+ Meer informatie

Anonieme hulpverlener is vaak meer in trek dan eigen pastor

Uitdragen van christelijke uitgangspunten in de gezondheidszorg doel van RD-actie (VIII)

15 minuten leestijd

Het aantal aanvragen om psychosociale hulp neemt explosief toe. De maatschappij legt steeds sterker haar wil op aan de mens en christelijke normen worden steeds meer losgelaten. Stress, relatieproblemen en depressies vormen maar een kleine greep uit de 'psycho-sociale' problemen die hulpverlener en pastor tegenwoordig op hun bord krijgen. Maar wie moet zich over wie ontfermen? Wanneer moet de pastor 'zijn werk' overdragen aan de (professionele) hulpverlener? Of moet hij dit bij voorbaat al doen? Zorg voor het leven houdt ook bewogenheid in voor de medemens in zijn psychische en sociale nood.

Volgens ds. J. Brons, secretaris van de deputaten voor algemene diaconale en maatschappelijke aangelegenheden van de Christelijke Gereformeerde Kerken, is het in bepaalde gevallen roeping voor de pastor om bij psychisch-sociale problemen naar de professionele hulpverlening te verwijzen. „Niet wij kunnen deze gebrokenheid van het leven helen. Dat is ook niet onze roeping. Evenals bij de lichamelijke gezondheidszorg, moeten we ook op dit punt onze beperktheid belijden. We hebben toch ook niet de gave van God voor lichamelijke genezing, hoezeer je daar wel een pastorale taak hebt".

Evenzogoed als de pastor lichamelijke zieken moet begeleiden, moet hij dat ook doen ten aanzien van psychische zieken, ook na opname in een psychiatrisch ziekenhuis. „Maar ik mag me niet als dokter aanstellen, of als maatschappelijk werker, dat is niet mijn werk". De Urker predikant ontkent zeker niet de genezende kracht van het geloof, maar „evenals het geloof lichamelijke ziekten niet geneest, zo mag je ook niet stellen dat het psychische moeilijkheden oplost".

Psychisch-sociale problemen bevinden zich volgens ds. Brons nog altijd min of meer in de taboesfeer. „Er doen zich tegenwoordig ook meer zaken voor die vroeger verwaarloosd waren, zoals homofilie. Daar werd vroeger gewoon niet over gepraat. Maar door de verschuiving van normen is veel meer in de openbaarheid gekomen. Verder neemt de gebrokenheid van het leven steeds meer toe, mede als gevolg van de toename van de secularisatie en de verwaarlozing van normen".

Drempel

Ds. Brons ervaart dat velen toch een drempel hebben om met problemen naar de pastor te komen. „Je ontdekt soms in pastorale gesprekken wat zich heeft afgespeeld, zoals bij voorbeeld incest". Toerusting voor die signalen is belangrijk, „al moet je oppassen dat je niet als psychiater door de gemeente gaat", aldus ds. Brons. „Maar als je echt veel zorg aan de gemeente besteedt, kom je heel wat gevallen van psycho-sociale nood tegen. En als er echte gevallen van problemen zijn, dan heeft de pastor de plicht ter wille van het welzijn van de persoon de hulpverlening te zoeken".

Die hulp is soms noodzakelijk in geval van bij voorbeeld depressiviteit. Als de dominee dat probleem in eigen hand wil houden en depressieve gevoelens ziet als het eigen werk van de Heilige Geest, dan is hij „faliekant verkeerd bezjg", aldus ds. Brons. „Schuldgevoelens zonder meer zijn echt niet tekenen van het werk van de Heilige Geest, berouw wel. Schuldgevoelens zonder meer brengen je niet tot God, ze kunnen je zelfs op afstand van Hem houden".

