+ Meer informatie

Winnende musici

6 minuten leestijd

Nederlandse musici doen het niet slecht in het buitenland. Regelmatig pikken ze een graantje mee tijdens een van de talrijke concoursen. Zo ook de dertienjarige altvioliste Dana Zemtsov, die kortgeleden de eerste prijs en gouden medaille bij de European Competition for Strings in Luxemburg won. Ze sleepte het hoogst haalbare aantal punten, zestig, in de wacht. Eerder dit jaar was ze goed voor de eerste prijs bij de "15e Young Musicians Competition Citta di Barletta" in de tweede categorie strijkinstrumenten. Ook in deze wedstrijd haalde ze de hoogst haalbare score, honderd punten. Zemtsov studeerde viool in Den Haag bij Hans Scheepers, maar stapte over op de altviool en studeert nu in de voorbereidende klas bij Mikhail Kugel aan het Conservatorium Maastricht.

Ook andere Nederlanders lieten zich dit jaar gelden. Om het geheugen wat op te frissen: eind vorige maand won Frederieke Saeijs in Frankrijk de prestigieuze Franse Marguerite Long-Jacques Thibaud Violistenwedstrijd. Naast de hoofdprijs waren er nog zo'n tien andere, kleinere prijzen te winnen. Vier waren er voor de Nederlandse violiste.

En niet te vergeten Gerben Mourik. In juli werd hij eerste in de categorie improvisatie op het in Engeland gehouden International Organ Festival van St. Albans. Hij bevindt zich in goed gezelschap. Eerder wonnen spelers als Guy Bovet, André Isoir, Naji Hakim, Kees van Eersel en Jos van der Kooy de eerste prijs in genoemde categorie.

Historie sculpturen

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft dertien bronzen beelden onderzocht met een nieuwe "revolutionaire" techniek om meer te leren over de historie van het beeld. De zogeheten neutronenradiografische techniek maakt het mogelijk sculpturen scherp door te lichten en "als het ware in de ingewanden van het beeld te kijken." Het museum is het eerste ter wereld dat deze techniek toepast.

Bij de technologie worden de beelden bestraald met radioactieve neutronen. Pinnetjes in het metaal of oude reparaties worden onafhankelijk van elkaar zichtbaar en dit levert nieuwe informatie op over het beeld. De techniek kan alleen toegepast worden voor sculpturen die van (edel)metalen zijn gemaakt. De beelden keren pas weer terug in het museum als de radioactiviteit naar een natuurlijke waarde is gedaald.

De dertien beelden werden in het Paul Scherrer Instituut in het Zwitserse Villigen onderzocht. Uit het onderzoek bleek onder andere dat een bekend werk van beeldhouwer De Keyser nooit van diens hand kan zijn geweest. Het beeld bleek een interne constructie te hebben die De Keyser nooit toepaste. Ook een tuinbeeld, waarvan gedacht werd dat het water spuwde, bleek na onderzoek dit niet te kunnen.

Het Rijksmuseum wil in de toekomst het onderzoek naar de historie van sculpturen uitbreiden, maar heeft nog geen concrete plannen. (ANP)

Penschilderij

Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft het meesterwerk "Oorlogsschip De Vrijheid op het IJ voor Amsterdam" van Ludolf Backhuysen aangekocht. Het kunstwerk blijft daardoor voor Nederland behouden. Met de aankoop was een bedrag van 1 miljoen euro gemoeid. Een penschilderij is in feite een verduurzaamde tekening, meestal op paneel, maar soms ook op doek. De techniek van het penschilderen is vrijwel beperkt gebleven tot de marineschilderkunst en leent zich goed voor de weergave van het subtiele lijnenspel van met name de tuigage van een zeilschip.

Het belangrijkste penschilderij dat Ludolf Backhuysen (1630-1708) ooit schilderde is een scheepsportret van oorlogsfregat De Vrijheid. Het schip vormde de basis van de vernieuwde oorlogsvloot, waardoor Nederland in de Gouden Eeuw de belangrijkste maritieme macht ter wereld werd. Dit penschilderij, de duurste aankoop ooit van het Scheepvaartmuseum, is sinds vrijdag permanent in het museum te zien.

De Vrijheid was een van de twee nieuwe oorlogsfregatten die de Amsterdamse admiraliteit in 1651 bouwde. Kort daarna brak de Eerste Engelse Oorlog uit en toen bleek dat er een enorm tekort was aan goede schepen. Op initiatief van raadpensionaris Johan de Witt besloten de Staten-Generaal in hoog tempo zestig nieuwe schepen te laten bouwen, naar het model van De Vrijheid. Deze schepen waren de eerste standaardfregatten van de Nederlandse marine.

Het grote paneel -75 x 140 centimeter- laat nog een ander aspect van de modernisering van het zeewezen zien. Links, aan de oever van het IJ, staat het Zeemagazijn van de Amsterdamse admiraliteit. Dit gebouw was onderdeel van een modern werfcomplex op het eiland Kattenburg, waarvan de aanleg in 1655 was begonnen. Voor de bouw en de bevoorrading van de nieuwe vloot was het magazijn van essentieel belang. Het gebouw was in 1658 gereed en dat is voor dit wel gesigneerde maar ongedateerde penschilderij tot nu toe als argument voor de datering gebruikt: omstreeks 1660.

Concertgebouwprijs

De tweede Concertgebouwprijs gaat naar het Beaux Arts Trio, dat al decennia in het Amsterdamse Concertgebouw optreedt. De vorig jaar in het leven geroepen prijs wordt op 17 januari uitgereikt aan de muzikanten Menahem Pressler (pianist), Daniel Hope (violist) en Antonio Meneses (cellist).

De prijs is bedoeld voor musici die gedurende lange tijd een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het artistieke profiel van het Concertgebouw. Het door pianist Pressler opgerichte Beaux Arts Trio geeft jaarlijks concerten en masterclasses in het Concertgebouw en heeft bijgedragen aan de publieke belangstelling voor pianotrio's, stelt het Concertgebouw.

De prijs bestaat uit een plastiek naar een ontwerp van Evelyne Merkx, de interieurarchitect van het Concertgebouw. Vorig jaar ging de prijs naar de Italiaanse mezzosopraan Cecilia Bartoli.

Sint-Nicolaas

Museum Ons' Lieve Heer op Solder in Amsterdam heeft een zeventiende-eeuws schilderij verworven waarop Sint-Nicolaas is afgebeeld. "De liefdadigheid van Sint-Nicolaas", dat wordt toegeschreven aan Cornelis de Vos (1584-1651), is op een veiling van Sotheby's gekocht.

Op het 350 jaar oude schilderij is te zien hoe de sint een zakje geld door een raam naar binnen gooit. Volgens een oud verhaal deed hij dat drie nachten achter elkaar. Met het geld van Sinterklaas kunnen de drie meisjes, die ook op het schilderij te zien zijn, hun bruiloft betalen. Zij zijn daarmee van een gelukkige toekomst verzekerd: de sint heeft hen gered.

Het paneel, dat omstreeks 1640 moet zijn geschilderd, meet 60 bij 86 centimeter en is vanaf heden in het kleine museum te zien. (ANP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.