+ Meer informatie

TER OVERWEGING

15 minuten leestijd

Ds. P. Schelling (red.), Handboek 2000 van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Uitg. Print Media bv, Bedum. 469 blz. f 16,65.

Voor de eerste keer ontving de redactie een exemplaar van het jaarboek van de GKV. Het mag een teken zijn van de groeiende wederzijdse contacten. Ds. P. Schelling volgt als redacteur dr. W.G. de Vries op, die vele jaren het handboek verzorgde. Hij had een moeilijk begin: onverwachte wisseling van uitgever zorgde voor grote vertraging en inhoudelijke stagnatie, die met name bij het jaaroverzicht tot uiting komt: dit overzicht bestaat voornamelijk uit een zeer uitgebreide analyse van de synode Leusden 1999. Daaruit blijkt trouwens wel dat hun vragen en de onze gedeeltelijk met elkaar sporen: het zingen van welk lied, losmaking van predikanten, gebruik en herziening van liturgische formulieren. We kunnen van elkaar leren, dunkt me. Het handboek van de ‘vrijgemaakten’ heeft dezelfde opzet als ons jaarboek: gerangschikt naar classis/part. synode, te beginnen bij het Noorden. Daarna de statistiek (deze kerken groeien nog gestaag, zij het met name door geboorte), vervolgens vermelding van onderwijs/kerkelijke commissies enz. Van de in 1999 overleden predikanten vindt men een in memoriam; er wordt - in tegenstelling tot bij ons - geen ruimte gebruikt voor jubilea onder de predikanten. Persoonlijk vind ik dat echt niet erg.

Ds. G.C. Vreugdenhil, Wat is bevinding? Serie Jongerenperspectief. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. 156 blz. f 24,95.

Twee maal per jaar verschijnt er in de bovengenoemde serie een deeltje. Dit is het negende deel in de reeks. De auteur is predikant binnen de Geref. Gemeenten. Hij heeft een mooi, geestelijk evenwichtig boek het licht doen zien. In ieder hoofdstuk beginnend met een aansprekend voorbeeld komen zo de volgende onderwerpen ter sprake: Wat is bevinding, bevinding in de bijbel, het geheim van de gereformeerd-bevindelijke prediking, de toeëigening van het heil, geloof en gevoel, cultuur en geloofsbeleving, het bevindelijk karakter van ons gereformeerd belijden.

Weldadig is de voortdurende oriëntatie op de Schrift, en vervolgens de belijdenis. Telkens treft men heel rake gedachten aan. Als voorbeeld noem ik op blz. 41 de trits ‘eilende, verlossing -en dankbaarheid’ die als drieluik wordt gepresenteerd: vanuit het midden-paneel (Jezus Christus en die gekruisigd) gaat onze blik naar de zijpanelen. Zo zijn we inderdaad bij het hart van de zaak. De auteur heeft ook oog voor de omslag in de cultuur en de wijze waarop we daarin met het doorgeven van het Woord rekening moeten houden, zeker als het gaat om evangelisatie-arbeid (blz. 127). Zijn zendingsachtergrond komt in het geseculariseerde Nederland van pas! Het boek is geschreven voor jongeren, maar ik weet zeker dat het ook bij anderen, in verenigingsverband of gesprekskringen heel goede diensten zal kunnen bewijzen.

Joha Drane (red.), Nieuwe Encyclopedie van de Bijbel. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1999. 318 blz. f 79,90.

Deze uitgave is opgebouwd uit zeven delen: een overzicht van de bijbelse geschiedenis, volken en koninkrijken, de wereld van de Bijbel, religie en geloof, het leven en de leer van Jezus, de Bijbel boek voor boek, plaatsen/personen en sleutelbegrippen. Het is een voomaam uitgegeven werk met veel foto- en kaartenmateriaal. In principieel opzicht moet men wel de nodige voorzichtigheid betrachten. Als voorbeelden noem ik de wijze waarop op blz. 178 over Jezus wordt gesproken: als kind van Jozef, zonder ook maar te zinspelen op het Zoon van God zijn, en ook de zeer omfloerste wijze waarop (blz. 191) over de opstanding wordt gesproken. Niettemin krijgt men in vele opzichten een goed inzicht in de leefwereld van de Schrift en de indeling en boodschap van de bijbelboeken.

