+ Meer informatie

Het Algerije-debat in Frankrijk

7 minuten leestijd

„Algerije kost ons meer dan het opbrengt, en daarom zal Frankrijk een oplossing vinden waardoor Algerije zal ophouden tot zijn grondgebied te behoren”. Met deze profetische woorden luidde generaal De Gaulle in april 1961 de Algerijnse onafhankelijkheid in. Maar al behoort Algerije niet meer tot het territorium van La Douce, toch is er nog veel dat de twee landen tot elkaar veroordeeld. Algerije is zo ongeveer het ‘Indische’ verleden van Frankrijk.

Toen de Algerijnse beweging FLN (Front de Liberation Nationale) op 1 november 1954 Frankrijk de oorlog verklaarde, begon er een bloedig conflict dat pas met de akkoorden van Evian in 1962 formeel een einde kreeg.

De onafhankelijkheidsstrijd van Algerije was een ingrijpende gebeurtenis voor het moederland. Algerije maakte ruim honderddertig jaar integraal deel uit van Frankrijk. In politiek, economisch en cultureel opzicht was het nauw met Frankrijk vervlochten.

Zowel in rechts als in links Frankrijk heerste in de jaren vijftig unanimiteit over het behoud van Algerije. De “colons” aan de overkant van de Middellandse Zee werden dan ook gesteund, al werd verschillend gedacht over de Franse beschavingsmissie, die uiteindelijk in 1958, te laat, op gang werd gebracht om de moslims te emanciperen.

Verleden

Tijdens de Algerijnse oorlog, die aan een half miljoen mensen het leven kostte, beschikten de Fransen behalve over 2,5 miljoen Franse militairen over honderdduizenden “harki’s”. Deze pro-Franse moslim-Algerijnen werden tegen het FLN ingezet. Velen van hen sneuvelden. 800.000 werden door hoge Franse officieren na 1962 naar Frankrijk gebracht, voordat ze door hun eigen landgenoten als verraders zouden worden afgeslacht. Van de 260.000 overgebleven harki’s werden er 75.000 tot 100.000 vermoord.

Tussen 1954 en 1962 maakte Frankrijk I zich schuldig aan excessen en uit de hand gelopen ‘politionele acties’. In 1982 werd in het Aurèsgebergte nog een massagraf ontdekt met lijken van partizanen die door Fransen waren gedood.

Tegenover het Duitse weekblad Die Zeit zei de in Parijs woonachtige Algerijnse schrijver Mohammed Dib (1920) dat er in die tijd „(vermeende) leden van het thans regerende FLN,op grote schaal door de Fransen werden gemarteld en gefolterd”. Dib werd in 1959 Algerije uitgewezen, „naar het moederland, toentertijd zoals te doen gebruikelijk”.

Verwerking

Dat wat de Fransen in Algerije begingen, werd achteraf gerechtvaardigd, de naargeestige dingen werden vaak bewust vergeten, als leden de Fransen aan collectief geheugenverlies. Nadat in 1962 in Algiers de Franse tricolore werd gestreken, brak voor Frankrijk en het FLN-bewind het grote zwijgen over het gezamenlijke verleden aan. Franse dienstplichtigen vielen bij het thuisfront achterdocht en misprijzen ten deel.

„Wederopbouw en beginnende welvaart eisten alle aandacht op. Overheid en media werkten hand in hand om een weinig glorierijke periode snel te doen vergeten. In Frankrijk worden de twee wereldoorlogen nog elk jaar met veel omhaal herdacht, maar voor “les anciens d’Algérie” bestaat geen officiële herdenking”, schreef de journalist Pierre Auwerick daarover in NRC Handelsblad. Pas nu verdwijnt beetje bij beetje het taboe op het dossier-Algerije. Dit mede door historisch onderzoek en verantwoorde documentaires.

Tegenover de opeenvolgende Algerijnse regeringen als dat van Ben Bella, Boumediènne en Chadli Benjedid betoonde Parijs zich vriendschappelijk. Al deze leiders waren met Franse saus overgoten, maar bestuurden het land in autocratisch-dictatoriale stijl. Dib uit daarover zijn teleurstelling. „Na 1962 werden oud-strijders of voormalige verzetslieden door de FLN-regering buiten spel gezet. Alleen het kader dat het bewind onvoorwaardelijk loyaal was, mocht delen in de macht. Het was van meet af aan een patriarchaal-socialistisch regime”.

Polarisatie

Vrijwel meteen na 1962 sloeg de polarisatie in Algerije toe. Het leek een prelude op de radicalisering van drie decennia later. Auwerick voert aan dat Frankrijk hiervoor medeverantwoordelijk is. „De langdurige dekolonisatieoorlog heeft van de Algerijnse nationalistische leiders fanatieke revolutionairen gemaakt, die na de onafhankelijkheid versnelde arabisering nastreefden. Daartoe werd de hulp ingeroepen van Arabische zustematies, wat de import van het fundamentalisme heeft vergemakkelijkt”.

Van belang zijn de jaren 1990-1992. Bij de verkiezingen van 12 juni 1990 behaalde het FIS (Front Islamique du Salut, Islamitisch Reddingsfront) een opzienbarende zege. Met 30 tot 40 procent werd het FIS na het FLN de grootste partij. Twee jaar daarop, in 1992, annuleerde het FLN verkiezingen. Het was niet minder dan een verkapte staatsgreep. Op het FIS kwam een verbod en de twee belangrijkste leiders, Abassi Madani en Ali Belhadj, belandden achter de tralies.

Sindsdien heeft extremistisch geweld meer dan 30.000 levens geëist. De Algerijnse junta slaagde er niet in het fundamentalisme de kop in te drukken.

