+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

Over kinderbijbels

In het novembernummer, van de Reformatorische school schrijft de heer/. A. Kole over de vraag, of en zo ja welke kinderbijbels we zullen gebruiken bij de begeleiding van onze kinderen. We kunnen niet zeggen: Het geeft niet, welke we aanschaffen, want het is 'maar een kinderbijbel'. Integendeel, niet alleen is vertellen, aan kinderen een hoge kunst, maar het vertellen van de bijbelse verhalen veronderstelt toch altijd een bepaalde theologische achtergrond. Wat is de Schriftbeschouwing van de schrijver of schrijfster van een kinderbijbel? Welk beeld van God en de heilswerkelijkheid proberen we over te dragen? Hoe spreken we over het wonder? Vertellen we de verhalen op zich, of proberen we er ook een toespitsing aan te geven in evangelisatorische of appelerende zin?

Kinderbijbels kunnen onbedoeld soms een heel verkeerde voorstelling in de hand werken, b.v. een onbijbels, eenzijdig Godsbeeld, een moralistische visfe op het heil enz. enz. Waarom gebruiken we een kinderbijbel? Kole noemt als doel: om het kind zelf naar de Bijbel zelf toe te brengen. Om het een gids in handen te geven naar het grote Boek. Dus geen doel op zichzelf, maar een hulpmiddel. Tegen de klassieke kinderbijbels worden in onze tijd nogal bezwaren ingebracht. Kole kent die be-zwaren ook. Maar toch kiest hij voor de kinderbijbels met een duidelijk reformatorische achtergrond.

Hij schrijft in dit verband:

Als ik dan kies voor de kinderbijbels met een duidelijke reformatorische achtergrond, die ik al eerder genoemd heb, dan wil dat niét zeggen dat er geen bezwaren te noemen zijn.

Ik denk dan aan het moraliseren, dat m.i. wel moet gebeuren. Iets wat goed is, moet genoemd worden. En omgekeerd: iets wat verkeerd is, daar m oeten we ook op wijzen. Maar u begrijpt wel welke kant ik op wil. Daar waar de ene persoon altijd goed, vroom en oprecht is en op grond daarvan door God uitverkoren wordt (Abel, Jakob, David, Petrus) en de ander altijd slecht en gemeen is en daarom door God verworpen wordt (Kaïn, , Ezau, Saul en Judas), vindt er een zwart-wit tekening plaats, die we niet in de Bijbel tegenkomen. Genade, geloof, rechtvaardiging zijn gaven van God, die om niet toegerekend worden op grond van de aangebrachte gerechtigheid door Christus! De zonden van Gods kinderen worden in de Bijbel niet weggemoffeld, maar staan er als bakens ter waarschuwing. Zonde wordt bij het moraliseren gelijk gesteld met slechtheid. In de Bijbel is de zonde in de eerste plaats geen daad, maar de toestand dat we uit de gemeenschap van God gevallen zijn; we hebben ons doel gemist!

Dat er in de kinderbijbels, die we bij onze ouders aantreffen, gedogmatiseerd wordt, is op zich niet verkeerd. Daar kan men niet buiten; daar mag men niet buiten bij het schrijven van een kinderbijbel; maar dan zo dat het naar de zin en de mening-van de auteur van de Schrift, de Heilige deest is. Het gaat om Wet én Evangelie, zonde én genade, hel én hemel! Als de liefde van Christus ons drijft, leidt, bij ons schrijven (en vertellen) dan zijn we bezig, als onnutte dienstknechten, op de juiste toonhoogte! De meeste van die is de liefde.. Het esthetiseren, het mooier maken dan het in werkelijkheid is, is ook een gevaar, vooral in de kleuterbijbels! Dan willen we het zo dicht mogelijk bij onze kleintjes brengen. Dat is begrijpelijk, maar wel oppassen: het is heilige grond.