• Ds. Brons heeft bezwaar tegen de zogenaamde klinische pastorale vorming, omdat de pastor daar te veel gezien wordt als een hulpverlener. Het gevaar is dan dat men de autonomie van de patiënt als uitgangspunt neemt en men zich bij de patiënt aansluit. „Dat druist in tegen de Heilige Schrift. Ik mag natuurlijk niet autoritair en dictatoriaal optreden, maar moet wel de boodschap vanuit de Schrift doorgeven, en zeggen dat dit het heilzame Woord van Gpd is. Altijd moet je het heilzame van de inzettingen van de Heere zoeken, en nooit zeggen: Dit is niet haalbaar. Dan krijg je de neiging alleen de menselijke kant van de zaak te zien".

Kritisch

Ds. G. J. van Aalst, voorzitter van het deputaatschap algemene en diakonale zaken van de Gereformeerde Gemeenten, staat kritisch tegenover de hulpverlening die niet onvoorwaardelijk buigt voor het Woord van God. „Zoals de kerk theonoom is en theocentrisch behoort te zijn, zo is de hulpverlening helaas nogal eens autonoom en antropocentrisch; dus wie staat er in het middelpunt, de Heere of de mens?" Dit grote gevaar bedreigt ook de pastor, wanneer hij hulp verleent en het Woord dicht laat. Dan is men volgens ds. Van Aalst fundamenteel oneigenlijk bezig. „De pastor is dienaar des goddelijken Woords. Dat is je roeping èn je begrenzing. De allereerste taak is, met de woorden van het bevestigingsformulier ..het Woord van God grondig voor te dragen". Het is niet de bedoeling dat de pastor hijgend de gemeente doorgaat, zonder Boodschap. Pastoraat vanaf de kansel bedrijven is de meest preventieve vorm van hulpverlening. Dat betekent, dat je binnen de afzondering van de beZATERDAG 21 DECEMBER 1991 dien ing van het genadeverbond het Woord van God laat schijnen op de mens in zijn totaliteit van ziel, licliaam en geest. De omheining van Gods geboden werkt heilzaam voor de totale mens. De rust van het Woord van God en het gebed heeft een zegenrijke invloed, ook indediepte van het lijden". >.

„De pastor moet begeleiden, dat wél, maar dan wel in de ware betekenis van het woord, namelijk "samen en leiding geven". Hij leeft wel met de mens in nood mee, maar er moet ook leiding van hem uitgaan, vanuit de Heilige Schrift, in elke levenssituatie. Begeleiden is wat anders dan meepraten en het is jammer dat dit vaak wordt ervaren als betutteling en bevoogding, als niet gewenst.

Fricties

Op dit punt ontstaan volgens ds. Van Aalst mogelijke fricties met de hulpverlening. De hulpverlener is gevormd door de eigentijdse menswetenschappen, heel sterk gestempeld door het humanisme: de autonomie van de hulpvrager en diens zelfverloochening staat centraal. Met het bijbelse „zichzelf verloochenen" kan men bij voorbeeld in zo'n kader weinig beginnen. „Als je het antithetische van de Schrift op ons mens-zijn gaat verdoezelen, dan raak je de Schrift kwijt. We moeten naast de zondaar gaan staan, in herderlijke bewogenheid, maar zonde altijd zonde blijven noemen. Het geweten moet niet genormeerd worden door de pastor, bij voorbeeld in echtscheidingssituaties, maar aan Gods getuigenis".

Als men de predikant ziet als hulpverlener, dan „heb je geen zicht op het ambt noch op de hulpverlening", zo stelt ds. Van Aalst verder. „Er is tweeërlei optiek. Je moet de grenzen van eigen kunnen weten. De problemen zijn vaak te complex. Als ik iets met een of twee bezoeken zou kunnen uitrichten, zou ik het direct doen. Je schapen gaan je tenslotte ter harte. Maar de pastor wordt in het algemeen er bij geroepen als het al te laat is".

Grote waarde blijft de Benthuizer predikant hechten aan een goede relatie met de hulpverlening. „Dat is van wezenlijk belang voor degene die begeleid wordt. Daarom is het van fundamenteel belang naar welke hulpverleningsinstantie verwezen wordt. Jammer wanneer de vrijblijvendheid hier gezocht wordt door de hulpvrager".

