+ Meer informatie

1914 – 1918 -> 2018

3 minuten leestijd

In de afgelopen vier jaren is een stortvloed aan herinneringen en beschouwingen over ons heen gekomen nu de Eerste Wereldoorlog 100 jaar achter ons ligt. En bijna ook het eind ervan: 11 november 1918 werd de wapenstilstand gesloten in het Franse stadje Compiègne. De stroom aan publicaties zal opdrogen.

Wat heeft deze oorlog voor de Nederlandse kerken betekend ? Vanzelfsprekend had de oorlog hier stukken minder impact, dan op de kerken in de oorlog voerende landen.

Velen verkeren daarom in de veronderstelling dat de oorlog onder ons geen sporen naliet. Maar deze indruk is onjuist. Alleen al het feit dat de mobilisatie van 1914 één op de drie mannen in de leeftijd tussen 17 en 40 jaar onder de wapenen bracht, leidde tot een omslag in denken en beleven van vele en met name jonge mensen. Dat 200.000 man op een bevolking van ruim zes miljoen plotsklaps noodgedwongen samen moest leven op legerplaatsen met name in het zuiden des lands, had gevolgen voor Godsbesef en kerkbesef. Want het waren 200.000 vogels van zeer diverse pluimage. Wat kerkelijk nooit door één deur kwam door de sterke kerkelijke verdeeldheid werd nu samengebracht in algemene diensten te velde. Talloze protestantse jongens en mannen werden gelegerd in overwegend rooms-katholieke provincies. Men kwam nauwer dan ooit in aanraking niet alleen met protestantse andersgelovigen, maar ook met rooms-katholieken. Over en weer moesten vooroordelen worden bijgesteld. Heel wat zekerheden werden aan het wankelen gebracht en het ging soms van conservatisme naar meer openheid voor verandering. Dan spreek ik nog niet van de invloed die uitging van dienstplichtigen die geen enkele binding meer hadden met een kerk. Er is op gewezen dat de kerkverlating in Nederland tussen 1909 en 1930 opzienbarend toenam: zij verdrievoudigde van circa 5 procent tot 14 procent van de Nederlandse bevolking, wat niet alleen kwam door de groeiende invloed van het socialisme maar ook door het ontwortelende effect van het oorlogsgeweld. Hier heeft bijvoorbeeld in meegespeeld dat de gemobiliseerden slechts een beperkte gage ontvingen, te weinig om er een gezin van te onderhouden, en dat kerken nogal eens steken lieten vallen bij de nazorg aan dienstplichtigen en hun gezinnen.

Een opmerkelijk gevolg van de mobilisatie voor de kerken was dat de overheid zich genoodzaakt zag een instituut van veldpredikers in het leven te roepen. Vóór 1914 was daar geen sprake van. Tot nu toe mogen de Nederlandse kerken een deel van de geestelijk verzorgers voor de militaire dienst leveren. Onze kerken hebben daar van meet af aan een eigen inbreng in gehad. Ds. Hector Janssen (1872 – 1944) bekleedde zelfs de functie van wat tegenwoordig heet de Hoofdkrijgsmachtpredikant, van ca. 1919 – 1939. Tot januari 2017 zijn wij nooit zonder legerpredikanten geweest. Zij hebben, in het voetspoor van ds. Janssen, gevormd op hun unieke werkveld, altijd een voorpost-functie gehad. Met een sterke antenne voor wat er geestelijk gaande is in brede lagen van de samenleving en met een haast vanzelfsprekende “drive” voor interkerkelijke samenwerking. Zo werkt ‘14 -’18 in elk geval ook tot op heden in onze Chr. Geref. Kerken door.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.