+ Meer informatie

JONGEREN EN HET GEZIN

8 minuten leestijd

Contact met jongeren

Het geestelijk klimaat waarin kinderen zijn opgegroeid is belangrijk voor het kerkenwerk onder jongeren. Op catechisatie merkt een dominee al gauw uit “welk nest” een kind komt. Een ervaren jeugdleider merkte op: “Sommige jongeren kun je op alle mogelijke manieren benaderen, maar van enige kennis van het geestelijk leven valt niets te bespeuren: er zijn geen aanknopingspunten”.

Begeleiding een voorwaarde

Voor de ontwikkeling van het geestelijk leven is het gezin van fundamentele betekenis. In het verleden werd voor de opvoeding in het christelijk gezin voorlichting gegeven door professor Waterink: “Aan moeders hand tot Jezus”. Dr. Steensma heeft dit in onze tijd aangevuld met een artikel: “Aan vaders hand tot Jezus”. En terecht.

Rabbijnen omschrijven het joodse huis als “een tempel”,. waar de vader een priesterlijke taak vervult. Dit priesterlijk functioneren komt tot uitdrukking in het gezinsleven van Job: Jobs kinderen vieren regelmatig hun feesten. Na ieder feest laat hij zijn kinderen bij zich komen: hij heiligt ze en voor ieder van hen brengt hij een brandoffer, want, denkt Job: “Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd. Zo deed Job altoos weer” (Job 1:5).

In het gezin, waar vader en moeder leven in de vreze des Heren, wordt de omgang met de Here op een uitzonderlijke wijze beleefd: daar woont Hijzelf. Zoals een jong meisje schreef op de zijgevel van het ouderlijk huis: “Hier wonen papa, mamma, Arno, Corrie en de Here God”. Een uiting van concrete geloofsbeleving van het kind. Als kinderen opgroeien in een gezin waar de Here gekend en gediend wordt is dat voor heel hun leven van onschatbare betekenis.

Het lege testament

Als we merken dat jongeren uit een christelijk gezin zich van het geloof en de kerk afkeren dan vervult ons dat met zorg. Ouders beseffen hun tekort in de opvoeding: zonder het werk van de Heilige Geest in harten van onze kinderen is ons werk vruchteloos. Maar iets anders is het als we onze kinderen geestelijk verwaarlozen. Als het godsdienstig leven in het gezin zich beperkt tot uiterlijkheden. als jongeren noch in de kerk noch in het gezin de betekenis van het geloof in God als een liefhebben en dienen van de Here hebben ervaren. Als het lezen uit de Bijbel niet als omgang met de Here wordt beleefd. Uit de enquête onder christelijk gereformeerde jongeren blijkt dat meer dan 50% van hen geen persoonlijke omgang kent met het Woord van God. Daar word je stil van. Want dat betekent dat deze jongeren geen behoefte hebben om te luisteren naar de Stem van de goede Herder. Dat de Here geen plaats gekregen heeft in hun persoonlijk leven. Geen omgang met het Woord wil immers zeggen: de Here niet toelaten in je leven. Alles wat je in het gezin en in de kerk over Hem gehoord hebt heeft dan niet geleid tot omgang met de Here. Hebben ze dit dan nooit ervaren in het gezinsleven? Hebben ze nooit de rijkdom van Gods Woord ontdekt?

Uit een onderzoek onder 400 leerlingen uit het voortgezet onderwijs blijkt dat de gezinssituatie daarvoor uiterst belangrijk is. In de volgende tien punten, die onkerkelijk geworden jongeren aangeven als motieven van afkeer van de kerk en het christelijk geloof komt dit duidelijk tot uitdrukking. In volgorde van essentie noemen we hun motieven:

1. Gebrek aan betrokkenheid bij de kerkelijke gemeente.

2. Negatieve invloed van de media (rock-muziek, films, televisie).

3. Geringe relatie met de ouders.

4. Beperkte zelfwaardering.

5. Geringe relatie met jeugdleiders van de gemeente.

6. Negatieve invloed van vrienden.

7. Autoritair gedrag van de ouders.

8. De strijd om het losmaken van de ouders.

9. Een negatief begrip van geloof.

10. Gebrek aan harmonie in het gezin.

Uit dit onderzoek blijkt hoe belangrijk de invloed van het gezin is op de ontwikkeling van het geloofsleven. Op enkele punten uit dit onderzoek zullen we nader ingang.

De strijd om het losmaken van de ouders

De puberteit is een periode waarin het kind zich gaat losmaken van de ouders om eigen zelfstandigheid te ontwikkelen. Een fase waarin jongeren op zoek zijn naar normen en waarden die voor hen betekenis hebben. Normen waarnaar ze hun leven willen inrichten. Een periode waarin ze hun ouders en opvoeders toetsen en testen op wat van wezenlijke betekenis is in hun leven. Ze wegen als het ware de dingen op hun essentiële waarde, om zo tot een eigen keuze te komen. Wat niet past in hun levenspatroon wordt als waardeloos of ouderwets van de hand gewezen. Geloven en kerkgaan wordt nu een eigen keuze. Belangrijk is het als ze in hun leven de zin en betekenis van het geloven in God en Zijn Woord hebben ervaren.

