+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

„Gij hebt er goed aan gedaan zo openhartig met hem te spreken”, merkt de Pelgrim op. „Dat wordt tegenwoordig maar al te weinig gedaan, en daarom zijn zo velen van alle godsdienst afkerig. Juist door dat die woordenrijke dwazen, welker godsdienst alleen in klanken bestaat, terwijl zij in hun wandel slordig en ijdel zijn, zo menigmaal geduld worden in de kring van werkelijk godvrezenden, worden de lieden der wereld in de war gebracht, de christelijke belijdenis gesmaad en de oprechten bedroefd. Ik zou wensen, dat alien met dezulken handelen zoals gij gedaan hebt, zij zouden dan gedwongen worden meer overeenkomstig de godsdienst te leven, of zij zouden het in de kring der vromen niet lang uithouden”.

Een persoonlijk gesprekomtrenthetinnerlijke en bevindelijke leven van het geloof is van grote betekenis. En dat mag natuurlijk niet voortvloeien uit meesterachtigheid of hooggevoeligheid, maar uit liefde tot elkandersheil en zaligheid. Het doet niet ter zakealkan men nog niet spreken uit de oefeningen en beproevingen van het geloof, als het dan maar is een spreken uit de beleving van het gemis. In het besef de Heere te missen, tegen Hem gezondigd te hebben, zodat u geen levende hoop hebt voor de eeuwigheid, is het toch nog wel mogelijk daarmee echt en recht werkzaam te zijn aan de troon der genade. De Heere wil gevraagd zijn om hetgeen gekend en beleefd moet worden tot zaligheid.

De wereld heeft nog wel respekt voor het oprechte volk, dat naast die mensen staatmet de innige gunning der liefde, maar de hypokrieten kunnen de oprechten niet dulden.

Toen zei Getrouw:


„Mondchristen, die de wijsheid heeft in pacht,
Die grote woorden spreekt, waant dat zijn kracht
Is alle man te sterk. Maar zo slechts even
Getrouw hem spreekt van’t echt inwendig leven
Slinkt de ander als de maan, van wie de volheid wijkt.
Zo alien, in wie geen inwendig leven blijkt”.


Zo gingen zij verder, op Sion aan. Samen spreken ze over hetgeen zij hadden opgemerkt, en op die wijze werd de weg kort, die anders misschien lang zou zijn gevallen, omdat hui pad nu door een wildernis voerde. Maa gelukkig, Christus is in het verdienen van d' zaligheid ook gegaan door woestijnen en wil dernissen en gekomen op een plaats waar d( duivelen zich vrolijk maakten over dezwijnen en de mensen Hem baden te vertrekken. Enzo loopt de weg tot het deelachtig worden van de zaligheid ook door woestijnen en wildernissen. ’t Is onvermijdelijk. Als we dat niet aanvaarden is het niet mogelijk de voetstappen van Christus te drukken ten leven.

Toen ze nu bijna door deze wildernis heen waren, zag Getrouw schijnbaar toevalligeens om en bespeurde op enigeafstandiemand, die hen achterop kwam, en die hij terstond herkende. „Zie eens”, zei Getrouw tot zijn broeder, „wie komt daar achter ons aan?” De Pelgrim antwoordde: „Het is mijn goede vriend Evangelist”. „En ook mijn goede vriend”, zei Getrouw. „Want hij heeft mij de weg gewezen naar de enge poort”. Nu had Evangelist hen ingehaaldenbegroettehenme^ de woorden: „Vrede zij u, mijn welbeminden en vrede zij alien die als gij gezind zijn”. „Hartelijk welkom, goede Evangelist”, zo sprak de Pelgrim zijn getrouwe leermeester met vreugde aan. „Nu ik uw gelaatweer mag aanschouwen, breng ik mij weer al uw vriendelijkheid te binnenenuwonvermoeidearbeid voor mijn eeuwig welzijn”.