A. Dingemanse (red.), Om het Woord. Leidraad bij het dagelijkse gesprek rondom de Bijbel in hetgezin vanaf 4 jaar. Uitg. Groen, Heerenveen 1999.192 blz. f 29,95; voor abonnees f 22,50. Deze serie wil meer inhoud geven aan het dagelijks bijbellezen in het gezin. ledere dag wordt een stukje uit de bijbel aangegeven met aanknopingsmogelijkheden voor een gesprek met de kinderen. Dat gebeurt op twee niveaus: voor ongeveer 4-5 jaar en 6-12 jaar. Op de zondagen is er de mogelijkheid in te haken op het gehoorde in de kerk. Kleurplaten en andere mogelijkheden om de creativiteit uit te leven staan door het hele gespiraliseerde boekwerk heen. De teksten zijn principieel betrouwbaar. De uitgave is - zoals boven vermeid - bedoeld voor gezinsgebruik, maar ik denk dat ook zondagsscholen, nevendiensten e.d. er een handig gebruik van zullen kunnen maken.

Alpha en Omega, Visioenen van het millennium. Uitg. Ten Have, Baarn 1999. 70 blz. f 24,90. Teksten uit het boek Openbaring, gecombineerd met kunstwerken uit de bekendste musea ter wereld. Werkelijk een schitterend boek. Per twee bladzijden vindt men op de ene een tekst uit het bijbelboek, op de andere - tegenoverliggende - een op die tekst betrekking hebbend schilderij. De schilderijen komen uit vele eeuwen en van over de hele wereld. Kerkenraden/diaconieën die een geschenk bijv. voor een jubileum zoeken, zullen hun leden er een groot genoegen mee doen.

Pierre Winkler, Denken zonder woorden. Een vergelijkend overzicht van de wereldgodsdiensten. Uitg. Kok, Kampen 1998. 127 blz. f 24,90.

Het boek geeft wat de ondertitel aangeeft, en wel informatie over het Hindoeïsme, Boeddhisme, Jodendom, Christendom en Islam. De titel is een doordenkertje; in het voorwoord vindt men de verklaring: ‘door te geloven geeft de mens uitdrukking aan zijn behoefte om tot een ‘hogere waarheid’ te komen (…), die niet door argumenten gerelativeerd kan worden’. Men begrijpt dat dit een definite ‘van onderaf is, maar dat past in het kader van het boek: het gaat de auteur om een maatschappelijk objectieve weergave van achtergronden, ontwikkelingen in de geschiedenis, Godsbegrip en ethische standpunten. Zodoende krijgen we een beknopte doorsnede van de genoemde godsdiensten. Zeker in onze tijd kunnen we daar niet buiten. Er zijn wel enkele schoonheidsfoutjes; ik noem er één: de weergave van het 9e gebod op blz. 74, namelijk over respect, discretie en beheersing in sexuele begeerten; teveel op de R-K kerk gelet?

Hanneke van den Boer-van den Berg, Geen keuze zonder twijfel. Beslissen over een zwangerschap. Uitg. Ten Have, Baarn 1999. 255 blz. f 34,90.

