+ Meer informatie

TER OVERWEGING

24 minuten leestijd

R. Reeling Brouwer, A. van Ligten e.a. (red), Die gesproken heeft door de profeten. Over de Geest. Uitg. Kok Kampen 2006,143 blz., € 15,-.

Deze bundel opstellen verschijnt als deel 16 in de serie Om het leuende Woord. De aanleiding voor dit boek is te vinden in de vraag naar de verhouding letter en Geest bij de bekende voorman van de Amsterdamse School, F.H. Breukelman. Van verschillende invalshoeken wordt de probleemstelling benaderd. Het opstel van N.T. Bakker naar aanleiding van de pneumatologie bij K.H. Miskotte en de bijdrage van C. van de Kooi over een mogelijk pneu-matologisch manco bij K. Barth springen er in positieve zin uit.

Gerrit Noort, De weg van magie tot geloof. Leven en werk van Alb.C. Kruyt (1869–1949), zendeling-leraar in Midden-Celebes, Indonesië. Serie Missiologisch onderzoek in Nederland nr. 39. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 628 blz., € 39,90.

In dit lijvige proefschrift worden leven en werk van de bekende zendeling Alb.C. Kruyt getekend en geëvalueerd. Kruyt was zelf afkomstig uit een zendelingengezin. Toen hij in Nederland op school kwam, waren zijn ouders in toenmalig Nederlands-Indië. Het was voor hem eigenlijk vanzelfsprekend diezelfde weg te gaan, en later werd hij op zijn beurt weer opgevolgd door zijn zoon. Het leven van deze mensen laat een geweldige toewijding en opofferingsgezindheid zien, die aan de meesten in Nederland is voorbijgegaan, maar waarvan het goed is dat die voor het voetlicht gehaald worden.

Kruyt had geen universitaire theologische opleiding genoten, en was in hoge mate autodidact. Niettemin is hij van grote betekenis geweest voor de bezinning op wezenlijke vragen, waarmee men in de zending in aanraking kwam. In het laatste hoofdstuk laat dr. Noort zien, dat hij tot vandaag toe in gereformeerde bezinning op de zending veel waardering heeft geoogst, zelfs in toenemende mate.

De hoofdtitel van het boek geeft aan hoe Kruyt de weg van de zending zag: van magie tot geloof, op een wijze die paste bij het denken van de negentiende eeuw, in zijn geval de ‘ethische theologie’. Zo stond hij, evenals zijn vrouw, een predikantsdochter, open voor spiritisme, en de reden dat hij ermee brak was, dat hij oordeelde dat het tot niets leidde. Een bijzonder waardevolle studie, die een belangrijke bijdrage is aan de geschiedenis van zending, en zich ook nog eens goed laat lezen.

A.H. Drost, Is God veranderd? Een onderzoek naar de relatie God-Israël in de theologie van K.H. Miskotte, A.A. van Ruler en H. Berkhof. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2007, 408 blz., € 29,90.

De auteur promoveerde in juni 2007 op deze studie bij prof.dr. A. van de Beek aan de Vrije Universiteit. Het thema is zonder meer fascinerend: hoe hebben toonaangevende dogmatici in de Nederlandse Hervormde Kerk tijdens de twintigste eeuw over Israël gedacht? Inhoudelijk gaan K.H. Miskotte, A.A. van Ruler en H. Berkhof op veel punten verschillende wegen, maar ze delen met elkaar de aandacht voor het volk van Gods verbond in hun denken.

Dr. Dorst brengt de gedachten van deze ‘grote drie’ in kaart, maar constateert dat geen van hen de maat kan halen. Zijn bezwaar is, dat men te weinig de historisch en theologische continuïteit van het volk Israël verdisconteert. Dat Christus in Jeruzalem werd afgewezen hield niet in, dat het hele volk Israël Hem verwierp. Kortom: dr. Drost gaat uit van een eigen(zinnige) Israëltheologie, en legt die als maatstaf aan. Gevolg is dat de onderzochte theologen niet helemaal uit kunnen spreken. Maar de auteur verdient dank, dat hij hun geschriften op dit punt heeft doorgemeten en in kaart gebracht.

