+ Meer informatie

Ban Vinai: anderhalve troosteloze, overbevolkte vierkante kilometer

Hmong-vluchtelingen blijven dromen over terugkeer naar Laos

12 minuten leestijd

BANGKOK - Op een Jein stukje grond in het noordelijk grensgebied van Thailand leiden 45.000 Hmong-vluchtelingen een troosteloos bestaan. Ban Vinai is volgens een telling van de Verenigde Naties het grootste vluchtelingenkamp in Thailand. Een internationaal medisch team van ZOA-vluchtelingenzorg bekommert zich om de gezondheid van de vluchtelingen.

Zoals iedere dag vertrekt de volkswagen transporter van ZOA refugee Care Netherlands om half acht uit Pak Chom. In de auto de hulpverleners van een christelijk, internationaal medisch team. Projetleider Dick de Koning heeft mij omzichtig gevraagd in het vluchtengenkamp Ban Vinai niet te roken: de buitenlandse, evangelische leden van het team zouden embarrassed zijn. Hij had naar een goede vertaling gezocht en kwam uit op in verlegenheid brengen. Christenen roken niet. De twintig kilometer naar Ban Vinai worden zwijgend gelegd. Het team leest kranten: oude NRC's en nummers van het Nederlands Dagblad. De transporter hobbelt over de onverharde landweg. De heuvels rond het kamp liggen pal onder de zon. De vluchtelingen hebben het hout gekapt voor de bouw van hun huizen. Een neergelaten slagboom verspert de toegang tot het vluchtoord. De Thaise militair die het ZOA-busje aanhoudt, controleert doorlaatbewijzen. Met een beweging van zijn hand gebaart hij mij uit te stappen, zonder pas van het ministerie van binnenlandse zaken geen toegang.

fondswerver
Het idee kwam van Egbert Fokma, voorlichter van ZOA-vluchtelingenzorg. In het ZOA-kantoor de hoofdstad Bangkok had hij gezegd dat journalisten niet konden rekenen op toegang tot de vluchtelingenkampen in Thailand. Om ondoorzichtige redenen kostte het grote moeite en veel tijd om een pas te bemachtigen. ZOA zou ter plaatse wel iets regelen. Fokkema dacht aan een fondswerver. Mensen met deze titel kunnen de kampen zoeken zonder toegangsbewijs. De ZOA-voorlichter was opgetogen over de vondst. Het mes zou aan twee kanten snijden. Een probleemloze binnenkomst in Ban Vinai en een geldinzamelingsactie voor het vluchtelingenwerk van ZOA. Ik antwoordde hem dat de redactie geen bezwaren heeft tegen overboekingen op giro 550 van ZOA, maar dat de dekmantel niet voorbaat een fondsenwervend artikel zou brengen. Aan de poort van Ban Vinai neemt de verwarring toe als de technicus Surapol, zijn echtgenote houdt de administratie van het medisch team bij, de wachter vertelt dat ik een Nederlandse arts ben. De militair laat zich niet bepraten, uitstappen en wachten op uitsluitsel van de kampcommandant. Onverstaanbaar kakelt de plichtsgetrouwe wachtman in een portofoon: hij zoekt meerderen, die de verantwoordelijkheid op zich willen nemen. Met De Koning wacht ik aan de binnenzijde van de slagboom, die aan een touw omhoog is gehesen om doorgang te geven aan de transporter. De andere leden van het team begeven zich naar de ZOA-gebouwen, waar zij de dag beginnnen met een devotion, een gebedssamenkomst rond de Bijbel.

Markt

Onder de hitte aan de poort wijst de ZOA-projectleider op een groep van enkele tientallen mensen op een paar honderd meter afstand. Zij houden zich buiten het kamp op, het zijn Thaise kooplieden. Tot voor enkele dagen bloeide buiten het vluchtelingenkamp een levendige handel op de Thaise markt, waar behalve groenten, pluimvee en varkens ook fotorolletjes, garen en andere huishoudelijke artikelen aan de vluchtelingen te koop werden aangeboden. Er was soms meer te krijgen dan in het naburige Thaise dorp. De Thailanders kochten van de vluchtelingen handwerk en zilveren sieraden. De kampcommandant heeft de markt verboden. Zijn maatregel legde hij op zonder samenspraak met anderen. Willekeur. Zo gebood hij de kampbewoners ook hun fietsen in te leveren, stelde een avondklok in en maakte een einde aan de tochten buiten het kamp van de kruidendokters, die in de omgeving op zoek gingen naar planten voor hun medicamenten.

