+ Meer informatie

GEHANDICAPTEN IN DE GEMEENTE

10 minuten leestijd

Inleiding

Toen mij werd gevraagd om een artikel te schrijven over mensen met een handicap, duizelde mij het aantal onderwerpen en zaken die van belang zijn om aan te snijden. Het is onmogelijk om alles in één artikel weer te geven. Ik heb er voor gekozen om iets te schrijven over mensen met een lichamelijke handicap; naar mijn gedachte is over deze groep in het algemeen minder bekend dan van mensen met een verstandelijke handicap.

Als je ambtsdragers vraagt naar het aantal mensen met een lichamelijke handicap in de kerkelijke gemeente, weet men er meestal maar een handjevol te noemen. In Nederland heeft 10% van de mensen een lichamelijke handicap. U kunt die vuistregel ook in de Chr. Ger. Kerken hanteren. Zeker in de kerken waar de vergrijzing toegeslagen heeft. Er zouden volgens deze cijfers 7400 mensen met een handicap zijn in onze kerken. Waar zijn al deze mensen? Wat zijn de eventuele problemen waar zij mee zitten? Hoe staan zij in het leven?

Hoe beleven mensen met een handicap het zelf?

Het is van belang om een juiste houding te hebben t.o.v. mensen met een handicap, anders zul je elkaar niet goed begrijpen. Laten we eens bezien hoe mensen met een handicap zelf tegen het leven aankijken; sommigen hebben meer dan 30 jaar ervaring. In een boekje van Dwarslaesie Organisatie Nederlandkwam ik een aantal interviews tegen waarin mensen in één zin het leven met hun handicap samenvatte:

- Ik heb mijn draai wel zo’n beetje gevonden.

- Aan medelijden of zelfmedelijden heb je niets.

- Ik wil zoveel mogelijk zelfstandig zijn.

- Ik ben verbaasd over alle mooie dingen die ik van God gekregen heb.

- Elke dag leer ik beter leven met het feit dat die rolstoel altijd nodig zal zijn.

- Je moet blijven vechten om van het leven te kunnen genieten.

- Veel problemen lossen zich uiteindelijk op.

- Er is ook met een handicap een hoop te ontdekken en te genieten.

- Ik vind zelfstandigheid het belangrijkste wat er bestaat.

- Het is toch een uitputtingsslag.

- Ik worstel nog steeds met de vraag: wat wil ik in het leven?

- Eindelijk durf ik te zeggen dat ik het erg vind om in een rolstoel te zitten.

- Het leven houdt niet op na een dwarslaesie; het wordt wel erg ingewikkeld.

Hier de ervaringen en uitspraken van drie blinde mensen:

- Een predikant: ‘Waarom ben ik geboren? Waarom hebben mijn ouders mij niet laten aborteren? Dan had ik al die ellende van het leven niet leren kennen.’

- Een vrouw: ‘Dat ik blind ben, daar heb ik geen last van; de chronische pijn die ik van mijn reuma heb, belemmert mij veel meer.’

- Een organist: ‘Wat heerlijk dat ik op deze wijze mag dienen als organist in het koninkrijk van God.’

Uit de citaten kunnen we opmaken dat mensen met een handicap de handicap allen op eigen wijze al of niet verwerken en er mee omgaan. Christenen denken niet allemaal hetzelfde, christenen met een handicap zijn niet anders. Elk mens met een handicap worstelt met de ambivalentie, verwerking en wordt telkens opnieuw met de nadelen van de handicap geconfronteerd. Dat gebeurt vaak op momenten dat het wel heel slecht uit komt; men verkeert dan in een nieuwe ongemakkelijke situatie waarbij de zelfredzaamheid in het geding is.

Het blijkt dat het van groot belang is hoe je persoonlijkheidsstructuur is vormgegeven. Als je al een pessimist was en je krijgt een handicap, zal dat pessimisme alleen maar versterkt worden. Mensen met een opgeruimd karakter kijken naar de dingen die ze nog wél kunnen. Het is dan ook een grote zegen als je van de Here een opgeruimd en opgewekt karakter hebt ontvangen; dat scheelt veel in de omgang met je handicap en andere mensen. Het spreekwoord luidt immers: een vriendelijk gezicht opent alle harten.