Paul G. Mooney, Maritime Mission. History, Developments, A New Perspective, (Missiological Research in the Netherlands nr. 38). Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005,195 blz., € 23,=.

Hoe heeft zich het werk van de kerk onder zeevarenden in de afgelopen 150 jaar ontwikkeld? Eerlijk gezegd wist ik daar heel weinig van. In dit boek worden de historische ontwikkelingen in de scheepvaart in kaart gebracht, en ook die in het werk van de kerk onder zeevarenden. Dr. Mooney betoogt, dat de opkomst van het containervervoer grote gevolgen heeft gehad. De bemanningen kunnen veel kleiner zijn, en ze delen vaak ook niet meer dezelfde etnische herkomst. In veel gevallen is er sprake van onderbetaling van de bemanning en achterstallig onderhoud van schepen, met alle problemen en gevaren van dien. Wat gevaren betreft: zeeroverij is vandaag opnieuw een reëel probleem!

Voor de benadering van de bemanning met het Evangelie heeft de overgang op containervervoer ook grote gevolgen. Ze liggen veel korter in de havensteden, omdat het lossen en laden van containers veel sneller gaat. Omdat de containeroverslaghavens vaak ver van de steden af liggen, komen ze ook niet in de stad of een zeemanshuis. Ze worden sterk op zichzelf teruggeworpen.

Het ‘nieuwe perspectief op ‘mission’ onder zeevarenden ziet de auteur, Anglicaans predikant van Ierse komaf, daarin, dat de zeevarenden deze tak van evangelisatie niet aan de kerk op de wal overlaten, maar zelf het subject ervan worden. Pastorale zorg, dienst en interreligieuze dialoog zijn dan kernwoorden. Het boek laat de indruk bij mij achter, dat verdere bezinning op onze verantwoordelijkheid en op onze mogelijkheden geboden is.

H. Visser, Al jong naar Huis. Bijbelse troost over de zaligheid van jonggestorvenen. Uitg. Groen Heerenveen 2006, 78 blz., € 9,95.

De schrijver, hervormd emerituspredikant te Barneveld, gaat in dit boekje op een pastorale manier in op de vragen rond het al dan niet zalig zijn van jonggestorven kinderen van gelovige ouders. De belijdenis van de kerk in de Dordtse Leerregels 1,17 wordt uitgediept. De kracht van Gods genadeverbond wordt vanuit de Schriften aangetoond en zo reikt de schrijver de troost aan, die in het geloof ontvangen mag worden. Met name de laatste hoofdstukken hebben een zeer pastorale toonzetting, omdat ze ook ingaan op het diepe verdriet van ouders. Al vermeldt de schrijver maar een enkele keer dat hij dit verdriet uit eigen ervaring kent, aan alles is te merken dat deze dingen door hem zijn heengegaan. Niet dat hij op alle vragen een antwoord meent te hebben — hij weet te zwijgen waar hij zwijgen moet. Het boekje sluit af met enkele voorbeelden uit de pastorale praktijk. Zeer geschikt om zelf als ambtsdrager in een dergelijke situatie te raadplegen om op de juiste pastorale toonhoogte te komen, alsook om het in handen te geven van mensen die dit hebben meegemaakt. En die zijn er heel wat in de gemeenten.

H.J. Lam, Bedelares én bruid. Gedachten over het eigene van de kerk. Uitg. Kok Kampen 2007,119 blz., € 12,50.

Dit boekje is het laatste in de twaalfdelige reeks Gereformeerd Belijden, uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. De kersverse voorzitter van de Bond schrijft in dit boekje over de kerk. Eerst vindt een (te) korte bijbelse verkenning plaats vanuit de brief aan de Efeziërs. Vervolgens wordt geluisterd naar voornamelijk de gereformeerde belijdenisgeschriften. Dan klinken de stemmen van Augustinus en enkele reformatoren. Uit de negentiende worden de gedachten van Gunning en Hoedemaker voor het voetlicht gehaald, terwijl ten slotte de 20e eeuwers Bavinck en Noordmans aan het woord komen. In het laatste hoofdstuk haalt de auteur de oogst binnen en verwerkt hij het gevondene op een eigen wijze. Hij tekent op een fraaie manier de kerk als bruid, als weduwe en als kruisgemeente. De verhouding tussen verbond en katholiciteit komt aan de orde, en de richting van het gesprek met Rome en de evangelicalen wordt gewezen. Kort wordt ingegaan op de taak van de kerk in de samenleving, en daarbij wordt de notie van de theocratie niet vergeten.