De voorzitter van ADZ vindt het een slechte zaak als er een barrière zou zijn naar de pastor. Of dit toch niet vaak het geval is? „Ik hoop van niet, maar ik vrees van wel. Je wil meeleven als herder, met de staf van het Woord. Ook al gaat dat tegen de tijdgeest in, dan is het toch niet hard? Anders moeten we eerlijk bekennen ons niet te willen laten gezeggen. Dat is ook eigentijds. Doel van de hulpverlening is toch óók, de mens te laten functioneren als mens Gods, en dat kan dus nooit buiten de Heilige Schrift en de relatie met de Schepper om". <

Intensivering

J. Bloemendaal, directeur van De Vluchtheuvel. stichting Hulpverlening uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten, vindt dat de contacten tussen pastor en hulpverlener goed zijn waar de contacten er al zijn, maar dat over het

Mensen met psycho-sociale problemen zouden in eerste instantie niet bij hun pastor of bij de hulpverlener moeten komen, maar bij het „natuurlijke netwerk" van gezin en vrienden. Foto RD algemeen die contacten best wel geïntensiveerd kunnen worden. Psychosociale problemen komen niet in eerste instantie bij de pastor, maar bij de hulpverlener terecht, veel via bemiddeling van de huisarts. En dat is niet te betreuren. „Als iemand een blindedarmontsteking heeft en daarvoor in het ziekenhuis moet worden opgenomen, dan is hét zeer zinvol wanneer iemand daarvoor voorbede vraagt en de pastor daarvan op de hoogte stelt. Maar het zou een vreemde zaak zijn als hij zegt: Dominee of ouderling, wilt u mij behandelen? Zo is het ook zo met psychosociale problemen. Het is niet de eerste taak van de pastor om daarmee bezig te zijn, hoewel vroeger deze problemen grotendeels bij hem terechtkwamen".

De taak van de pastor bestrijkt een breed terrein. Pastoraat doelt op de gehele mens voor het gehele leven. Maar dat betekent niet dat je met elk probleem naar de pastor moet komen. „Met een klacht over een fobie of een bepaalde stress-situatie ga je niet direct naar een pastor toe. Wel als het gaat öm levensvragen, die fundamenteel ingrijpend zijn. We stimuleren dan ook in die gevallen dat de pastor er van op de hoogte is dat iemand bij De Vluchtheuvel om hulp heeft gevraagd".

„Soms kan een gesprek met de pastor, bij voorbeeld bij beginnende huwelijksproblematiek, de lucht al doen opklaren. Maar als het gaat om ernstige gevallen, zoals langdurig zeer slechte communicatie tussen man en vrouw in het huwelijk, zijn er gesprekken nodig die de communicatie verbeteren, en dat is naast een fundamentele ook een technische zaak, waar je bepaalde methoden voor nodig hebt. Zodra de problemen structureel en permanent worden, is een gerichte aanpak nodig. Soms heb je het idee: Waren ze maar eerder naar een hulpverlener gegaan, dan was het niet zo ver gekomen".

Drempelvrees

Er is bij mensen in psychische nood altijd een drempel te overwinnen om met hun problemen bij een ander te komen. „Dat houdt immers erkenning in dat je het zelf niet kunt. Bovendien worstel je met de vraag of jouw probleem wel een echt probleem is". Bloemendaal benadrukt vooral het belang van de (pastorale) aandacht van de gemeente, van leden onder elkaar. Pastoraat is meer dan wat de ambtsdrager doet. Naast de oprukkende individualisering zie je ook „verblijdende dingen", namelijk dat mensen in stilte acht op elkaar geven. Immers, lang niet alles behoeft op het bordje van pastor en kerkeraad terecht te komen, die al druk bezet zijn. Bloemendaal bevestigt dat geloof helend is, maar het kan de problemen nooit defi n itief uit de wereld helpen. „I n de aardse bedeling is alles ten dele, ook in de hulpverlening. Je hebt situaties waar hulpverlening geboden is, maar waar men niet wezenlijk tot oplossing komt. bij voorbeeld vanwege iemands karakterstructuur. Je verandert géén mensen door hulpverlening. Het is God Die mensen verandert en vernieuwt. Wel kun je zeggen dat als er een levend geloof is en een aangebonden leven, er een helende werking van uitgaat. Een slordige levenswandel kan psychische en sociale problemen geven, maar aan de andere kant geldt ook: Enerlei wedervaart de rechtvaardige en de goddeloze".

