+ Meer informatie

Ter overweging

7 minuten leestijd

Ds. J.H. Velema, De geestelijke wapenrusting. Deel I van de serie „De weg van het Woord”. Harderwijker Drukkerij en Uitgeverij, Harderwijk 1987. 195 blz., f. 18,75.

In dit boek vinden we de bewerking van preken over de geestelijke wapenrusting (Ef. 6), die ds. Velema in 1985 in Nunspeet gehouden heeft. Het zijn er in het geheel negen.

Het beeld van de heilige oorlog, dat Paulus gebruikt, is op zichzelf al treffend. ledere gelovige moet erdoor aangesproken worden. Een goede verklaring en toepassing van de Schrift brengt alles heel dicht bij ons. Dat gebeurt hier.

Dit nieuwe geschrift van ds. J.H. Velema is helder, appellerend en praktisch. Er komen veel rake typeringen in voor, zoals op blz. 26/27, waar het in verband met de boze dag over drie opmerkelijke dingen in deze laatste fase van de eindtijd gaat: een concentratie van duivelse macht, een escalatie van de zonde en een devaluatie van het geloof in brede kring.

De schrijver heeft oog voor de werkelijkheid van de wereld van vandaag en voor de situatie van de gemeente en van de gelovigen persoonlijk, die dikwijls met allerlei aanvechtingen te maken hebben. Hoe groot de zeggingskracht van Velema ook is, het voornaamste is de inhoud, waarin het inderdaad gaat om „de weg van het Woord”. De wapenrusting van God is een geschenk van God, maar het is een geschenk dat gebruikt moet worden: gebod, geschenk, gebruik. Hier en overal valt de nadruk zowel op de genade van God als op onze verantwoordelijkheid.

Met een enkele uitdrukking ben ik niet zo gelukkig. Het SDI-plan van president Reagan (Strategisch Defensief Initiatief - „een mooie naam voor een goede zaak, die aller aandacht waard is”) is de aanleiding tot de uitspraak: God heeft het initiatief genomen voor een strategisch defensief (blz. 10). Maar over een ondergeschikt punt kan men altijd wel een opmerking maken.

De hoofdzaak is dat de boodschap van de apostel Paulus duidelijk doorklinkt in onze tijd, waarin het - om met de auteur te spreken - meer dan ooit zaak is dat de geestelijke strijd wordt gestreden. Het is een mooie uitgave. Hartelijk aanbevolen !

Dr. B. Wentsel, God en mens verzoend. Godsleer, mensleer en zondeleer. Dogmatiek, deel 3a. Uitg. J.H. Kok, Kampen 1987. 768 blz., geb. f. 145,—.

Dr. B. Wentsel, die gereformeerd predikant is te ’s-Gravenhage en docent aan de Reformatorische Bijbelschool te Zeist, is begonnen met het publiceren van een dogmatiek, waarvan de beide eerste delen in 1981 en 1982 verschenen zijn. Na het omvangrijke eerste gedeelte van deel 3 zijn deel 3b en deel 4 nog te verwachten.

Een vergelijking met het standaardwerk van dr. H. Bavinck ligt voor de hand. De vierdelige „Gereformeerde Dogmatiek” van Bavinck is strakker en systematischer opgebouwd. In sommige opzichten lijkt Wentsels bespreking van de diverse dogmatische thema’s op de behandeling ervan in de „Dogmatische Studien” van dr. G.C. Berkouwer.

De uitvoerige dogmatiek van Wentsel is een werk om respect voor te hebben. Er staat ook in dit nieuwe deel een verantwoording, die men niet moet overslaan. Met wat de auteur daarin vertelt, geeft hij de lezer een draad in handen en men moet de hoofdlijn inderdaad niet uit het oog verliezen. Hij zegt, dat de bestudering van de stof voor hem enerzijds een ontdekkingsreis was vol verrassende uitzichten op het landschap van de bijbel, maar ook een zware tocht vanwege de bossen literatuur en bergen van problemen. Hij wist van tevoren niet, waar hij precies uit zou komen. Maar zijn uitgangspunt was en bleef de betrouwbaarheid en canoniciteit van de door Gods Geest geademde verbondsboeken.

Daarmee correspondeert, dat de Heilige Schrift bron en maatstaf heet voor de ware leer aangaande God, zoals zij voor de kerk der eeuwen norm en criterium en het hoogste hof van appel inzake controversen is en blijft (blz. 46–48).