Het is een boekje dat in kort bestek veel biedt dat het overdenken waard is. Mèt de auteur lijden we aan de verdeeldheid en ingezonkenheid van de kerk en delen we het verlangen naar haar bloei. Over allerlei actuele zaken (hoe aantrekkelijk moet de kerk zijn voor de wereld, hoe ‘media-minded’ moet ze zijn en hoe pluriform) maakt ds. Lam tal van behartigenswaardige opmerkingen.

We weten dat ‘bonders’ en ‘cgk-ers’ op het punt van het belijden over de kerk niet geheel gelijk denken. Dat bleek mij op blz. 24, waar de schrijver een bepaalde exegese geeft van art. 28 NGB, als zou het bij ‘zich afscheiden van degenen die niet van de kerk zijn’ gaan om een zich afscheiden van de wereld. Dat is overigens ook in tegenspraak met wat hij eerder opmerkte: dat afscheiding geboden is zodra blijkt dat de kerk zich ontpopt als een valse kerk.

Niettemin beveel ik dit boekje van broeder Lam graag ter lezing en bestudering aan.

P. van der Kraan, In trouw verbonden. Bouwstenen voor een bijbels huwelijk. De Groot Goudriaan-Kampen 2005,173 blz., € 18,30; met bijbehorende cd-rom € 20,30.

Aan de lange reeks boeken en boekjes over het huwelijk en de voorbereiding daarop voegde ds. Van der Kraan deze uitgave toe. En dit boek mag er zijn! Aan de hand van het klassieke huwelijksformulier komen allerlei aspecten van het huwelijk aan de orde. Bijzonder praktisch zijn vooral de hoofdstukken over gezinsvorming, communicatie en conflictbeheersing. De auteur gaat allerlei vragen op dit gebied niet uit de weg, maar gaat er op een pastorale en deskundige manier op in. De gespreksvragen zijn zodanig opgesteld, dat ze een open gesprek op gang kunnen brengen. Enig nadeel zou kunnen zijn, dat de hoeveelheid stof zo groot is, dat men er zelfs in tien avonden niet doorheen komt, zeker als men ook nog de presentaties op de cd-rom erbij gebruikt.

Een vraag heb ik wel bij de exegese van sommige teksten, met name Gen. 3:16. De auteur kiest — in de lijn van het klassieke formulier — voor de uitleg dat de woorden in deze tekst vooral een heilzame terechtwijzing en terugbuiging naar de scheppingsorde bevatten. Dat is echter de vraag. Ook meen ik dat 1 Petr. 3 : 4 meer toelichting behoeft dan nu gebeurt. Verder nog een wens: het zou goed zijn als in een volgende druk (en die wens ik dit boek zeker toe) een literatuurlijst wordt opgenomen.

Dr. H.G.L. Peels, God en geweld in het Oude Testament. Uitg. TU Apeldoorn 2007,115 blz., € 7,95 (excl. verzendkosten)

Als nr. 47 verschijnt deze Apeldoornse Studie, gewijd aan een thematiek die zeker de laatste jaren bij vele christenen vragen oproept. Op pag. 11 formuleert de auteur de kernvraag heel trefzeker: ‘Wat moeten we aan met een Bijbel die bol staat van geweldverhalen?’ Families die collectief gestraft worden, volken die in opdracht van God moeten worden uitgeroeid: roept dat geen grote verlegenheid op bij ieder die gelooft dat God een God van liefde is? We mogen dankbaar zijn dat prof. Peels geen van deze vragen uit de weg gaat. Integendeel, hij erkent en herkent ze en gaat er vervolgens diep de Schrift mee in. In dit boek is ook de volledige discussie opgenomen die de auteur gevoerd heeft met dr. Sam Janse. De manier waarop deze theologen over een zo moeilijke materie met elkaar in gesprek zijn gegaan heb ik als voorbeeldig ervaren: eerlijk, helder en met respect. Het viel me daarbij op hoe prof. Peels de vragen en argumenten onder het gezag van het Woord brengt en dat met overtuiging en heel veel kennis van zaken doet. Er blijven zeker over dit onderwerp nog vragen over, maar dit boek is een geschenk voor wie naar bijbelse antwoorden zoekt op heel moeilijke vragen!