Bij de indeling van de kinderbijbels heb ik de diverse uitgaven gerubriceerd. In de leeftijd van zeven jaar zou ik zelf kiezen voor het Kleutervertelboek van Anne de Vries. U moet wel bedenken dat deze meèsterverteller behoorde tot de Gereformeerde Kerken in Nederland en deze kleuterbijbel in de veertiger jaren geschreven is. Meer hoef ik daar niet over te zeggen. De boekjes uit de serie: Wat de bijbel ons vertelt (NBG/KBS), zijn in eerste instantie bedoeld voor geestelijk gehandicapte kinderen. Bij deze boekjes behoren ook grammofoonplaatjes met vertellingen en Uedjes. In veel gezinnen, op kleuterscholen en in de eerste klassen van de lagere school, komen we ze veel tegen én de kinderen zijn geweldig enthousiast! Steeds weer moeten de boekjes er aan te pas komen en moet er aan de hand van de tekenin-• gen (modern) verteld worden. De tekst is erg sober en neutraal (? ). Vandaar dat deze boekjes zowel in protestantse als in rooms-katholieke gezinnen en scholen gebruikt worden. De waardering? Dat hangt helemaal af van de manie^ waarop ze gebruikt worden! Dat geldt ook van de tekeningen. Van sommige boekjes moet ik persoonlijk niets hebben!

In de rubriek kinderbijbels (7 tot 10 jaar) gaat mijn voorkeur resp. uit naar de kinderbijbel van Vreugdenhil (de toespitsing van het verhaal kan in veel gevallen veel puntiger gebeuren; steeds dezelfde opbouw van de verhalen werkt ook niet uitnodigend!), van Anne de Vries of W.G. van de Hulst.

Voor de meisjes en jongens van tien jaar en ouder zou ik graag willen wijzen op de jeugdbijbel van Ingwersen (bedoeld als ev^ngelisatiemiddel); ze blijft heel dicht bij de Bijbel en de toespitsing van het verhaal nodigt uit tot een gesprek met de tafelgenotei? !

’De bijbel behandeld voor jonge mensen' van W. Meesters is een goede jeugdbijbel. De tekeningen van Isings en de toelichtingen erbij spreken erg aan. Bij deze leeftijdsgroep kunnen de kinderbijbels genoemd bij de jongere leeftijd, ter afwisseling, ook nog een rol spelen! Vanuit niet-reformatorische hoek stamt de zeer bekende en veel verkochte kinderbijbel van dr. Klink. Deze kinderbijbel (voor 10 jaar en ouder) is voorzien van goede illustraties, daarnaast worden er liederen en bijbelspelen gegeven. Zij is zeer sober in haar vertellingen en blijft dicht bij de taal van de Bijbel! Ze vertelt goed en de vormgeving is ook goed. Inhoudelijk ontbreekt echter het typisch reformatorisch geluid erin.

De kinderbijbel als hulpmiddel zullen we dankbaar mogen en moeten gebruiken. Maar laten we in de gezinnen Onze kinderen er ook aan wennen te lezen uit of te luisteren naar de lezing uit de Bijbel zelf. En niet uit gemakzucht blijven steken in de kinderbijbels.

De heer Kole heeft nogal grote bezwaren tegen de kinderbijbel van Karel Eykman,

Woord voor Woord. Hij schrijft hierover:

Na lezing van die verhalen, 'die niet in de plaats van de bijbel komen, maar verwijzen naar de bijbel' (6), kun je enkel teleurgesteld deze paperback opzij te leggen. Is dat nu de boodschap van de Bijbel: 'Dat Jezus niet een man was die indertijd mooie dingen zei, maar dat hij gelijk^ had-(7)'. Wat treurig dat de gezamenlijke kerken het5 mogelijk gemaakt hebben (en nog doen), dat op zo'n profane wijze de boodschap van de Bijbel verteld is! Je doét je ziel geweld aan, als je dit-boek in je gezin4 gebruikt om je kinderen te laten kennis maken met de * inhoud van de Bijbel. Zonder eerbied wordt omge--gaan met de verhalen van Gods Woord; alle handelingen en woorden die vanuit de hemel plaats hebben worden systematisch doodgezwegen! Alles is gericht op het hier-en-nu en Jezus wordt voorgesteld als wereldverbeteraar, die konsekwent aan de kant van de armen zich opstelt en ophitst tot verzet tegen de (materieel) rijken. De uitgever moest zich schamen om een dergelijke uitgave te presenteren aan de opvoeders in ons land.