De opmars van het moslimextremisme in Algerije confronteert Frankrijk met het verdrongen verleden. Tastbare herinnering aan Algerije vormden sowieso al de aanwezigheid van “harki’s” in Frankrijk. Frankrijk kent de grootste moslimminderheid van alle Europese landen: ruim 5 van de 57 miljoen inwoners.

Plusminus 2 miljoen daarvan zijn Algerijnen. Bovendien leidde de onrust in Algerije tot verhoogde immigratie. Vooral voor de francofiele elite van Algerije gold Frankrijk als eerste aanlegsteiger. Immigratieperikelen wakkerden op hun beurt in Frankrijk het racisme aan. Vooral de extreem rechtse Jean-Marie Le Pen van het Front National weet dat bij tijd en wijle op zijn bekende manier uit te buiten.

Angst

Na de kaping van de Franse Airbus tijdens Kerst 1994 herleefde in Frankrijk sterk de angst dat het fundamentalisme naar Frankrijk dreigde over te slaan. „De Algerijnse oorlog heeft de Middellandse Zee overgestoken”, kopte Le Monde. Die vrees is deels begrijpelijk. Hoewel de meerderheid van de Franse moslims zich gematigd opstelt, is het een fanatieke minderheid die paniek zaait.

Illustratief is de boodschap die de voorzitter van het Verband van Moslims in Frankrijk (FNMF), Daniel Youssouf Leclerc, het FIS na de stembuswinst van 1990 zond. „We verheugen ons erop dat Algerije weer islamitisch wordt”, luidde de boodschap. Het antwoord van het Reddingsfront sprak boekdelen. „We wensen dat hetzelfde in Frankrijk gebeurt”.

Dat Parijs het FLN-bewind stilzwijgend steunt, is radicale moslims een doom in het oog. De kapers vergaten een derde oogmerk, te noemen: de Franse belangen zodanig te schaden dat Frankrijk wordt gedwongen de steun aan het FLN te staken.

Voorstel

Kennelijk in een poging een doorbraak te forceren, lanceerde president Mitterrand van Frankrijk op 3 februari een „internationale conferentie over Algiers onder auspiciën van de Europese Unie”. Hij veroorzaakte hiermee een diplomatieke crisis tussen Parijs en Algiers. Woedend beschuldigde de Algerijnse regering president Mitterrand van een onbekookt „koloniaal getint initiatief”.

Uitgangspunt van Mitterrand was het onlangs in Rome overeengekomen pact van de Algerijnse oppositie (het contrat national), dat zich baseerde op een staakt-het-vuren en democratische verkiezingen. Het staatshoofd benadrukte dat het een voorstel op persoonlijke titel betrof waarmee hij slechts „een hoop” tot uitdrukking wilde brengen.

Het ministerie van buitenlandse.zaken distantieerde zich vrijwel meteen van Mitterrands voornemen. „Nu de president nog maar kort heeft te leven en over enkele maanden geen president meer is, wil hij in de annalen als een groot politicus worden bijgezet”. Mitterrand pookte het vuur onder het Algerije-debat al met al flink op - en daarmee is Algerije automatisch de inzet van de binnenlandse politieke strijd geworden, met het oog op de presidentsverkiezingen van 23 april en 7 mei.

Slechts schoorvoetend sloten de ministers Léotard (Defensie) en Pasqua (Binnenlandse Zaken) zich bij de president aan. Minister van buitenlandse zaken Juppé en premier Balladur wezen de gedachte indirect af. „Het verleden van Algerije en Frankrijk is zodanig dat wij wel de laatste zijn die zoiets kunnen organiseren. Dat is waarom het idee van de president voorlopig een idee blijft”, nuanceerde Juppé. Juppé herhaalde nog eens dat Frankrijk op de oude voet doorging: afkeuring van het geweld, oproepen voor politieke dialoog, voortzetting economische hulp en niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden.

Compromis

Hoewel onaangenaam verrast door stoorzender Mitterrand, ziet het Franse ministerie van buitenlandse zaken echter best wat in het idee van een door Europa gesponsorde campagne om een einde te maken aan de Algerijnse burgeroorlog, aldus het Britse opinieblad The Economist deze week. „De Franse conservatieve regering heeft de afgelopen maanden de onverdeelde steun aan de Algerijnse generaals gewijzigd. Parijs legt nu meer de nadruk op de noodzaak van een politieke oplossing”.

Zo lijkt in Frankrijk de overtuiging groeiende dat het Algiers niet zal lukken het fundamentalisme uit te roeien. Dus is het beter tot een compromis te komen, namelijk tot (gedeeltelijke) machtsoverdracht van het FLN aan het FIS. Ook in het buitenland vindt dit steeds meer weerklank.

Aannemelijk is dat een lichte koerswijziging in de Franse houding tegenover Algerije voortvloeit uit Europese deliberaties. In de eerste helft van dit jaar vervult Frankrijk het Europese voorzitterschap. Binnen de EU heeft de politiek van Frankrijk tegenover Frans Afrika forse kritiek te verduren. Parijs heeft de achterliggende jaren via de Europese Unie financiële steun aan Frans Afrika betaald. Italië, Spanje en Groot-Brittannië hameren erop dat dit niet langer kan.

Het heeft er alles van weg dat Frankrijk door deze Europese dimensie geleidelijk meer afstand van Algerije neemt. Maar dat had generaal De Gaulle in 1943 al voorspeld. Hij zei toen dat de aanwezigheid van Frankrijk in Algerije een fout was. „Il faudra partir un jour”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.