Dirk Zwart, Kogels in de kerk en andere beschouwingen over (kerk)muziek. Uitg. Kok Kampen 2006,155 blz., € 13,50.

De eerste helft van deze bundel met opstellen van de hand van de bekende componist en kerkmusicus bevat een aantal, mij uit het hart gegrepen, hoofdstukken over muziek in de kerk. Titels als: ‘Waar moet het (niet) naartoe met de kerkmuziek?’ en ‘Gemeentezangbegeleiding’ kaarten zaken aan die rechtstreeks de liturgie raken, maar waarover maar bitter weinig serieus wordt nagedacht; laat staan dat er in ons kerkelijk leven beleid op gemaakt wordt. In hoeveel gemeenten heerst de verlegenheid als het gaat om een plaatsbepaling t.a.v. het kerkelijk lied, zeker bij de oprukkende alternatieve liederen uit de Opwekkingssfeer? Zwart gaat heel concreet op z’n doel af: hij wil bewustmaken van het onschatbare belang van ‘een geordende kerkmuziekpraktijk’. Een belang voor een bijbels geïnspireerde geloofsbeleving wel te verstaan. Laten ambtsdragers zijn rustig en overtuigend betoog lezen en de verlegenheid op dit punt te boven komen. Het zou de lofzang ten goede komen.

Dr. H. van ‘t Veld, Wegwijzer naar Christus. De Heidelbergse Catechismus berijmd en gezongen, 1624–2006. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2007, 141 blz., € 12,90.

Een heel curieus boekje, waarin ‘de Heidelberger’ op een manier aan bod komt die maar weinig kerkgangers zullen kennen. Van ‘t Veld is heel precies nagegaan door wie én hoe de HC sinds het begin van de 16e eeuw is berijmd en/of in liedvorm bewerkt. Dat levert voor wat betreft de eerste helft van dit boek een interessant overzicht op voor de liefhebbers van een specifiek stukje Nederlandse kerkgeschiedenis: ouderlingen, predikanten en schoolmeesters, ze hebben om strijd de jeugd willen dienen met een Heidelberger-op-njm. Het resultaat is niet zelden vermakelijk voor de huidige lezer. Voor de auteur gaat het echter zeer beslist om de grote waarde van deze catechismus. Dat is de reden waarom hij in het vervolg van z’n boek met een eigen te zingen berijming komt van alle 52 zondagen, op melodieën van psalmen en gezangen uit het Liedboek. Verdienstelijk berijmd en goed zingbaar, maar of deze arbeid echt gehonoreerd zal worden door het een plek te geven in de catechese, daar heb ik m’n twijfels bij.

M. de Blois e.a. (red.), Vloeken als een Hollander. Godslastering: religieuze, juridische en culturele aspecten. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2007,151 blz., € 13,50.

In 2007 bestaat de Bond tegen het vloeken 90 jaar. Dat was reden voor het houden van een symposium, op 21 september jl. in Ede, waarin bovengenoemd boek werd gepresenteerd. Het boek valt in vier delen uiteen. Het eerste is juridisch getint: in de loop van het bestaan van de Bond werd een aantal processen gevoerd onder verwijzing naar de wet. De uitkomst ervan was niet altijd bemoedigend. Ook wordt in dit deel de vraag onder ogen gezien of er een recht op kwetsende meningsuiting bestaat. Helaas is die vraag bepaald niet overbodig, maar de beantwoording ervan zal weer belast worden met de vraag: wie bepaalt wat kwetsend is? Intussen is mijn indruk dat onze samenleving wel oververhit begint te raken…

In deel 2 komt een aantal korte bijdragen van politieke partijen aan de orde, waarin zij hun standpunt terzake uiteenzetten, gevolgd door deel 3, waarin culturele aspecten rond het vloeken de aandacht krijgen; dit deel is sterk filosofisch getint. Afsluitend deel 4, waarin godslastering in een religieus kader wordt gezet. Daarin wordt o.a. duidelijk (vooral in de bijdrage van prof. Den Hertog) hoe moeizaam het opkomen voor het rechte gebruik van Gods naam geworden is na ‘nine eleven’: alles wat maar enigszins riekt naar radicalisme (al of niet terecht!) moet het ontgelden. Men ziet overigens, alles overziende, hoe de ondertitel van het boek de inhoud van achter naar voor op een rij zet.