Met enkele voorbeelden zal ik het bovenstaande verduidelijken.

Maria tot Jozef;

’Luister ik ben zwanger, ik zal een kind krijgen'. Jozef liet van schrik de planken uit zijn handen vallen.

Maria:

’Van nu af aan zullen ze moeten weten dat God sterker is dan ze dachten. Dan merken ze het wel, al die hoge heren, die in de war zullen raken als mijn zoon aankomt. Dan vallen ze van schrik van hun dure stoelen af. Dan komen de gewone mensen ook. eens tot hun recht. Dan krijgen de mensen die arml zijn waar ze recht op hebben. Zo zal het eens kunnen zijn in ons land. Dat heeft God al lang beloofd'. (9-11)

Na de geboorte (geen boodschap van God aan de herders en geen engelenzang!): "Er kwamen mensen langs die de hele nacht hadden doorgewerkt. Herders en nachtwakers. Meisjes die in een café hadden gewerkt. Zwervers die geen geld en geen bed hadden. Ze kwamen feliciteren. Ze zeiden: 'We kregen te horen dat er een zoon geboren was, \Ve wilden hem zien. Want het kan zijn dat hij de man zal worden naar wie we verlangen: de nieuwe' koning die de wereld zal veranderen'. (14)

De doop van de Heere Jezus: 'Laat mij er ook door heen'. Toen bracht Johannes hem door het water. (Waar komt Johannes opeens vandaan? K.) 'Iedereen die erbij was, iedereen die het zag, merkte dat het nu om iemand ging met wie iets nieuws zou kunnen beginnen. Hij kwam uit Nazaret. Zijn naam was Jezus”.

(19) De storm op zee: 'Simon schreeuwde en schopte tegen hem (Jezus) aan. 'Zou je niet eens wakker worden!' riep hij. 'We gaan eraan. Allemaal! We verdrinken! Er is niets meer a3n te doen!' Jezus was meteen wakker. 'Nee, riep hij. 'Dat mag niet. Zo gemakkelijk mag dat water ons niet hebben. Laten die golven ophouden. Vooniit’. (-)

Toen de storm voorbij was, zei Jezus: 'Je moet ook niet zo gauw geloven dat we doodgaan. Anders gebeurt het ook nog veel te gauw'. (54)

In Gethsemane: 'Ik (Jezus) wilde bidden. Ik heb hardop tegen God gezegd wat ik dacht. Ik heb gezegd dat ik bang ben, werkelijk bang. Ik wil weg vluchten voor priesters en soldaten die mij dood willen maken. Maar wat moetje als je weet dat God dat niet wil. God wil dat ik doorga om de mensen in Jeruzalem te helpen, wat moet ik'nu? ” (109)

Op Golgotha: 'Er waren donkere wolken die dag. Er kwam onweer. Ze zeggen dat Jezus veel pijn heeft gehad. Hij schreeuwde nog iets voor hij doodging. Ze konden niet goed horen wat. Maar het was iets uit een oud lied dat in de bijbel sl; aat. Dat staat erin: Mijn God, mijn God, waarom laatje mij in de steek? ' (115)

Op de Paasdag: 'Jezus heeft het jullie toch altijd.verteld. Hij wilde de mensen vrijmaken. Vrij van verdriet over doodgaan. Vrij van keizers en koningen. Vrij van tempels en priesters. Net zoals Mozes dat wilde en de profeten van vroeger. Hij is ermee begonnen. Dat kan nu doorgaan. Het is niet afgelopen met Jezus. Het begint nu pas goed'. (122)

Graag geven we dit ter overweging aan u door. We zijn het met de conclusie van de schrijver eens: een kinderbijbel? Ja! Maar laten we dan wel zorgen voor een goede gids om ons te leiden naar het land van de Bijbel. Vertellen is tenslotte uitleg en toepassing. Ook als dat gebeurt aan kinderen.