Af van domineeskerk

Volgens dr. J. van der Wal, directeur van gliagg De Poort, dé stichting voor ambulante geestelijke gezondheidszorg op gereformeerde grondslag, moeten we af van een „domineeskerk". Het is nodig dat de ambtelijke leiding breder gedragen wordt in de gehele gemeente. De problematiek is namelijk veel groter dan de hulpverlening kan behappen. Onderzoek heeft volgens dr. Van d?r Wal aangetoond dat 25 procent van de Nederlanders te kampen heeft met ernstige psychische klachten (van wie 17 procent in de officiële GGZ terechtkomt) en De Poort moet vier van de vijf gevallen doorverwijzen. „We zijn gedwongen om vanuit natuurlijke samenlevingsverbanden, ook de kerk, hier wat aan te doen. Dat is ook onze bijbelse roeping". Regelmatig contact met elkaar, het opzetten van een mantelzorg en het bieden van sociale steun kunnen de draagkracht al erg versterken. „De persoonlijke bewogenheid kan als zodanig genezend zijn, in de meeste situaties is dat zelfs al voldoende", aldus dr. Van der Wal.

Volgens Van der Wal is ieder mens in principe toegerust om psychosociale problemen te onderkennen. „Het gaat om een relationeel in plaats van een technisch probleem. Een dominee of iemand anders kan via invoelingsvermogen, en als er voldoende sociale vaardigheden zijn, dezelfde dingen intuïtief doen die de hulpverlener planmatig doet. De hulpverlener maakt gebruik van normale, algemeen menselijke vaardigheden tot communicatie, afgezien van specifieke medisch-technische ingrepen, zoals medicijnen. Een dominee kan problemen uitstekend verhelpen, als hij maar de juiste snaar en juiste toets raakt".

Maar toch ligt er een duidelijke grens bij de pastor. „De pastor is geen hulpverlener. Hij kan wel depressieve gevoelens vaststellen, maar niet een depressip, die om specieke kennis en behandeling vraagt, genezen. Puur fysiek zijn er bij hem al grenzen met betrekking tot het werk, te meer daar sommige problemen jaren achtereen voortduren. Het ontbreekt hem aan het instrumentarium. Wel kan de pastor in de voorbede velen tot zeer krachtige ondersteuning zijn als hij regelmatig hun problemen noemt". Of iemand een drempel moet overwinnen naar de pastor, hangt er van af hoe deze pastor zich opstelt. Iemand die het allemaal goed weet, stoot af. „Dat kan een reden zijn dat sommige predikanten nooit met een verwijzing komen. Wat moet een arme tobber bij zo'n superman?" Van der Wal hoopt echter dat mensen met psycho-sociale problemen in eerste instantie niet bij hun pastor of bij de hulpverlener komen, maar bij het „natuurlijke netwerk" van gezin en vrienden. Dat men toch vaak de pastor mijdt, is volgens de directeur van De Poort te verklaren doordat de hulpverlener anoniemer is, meer zakelijk gericht, en ook een duidelijk omschreven beroepsethiek van zwijgen heeft. Dat de dominee van heel wat gevallen in zijn gemeente niet weet, kan uit schaamte van de patiënt voortkomen, of omdat men beseft dat de pastor te weinig pastorale feeling voor psychische noden heeft. Door het vervagend normbesef, de toenemende gebrokenheid en de grote mobiliteit ontstaan er steeds meer problemen in de psychisch-sociale sfeer, constateert ook dr. Van der Wal. Er

Zorg voor het leven houdt ook bewogenheid in voor de medemens in zijn psychische en sociale nood. Foto RD moet volgens hem ten diepste ook een geestelijke strijd gevoerd worden, omdat de Boze steeds meer macht krijgt.

