+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

3 minuten leestijd

Opm.: Blijkbaar is een gedeelte kerkgeschiedenis, aansluitend bij ons art. in het no. van 7 April 1950, uitgevallen. Wij laten het hierbij volgen.

Chalcedon gaf echter geen eenstemmigheid. Integendeel. Een hevige strijd ontstond, die men de monophysitische strijd noemt.

Men bedenke, dat de dogmatische strijd nationale contrasten camoufleerde: keizer en patriarch van Constantinopel contra Alexandrië en Antiochie.

Monophysieten, dat waren zij, die maar één natuur in Christus wilden erkennen.

De partijen stonden scherp tegenover elkaar: patriarchen en tegen-patriarchen bekampten elkander.

De keizers mengden zich ook in die strijd om z.m. te bemiddelen.

Zo keizer Zeno door de uitvaardiging van het edict „Henotikon" (482). 't Was wel niet heterodox, knoopte •vast aan Nicea, veroordeelde Nestorianen en Eutychianen, maar gebood de strijdvragen in leer en prediking te vermijden.

De gevolgen bleven niet uit: een schisma tussen Westen en Oosten (482—519) en grote ontevredenheid, bij hen, die Chalcedon sacrosanctus (onschendbaar) beschouwden.

Ook de bekende keizer Justinianus I (527—565) heeft getracht aan de strijd een einde te maken.

Zijn levensdoel was: handhaving van de orthodoxe leer en terugbrenging van de ketters, vooral van de monophysieten tot de kerk.

Maar zijn gemalin Theodora, in 't geheim een monophysiete, was hem te glad af. In bond met enkele hoftheologen wist zij te verkrijgen, dat in de liturgie de monophysitische uitdrukking „God is gekruisigd" werd opgenomen.

De tegenpartij bewerkte daarop een hernieuwde veroordeling van het „originisme."

Nu maakte Theodora de keizer wijs, dat de monophysieten tevreden zouden zijn als de strijdschriften der drie voornaamste syrische kerkleraars, Theodorus, Theodoretus en Ibas contra Cyrillus (de tria capitula) veroordeeld werden. Zulks geschiedde bij keizerlijk edict (544.)

Maar nu weigerde het Westen de ondertekening. Men noemt deze strijd de drie kapittelstrijd.

Thans riep de keizer het vijfde oec. concilie te Constantinopel bijeen (553.) Hier werden de keizerlijke edicten bekrachtigd, de weerspannigen afgezet en Chalcedon gehandhaafd.

Deze besluiten bewerkten echter een uittocht der Monophysieten en stichting van eigen kerken.

Zo in Egypte de kerk der kopten met een eigen patriarch. Uit haat tegen de griekse kerk gebruikten zij de koptische taal. Zij moeten zelfs meegewerkt hebben aan de verovering van Egypte door de Saracenen (662). Ook in Syrië en Mesopotamië ontstonden gemeenten. In Armenië werd de beweging de heersende kerk.

Maar nog was de christologische strijd niet ten einde. In 't begin der 7e eeuw achtte de keizer het vanwege de politieke toestand zeer noodzakelijk, dat de combattanten het eens werden en stelde men deswege een verenigingsformule vast, dat Christus door één Godmenselijke wil het werk der verlossing heeft volbracht.

Men noemde hen, die het er mee eens waren: monotheleten. Maar — dit klopte niet met Chalcedon en hevig werd de strijd; zelfs kwam er weer breuk tussen Oost en West.

In 680 riep daarom de toenmalige keizer Constantinus Pogonatus het zesde oec. concilie te Constantinopel bijeen.

Weer was het een bisschop van Rome paus Agatho die de beslissing bracht: in Christus zijn twee willen zonder vermenging en tweestrijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.