Reimer Sonneveld, Vliegende boom. Dagboek. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2007,429 blz., € 15,-.

In 365 stukjes, dus je kunt er een heel jaar mee toe, vindt u in dit dagboek voor elke dag een bijbelgedeelte, een overweging daarbij en enkele vragen en tips voor een gebed, recht op de man af. Indringend, en daarom aan het denken zettend. De auteur schuwt lastige bijbelgedeelten daarbij niet. Ik noem het stukje op blz. 227 over de volkstelling van David (2 Sam. 24 en 1 Kron. 21), waarbij hij een duidelijke persoonlijke weg van bekering wijst, die boven de uitlegkundige vragen uitrijst. Dat is waardevol. Een kanttekening: jammer dat het taalgebruik soms net wat te ‘plat’ is, naar mijn gedachte.

Ds. P.J. Teeuw, Omgaan met verschillen in de gemeente. Serie Artios. Uitg. Groen Heerenveen 2007,147 blz., €12,50.

Ds. Teeuw is PKN-predikant te Papendrecht, en publiceerde een serie artikelen over bovengenoemd onderwerp in de ‘Waarheidsvriend’. Die trokken dermate de aandacht dat ze nu in dit boek gebundeld zijn. Die aandacht is begrijpelijk: na vele jaren liturgische herkenbaarheid zijn nu ook binnen de Geref. Bond de variaties te zien die in andere kerken al zo lang stof tot bezinning geven; terecht noemt de auteur op blz. 15 de CGK en de GKv, maar ook de GG — al is de variëteit daar meer in de prediking aan de orde en minder in de liturgie. Het boekje biedt helderheid als het gaat om de vraag hoe verschillen door verscheidene theologen uit vroeger tijd werden benaderd (o.a. Luther, Calvijn, Brakel, Augustinus); het laat ook zien dat men zich voor eenvormigheid niet kan beroepen op het OT of het NT. In beide delen van de Schrift vindt men de ruimte voor verschillende praktijken namelijk. Scheidend, zo betoogt ds. Teeuw, is de visie op de heilsfeiten (blz. 110) en het zalig worden uit genade (111). Binnen die kaders is een inhoudelijke ruimte die men mág, maar natuurlijk niet per se hóeft te benutten. En zo beveelt de auteur een indringend gesprek aan binnen de gemeente, waarbij men niet bij voorbaat elkaar onder verdenking stelt, maar uitgaat van eikaars oprechte geestelijke intenties. Op die manier alleen kan de gemeente geestelijk verder komen. Als praktische tip wordt nog een beleidsplan aanbevolen (blz. 124)om de ‘grote’ en de ‘kleine’ identiteit te verwoorden.

Petrus van der Hagen, Werp uw zorg op de Heere. George Whitefield, Wandelen met God.

Johannes van der Kemp, Emanuels ondertrouw. Uitg. De Banier Utrecht 2007, 54, 63 en 72 blz., € 9,90 per boekje.

Drie deeltjes uit de serie ‘Gedolven schatten’. Van der Hagen (1641–1671) was één van de meest begaafde predikanten van zijn tijd. De preek die in dit boekje van hem wordt gepubliceerd, werd uitgesproken onder voor Nederland moeilijke omstandigheden. Hij roept zijn hoorders op om hun zorgen voor tijd en eeuwigheid op de Here te werpen. Whitefield leefde van 1714–1770. Zijn bediening kan als bijzonder gezegend worden getypeerd. In de hier gepubliceerde preek geeft hij aanwijzingen voor het wandelen met God. Van der Kemp ten slotte (1664–1718) werd vooral bekend door zijn catechismusverklaring. In dit boekje geeft hij, in de vorm van enkele brieven, een indruk van wat een ziel ervaart voor, tijdens en na de geestelijke ondertrouw met Christus.