De auteur is o.a. verbunden aan het Ac. Ziekenhuis Rotterdam en promoveerde in 1997 op een proefschrift met de titel ‘De juiste keuze’. Het nu voor ons liggende boek geeft een helder overzicht van alle overwegingen waar (a.s.) ouders mee te maken kunnen krijgen als het gaat om het (niet) krijgen van kinderen. Wij zijn medisch tot grote dingen in Staat. Bij zwangerschappen is veel meer aan begeleiding mogelijk dan eerder; ook is er meer kennis over de nog ongeboren vrucht. Maar daarmee nemen ook de onzekerheden van ouderparen toe: wil ik met mijn genetische achtergrond wel kinderen? Wil ik deze vrucht wel voldragen? De auteur breekt een lans - als het gaat om beslissingen - voor het vertrouwen in ouders, als de beste belangenbehartigers van hun ongeboren kind. Gemeten aan die norm is het een helder boek. Gemeten aan een andere norm, die van de wil van God, komt het boek tekort, ondanks het weergeven van de visie van enkele christelijke ethici, waaronder J. Douma. De gedachte (blz. 42) dat het in de bijbel ‘niet om gevoelens, maar om plichten’ gaat, en dan ‘vooral de plichten van kinderen tegenover hun ouders’, en dat er ‘weinig of niets te vinden is van eventuele zorg, liefde of tederheid die ouders zouden hebben voor hun kinderen’ kan gemakkelijk weerlegd worden. Dat is het tekort in een overigens inzichtgevend boek.

Koos Staat, Eén-nul. Stukjes over God en jou. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen / Filippus, Arnhem 1999. 54 blz. f 13,50.

Een boekje, geschreven voor jongeren, met 24 stukjes over God en hen. De insteek is een facet uit de sportwereld (waar Paulus niet onbekend mee was!), gevolgd door een bijbelgedeelte en een persoonlijke toepassing. Zo komen we (o.a.) bij het verbond, het erbij horen, het meedoen, straf of vergeving, het milieu, vernieuwing enz. Ds. Staat heeft een rake woordkeus en wijst ook duidelijk de weg naar Joh. 14:6 en 7. Daarom zal dit boekje in handen van jongeren onder Gods zegen hen verder kunnen helpen.

Dr. G. van den End, Kernteksten uit de brief aan de Hebreeën. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1999. 94 blz. f 14,90.

De reeks ‘Kernteksten’ zal bij de meesten onder ons die met de uitleg van de Schrift bezig zijn, ondertussen genoegzaam bekend zijn. In een aantal hoofdstukken (in dit boek 9) wordt een bijbelboek doorgelezen en wordt de kern ervan weergegeven. Daarbij wordt de actualiteit niet vergeten. In de brief aan de Hebreeën gaat het daarbij o.a. om smaad en lijden om Christus’ wil, afval van het geloof en verzaking van de liefde, volharding. Deze thema’s keren in de behandelde teksten terug. Het boek helpt om greep op het geheel en de details te krijgen. Studiegroepen kunnen het gebruiken compleet met gespreksvragen.

Ds. P. Molenaar, Het huwelijk. Een gave en opgave, overwegingen over het zevende gebod. Uitg. De Banier, Utrecht 1999. 96 blz. f 19,50.

Dit boek is een uitbreiding van een eerder versehenen prekenbundel. Er worden vele zaken die het christelijk huwelijk raken aan de orde gesteld. Ik noem het kruis van de kinderloosheid, de zuiverheid van het sexuele samenleven, de kunst van het vaderschap. Uit de preken blijkt de grote eerbied voor het Woord van God en het gezag daarvan. De toespitsingen op de uitwassen rond deze zaken (soms wel wat buiten het verband van de tekst) zullen velen aanspreken. Soms gaat de auteur wel erg kort door de bocht. Als voorbeeld noem ik blz. 55: kan men echt waarmaken dat het feit dat kinderen met gebalde vuistjes geboren worden ten diepste onze zelfhandhaving voor God tekent? Maar overigens vindt men hier schriftuurlijke voorlichting.

Andrew A. Bonar, Eens een vreemdeling. Uit het leven van ds. Robert Murray McCheyne. Uitg. De Banier, Utrecht 1999. 178 blz. f 32,50.

Ds. McCheyne heeft naar menselijke begrippen maar kort geleefd: van 1813-1843. Toch was hij in die korte tijd een van de meest geliefde en begaafde Schotse predikers van zijn tijd. Nog steeds wordt, zeker in de geref. gezindte, zijn naam genoemd en worden zijn Schriftoverdenkingen geestelijk verwerkt. Daarom is het fijn dat een herdruk van dit boek is versehenen, zodat hij - door middel van deze beschrijving van zijn leven - in dankbare herinnering kan worden gehouden. Hij komt er in naar voren als een ernstige en evangelische prediker, velen de genade van Christus gunnend.

