout of kolen zijn, wordt het vuur hoog gestookt. Het maakt het temperatuurverschil tussen buiten en binnen nog groter dan het al is. Ook Vera heeft de oven roodgloeiend. Regelmatig werpt ze een houtblok in de vlammen. T^t leeft bij de dag. „Het kan wel twee, drie maanden duren eer ik opnieuw m'n uitkering krijg. Gelukkig willen de buren af en toe wat lenen, want de winkel geeft niets meer op de pof Soms heb ik maanden geen geld om iets te kopen."

Water
Bedrijvig loopt de gastvrije weduwe heen en weer. Het is niet te geloven, dat ze in dit schamele onderkomen met haar man en vier zoons heeft gewoond. De vierkante oven in het midden van de simpele keuken doet dienst als verwarming en fornuis. In een pan op de kookplaat pruttelt borsjt, een aardappelsoep met wat rode bieten en stukjes wortel.

Een grote ketel zorgt ervoor dat er steeds warm water is. In de hoek hangt een druppelkraantje, waaronder een kleine, zinken emmer staat. Hier wast de oude vrouw zich. Alleen 's morgens even het gezicht en de handen. Ook voor de afwas gebruikt ze zo min mogelijk water, want het aanbod is schaars. Dat blijkt wel op het toilet, een houten huisje in de tuin. Een gat in de grond vormt de toiletpot. Op een plankje ligt wat krantepapier. Dat is alles.

Wel heeft het dorp verschillende bronnen, maar zeker voor een oude vrouw is het pompen zwaar werk. Toch ontkomt Vera er niet aan. Ze pakt haar bontjas, plaatst een bontmuts op haar hoofd en zet een grote melkbus op de slee. Met de ene hand trekt ze de slee, in de andere draagt ze een emmer. Zo schuifelt ze naar de pomp, twee straten verderop. Ze is niet de enige die water nodig heeft. Na een halfuur geduldig wachten is ze eindelijk aan de beurt.

Alcohol
's Middags is er meer leven op straat. De enige winkel van het dorp is dan een paar uur open. Er liggen zelfs broden opgestapeld. Het lijkt of de vrouwen het ruiken. Ze komen er massaal opaf, ondanks de hoge prijs van 2000 roebel per stuk. Het maandsalaris van een arbeider ligt tussen de 200.000 en 400.000 roebel.

Een getaande Nanaitenvrouw betast het brood kritisch. Het onderzoek stemt haar tevreden. „'t Voelt goed aan. De bakkers hebben hun salaris zeker nog niet gehad. Als ze hun loon hebben ontvangen, zijn ze te dronken om iets goeds te bakken."

Brood is ook hier een belangrijk levensmiddel. Het wordt bij iedere maaltijd gegeten, zonder beleg. Suiker en aardappelen komen op de tweede plaats. Bovenaan staat voor velen de alcohol. Zeker nu de economische situatie steeds uitzichtlozer wordt.

In de jacht is door de massale houtkap geen brood meer te verdienen. Grote gebieden zijn ontbost. Het wild is uitgestorven of weggetrokken. De meeste dorpen hebben nog wel een houtverwerkingsbedrijf, maar de inkomsten zijn minimaal. Het komt voor dat de werknemers een halfjaar geen loon ontvangen. Met gevolg dat velen wegblijven, thuis rondhangen, wat handel drijven, of zich aan andermans goed vergrijpen.

Wanneer een keer loon wordt uitbetaald, zijn de meeste mannen enkele dagen niet aanspreekbaar. De roebels worden meteen omgezet in sterke drank.

Afgodsbeeld
Niet alleen in materieel opzicht zijn de volken in het Verre Oosten arm. Het is al laat in de middag als Victor, een van de broeders uit Komsomolsk, aanklopt bij een echtpaar van middelbare leeftijd, om hen uit te nodigen voor de evangelisatiebijeenkomst. Vrijmoedig loopt hij het voorhuis binnen.

In het schemerige vertrek wordt hij opgewacht door een vrouw die hem argwanend opneemt. Terwijl de evangelist hen vraagt om vanavond naar het dorpshuis te komen, wordt zijn blik naar de hoek van de kamer getrokken. Een afgodsbeeld staart hem aan met dreigende ogen. In de geopende mond, die nooit genoeg heeft, ligt vers brood.

De vrouw reageert afwerend als Victor vriendelijk vraagt of zij echt gelooft in deze god. Uiteindelijk ontdooit ze wat en vertelt dat ze met haar man elke morgen en middag voor het beeld neerknielt, om hun god gunstig te stemmen. Om dezelfde reden ontvangt hij voedsel.

Naast deze hoofdgod zijn er de lagere goden, afgebeeld door kleine houten poppetjes. Elk gezinslid heeft zijn eigen idool. Op de vraag aan de vrouw of ze vanavond komt luisteren naar de God van hemel en aarde, schudt ze haar hoofd. „Ik moet vanavond werken. Misschien dat mijn man komt." Vol medelijden kijkt Victor haar aan en laat een tractaatje achter. Het is het enige wat hij kan doen.

Amuletten
Het geloof in de geesten van voorouders en goden van lucht, water en bos is nog springlevend onder de Nanaiten. Zelfs Alexandra Petrowna Samar is verstrikt in het web van het occultisme. Onder haar kleurige kleding draagt ze diverse amuletten, ter bescherming tegen verschillende ziekten.