Beeldvorming van de mensen in je omgeving is belangrijk. De omgeving bepaalt in grote mate je handicap! Zijn beleidsmakers en bestuurders overtuigd van het feit dat de samenleving fysiek en mentaal toegankelijk dient te zijn? Een simpel voorbeeld is het openen van de verpakking van een gevulde koek: als je handen normaal functioneren is dat geen probleem, maar hoe doe je het als je handen niet goed meer functioneren? Anders gezegd: is het bij de ontwerpers van de verpakkingsindustrie al doorgedrongen dat ook mensen met een handicap koek eten? Waarom kan je vanuit de rolstoel niet pinnen bij de banken? Waarom hangen pinautomaten in winkels te hoog en vast gemonteerd? Komt dat, omdat 60% van de gehandicapten een uitkering heeft, 20% een modaal inkomen en 20% een bovenmodaal inkomen heeft, met andere woorden: het zijn geen interessante klanten? Of komt het omdat ontwerpers, architecten en bestuurders (ambtsdragers) gewoonweg niet denken aan mensen met een handicap?

Hoe is het geregeld met de toegankelijkheid in uw kerkgebouw en gemeente?

De fysieke toegankelijkheid wordt—gelukkig—steeds beter, maar hoe is het gesteld met de mentale toegankelijkheid?

Zijn mensen met een handicap in uw gemeente ook ambtsdrager of voorzitter van een vereniging of hopelijk van de commissie ‘onderhoud kerkgebouw’?

Het vragen van hulp

Mensen gaan in het algemeen al heel moeilijk of niet naar een diaconie. Als mensen een handicap hebben of krijgen is dat niet anders. Diakenen zijn er altijd secuur in dat mensen gescreend worden op het financiële vermogen. Zij moeten er toezicht op houden dat het geld goed uitgegeven wordt. Mensen denken dat zij allerlei bankrekeningen moeten laten zien. Het resultaat is dat mensen zich afvragen: wanneer kan ik nu hulp vragen bij een diaconie? Vaak denkt men niet eens aan de diaconie, want, zo houden zij zichzelf voor, zo erg is het mij nog niet gesteld. Mensen houden zichzelf vaak voor de gek, want zolang je geen hulp hebt van buiten, dan valt het nog wel met je mee.

Als men dan uiteindelijk toch met de diaconie in aanraking komt, vreest men dat, als de diaken de bankrekeningen bekijkt, hij z’n wenkbrauwen gaat fronsen en voorzichtig ‘nee’ knikt. De vrees dat dat kan gebeuren beleven mensen als een blamage van zich zelf. Dat houdt in dat het niet al te druk met aanvragen bij de diaconie is. Wellicht kunt u iets publiceren in uw kerkblad over de regels die u hanteert bij het aanvragen van financiële bijstand.

Gewoon (mee)doen

Mensen met een handicap hebben niet alleen behoefte aan pastorale zorg, maar vaak ook aan diensten van de diaconie.

Voorbeeld: Piet heeft een spierziekte en is rolstoelgebonden, hij wil wel naar de kerk voor de erediensten en andere verenigingsactiviteiten, maar z’n auto, die hij destijds als bruikleenauto van het GAK verstrekt gekregen heeft, is versleten. Piet heeft inmiddels een aanvraag gedaan voor een nieuwe auto bij de Wet Voorzieningen Gehandicapten. De aanvraag is inmiddels afgewezen door de gemeente: auto’s worden nog maar bij uitzondering verstrekt. Piet zit met het probleem! Hoe kan hij naar de kerk gaan? Een auto kan hij niet betalen van zijn bijstandsuitkering, dus moet hij met het aangepaste regionale vervoer. Helaas staat de kerk in een andere regio dan die waar het busje rijdt, dus zal hij met de gewone taxi moeten reizen. Ten eerste is dat duur, maar hij moet dan ook op zondag afrekenen. Als hij naar de diaconie gaat, zal de diaken hoogstwaarschijnlijk opgewekt antwoorden: o, dat is geen probleem; dan halen en brengen we je toch, daar weet ik wel een mannetje voor, maak je maar geen zorgen, dat komt wel goed.