De macht van de kampcommandant is groot. Met een uitgestoken hand ter begroeting geeft hij toestemming voor een bezoek aan Ban Vinai.

Zonder veel hoop

In Ban Vinai, op twintig kilometer afstand van de rivier de Mekong, de grens tussen Laos en Thailand, houden 45.000 Hmong-vluchtelingen zich schuil voor het communistische bewind in Laos. Anderhalve, overbevolkte vierkante kilometer. Het is volgens een telling van de Verenigde Naties het grootste vluchtelingenkamp in Thailand. Een klein stukje grond in het grensgebied, waar het eens zo trotse Hmong-volk lusteloos, zonder veel hoop leeft.

In de lounge van ZOA, het stafvertrek van de vluchtelingenwerkers, zet De Koning de gezondheidszorg in het kamp uiteen. Het vroegere hoofd in de huishouding van een bejaardenhuis tekent op een schoolbord de organisatie van de hulpverlening. Het grote doel van de medische zorg is deze zoveel mogelijk over te dragen aan de Hmong. Ze moeten onafhankelijk worden van buitenlandse hulp. Medisch onderwijs is belangrijk. De door ZOA opgeleide medics, verpleegkundigen, ook wel blotevoetendokters genoemd, doen dienst in het hospitaal, dat met drie ziekenzalen berekend is op ongeveer 75 patiënten. De zieken worden verpleegd op houten ledikanten, in de blauwe kleuren van de Verenigde Naties.

De medics trekken en vullen tanden en kiezen in de tandartspraktijk, onder leiding van een Birmese tandheelkundige, meten brillen aan en geven eerste hulp in de polikliniek, bereiden medicijnen in de apotheek, testen bloed- en urinemonsters in het laboratorium en behandelen eenvoudige ziekten in de vijf wijkgezondheidscentra in het kamp. In deze centra houden ook de vroedvrouwen spreekuur. Voor chirurgische ingrepen gaan de vluchtelingen naar het ziekenhuis in het stadje Loei, ongeveer 120 kilometer verwijderd van het kamp.

De overdracht van verantwoordelijkheden aan de Hmong gebeurt niet vlekkeloos. De onderwijsprogramma's hebben ZOA de reputatie gegeven van universiteit van Ban Vinai. De ZOA-studies zijn gewild, omdat geschoolde vluchtelingen meer kans maken op toelating in een ander land. De hernieuwde vrijheid voor deze medics remt het overbrengen van kennis, inzicht en vaardigheden aan de vluchtelingen. Steeds opnieuw starten de hulpverleners gezondheidscursussen.

Toverdokter

De Westerse geneeskunst van het medisch team ondervindt vaak grote weerstanden onder de vluchtelingen. Hun geloof in goede en boze geesten voert hen naar de shamaan, een toverdokter, die zich goed laat betalen voor zijn aan de geesten ontleende adviezen. Een zieke zal eerst de shamaan bezoeken. Pas als diens adviezen niet helpen en het vaak bijna te laat is, gaat hij bij een Westerse arts te rade. De shamanen in het kamp hebben geweigerd deel te nemen aan een eenvoudige gezondheidscursus, waardoor ze meer inzicht zouden krijgen in ziekteverschijnselen en hulpbehoevenden sneller zouden kunnen doorverwijzen naar het ziekenhuis.

De Hmong huiveren ook voor immunisatieprikken. De inentingen zouden de goede lichaamsgeesten verstoren. Kinderen sterven in het kamp aan mazelen omdat zij niet immuun geprikt zijn. Grote achterdocht bestaat tegen injecties tijdens de zwangerschap. Moeders zitten dagenlang bij ernstig zieke baby's, omdat zij zich tijdens hun zwangerschap niet lieten inenten tegen tetanus. Zij bezoeken het ziekenhuis als hun kindjes stervend zijn. Met posters en poppenkastvoorstellingen probeert het medisch team het belang van vaccinatie duidelijk te maken. De prik tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio wordt beloond met extra vlees, sojabonen, pinda's en een ei.