Er is veel dat ieder die zich door de Schrift alleen en door heel de Schrift wil laten leiden, met instemming zal lezen. Om maar iets te noemen: het hoofdstuk over de namen van God en in het bijzonder over de naam Jahweh; de handhaving van de belijdenis van de wezenstriniteit en de verdediging van de echtheid van Mattheus 28 : 19; de beschrijving van de gerechtigheid van God met haar drie aspecten: normerend, bevrijdend en vergeldend; de verklaring van het zijn-in-Christus met drie verbonden gezichtspunten: predestinatiaans, heilshistorisch en pneumatisch; de verdediging van de werkelijkheid van de zondeval en het geven van de nodige aandacht aan de satan en de demonen. De auteur gaat de problemen dus niet uit de weg!

Zijn boek is een boek van deze tijd. We komen veel nieuwere opvattingen tegen zoals allerlei vormen van bevrijdingstheologie. De milieucrisis en de rechten van de mens worden besproken (waarbij het de vraag is of de 30 artikelen van de Verklaring van de rechten van de mens wel in een dogmatiek thuishoren). De grenzen tussen de dogmatiek en de ethiek, die natuurlijk nauw samenhangen, vervagen trouwens meer dan eens.

De schaduwzijde van de gevolgde methode is, dat er uitweidingen in voorkomen, die kritische lezers overbodig zullen vinden en die het boek in elk geval dikker en duurder hebben gemaakt dan nodig was. Ook de lange literatuurlijsten hadden korter kunnen zijn. En als er dan zoveel ruimte beschikbaar was, waarom dan niet nog wat meer ingegaan op een vraagstuk als dat van schepping en evolutie?

Er is een heel hoofdstuk gewijd aan analogieën tussen God en mens. Maar zijn er wel analogieën? Een analogie (overeenkomst) is bij Wentsel een ongelijke gelijkenis. De mens is naar het beeld van God geschapen. Dat geldt alleen van hem. Het wijst op een innige relatie, die wij - anders dan Wentsel - niet als verwantschap mogen omschrijven, maar wel als verbondenheid.

De mens is naar het beeld van de drieënige God geschapen. Is er daarom een overeenkomst tussen de Drieëenheid en een gemeenschap van mensen? Het is m.i. noodzakelijk om te blijven uitspreken, dat de Triniteit zonder enige analogie is. Dr. Wentsel schijnt echter het tegendeel te willen zeggen. Hij ziet de Triniteit als bron en voorbeeld voor de samenleving en denkt aan een samenhang tussen de Triniteit als gemeenschap en het volksleven als verantwoordelijke gemeenschap (de democratie 375–377).

Wentsel is bekoord door de sociale triniteitsleer van J. Moltmann, wiens theologie hij overigens op beslissende punten terecht bestrijdt. Is diens leer van God niet veel te speculatief dan dat wij ons erbij kunnen aansluiten?

Als de mens op God lijkt, lijkt God op de mens. Dat klinkt logisch, maar de Schrift laat deze logica niet toe. Toch meent Wentsel, dat man en vrouw ieder afzonderlijk de gehele God uitbeelden. „Het houdt verder in dat het mannelijke en vrouwelijke op goddelijke wijze in God aanwezig zijn” (627). Hoofdstuk 5 gaat over de draagkracht en draagwijdte van het verbond. De schrijver houdt vast aan de eenheid van het verbond. Ook de gemeente van het nieuwe verbond staat onder de sanctie van zegen en vervloeking (236). Er is een paragraaf waarin zeven concepties worden geregistreerd. Men moet hier wel een fragment uit het tweede deel naast leggen. Op de punten die in de „eeuw van strijd over verbond en doop” in geding waren, is daar m.i. niet genoeg ingegaan en nu evenmin. Misschien moeten we daarvoor op een volgend deel wachten.

Elke dogmaticus neemt een kwetsbare positie in. Dr. B. Wentsel is zich dat ook wel bewust. Het is zeer te waarderen, dat hij zich in deze tijd gewaagd heeft aan een dogmatiek, die een confessioneelgereformeerd karakter draagt en veel biedt dat theologen en theologisch geinteresseerden goede diensten kan bewijzen. Wie van dogmatiek houdt, kan bij Wentsel terecht!

Het boek is zeer royaal uitgegeven. Het brede inhoudsoverzicht en de registers verhogen de bruikbaarheid ervan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.