Welke Jezus?

Dat is de vraag, waar üf^. J. P. van Roon over schrijft in het Hervormd Weekblad van 16! december. U vindt het mogelijk een vreemde vraag. De Bijbel spreekt ons toch van Jezus, de Christus. Maar de verwarring is groot. Er is veel Jezus-prediking die met de Christus der Schriften niets te maken heeft. Dat roept ons tot bezinning en verantwoordelijkheid. In revolutionaire'tijden hebben we waakzaam té zijn. En Van Roon herinnert dan aan een artikel in 'Ouders van nu' van sept. '76. In dat artikel wordt gevraagd: Wat wordt kinderen op school over God verteld?

Uit genoemd blad de volgende vier citaten: 'In de theologie werden belangrijke accenten verlegd. Jezus wordt niet meer gezien als de Zoon, die door God de Vader werd geofferd als verzoening voor de slechtheid en zondigheid van de mensen, maar als Verlosser, die op deze wereld zó gewerkt heeft, dat de mensen weer zouden kunnen geloven in die toekomst, waarin alles nieuw zal worden. Jezus is een mens geweest zoals waar God in zijn schepping van begin af naar heeft 'toegewerkt'. Tweede citaat, waarin het gaat om het wonder van Jezus. Die een zieke geneest: 'Was Jezus eigenlijk een soort superman? Heeft Jezus nu echt zieken beter gemaakt en doden tot leven gewekt? Nee. Het verhaal in de bijbel is niet letterlijk bedoeld. Verhalen over wonderen werden twee duizend jaar geleden overal in de wereld verteld. Iedereen kende ze. Ook de eerste christenen waren ermee vertrouwd. En zij vervlochten in die verhalen de boodschap, die ze over Jezus wilden vertellen'.

Derde citaat: 'Wat wil nu het vernieuwde godsdienstonderwijs bereiken? En wat is de rol van de nieuwe godsdienstleraar? Samengevat kun je zeggen, dat ze niet meer optreden als verkondigers van geloofswaarheden, die elke leerling maar te accepteren heeft. In plaats van: dit is de waarheid die ons door'God is geopenbaard, is het nu: zo stelden de mensen zich vroeger God voor, hoe proberen wij. ons nu God voor te stellen? ' Vierde citaat: 'De nieuwe boekjes voor godsdienstonderwijs (die de schrijver van dit stuk in 'Ouders van nu' op het oog heeft) wekken geen angst op voor het eigen zieleheil. Ze roepen op tot betrokkenheid voor wat er hier en nu in de wereld gebeurt. Je bent door God in de wereld gezet als verantwoordelijk mens. Godsdienst is niet meer het trouw en gehoorzaam vervullen van kerkelijke plichten om in de Hemel te komen. Godsdienst is steeds weer opnieuw proberen in de wereld gestalte te geven aa'n datgene wat je ervaart als Gods bedoeling'. Inderdaad heeft 'Ouders van nu' gelijk door boven het betreffende stuk in dat blad te zetten: revolutie in de religie. Alleendeintentie van dat stuk is totaal anders als van mij, die in ditartikel op dit stuk wijst en uit dit stuk citeer. In 'Ouders van nu' is het een positief waarderen van de geconstateei'de revolutie: wèg al dat ouderwetse, achterhaalde, heilsegoïstische, nietszeggende, wereldvreemde, hemelgeloof en een zekere triomphale ontdekking: zó kun je op een moderne wijze toch religieus zijn. Terwijl ik juist in tegenstelling dit hele stuk negatief beoordeel: als op deze wijze godsdienstles gegeven wordt en zó onze kinderen godsdienstig gevormd worden, dan is dit de laatste generatie. Dat soort religie heeft met bijbels christelijk geloof niet veel meer te maken dan alleen het gebruik van wat zelfde terminologie.