John Piper, De vreugde van God. Uitg. De Banier Utrecht 2007, 389 blz., € 28,50.

Eerder verscheen van dezelfde schrijver (predikant van de Bethlehem Baptist Church in Minneapolis) Verlangen naar God. Dit boek biedt voor dat ‘eerdere’ boek nu het fundament. De uitgever stelt dat Verlangen naar God samengevat kan worden in de zin: God wordt het meest door ons verheerlijkt, wanneer wij ons in Hem verheugen. Het vervolg, De vreugde van God, voegt daaraan toe: wij verheugen ons het meest in God als we weten waarom God zich verheugt in zichzelf. Daartoe — zo voeg ik er aan toe — heeft de schrijver alle plaatsen in de Bijbel opgezocht, waarin sprake is van Gods vreugde en blijdschap, en daarover preken gemaakt. Zodoende ging dit alles steeds meer voor hem stralen: de vreugde in zijn Zoon, in zijn schepping, in zijn faam, in de verkiezing, in zijn zorg voor allen die op Hem hopen, in het gebed van de oprechten, in zijn verberging voor wijzen en zijn openbaring aan kinderen. In een bijlage (blz. 315–342) wordt nog eens apart ingegaan op het ‘raadsel’ van de verkiezing. Het klassiek gereformeerde fundament wordt erin onderstreept; hij typeert dat zelf als een uiteenzetting ‘op eenvoudige wijze’, maar ik vind het nog behoorlijk ingewikkeld. Maar dat is altijd het geval bij dat voor velen zo moeilijke leerstuk. Verrassend zijn de studievragen aan het eind van het boek, waardoor men kan zien of men zich het geheel geestelijk eigen heeft gemaakt.

J.R. Beeke, De wereld overwinnen. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007, 175 blz., € 14,90.

In duidelijke reformatorische stijl verwoordt dr. Beeke de strijd die een christen heeft te voeren met de wereld. Zijn weg leidt naar boven, maar altijd weer dreigt het gevaar om uit te glijden of te vallen. Om staande te blijven en om te overwinnen, zo is de lijn van het boek, zijn drie zaken nodig: geloof, vroomheid en heiligheid. Deze zaken worden in drie delen besproken, voorzien van duidelijke voorbeelden. De schrijver trekt rechte voren; we kunnen er geestelijk van leren.

Kolet Janssen, God & Co. Over geloven altijd en overal.

Jo en Alfons Claes en Kathy Vinke, Het verhaal van Maria volgens de apocriefe geschriften. Uitg. Ten Have Kampen/Davidsfonds Leuven 2006, 126 resp. 196 blz., € 19,95 resp. € 24,95.

In de eerste uitgave wordt op het niveau van kinderen van de basisschoolleeftijd inzicht gegeven in de verschillende uitingen van geloven. Het christelijk geloof, maar ook de islam Op een heel aardige, kindvriendelijke wijze; dat wordt nog weer versterkt door de mooie illustraties van de hand van An Candaele. Maar… die verschillende wijzen van geloof wor den niet principieel ingekaderd. Elk geloof heeft zijn eigen plus- en minpunten, en daar moeten we het mee doen. Jammer van zo’n mooi boek.

Van het tweede boek kan eigenlijk hetzelfde gezegd worden, zij het op ander niveau. Er wordt een levensverhaal van Maria, de moeder van Jezus, neergezet, waarvoor de apocriefe geschriften flink geraadpleegd zijn. Interessant, omdat je op die manier voor ogen krijgt hoe het toch zit met die Maria ten hemel opneming enz. Maar treffend is dat erkend wordt dat vele gegevens geen grond vinden in de evangeliën (blz. 9), maar dat er tegelijk toch grote waarde aan wordt gehecht wat betreft het waarheidsgehalte.

Anselm Grün, Op andere gedachten. Positief leren denken.

Anselm Grün, Aandachtig leven. Uitg. Ten Have Kampen 2005/6, 91/192 blz., € 12,90/29,90.