Crisispastoraat

Ds. L. van Nieuwpoort, ziekenhuispredikant in het Ikazia-ziekenhuis in Rotterdam, heeft op de werkplek heel goede ervaringen met de hulpverlening. Hij beschouwt het als een unieke situatie dat hij met de hulpverlening in Ikazia in geestelijk opzicht op één lijn staat. Hij kan met de hulpverleners overleg plegen en elke informatie krijgen die voor hem nodig is. Dat is volgens hem uniek en drukt de vertrouwensrelatie uit.

Ds. Van Nieuwpoort heeft in de meeste gevallen te maken met „crisispastoraat". „Ik hoor hier verhalen die ik als gemeentepredikant vroeger nooit gehoord heb", zegt hij. Zo heeft hij te maken met patiënten die in Ikazia liggen als gevolg van gebruik van alcohol en drugs. . „Dan is het vooral belangrijk om te luisteren naar de eigenlijke nood van deze mensen en vandaaruit te zoeken naar een stukje verkondiging, een boodschap van bekering en vergeving. Dan probeer je ook als pastor de geestelijke krachten te mobiliseren, als ze er nog zijn". Een humanistisch georiënteerde hulpverlener zou wijzen op de mogelijkheden die de mens zelf heeft, in plaats van deze van Boven te verwachten.

De psycho-sociale problemen zijn tegenwoordig zeer groot, zo erkent ook ds. Van Nieuwpoort. Veel ziekten die hij in het Ikazia-ziekenhuis tegenkomt, zoals hart- en huidziekten, kanker, en andere ziekten, zijn nogal eens ontstaan als gevolg van stress-factoren, van relatie- en zingevingsproblemen, of van depressieve gevoelens. In de medische wereld komt gelukkig meer oog voor de niet-medische oorzaken van ziekten, zoals ook het Helen-Dowling-instituut in Rotterdam beklemtoont.

Verticale dimensie

.De pastor moet in de situatie van hulpverlening de verticale dimensie laten zien, stelt de Rotterdamse ziekenhuispastor. De Heilige Geest kan dit tot zegen gebruiken, ondanks of door middel van mensen. Ds. Van Nieuwpoort betreurt het dat hulpverlening en pastoraat zo ver uit elkaar zijn gegroeid. Als de kunde en kennis ontbreekt, moet de pastor een stapje terug doen en deskundigen hun visie laten geven. Doorverwijzen kan om praktische redenen al niet, omdat dit een taak van de huisarts is.

Ds. Van Nieuwpoort kan zich wel de angst voor de neutrale riaggs voorstellen. „De secularisatie is overal zo doorgedrongen, dat mensen tegen mij zeggen: U gaat toch niet om genezing bidden, want daar gaat God toch niet over?". De Rotterdamse ziekenhuispastor betreurt het dat er tegenwoordig zo weinig „wijze predikanten zijn, persoonlijkheden die een uitstraling hebben. Predikanten worden tegenwoordig van die doorsnee-mannetjes. Er is een verburgerlijking gaande onder de predikariten".

Het is van groot belang, aldus ds. Van Nieuwpoort, dat de pastor toerusting ontvangt van hulpwetenschappen als psychologie en sociologie. De pastoraalpsychologische training in Utrecht heeft hij als zeer verrijkend ervaren. „Ik ga er niet van uit dat je het gebod moet vinden in de situatie. Je moet uitgaan van het Woord van God, maar dat moet je wel toepassen in de concrete situatie. De Heilige Schrift kun je alleen toepassen als je eerst de situatie goed gekend hebt. Jezus zegt tegen de Samaritaanse vrouw, de rijke jongeling, de ouders van de blindgeborene en de man van Bethesda steeds wat verschil lends. Jezus ging helend rond, in Hem zijn hulpverlening en pastoraat één. Dat moet ook ons tot een voorbeeld zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.