„Hartelijk welkom”, zei Getrouw. „Hoe aangenaam is uw gezelschap, goede Evangelist, voor ons, arme pelgrims”.

„Wel”, zei Evangelist, „hoe is het u gegaan sedert onze laatsteontmoeting?Welkeontmoetingen hebt gij gehad en hoe hebt gij u onder alles gehouden?”

Zie, Evangelist is een van develen, dieaangesteld zijn door de Heere tot „wegenwacht” om bijstand te verlenen aan de reizigers naar Sion. Hebben zij geen moeilijkheden danreist hij gewoonlijk, en dat ook tot zijn verkwikking, een eindweegs met hen mee. Het is dan ook een man die bij allerlei voorkomende moeilijkheden waarmee die reizigers soms te kampen hebben, bijstand kan verlenen om ze weer op gang te brengen.

Nu vertelden zij hem tot voldoening aan zijn vriendelijke belangstelling, hoe het hen alzo gegaan was op de weg en met welke moeilijkheden zij tot hiertoe gekomen waren. Evangelist wil weten of deze broeders tot wasdom gekomen zijn in het geestelijke en of hun zinnen geoefend zijn in het onderscheiden van goed en kwaad. En toen zij het 6en en ander verteld hadden, sprak Evangelist zijn voldoening daarover uit, zeggende: „Hetverblijdt mij ten zeerste, niet dat beproevingen uw deel zijn geweest, maar dat gij zeoverwonnenhebt en dat gij in weerwil van uw zwakheid, volhard hebt tot op deze dag! Het verblijdt mij een om mijnentwil 6n om uwentwil. Ik heb gezaaid, gij hebt gemaaid, en de dag komt, waarop zich tezamen zullen verblijden, beide die zaait en die maait. Dat wil zeggen: Indien gij volhardt; want gij zult ter bestemder tijd maaien, zo gij niet vertraagt. De kroon ligt voor u, en wel een onverderfelijke; loopt dus, opdat gij haar moogt verkrijgen. Sommigen begeven zich op weg om die kroon te verwerven en nadat zij een tijd lang gelopen hebben, komt een ander en maakt zich er meester van; houdt dus wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Gij zijt nog niet buiten het bereik van de pijlen des satans; gij hebt nog niet tot den bloede toe wederstaan, strijdende tegen de zonde; houdt steeds de gedachte vast aan dat koninkrijk en bedenkt steeds de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Geeft nauwlettend acht op uw hart en deszelfs bewegingen en begeerlijkheden, want het hart is bedriegelijk, meer dan enig ding, en uitermate boos. Zijt dan standvastig en versaagt niet, want alle macht in hemel en op aarde staat u ter zijde!”

De Pelgrim betuigde Evangelist zijn dank voor deze vermaning enverzocht hem tevens verder met hen te spreken, om hun tot hulp te zijn gedurende het verdere gedeelte der reis, te meer omdat zij wisten, dat hij een profeet.was en hen dus bekend kon maken met hetgeen hun verder kon overkomen en hoe zij het zouden weerstaan.

Met deze enkele woorden laat de Pelgrim ons in zijn hart kijken. Hij waardeert deze vermaarde wegenwachter en is met een innige leergierigheid aan zijn onderwijs verbonden. Inderdaad, Evangelist is een man met een profetische blik. Het verzoek van de Pelgrim nog wat bij hen te blijven tot hulp en onderwijzing op de weg, steunde Getrouw terstond. Door deze wildernis, en voor velen misschien nog wel een huilende wildernis, zijn de reizigers nog almakkelijkdoorgekomen. Maar nu deze wildernis ten einde loopt, rijst de vraag: Wat staat ons nu te wachten? Een man als Evangelist, die de weg door endoorkent, kan ons er wel wat van zeggen. En dat kan hij en dat zal hij ook wel doen, maar dat zal echt niet meevallen.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.