+ Meer informatie

Swammerdams religieuze poëzie weergave van geestelijke crisis

Naast veel waardering, nog verscheidene vragen

6 minuten leestijd

KAMPEN — Het gezag dat de Reformatoren toekenden aan de Heilige Schrift, heeft niet alleen consequenties gehad voor de leer van de kerk, maar ook voor de inrichting van het aardse leven. We zien dan ook dat in en na de Reformatie opnieuw de noodzaak beklemtoond wordt van een leven tot eer van God en tot welzijn van de mensheid, zoals ons dat in de wet der tien geboden wordt voorgehouden.

Ook natuuronderzoek diende in deze geest te worden verricht. Vele natuuronderzoekers aarzelden dan ook niet in hun boeken passages in te lassen waarin zij God prijzen, tot wiens eer zij hun werk wilden doen. Tot de wetenschapsbeoefenaren bij wie we dit tegenkomen, behoorde ook de grote zeventiende-eeuwse, Nederlandse natuuronderzoeker Jan Swammerdam. Zo schrijft hij in een verhandeling over de spierbeweging bij kikkers: „En daarom heb ik liever verscheyde saken willen verhandelen, dan een eenige, op dat de werken Gods niet verhoolen zouden blyven, om een weynig meer of minder kennis, die men van deselve zou mogen hebben: alsoo onse waaragtige weetenschap alleen bestaat, in dat we God wel weeten te beminnen".

Positief
Uit dit citaat blijkt dat hij het onderzoek van de natuur positief waardeert. Het gaat daarin immers om de werken van God. Toch is er in zijn leven een periode geweest dat hij uit zorg voor zijn zieleheil het natuuronderzoek stopgezet heeft. En juist deze periode is het onderwerp van het boek „Ontmoeting met Jan Swammerdam" van prof. dr. G. A. Lindeboom, dat we hier bespreken.

Jan Swammerdam werd op 12 februari 1637 te Amsterdam geboren. Zijn vader, een apotheker, had zijn zoon graag predikant zien worden. Reeds vroeg bleek Jans bijna hartstochtelijke belangstelling voor de levende natuur. Tijdens zijn studie in de geneeskunde — waartoe zijn vader tenslotte toestemming gaf — verrichtte hij reeds zelfstandig onderzoek. Na een studiereis in Frankrijk promoveerde hij tot doctor in de medicijnen op een proefschrift over de ademhaling. Twee jaar later publiceerde hij een werk over insecten.

Jans vader had voor de niet aflatende inspanning van zijn zoon om de levende natuur te doorvorsen, geen enkel begrip. Hij zag liever dat deze een medische praktijk begon om in zijn levensonderhoud te voorzien. Op den duur ontstond in huis een gespannen sfeer. Enerzijds moest Jan toegeven dat zijn vader niet geheel ongelijk had, maar anderzijds kon hij er ook niet toe komen het onderzoek aan bijen, waarmee hij toen bezig was, zo maar op te geven.

Zo raakte hij in een crisis, die meer en meer een persoonlijk geestelijk karakter kreeg. Hij begon zich af te vragen of het vermaak dat hij steeds had geschept in het bestuderen van insecten met zelf gemaakte microscopen, wel toelaatbaar was. Had het zieleheil geen voorrang? Eindelijk besloot hij zijn bijenonderzoek af te ronden (1673). Het laatste werk hieraan deed hij met toenemende schuldgevoelens.

Vragen
Swammerdam vond voor de vragen van zijn hart blijkbaar geen antwoord in de vaderlandse kerk der reformatie, waarop allerwegen kritiek was vanwege rationalisme en dode orthodoxie (Nadere Reformatie, Labadisten e.a.). Er zijn aanwijzingen dat hij conventikels bezocht, maar uiteindelijk kwam hij onder de bekoring van de ex-roomse, Franse dweepster Antoinette de Bourignon (1618-1680), die na allerlei verwikkelingen in 1668 naar Amsterdam was gekomen en daar een soort huisgemeente had gevormd.

Toen haar ook daar de grond te heet onder te voeten werd, week zij meteen groep getrouwen uit naar het waddeneiland No(o)rdstrand (1671). Haar sterke persoonlijkheid, haar vaak rake typeringen van de toestand van de kerk, haar vrome overpeinzingen en vooral haar gevoel geroepen te zijn een nieuw, van de Geest doortrokken Christendom uit te dragen, hebben vele, vooral mystiek aangelegde zielen aangetrokken. Ze liet talloze werken na, waarin o.a. de mystieke liefde tot de hemelse bruidegom wordt bezongen.