Anselm Grün (1945, monnik en economisch directeur van de benedictijnenabdij in Münsterschwarzach) zal voor de meesten, gezien zijn vele publicaties op het gebied van geloof en spiritualiteit, geen geheel onbekende meer zijn. In het eerste boekje geeft hij adviezen om negatieve denkpatronen te doorbreken. Daartoe put hij uit geschriften van oude woestijnvaders, gedachten van de moderne psychologie, bijbelteksten en spreekwoorden. Het resultaat is een boekje dat tot nadenken stemt (en dat zal de bedoeling geweest zijn); daarbij moet men wel zelf de onderscheiden principiële lagen bij de aan het papier toever-trouwde gedachten onderscheiden, want het is wel een mengelmoes geworden.

De prijs van het tweede boek is hoog, maar u hebt er wél wat voor: een schitterend uitgevoerd lees- en kijkboek rond allerlei thema’s: zelfkennis, sporen van God, innerlijke rust, herinnering, verstilling, vreugde, leven in het licht, zorgvuldigheid, in de diepte, de eigen weg. Meditatieve teksten van de bekende kloosterling — een woonomgeving die hem niet verhindert midden in het leven te staan. Ook hier geldt dat u zijn teksten wel moet wegen en waarderen in het raam van de traditie waarin hij staat. Dan blijft er genoeg om te overwegen.

Mattheu; Henry, Door onbezaaid land. 52 meditaties over de woestijnreis. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2006, 176 blz., € 14,90.

Nog altijd ziet men in boekenkasten de bekende bijbelverklaring van Matthew Henry, en nog altijd grijpen mensen ernaar, bijv. n.a.v. een gehoorde preek. Uit de verklaring van de boeken Exodus, Numeri en Deuteronomium zijn nu gedeelten ‘geknipt’, die vervolgens gereedgemaakt werden om als meditatie gelezen te worden. Dat betekende opnieuw hier en daar ‘knippen’, en dat heeft natuurlijk iets riskants; de redacteur was zich daarvan bewust en het resultaat is alleszins leesbaar. Zodoende worden de gedachten van deze prediker van vier eeuwen geleden weer ter overweging doorgegeven.

R.A. Bosch, Wilhelmus Schortinghuis.

W.J. op ‘t Hof, Teellinck. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007, 160/172 blz., beide € 14,90.

In de serie Inleidingen met kernteksten (zie ook AC februari 2007) verschenen bovengenoemde deeltjes, het ene samengesteld door ds. R.A. Bosch, die studentenpastor (PKN) is in Maastricht, het andere door prof.dr. W.J. op ‘t Hof, bijzonder hoogleraar aan de VU namens de HHK. De 18e eeuwse Schortinghuis is vooral bekend geworden door zijn ‘vijf nieten’. Maar wie hij was, en hoe hij bij die ‘vijf nieten’ kwam, dat wordt in dit boekje beschreven. Daarbij is er een selectie van zijn teksten te lezen, waardoor deze weer voor velen toegankelijk worden. Zo gaat deze prediker, die gereformeerd en mystiek in zich verenigde (blz. 11) weer voor ons leven. Van Teellinck (1579–1629) kan gezegd worden dat hij de vader van de Nadere Reformatie was. Hij beijverde zich voor een oprecht, persoonlijk doorleefd geloof.

J.C. Ryle, De Bergrede. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2006,114 blz., € 9,90.

In een klein formaat boekje (het kan zó in je binnenzak) krijgt u een behandeling van een deel van het commentaar op Mattheüs van deze 19e eeuwse prediker. Helder en praktisch zijn de woorden, waarmee dit commentaar getypeerd kan worden.

CH. Spurgeon, De macht over satan. Uitg. De Banier Utrecht 2007,137 blz., € 8,50.

In dit boek geeft de bekende Engelse prediker een aantal krachtige bijbelse strategieën om de satan te weerstaan. Daartoe moeten we hem doorzien en om daarbij te helpen tekent Spurgeon zijn karakter en sluwe technieken. De Bijbel gaat daartoe bij sprekende gedeelten open: Job 1, Openb. 12, 1 Thess. 2:18 bijvoorbeeld. Christus is overwinnaar, en wie in Hem schuilt, zal in zijn overwinning delen!

Thomas Boston, Berouw. De weg terug naar God. Uitg. De Banier Utrecht 2007, 312 blz., €21,90.

