+ Meer informatie

Ook kleuters moeten verkeersregels kennen

5 minuten leestijd

„Verkeer verwerken we in thema's", zegt kleuterjuf M. L. van Galen. „Dat begint bij voorbeeld al met de stoeprand. Stoeprand is stoprand. Dan heb je het zebrapad. Daar moet je oversteken. En de verkeerslichten. Rood is stop. Bij groen mag je door. Vervolgens komen de verkeersborden. Dan gaan we wandelen door het dorp. Wat ze tijdens de wandeling gezien hebben laat je in de vertelling terugkomen. Ze maken tekeningen waarin de thema's aan de orde komen. Ze kleuren platen en werkbladen, zingen liedjes als "Rood zijn de lichtjes" en in het speellokaal ga je de regels toepassen. De kleuters leren het onderscheid tussen rechts en links. Je moet wel oppassen dat de kinderen verkeer niet als een spel gaan beschouwen. Het moet realiteit blijven. Zo ben ik ongeveer drie weken achter elkaar met ze bezig. In de loop van het jaar ga je dan dingen nog eens herhalen. Aardig is dat ook de ouders geconfronteerd worden met wat de kinderen geleerd hebben. Ze willen zien hoe hard papa rijdt, want je mag hier maar vijftig, en je mag niet naast de zebra oversteken of door rood licht lopen. De juf heeft het immers gezegd en wat de juf zegt is waar!"

Remweg
Na de kleutertijd komen ze in groep drie tot zes terecht. „In die periode geven we verkeer vanuit een werksituatie, ondersteund door de "Verkeersveilig"methode van Jacob Dijkstra", zegt onderwijzer W. Guijt. „Van lieverlee gaan we een stap verder. We maken een wandeling door het dorp, leren de leerlingen situaties beoordelen. Ze moeten verkeersborden leren en kunnen aangeven waarom dat bord daar staat. Verkeersregels en voorrangsregels komen aan de orde. Best moeilijk! Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor. Ze leren de regels beoordelen door hun weg van huis naar school uit te stippelen. Ze leren ook inzicht krijgen in remafstanden. Als je moet remmen, dan sta je niet gelijk stil! Dat oefenen we met de fiets op het schoolplein. We leren achter elkaar rijden en oefenen ook slalom. Kortom: alle verkeerslessen zijn op de praktijk gericht en vertaald naar de plaatselijke situatie.''

Computerprogramma
In groep zeven en acht ontfermt directeur E. S. P. van Kranenburg zich over de "kinderen in het verkeer". „Dat gebeurt echt op een interactieve manier", zegt hij. „We bespreken allerhande foto's waarin verkeerssituaties zijn afgebeeld. Op een speciaal schoolbord kunnen situaties worden opgebouwd en worden veranderd. Ze moeten praktijksituaties leren beoordelen. Het is een uitstekende manier om de kinderen voor te bereiden op het verkeersexamen. Je steekt af in de diepte. In deze afsluitende leerperiode ligt de nadruk op voorrangsborden en het verschil tussen snelverkeer, langzaam verkeer en lopend verkeer. Best moeilijk! Dat blijkt ook in de praktijk. Het is soms niet eenvoudig om een brommer van een motor te onderscheiden." „We hebben een uitstekend computerprogramma waarmee we onder andere oefenen om het verstand voorrang te geven. Sinds 1992 heeft de wetgever immers de verkeerswet verruimd. Regels mogen sindsdien wat ruimer uitgelegd worden, zeker wanneer de eigen veiligheid van de weggebruiker in het geding is. Zo moet je buiten de bebouwde kom in het donker niet meer per se links van de weg lopen. De situatie kan zo zijn dat je toch veiliger rechts van de weg loopt. In alle lessen wordt naar het verkeersexamen toe gewerkt. We oefenen de jaarlijkse examenwijzer van Veilig Verkeer Nederland (WN) en werken een boekje met verschillende proefexamens door. Als voorbereiding op het praktisch examen krijgen de leerlingen twee keer een training in de verkeerstuin van Hernesseroord in Middelharnis." Als klap op de vuurpijl is er dan het examen zelf Op dat moment is de plaatselijke afdeling van Veilig Verkeer Nederland in beeld. Dina Koppenaal- Visser is al jarenlang actief lid van de WN en nauw betrokken bij de verkeersexamens op de Oranje Nassauschool in Nieuwe-Tonge. Voor het theorie-examen moeten 26 punten worden gehaald. In verreweg de meeste gevallen lukt dat de leerlingen, 's Middags wordt er een route door het dorp uitgezet die ze moeten fietsen. Er zijn dan verkeersborden uitgezet. „We stellen ons dan verdekt op", zegt mevrouw Koppenaal. „Al ramen zemend, tuintje wiedend of speurend vanuit een stilstaande auto. ledere leerling draagt een rugnummer zodat we eventuele fouten die ze maken kunnen aantekenen. Er zijn maximaal vijf fouten toegestaan. Ver voor die tijd zijn de fietsen door de politie en de mensen van WN goedgekeurd. Iedereen die slaagt voor het examen krijgt een aardigheidje. „Aansluitend op het examen houden we een diaquiz", zegt mevrouw Koppenaal. Als WN'er is ze zeer tevreden dat het gemeentebestuur daarbij vertegenwoordigd is. „Een keer per jaar houden we vanuit de WN een grote verkeersquiz voor het hele dorp. We proberen daarmee een stukje | bewustwording levend te houden. Daarnaast helpen we mee bepaalde cursussen te organiseren. We gaan nu beginnen aan een cursus 'Pech onderweg'."

Vlaggetjes
Voor schooldirecteur Van Kranenburg staat een vak als verkeer op gespannen voet met de beschikbare tijd. „Er zijn scholen waar iedere week anderhalf uur verkeersles wordt gegeven. Wij komen daar niet aan toe en hebben gekozen voor maximaal drie kwartier per week." Van Kranenburg kijkt met gemengde gevoelens aan tegen de steeds meer op de fiets meegevoerde oranje vlaggetjes. „In het verkeer werken die dingen als een signaal. Prima! Maar kinderen gooien ook hun fiets wel eens neer op straat. In dat geval vormen de lange sprieten met het vlaggetje in top een gevaar voor andere kinderen." In 1996 verongelukten in het hele land bijna 50 basisschoolleerlingen fietsend op weg van en naar school. Daar kwamen nog eens 20 voetgangertjes bij. „Gelukkig kunnen wij daar hier niet van meespreken. Wel werd vorig jaar een van de kinderen op de fiets door een auto geschept. Het kind negeerde een voorrangsregel. Gelukkig is het redelijk hersteld. Wanneer er met fietsende kinderen iets gebeurt, betreft het bijna altijd leerlingen van een middelbare school. Ik vind het dan ook jammer dat daar geen verkeersles wordt gegeven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.