Bij deze vrouw, tegen wie hij hoog was gaan opzien, zocht Swammerdam hulp in zijn geestelijke nood. Op zijn (schriftelijke) vraag aan haar wat hem te doen stond om uit zijn crisis te geraken, was haar radicale antwoord: alles loslaten en Jezus volgen, d.w.z. zich bij haar gemeenschap voegen.

Nadat hij eerst nog zijn werk over de eendagsvlieg had gepubliceerd, ging hij naar het eiland Noordstrand (1675). De heerszucht van De Bourignon was de oorzaak van vele spanningen, zowel binnen als buiten de groep volgelingen. Ook Swammerdam heeft dit blijkbaar ervaren. In korte tijd was zijn mateloze verering voor de religieuze dweepster geheel verdwenen en tenslotte maakte hij zich na acht en een halve maand weer los van de gemeenschap (1676).

Terug
Hij keerde toen niet alleen naar zijn ouderlijk huis terug, maar ook tot de wetenschap. Hij hervond zijn innerlijk evenwicht en kreeg weer het juiste zicht op zijn natuuronderzoek: bezig zijn met Gods werken in Zijn Schepping. Een wetenschappelijk werk heeft hij echter niet meer uitgegeven. Zijn gezondheid was reeds jaren lang ondermijnd door de malaria, die hij bij zijn insectenonderzoek had opgelopen. In 1680 overleed hij, na het naturaliënkabinet van zijn in 1678 gestorven vader gecatalogiseerd te hebben, terwijl hij bovendien zijn eigen niet uitgegeven manuscripten persklaar gemaakt had.

Alles wat Swammerdam in mystieke geest geschreven heeft als de neerslag van zijn geestelijke strijd, vindt men bijeen in zijn bovengenoemd werk over de eendagsvlieg. Elk van de hoofdstukken over dit insect eindigt met een uitvoerige godsdienstige toepassing, waarin herhaaldelijk een gedicht is opgenomen. De tweede helft van het boek bevat allerhande religieuze bespiegelingen, allereerst een uitvoerige motivering waarom hij het natuuronderzoek liet rusten. Ook in dit stuk komen nogal wat gedichten voor, onder andere verscheidene berijmde Schriftgedeelten.

Het is de verdienste van Lindeboom dat hij alle religieuze poëzie van Swammerdam in een handzaam boekje heeft verzameld en voorzien heeft van een inleiding waarin de achtergrond van het ontstaan ervan wordt geschetst. Hij geeft echter nagenoeg geen theologische of literaire inleiding op de gedichten, zodat verscheidene vragen niet aan de orde komen.

Is Swammerdam door allerlei onreformatorische ideeën van De Bourignon beïnvloed of is hij desondanks calvinist gebleven? Blijkt daarvan iets in de gedichten? Wat is de visie van Swammerdam op de Schrift, de Drieëenheid, de leer der verzoening, en dergelijke? Welke trekken vertoont zijn mystiek? Is het de verborgen omgang met God of is het een onbijbels streven naar losmaking van het stoffelijke en naar eenwording met God?

Waarde?
En wat de literaire kant betreft, wat is de waarde van Swammerdams poëzie? Kan men terecht van gedichten spreken of is de natuuronderzoeker niet boven het niveau van rijmelarij uitgekomen? Kan men bepaalde invloeden aanwijzen van schrijvers en dichters uit zijn tijd? Met wie zou men hem kunnen vergelijken? Was zijn poëzie bij zijn tijdgenoten bekend?

Deze laatste opmerkingen doen niets af aan mijn waardering voor de vlot leesbare inleiding, waarin Lindeboom ons op heldere wijze duidelijk maakt hoe Swammerdam in een geestelijke crisis raakte. We mogen hem dankbaar zijn dat hij de gedichten van de natuuronderzoeker heeft verzameld. Mogeliik vindt iemand tijd en gelegenheid de vragen die ik boven stelde, te beantwoorden.

N.a.v: „Ontmoeting met Jan Swammerdam". Ingeleid en samengesteld door prof. dr. G. A. Lindeboom (serie: Ontmoetingen met mystici, 3). Uitgeversmaatschappij J. H. Kok, Kampen, 1980, prijs ƒ 17,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.