Aan de hand van verschillende bijbelpassages legt Thomas Boston (1676–1732) in enkele preken en geschriften uit wat bekering en berouw inhouden. Zijn lessen zijn doortrokken van een diepe ernst: wie de smalle weg niet betreedt en ten einde toe loopt, zal immers verloren gaan. En Boston was echt begaan met de eeuwige bestemming van de mens. Laat een mens daarom het moment van zijn bekering niet uitstellen, want niemand weet wanneer de dag van het oordeel komt. En drie eeuwen later kunnen we ons die woorden nog steeds aantrekken.

Jacobus Koelman, Verborgen omgang. Uitg. De Banier Utrecht 2007, 70 blz., € 8,20.

Druk… dat hebben we het allemaal. Wie heeft er nog tijd? Zo vraagt de samensteller van deze bundel, om vervolgens te zeggen: we krijgen een speciale tijd van God, namelijk genadetijd. En het is zaak om daarvoor altijd tijd te maken. Dat kan door de drie geschriften ter hand te nemen van de 17e eeuwse prediker Koelman. Ze gaan over de verborgen omgang met God, de vragen voor dagelijks zelfonderzoek, en de vijftig plichten voor iedere gelovige. De verwoording van die laatste verraden de tijd waarin ze werden geschreven (en dat kan moeilijk anders), maar tegelijk kunnen vele ervan met goed recht in aangepaste vorm onderstreept worden.

Ds. J. Van Amstel, Hoe word je een christen? Uitg. De Banier Utrecht 2007, 71 blz., € 8,90.

Ds. Van Amstel schreef dit boekje, geïnspireerd door wijlen prof. J. Hovius, die hem de ogen opende voor wie Christus is, en door zijn vrouw, van wie hij zegt dat God haar ‘als een christin naast mij gaf (blz. 5). Het boekje valt in 6 stukjes uiteen: waarom zou je christen worden? Hoe kom je zover? Wie wordt christen genoemd? Christen zijn; steeds meer christen worden; samen christen zijn. De auteur heeft vooral (maar niet alleen) jonge mensen op het oog en probeert in zijn wijze van schrijven en het kiezen van voorbeelden hen ‘wakker te krijgen’. Zo wordt aan hen geestelijke leiding gegeven en zo kan dit boekje mooi dienen bijv. als belijdenisgeschenk.

Nelly va? Kampen-Boot, 1 Petrus. Vreemdelingen ver van huis. Serie Luisterend leven. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2007, 95 blz., € 10,=.

Een treffende ondertitel voor de bespreking van een brief die gericht is aan de ‘vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn’, 1 Petr. 1:1. Deze brief draagt immers alle sporen van de inhoud van het bijbelse vreemdelingschap: discriminatie, valse beschuldigingen enz. Opvallend, zo stelt ds. Van Kampen, is de hoopvolle toon en het missionaire karakter van de brief: men denke aan 3:15, waar de bereidheid tot het afleggen van verantwoording wordt onderstreept. Ze werd geïnspireerd tot het schrijven door een bezoek aan christelijke gemeenten in India en Sri Lanka, waar deze zaken op een bijzondere wijze realiteit zijn. Het boekje is geordend volgens het principe dat degenen die bekend zijn met deze serie, vertrouwd zal voorkomen: aan elk bijbelgedeelte wordt een aantal meditatieve momenten (‘dagen’), gekoppeld, samen met een gebedsoverweging. Dit wordt dan gevolgd door een stukje waarin ‘samen luisteren’ beoogd wordt. Daarbij passen dan weer aantekeningen bij de tekst en vragen voor gezamenlijke bespreking.

G.W.V., Voorbij de regenboog. Uitg. Kok Kampen 2007, 399 blz., € 19,90.

De dagboeken van mevr. G.W. Tamminga-Visser zijn inmiddels in brede kring bekend. Ze bereikt velen met haar korte, sprekende meditatieve gedachten voor elke dag. Ook dit nieuwe dagboek zal zijn weg daarom gemakkelijk vinden, hetzij voor uzelf, hetzij ten geschenke bij een bijzondere gelegenheid voor uw gemeenteleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.