J.C. Ryle, Zoek de HEERE vroeg. De bijbelse boodschap uitgelegd voor kinderen. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. 126 blz. f 22,50.

De Engelse predikant J.C. Ryle (1816-1900) had een speciaal hart voor de kinderen in de gemeente. Zo nu en dan hield hij zelfs speciale preken apart voor hen, om ze zo de weg naar God te wijzen. We vinden deze preken in dit mooie boek: o.a. zoek de HEERE vroeg (Spr. 8:17), lessen van kleine dieren (Spr. 30:24 e.V.), de twee beren (2 Kon. 2:23v), daar is geen verdriet meer (Openb. 21:4). Het bijzondere van het boek is dat de preken weer in kleine stukjes onderverdeeld zijn van ieder een bladzijde. Daar Staat dan in de linkermarge telkens een bijbelgedeelte ter lezing bij, een vraag om over na te denken en een doe-opdracht. En zo wordt het geheel tot een keurig verzorgd dagboekje voor kinderen. Waardevol.

Henk Binnendijk, De Bergrede en Wereld van verschil. Een stukje Openbaring. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1999 (10e resp. 5e druk). 84 resp. 126 blz. f 15,50 resp. f 19,90.

Regelmatig houdt Henk Binnendijk bijbelstudies voor de EO. Soms reist hij er met een groep helemaal voor naar Klein-Azië, zoals bij het tweede hier aangekondigde boekje, dat handelt over de eerste drie hoofdstukken van het boek Openbaring. Met heldere, voor jongeren - maar niet voor hen alleen - aansprekende taal, doorspekt met (voor)beelden, gaat Binnendijk zijn weg door de Schrift heen, met grote eerbied voor Gods openbaring. Dat spreekt aan in deze Schriftstudies, alsook de vele verwljzingen naar andere bijbelteksten. Op details is altijd wel aanmerking te maken. Maar velen zullen erdoor in hun bijbelstudie kunnen worden geholpen, vooral ook door de vragen aan het eind van de hoofdstukken.

K. Runia, Wegen en doolwegen in de nieuwere theologie. Uitg. Kok, Kampen 1998. 173 blz.

In kort bestek behandelt prof. Runia hier de principia van de théologie zoals die door enkele van zijn tijd- (en soms ook kerk-) genoten beoefend wordt. Achtereenvolgens krijgen we een doorkijkje in het theologisch denken van Wiersinga, Kuitert, Den Heijer en Ter Linden. Daarna een hoofdstuk over het denken over de opstanding heden-ten-dage en de vraag of Jezus waarlijk Gods Zoon was. Het boek sluit af met een hoofdstuk Theologie en gemeente’. Een goede gedachte, want daar is het toch allemaal om te doen. En daar wordt wel eens gezucht onder de vloed van gedachten, die vaak ver zijn van het bijbels uitgangspunt. Daar legt dit boek een triest getuigenis van af. Het zal voor de auteur niet gemakkelijk geweest zijn het allemaal op te moeten schrijven. Het gaat hem om ‘de zuivere en voile verkondiging van het evangelie’, blz. 168. Terecht.

E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg, Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland. Handboek religies, kerken, stromingen en organisaties. Uitg. Kok, Kampen 2000. 374 blz. f 75.-. Eigenlijk is het heel erg dat je blij moet zijn met een boek als dit. Want zo ergens, dan komt hier weer eens de schrijnende verdeeldheid tussen christenen uit. Dit nog afgezien van allerlei andere vormen van religie die in dit handboek (de ondertitel is niet overdreven) een plaats vinden. In 1987 en 1992 versehenen al een eerste en tweede uitgave. Deze derde uitgave is zeer vermeerderd, maar ook qua aanzien sterk verbeterd: een kloek, ingebonden boekwerk. Als ik afga op enkele steekproeven, dan kan gezegd worden dat de informatie betrouwbaar is; niet altijd tot op het laatst bijgewerkt, maar dat is ook bijna niet mogelijk. Onze kerken zijn bijv. wat hun internationale contacten betreff, nu aangesloten bij de ICRC. Begrijpelijkerwijs verzoeken de auteurs in hun voorwoord om eventuele correcties en aanvullingen. Het is anders ook niet bij te houden! Een vraagbaak voor ieder die ergens in kerkelijk of religieus Nederland een plaats heeft.