Nou, het komt niet goed, want Piet wil helemaal niet gehaald en gebracht worden, hij vindt het wel goed dat de diaconie hem helpen wil, maar hij wil gewoon zelfstandig naar de kerk. Piet en de diaken komen beiden niet op het idee om gezamenlijk naar de hoorcommissie te gaan bij de burgerlijke gemeente om op die manier alsnog te proberen een auto te bemachtigen. Dat zou veel beter zijn, want Piet hoeft dan niet meer geholpen te worden en hij kan de hele week door allerlei activiteiten ondernemen (ook voor de kerk). Diaconieën hoeven in deze tijd minder geld te leveren;

aan diensten is echter des te meer behoefte. Stel de vraag: ‘wat kan ik voor u doen, waar kan ik je mee dienen?’

Het doel van het helpen van mensen met een handicap

Veel vrijwilligers helpen mensen met een handicap, omdat God van ons vraagt om voor onze naaste te zorgen. En wees nou eerlijk: wat is er nu nog prettiger dan het helpen van iemand met een handicap; Jezus was toch ook met barmhartigheid bewogen? En als jij helpt ben je net als Jezus. Het gaat zo makkelijk bij mensen met een ‘aaibaarheidsfactor 10’. Vaak hoor je mensen zeggen als ze iemand geholpen hebben: die dankbare gezichtjes en die dankbare lach op het gezicht… dan weet je het weer: daar doe je het toch voor!

Nu, als ik deze dingen hoor of zie gebeuren dan is het voor mij duidelijk: zo moet het níet! Waarom genas Jezus de blinden en de verlamden—even afgedacht van de geestelijke aspecten? Om mensen weer te laten participeren in de samenleving. In die tijd waren er geen rolstoelen, aangepaste kerken (denk aan de verlamde met de vier vrienden) en computers met brailleleesregels. Vroeger werden mensen met een handicap dan ook ‘ongelukkigen of gebrekkigen’ genoemd; dat was inderdaad het geval. De barmhartige Samaritaan was één van de eersten die een persoonsgebonden budget ter beschikking stelde, hij betaalde de waard wat nodig was voor verzorging, kost en inwoning. Dit geld was geen doel op zich, maar de hulp en het geld diende ervoor dat de man na verloop van tijd weer terug de maatschappij in kon en volwaardig kon deelnemen aan de maatschappij.

Vanzelfsprekend moeten wij onze naaste helpen als dat nodig is, maar het is van het grootste belang wat daarbij onze motivatie is. Is het dat we er goede sier mee maken? Zo van: ja, ik zorg voor iemand met een handicap en dat geeft me zoveel voldoening? De echte motivatie zou moeten zijn: hoe kan ik iemands tekorten aanvullen, zodat hij of zij weer mee kan helpen om Gods koninkrijk op te bouwen?

Het geloofsleven van mensen met een handicap

Voor iedereen geldt: er zijn twee wegen. Dat geldt dus ook voor mensen met een handicap; ook zij en ik moeten bekeerd worden. Mefiboseth, kreupel aan beide voeten, zei tegen David: wat is uw knecht dat gij omgezien hebt naar een dode hond als ik ben? Op de leerschool van vrije genade zullen ook mensen met een handicap die gestalte en belijdenis in enigerlei mate dienen te leren.

Mensen met een handicap verkeren van nature ook op de brede weg; met de rolstoel lijkt zo’n brede, vlakke weg veel beter dan de smalle weg met kuilen en gaten, bochten en hellingen. Daar word je moe van, dat kost inspanning en zelfverloochening. Alhoewel de Heere Jezus met barmhartigheid bewogen was over allen die niet gezond waren, wil dat niet zeggen dat alle mensen met een handicap of ziekte bekeerd worden. Dat is een ernstige zaak, een zaak van levensbelang; dan is het van ondergeschikt belang of je wel of niet een handicap hebt. Wel is het zo dat de handicap je met regelmaat bepaalt bij de kortstondigheid en kwetsbaarheid van het menselijke leven. Die Borg en Middelaar moeten we allen leren kennen; onze zonden moeten vergeven worden.

Een predikant zij eens: ‘in de hemel zijn geen rolstoelen, nee, daar wordt gehuppeld van zielenvreugd’.

‘Maar blij vooruitzicht dat mij streelt! Ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen’

Br. Van der Knijff is lid van de gemeente van Rijnsaterwoude; hij is daar diaken. In 2001 was hij lid van de generale synode.

Persbericht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.