In de ogen van de Hmong is elke medische handeling bij zwangerschap en geboorte verdacht. Zij vrezen dat hun baby's worden gedood. Met geweld zijn in het verleien geboorte beperkende maatreiels aan de Hmong opgelegd. Een groot kindertal telt onder de Hmong. Het liefst zonen. Zij zijn een garantie voor een verzorgde oude dag en een waardige begrafenis van de ouders. „De Hmong willen veel kinderen", zegt De Koning. „De geboortecijfers in het kamp zijn hoog. Er worden gemiddeld 150 tot 200 kinderen per duizend inwoners geboren. De Thaise regering wil dit de kop indrukken. Zij is bang dat de eigen bevolking wordt geïnfiltreerd. Voorbehoedsmiddelen en sterilisatie worden hevig gestimuleerd. Wij geven voorlichting over voorbehoedsmiddelen om tot geboortespreiding te komen. Omdat een goede gezondheid van de moeder het kind ten goede komt. Wij willen op hen geen druk uitoefenen, maar stimuleren enige spreiding bij het krijgen van kinderen".

Dromen

„Houdt vast aan dromen, want als dromen sterven, is het leven gelijk aan een vleugellamme vogel, die niet kan vliegen". In de lounge van ZOA heeft iemand deze spreuk aan de houten wand bevestigd. De 45.000 Hmong in Ban Vinai zijn met hun dromen bedrogen uitgekomen. Sinds het kamp in 1975 werd geopend hebben zij gedacht na enkele jaren weer terug te kunnen keren naar Laos. Die hoop op terugkeer is na dertien jaar vervlogen, al klampen de oudere vluchtelingen zich soms nog krampachtig aan de dromen vast. Vanuit de Verenigde Staten houdt de oud-generaal Vang Phao het ideaal levend met brieven, cassettebandjes en lange telefoongesprekken. Hij verbreidt het geloof in een beslissende aanval op" de communistische bewindvoerders in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane. Zijn schoonzoon Vader Nian neemt in het vluchtelingenkamp een vertrouwenspositie in. Vader Nian onderhoudt contacten met Hmong-verzetsgroepen in Laos en kampementen in het Thaise grensgebied, waar in het oerwoud jonge Hmong een guerilla-training krijgen.

Met een uitzichtloos kampbestaan voor ogen verkiezen veel jongeren een nieuwe toekomst in de Verenigde Staten. Hechte families worden uiteen gerukt door deze hervestigingen. De hoger opgeleide en jonge vluchtelingen zijn vertrokken om een nieuw bestaan in het Westen op te bouwen. Soms leiden de mogelijkheden tot vestiging in een ander land tot trieste familiedrama's. Grootouders en ouders voelen zich door hun kinderen in de steek gelaten. Een oma dreigde zich van het leven te beroven als haar kleinzoon zich met zijn jonge gezin in Amerika zou vestigen. De jonge man is door ZOA opgeleid tot medic en werkt nu dagelijks in het ziekenhuis.

De achtergeblevenen in het kamp leiden een troosteloos bestaan. Het bergvolk dat eertijds in vrijheid de ruime berglanden van Laos bevolkte is opgesloten in krap bemeten ruimten. Gezinnen leven op enkele vierkante meters grond. Hun dag wordt bepaald door de voedseluitdelingen van de Verenigde Naties en de tankauto's met drinkwater. Zij hangen rond de schamele hutten, waar viezigheid zich opstapelt, omdat ze nooit gewend zijn geweest met zovelen op zo'n klein stuikje grond te leven. Voor velen is de enige bron van inkomsten het traditionele handwerk, dat inmiddels ook vele woonkamers van ZOA-donateurs kleurt. Het kamp huisvest rijk en arm. Vluchtelingen met familieleden in het Westen worden met geld geholpen. In de hoofdstraat van het kamp, nabij de kantoren van de Verenigde Naties, besteden de welvarenden hun geld op de markt. Het aanbod van de kooplieden loopt uiteen van groenten, kippen en vis tot huishoudartikelen.

Zielig

Dokter André Veneman heeft nachtdienst. Hij is de spraakzame, medisch coördinator van het hulpverleningsteam in Ban Vinai. „De vluchtelingen zijn niet zielig", stelt hij vast. „Voor mij is deze hele situatie niet zielig. De Hmong zelf zeggen, dit is een city met een bioscoop, een ziekenhuis en scholen. Aan de hele voeding en behuizing is niets zielig. Wat zielig is, zijn de epidemieën: mazelen, tbc, buiktyphus, cholera. Wij hebben hier altijd wel een epidemie. Zielig is een akelig woord, maar dat is echt triest".