Drs. W. Kats, Het heil is nabij! Bijbelstudies over adventsprofetie in Jesaja 56-66. Uitg. Filippus, 2000. 112 blz. f 19,95.

Wie regelmatig op onze Theol. Universiteit in Apeldoom komt, is daar ongetwijfeld wel eens in contact geweest met de auteur: voor zijn bijbelstudies als voorbereiding op zijn boeken is hij er vaak te vinden. Daarom is het mooi dat hij dit boek aan die Universiteit opdraagt. Het boek is zelfstandig te lezen; tegelijk bouwt het voort op twee eerdere studies over het boek Jesaja. De hoofdstukken geven wat de inleiding belooft: meditatief-exegetische bespreking, uitlopend op ‘notities’ en bezinningsvragen. Voor preekvoorbereiding of kringwerk een uiterst betrouwbare gids. De werkkracht van de auteur is, samen met zijn heldere, praktisch-principiële benadering, goud waard. Ik overdrijf niet.

H. Westerink, Ben ik wel uitverkoren? Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 2000. 66 blz. f 14,90.

Twintig korte stukjes, waarin de auteur een bijbelse weg wil wijzen rond dat altijd weer lastige gegeven van de uitverkiezing. Hij trekt een helder spoor waarin de bijbel echt open gaat. De zekerheid van de verkiezing in Christus, het verschil tussen roeping en verkiezing, de vruchten van de verkiezing; u vindt het hier allemaal in kort bestek. Zelfverzekerdheid is vreemd aan dit boekje; integendeel: ‘vertrouw op de Here Jezus en gij zult behouden worden’, blz. 31.

Henk van der Ent, Het vierde land. Houvast van een agnosticus. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1999. 140 blz. f 32,50.

Een boek van iemand die ook op andere wijze, met name door zijn gedichten, van zich laat horen, en die zichzelf typeert als agnosticus (wel te onderscheiden van een agnost), d.w.z. als iemand die blijft cirkelen om het geheim. Zo zoekend en tastend legt hij verslag af van zijn leven, duidend, vragend, heen en terug. Het eerste land loopt uit op bezwaar tegen het geloof in het ervaren, het tweede land tegen het geloof in het denken, het derde land tegen het geloof in de illusie (blz. 100). Geloof roept nl. - evenals kunst - een illusie op (blz. 94). Zo gaan we het vierde land binnen, waarin de werkelijkheid zich aan ons voordoet, descriptief, prescriptief en evocatief (blz. 105). De auteur komt niet verder dan drie woorden: ‘Hier ben ik!’ (blz. 133).

Het is een boeiend essay, dat bij mij veel teweeg bracht, teveel om in een recensie op te schrijven. Twee dingen. Allereerst iets aardigs: op blz. 55 wordt het verhaal van Achilles en de schildpad opgevoerd, waarbij de eerste de tweede nooit inhaalt. Er Staat dan:’ Geen wiskundige beschikt over een redenering die de onjuistheid van dit verhaaltje bewijst…’. Dit klopt niet; laat de auteur het maar eens aan zijn dochters vragen - aan hen heb ik het ooit verklapt. Het tweede zit dieper: het boek maakte mij verdrietig. Ik kan dat het beste verwoorden door aan te haken bij blz. 129. Daar wordt Psalm 8 geciteerd, met enthousiasme. Wat zou ik het fijn gevonden hebben, als de auteur -al tastend en vragen - vervolgens bij Hebr. 2 was terecht gekomen: “… maar wij zien Jezus’!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.