Ik meen dat de schrijver terecht erop wijst dat de in Ouders van nu positief beoordeelde revolte een ontlediging betekent van de bijbelse verkondiging. Hier houden we van de bijbelse Christusprediking niets over. Als u zoudt menen dat het hier gaat om een theologentwist, die zich, ver van het gewoel van het leven afspeelt vergist u zich. Leer en leven hebben alles met elkaar te maken. Wat zijn de ethische consequenties van de in Ouders van nu gepropageerde omwenteling in het godsdienstonderwijs? We geven nogmaals het woord aan Van Roon.

Dat dit alles maar niet wat getheoretiseer is en buiten de realiteit van elke dag zou staan, maar ook het leven raakt in al zijn facetten wordt steeds duidelijker. Dogmatiek en ethiek zijn niet te scheiden. Als de bijbel niet is de objectieve openbaring Gods maar alleen maar een weergave van hoe mensen vroeger religieus-geweest zijn, dan kan ik nu in deze tijd mijn eigen gang gaan.

In hetzelfde nummer van september van 'Ouders van nu' las ik een rubriek Man-Vrouw met een beschrijving van ruilen van partner.. Twee echtparen (een van 36 en 34 jaar, acht jaar getrouwd en twee kinderen en een van 26 en 24 jaar, zes jaar getrouwd en drie kinderen) wonen in een nieuwe stadswijk vlak bij elkaar, krijgen vriendschap, komen bij elkaar, gaan gevieren uit en het slot van het verhaal is dan dat ze eenmaal per week een avond van partner ruilen: de éne man met de andere vrouw op de bank in de kamer, de andere man met de vrouw van de eerste boven in de slaapkamer. Dat is dan een wekelijks terugkerend tafereel. Het artikel is nog verlucht met een foto, waar de éne man met de vrouw van de ander in de armen op bed ligt....

En dan heet het blad, waar dat fraais in staat: 'Ouders van nu'! Je vraagt je af: ls dit nu de ouders van nu zijn, wat zullen dan de kinderen van straks zijn? Zo'n blad kun je in christengezinnen niet hebben!! Zijn we niet een periode ingegaan, en dat is inderdaad een revolutie, dat we om des geloofs wille, om des gewetens wille, om Gods wille tegen allerlei wat in de wereld gebeurt en in de samenleving aan de orde is en in ons leven en in onze gezinnen binnendringt néén hebben te zeggen en hebben te doen? Omdat we ja zeggen tegen Jezus Christus? ! Het zou wel eens kunnen zijn, dat de tijd van het compromis voorbij is en de tijd van bewuste en gemotiveerde keuze daar is. Jezus heeft immers gezegd, bij Zijn heengaan na volbracht verzoeningswerk tot zijn discipelen, die Hij als apostelen uitzond: aat heen, onderwijst al de volken, en leert hen onderhouden al wat Ik u geboden heb. (Mattheus28 : 19). En eerderhadHij totzijndistipelen al gezegd: ndien gij mijn geboderi bewaart, zo zult gij in mijn liefde blijven zoals Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb en blijf in Zijn liefde (Johannes 15 : 10). Dat is de belofte al in de tien geboden: k doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en (dat wil'zeggen) Mijn geboden onderhouden (Exodus 20 : 6). Dat is niet weg te vegen met té schrijven, dat godsdienst zou zijn het tr^uw en gehoorzaam vervullen van (kerkelijke) plichten - zoals in het vierde citaat hierboven werd overgenomen uit 'Ouders van nu' maar in de''oprechte godsdienst komt üit wat Jezus zei: ndien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. (Johannes 14 : 15). Daar zorgt de Heilige Geest voor. Dat hoort óók bij de Jezus van de bijbel, de Christus der Schriften, om Wien het op het Kerstfeest gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.