Haar moeder was een invloedrijke sjamanenvrouw, bekend door haar waarzeggende geest en onzichtbare kracht. „Ze kon zelfs epilepsiepatiënten genezen", vertelt de begaafde lerares trots.

In Boelawa, verderop aan de Amoer, treffen we hetzelfde bijgeloof aan. Het dorp wordt voor een belangrijk deel bewoond door Oeltsjen. Voor een buitenstaander is nauwelijks verschil waarneembaar met de Nanaiten. Ook in religie stemmen ze overeen.

Uiterlijk is er na de revolutie van 1917 veel veranderd. De bevolking is in tal van opzichten gerussificeerd. Maar het hart bleef hangen aan de primitieve godsdienst van de voorvaderen. En nu de druk van het communisme is verdwenen, bloeit het geloof in geesten, goden en duistere machten weer op.

Occultisme
Bij Swetlana is de ban gebroken. Twee jaar geleden kwam de Oeltsjenvrouw, kleindochter van een sjamaan, tot geloof onder de prediking van rondtrekkende evangelisten. Als een vuurbrand werd ze uit het vuur gered. Voor hij stierf had haar grootvader de occulte macht die hij bezat, aan haar willen overdragen.

Er is huiver in haar stem wanneer ze vertelt over haar angst als kind, wanneer opa rond middernacht contact zocht met de geesten. „Als hij de geesten van de voorouders gunstig wilde stemmen, trok hij zijn speciale jurk aan. Om zijn middel bond hij een rokje van koperen pijpen. In zijn ene hand was de trommel, in de andere de trommelstok. De goden werden op een ereplaats gezet en er werd voedsel en schnapps geofferd.

Door tromgeroffel en ritueel gezang bracht hij zichzelf tot extase. Pas dan was hij in staat om met de geesten te spreken. Soms waren het bevriende, maar ook wel vijandige geesten. Of beide. Het gebeurde dikwijls dat een geest bloed eiste. Dan moest oma naar buiten om een dier te zoeken.

Nadat het geslacht was, werd een deel van het bloed aan de geest gegeven. Opa en de andere aanwezigen dronken de rest op. Daarna werd er uren gedanst. En steeds was er het geroffel op de trommel en kreten die ik nog steeds in m'n oren hoor klinken."

Duisternis
Het is voor de vrouw een wonder dat God haar uit het moeras van het heidendom heeft opgetrokken. „Ik weet dat God en Zijn kinderen de grootste bedreiging vormen voor de geesten", belijdt ze eenvoudig. „Want God is almachtig. Maar er moet wel over Hem verteld worden. Je staat hier bijna alleen."

In Nishny Galby is de situatie nog triester. Onder de Nanaiten wordt geen enkele christen gevonden. Vervreemd van God leiden ze hun leeg bestaan. In het dorpshuis doodt de jeugd de tijd met biljarten en tv-kijken. Bij een dorpspomp halen enkele vrouwen voor de laatste keer deze dag water. En in de houten woningen heersen stomme goden, zonder ooit het hart van hun vereerders te vervullen. De temperatuur zakt nog verder nu de avond daalt.

Grijze rookpluimen uit de vele schoorstenen klimmen omhoog, de ijle lucht in. Een geïsoleerd dorp in het Verre Oosten, waar vergeten volken in duisternis wandelen. Maar uit het dorpshuis van Nishny Galby, waar de laatste voorbereidingen worden getroffen voor de evangelisatiesamenkomst, straalt licht. Want straks zal ook hier, aan het eind van de aarde, de boodschap van Gods eeuwig blijvend Woord worden verkondigd.

Op 19 april het tweede deel: Licht in de duisternis.

                              ------------------------------

Een nieuwe lezersactie

Het is inmiddels traditie geworden dat Terdege één keer per jaar een lezersactie houdt voor een goed doel. Dit jaar is gekozen voor evangelisatiewerk in het meest oostelijke deel van Siberië. "Het Verre Oosten", zoals het in de voormalige Sowjet-Unie wordt genoemd.

Een groot deel van de volkeren die hier leven, verkeert nog in de ban van het heidendom. Hun bestaan is zwaar, door het extreme klimaat en de economische malaise. Maar veel aangrijpender is het dat zij nog onkundig zijn van het Woord van God. En daarom zonder Christus, en zonder hoop, hoewel velen dat niet beseffen.

Het is deze nood die baptisten uit andere delen van het onmetelijke rijk op het hart is gebonden. Al verscheidene keren maakten zij evangelisatietochten naar verschillende volkeren in het Verre Oosten. Het liefst zouden ze evangelisten afzonderen die zich volledig aan dit werk kunnen geven. Maar daarvoor ontbreekt ten enenmale het geld.

Via de onder ons bekende en vertrouwde organisatie Friedensstimme hoopt Terdege het benodigde bedrag bijeen te brengen. Het resterende deel van de opbrengst zal worden gebruikt voor de ondersteuning van kerkbouw en kinderevangelisatie in deze vergeten uithoek van Siberië. Opdat het Evangelie voortgang zal vinden. Tot aan de einden der aarde.

Wij vragen u met klem deze volken, die in alle opzichten arm zijn, te gedenken in uw gebed. Maar we vragen u tevens mild te geven, opdat het Evangelie ook onder deze heidenen kan worden verkondigd en zo onder de zegen des Heeren een kracht Gods tot zaligheid zal mogen zijn.

Directie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.