+ Meer informatie

Jonge hoeren vind^ vrijheid groot goed \

3 minuten leestijd

Want naast het dagonderwijs werd plaats gemaakt voor het beroepsbegeleidend onderwijs. En dat bestaat nu nog steeds. Niet in de vorm van drie of vier avonden in de week naar school, maar in het „part-time" onderwijs. Want iedere leerling die de LTS verlaat, is volgens de wet verplicht één of twee dagen vormend onderwijs te volgen. Wie deelneemt aan ,het leerlingwezen zal daarom de streekschool voor beroepsonderivijs bezoeken naast zijn gewone dagtaak in het bedrijf. Taak nu van het leerlingwezen is om zo'n leerling voorlichting te verschaffen over zijn werk (dat gebeurt ook al op de dagscholen voor lager technisch onderwijs) en hem daarna verder te blijven begeleiden. Ook dus wanneer die jongen of dat meisje (die kunnen immers ook een technisch beroep hebben gekozen) de dagschool verlaten heeft en werk gevonden in zijn of haar eigen sector.

Regelmatig krijgen de ouders van de leerling bezoek van de regionale consulent, zodat zij. op de hoogte blijven van de vordering van hun zoon of dochter.

Wat het werk van een regionale consulent nu precies inhoudt en hoe zijn contacten liggen met de leerlingen vertelt ons de heer F. H. Knobbout (41) die zelf nu al zo'n elf jaar in het vak zit en opereert in het Rivierengebied van Gelderland. •

T^dens een bezoek aan de Chrlstemke middelbare agrarische school in Putten had ik een bijzonder plezierig gesprek met een drietal leerlingen, die duideiyk aspiraties hadden om zelf boer te worden. Het drietal: Koos Koosonan uit Achter^ veld, Wim van der Kamp uit Putten en Kikkert Vliek uit Ermelo had duidel^k goe$ nagedacht over hun toekomst. Kenmerkend voor deze Jongelui was, dat ze het vr^é ondernemerschap als een groot „goed" zagen. Door de overheid verstrekte rental subsidies zouden eigenlek niet nodig moeten zijn, meenden zij. Het boereninkomeii zou uit de markt moeten komen. Ook de zogenaamde mesterijcontracten, met b^voorbeeld veevoederfabrieken, stonden b^ hen niet hoog aangeschreven. „D^ vryheid van de boer wordt er door beperkt".

Hetzelfde geldt voor de toekomstige landschapsparken. Een boer die in zo'n gebied woont, kr^gt met allerlei belenuneringen te maken. Als de overheid daarvoor een vergoeding geeft is dat wel aardig, maar dan ben Je toch eigenlek geeïf vrije ondernemer meer, vonden de Jongelui. ^

We kregen een interessant gesprek over produktie en prezen. De boer za} streven naar een zo hoog mogelijke produktie en h^j wil daarvoor graag een goede prijs ontvangen. Als de pr^s voor een bepaald produkt nogal goed is zal dat meestal een te hoge produktie veroorzaken en komt men met overschotten te zitten. Wil men overheidsingrepen uitsluiten, dan zal de bedr^fstak zelf produktie en afzet zo goed mogelJljk op elkaar moeten afstemmen,

Onze gesprekspartners waren verder van mening, dat Jongeren die later hel^ bedrijf van hun vader willen overnemen, meer inzage zouden moeten hebben in de rentabiliteit van het bedrijf. Ook pleitten ze voor een normale beloning voor dè meewerkende zoon, mede om een beginkapitaal te vormen voor de toekomst. 'l

Koos, Wim en Kikkert vonden het niet nodig, dat hun eventuele toekomstige vrouwen uit een landbouwmilleu zouden komen. Wel zouden ze belangstelling moeten hebben voor het bedr^f van ds man. Meewerken mag wel, maar moet niet noodzakeiyk z^n. „De vrouw heeft tenslotte ook haar huis en gezin te verzorgen".*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.