„Triest is ook dat als de kampcommandant het zo wil iedereen zijn fiets moet inleveren; iedereen om zeven uur 's avonds binnen moet zijn; dat onze medics van hem niet meer voor een opleiding verloskunde naar het ziekenhuis in Loei mogen, dat hij het kamp sluit vlak voor de oogsttijd van de boontjes, die de vluchtelingen buiten het kamp op gehuurde veldjes verbouwen. Het is zielig dat kinderen van veertien jaar hun vader niet anders kennen dan als de man die voedsel ophaalt bij de Verenigde Naties".

„De opiumsmokers en boertjes blijven in Ban Vinai achter", verwacht Veneman. „De beter opgeleiden zitten in Amerika. De Thailanders zeggen: „Het beste is eruit gehaald en het vuilnis blijft achter". En eigenlijk hebben ze wel gelijk. De oude mensen, die geen Engels spreken, willen terug naar Laos. Hun kinderen hebben aan boeken geroken. In dit kamp zie je verschillende belangen ontstaan. Jonge mensen breken met hun ouders en gaan toch naar de Verenigde Staten. De ouders voelen zich in de steek gelaten. Er blijft niemand achter die voor hen zal zorgen, die hen zal begraven. Amerika is eigenlijk het enige land voor hervestiging. Australië kun je verwaarlozen. Maar de Amerikanen willen geen opiumgebruikers en mensen die psychische problemen hebben gehad worden minstens een jaar vastgehouden, voordat zij worden toegelaten. Het verbaasd mij hoeveel vluchtelingen wel worden opgenomen in de Verenigde Staten. Veel leprapatiënten en gehandicapten zijn wel opgenomen in Amerika".

André Veneman studeerde in 1984 af in de medicijnen. Kort nadat hij zijn studie had afgerond vertrok hij met zijn echtgenote Gwen -eveneens arts- naar Thailand. De jonge arts vond grotere voldoening in het organiseren van een goede immunisatiecampagne onder de Hmong-vluchtelingen dan in het Westerse ziekenhuiswerk, compleet met witte jas en stethoscoop. Over de weerstand onder de Hmong tegen immunisatie zegt hij: „De 8000 westerse Hmong laten zich allemaal immuniseren. De Hmong uit het oosten, die hebben meegevochten in het geheime leger van de CIA, hebben grote weerstand tegen immunisatie. De Vietnamezen gaven nogal eens injecties aan mensen, die daarna bloed ophoestten en na een half jaar stierven".

„Sinds ZOA in 1984 de gezondheidszorg in het kamp overnam, staan de vluchtelingen niet langer onder druk om zich te laten immuniseren, maar het is wel onze prioriteit nummer één. Wij moeten dat belang naar twee kanten duidelijk maken: naar de Hmong en naar onze achterban in Nederland, die hier soms afwijzend tegenover staat. Dat is een moeilijke opgave. Naar Nederland toe moeten wij ook duidelijk maken dat geboortespreiding zo belangrijk is voor moeder en kind. Wij hopen dat men daar in Nederland begrip voor heeft. Er is hier een grote sterfte onder de kinderen. Vrouwen die elk jaar een kind krijgen zijn vaak uitgemergeld, hebben hun krachten verloren en lijden aan bloedarmoede. Wij reiken de vrouwen veilige methoden aan, zodat er een grotere ruimte komt tussen de geboorten. Dat gebeurt vrijwillig. Vanuit de Thaise overheid bestaat grote druk op de vrouwen om zich te laten steriliseren. De Thailanders zien een gezin met twee kinderen als ideaal voor hervestiging. Vrouwen ondergaan in het ziekenhuis in Loei niet alleen een keizersnede, zij worden ook zonder hun toestemming gesteriliseerd. Van ons mag een gezonde moeder met zeven kinderen best een achtste kind krijgen".

De gezondheidszorg in Ban Vinai houdt op waar het psychisch gestoorde vluchtelingen betreft. Psychosen en hallucinaties worden onderdrukt met kalmeringsmiddelen. „Wij kunnen deze patiënten geen geestelijke bijstand geven, hen geen psychoterapie bieden", zegt Veneman. „De ernstig psychisch gestoorden vormen ook niet de juiste groep om bijbelstudies voor te houden en onder hen te evangeliseren. Let wel, wij praten hier niet over mensen met huwelijksproblemen, maar over mensen die knettter- en knettergek zijn".

Dit is het derde en laatste artikel in een serie over vluchtelingen en de hulpverlening door ZOA-vluchtelingenzorg in Thailand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.