Beperkte zelfwaardering

Als jongeren onvoldoende “serieus” genomen worden ontwikkelt zich geen positief zelfbeeld. Dit gebeurt bijvoorbeeld als ouders onvoldoende aandacht aan de mening van jongeren schenken of als hun inbreng als “onbelangrijk” wordt afgedaan. Het gevolg kan zijn dat jongeren door gebrek aan waardering een “eigen route” gaan. Doordat ze het gevoel hebben niet aanvaard te worden door hun ouders kiezen ze een eigen weg, die niet “geblokkeerd” wordt, een “way of life” waarin ze zichzelf kunnen zijn.

Autoritair gedrag van de ouders

Autoritair gedrag van ouders is een uitingsvorm van macht. Bijbels gezag heeft primair een dienend karakter. In de geloofsopvoeding gaat het om leiding en begeleiding van kinderen; opdat ze de Here leren kennen en liefhebben. Als de geloofsopvoeding plaats vindt in de sfeer van “moeten” en “omdat ik het zeg” blijft God op de achtergrond. In een sfeer van dwang en plicht wordt de genade en liefde van God voor zondaars onvoldoende als Gods heilsboodschap ervaren. In het vraaggesprek met Van der Ploeg zeggen deze jongeren: “Wij moesten thuis gewoonweg naar de kerk”. “Geloof en kerk waren niets anders dan ouderlijke dwang”. (pag. 111). Godsdienstige gewoonten worden slechts als uiterlijke vormen ervaren. De betekenisvolle werkelijkheid ervan heeft hun hart niet bereikt.

Weinig relatie met de ouders

In de geloofsopvoeding is de relatie tussen ouders en kinderen van fundamentele betekenis. Op basis van onderlinge liefde en vertrouwen ontwikkelt zich de omgang met de Here. Kinderen die opgroeien in een sfeer, die wordt bepaald door echtheid en openheid, zullen ook over hun geloofsvragen en twijfels met hun ouders durven praten. Voor de overdracht van de inhoud van het geloof is een goede vertrouwensrelatie met het kind een voorwaarde.

Een negatief begrip van geloof

Geloven is meer dan dogmatische kennis. Jongeren moeten kunnen ervaren dat God van essentiële betekenis is voor het dagelijks leven. Dominee G. Drayer vertelt over zijn ervaringen in Vendaland: “Als mensen nieuwe kleren hadden gekocht of de oogst werd binnengehaald, dan werden de handen gevouwen om de Here te danken”. Een leven in afhankelijkheid van de Here. Belangrijk is bijvoorbeeld ook de voorbereiding op de zondag, dat ze weten: kerkgang betekent “de Here ontmoeten”. In de Woordbediening wil Hij Zijn gemeente onderwijzen, troosten en bemoedigen. Om de rijkdom van het Woord en de prediking te kunnen verstaan zullen ze de bijbeltaal moeten kunnen begrijpen. Jongeren spreken vandaag een eigen turbo-taal. Woorden als genade, zonde, verzoening zijn bijbelse begrippen die van God komen: woorden met een eeuwigheids-dimensie. Een essentieel onderdeel van de geloofsopvoeding is de bijbelse taal-verwerving. Als kinderen in de kerk een taal horen waarvan de inhoud en betekenis hen volkomen vreemd is dan zal de Woordverkondiging hun hart niet kunnen bereiken. Het leren kennen van de Here is onlosmakelijk verbonden met het verstaan van het Woord. Leven uit het geloof is leren luisteren naar wat Hij door Zijn Woord en Geest tot ons te zeggen heeft. De zorg van ouders en kerk voor het verstaan van de geloofstraditie en de ontwikkeling van het geestelijk leven is van onschatbare betekenis.

Opvoeden in afhankelijkheid

Als het volk Israël afwijkt van de paden des Heren geeft de Here hen over aan de macht van de Filistijnen. Totdat God een engel stuurt naar de vrouw van Manoach en de geboorte aankondigt van een zoon die Israël zal richten. Als Manoach hoort hoe de jongen zal moeten worden opgevoed voelt hij zich onmachtig: “Toen bad Manoach tot de Here en zei: “Och Here, moge de man Gods die Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen en ons leren wat wij met de jongen moeten doen?” (Richt. 13:8).

Als wij in de opvoeding leven in afhankelijkheid en overgave aan de Here, is Hij machtig om Zichzelf in het leven van onze kinderen te openbaren.

Drs. P.D. Hofland is pedagoog en oud-docent aan een prot. chr. PABO. Hij is lid van de kerk van Haarlem-Centrum. De laatste jaren is hij in het bijzonder bezig met het thema geloofsopvoeding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.