+ Meer informatie

Brutale meeuw pikt overal een visje mee

5 minuten leestijd

Meeuwen spreken zeer tot de verbeelding. Zwevend en zwenkend boven de branding van de zee, luidruchtig en rauw roepend aan het strand, vechtend op een vuilnisbelt, of zich met duizenden verzamelend langs de kust. Nadere kennismaking met een familie stevige luchtacrobaten, die meer omvat dan alleen kokmeeuwen.

Meeuwen zitten goed in elkaar. Ze hebben lange stevige poten, lange smalle vleugels en een rechte stevige snavel. Ze kunnen goed lopen, zwemmen en uitstekend vliegen. Hun voedsel is zeer gevarieerd. Ze eten schaaldieren, vissen, afval, wormen, aas, insekten, eieren en jonge vogels, brood en nog veel meer.

Het bekendst en het meest algemeen zijn de kokmeeuwen. In het voorjaar en de zomer treft men ze vooral aan in vochtige gebieden zoals moerassen, vennen en natte weilanden. Daar broeden ze ook. In het najaar en in de winter bevinden ze zich op bouwland, aan het strand en op plaatsen waar gevoerd wordt. 's Winters hebben de chocoladebruine kopveren plaats gemaakt voor een witte kop met donkere oordoppen.

Zilvermeeuw

Een andere, grotere en ook zeer bekende meeuw is de zilvermeeuw, met blauwgrijze vleugels, die vooral aan het strand, in de havens en in vissersplaatsen voorkomt. Deze meeuwen broeden in de duinen en omdat ze daar de laatste jaren zwaar belaagd worden door de vossen, broeden ze nu ook op platte daken van grote gebouwen aan de kust en op ducdalven in de havens.

Net als bij de meeste andere meeuwen bestaat het nest uit een klein kuiltje dat ze met de borst in de grond draaien. Ze leggen drie eieren (alleen de drieteenmeeuw legt er twee). Beide ouders broeden beurtelings. Als de jongen uit het ei kruipen, kunnen ze in hun donspakjes direct lopen. Tot ze kunnen vliegen worden ze door de ouders meestal met halfverteerd voedsel uit de krop gevoed.

De jonge vogels, die tot ze volwasssen zijn een bruinachtig gestreept verenpak hebben, verzamelen zich vaak in grote groepen. Omdat vooral de grote meeuwen (zilver, grote mantel, kleine mantel) pas na een paar jaar volwassen worden is het nog een hele kunst om uit de verschillende bruingevlekte kleden de juiste soort te herkennen.

Mantelmeeuw
Veel mensen kennen ook de mantelmeeuw, vanwege de zwartgrijze vleugels. Ze weten echter vaak niet dat er grote en kleine mantelmeeuwen bestaan. De kleine mantelmeeuw met gele poten is net zo groot als de zilvermeeuw. Hij broedt net als deze in ons land op ongeveer dezelfde plaatsen en verruilt ons land in de winter voor warmere landen.

De grote mantelmeeuw treffen we vooral in de herfst en de winter in de kuststreken aan. Hij broedt in noordelijker landen. Het is de grootste meeuw, met bleekgrijze poten.

Een heel mooi meeuwtje in broedkleed is de stormmeeuw, die kleiner is dan de zilvermeeuw. Deze meeuw heeft geelgroene poten en snavel en een vriendelijke ronde kop. In de duinen bij Schoorl zat een heel grote dichtbevolkte kolonie, maar door de vossen is deze kolonie behoorlijk uitgedund.

Ze broeden ook in bomen en struiken en op de daken van waterleidinggebouwen, buiten bereik van de vossen. We kunnen ze veel in de weilanden in de buurt zien fourageren (ze eten wormen en insekten en ook wel eieren van weidevogels). In het voorjaar is het leuk om eens op het baltsgedrag van meeuwen te letten.

Dwergmeeuw
Een meeuwtje dat we vooral in de lente en herfst op doortrek aan de kust of langs het IJsselmeer kunnen aantreffen (soms in grote groepen) is de dwergmeeuw. Een volwassen dwergmeeuw is wit met een zwarte kop en rode poten. De ondervleugels zijn donker. De dwergmeeuw pikt z'n voedsel (insekten, larven, garnalen enz.) op terwijl hij vlak boven het water vliegt.

Een zeer weinig in ons land voorkomende meeuw is de uit het Middellandse-Zeegebied (ook Zwarte Zee) afkomstige zwartkopmeeuw. Afgelopen twee jaren probeerde een mannetje zwartkopmeeuw in de kolonie stormmeeuwen in de Schoorlse duinen bij gebrek aan een soortgenote een vrouwtje stormmeeuw te behagen met zijn baltsgedrag.

Een kruising tussen zwartkopmeeuw en stormmeeuw is in de boeken wel eens vermeld, maar hoe het in Schoorl is gelopen weet ik niet.

Burgemeester
Sporadisch voorkomende wintergasten aan de kust zijn de uit IJsland en Groenland afkomstige grote en kleine burgemeester. In volwassen kleed zijn ze geheel wit met lichtgrijze bovenvleugels, maar de exemplaren die ons land bezoeken zijn meestal crèmekleurige jonge vogels.

In het najaar, vooral na stormachtige dagen, komen veel drieteenmeeuwen aan de kust voor, die op richels van steile rotsachtige kusten in Europa broeden. Omdat ze de meeste tijd op zee doorbrengen en graag in rustig zeewater neerstrijken, gebeurt het vaak dat ze met stookolie besmeurd aan land komen.

Jonge drieteenmeeuwen zijn herkenbaar aan een zwartachtige "v" op de bovenvleugel en aan het einde van de staart. Meeuwen die vogelaars een kick geven zijn de zeldzame soorten, zoals de rossmeeuw (twee maal in Nederland gezien sinds 1980) en de ivoormeeuw (vijfmaal).

Jagers
Ten slotte de jagers, die ook tot de meeuwachtigen behoren en hier langs de kust vooral in najaar en winter te zien zijn. Jagers zijn bruine roofmeeuwen, die fel en hardnekkig achter andere meeuwen en sterns aanvliegen en hun slachtoffers zo in het nauw brengen dat deze uit angst hun voedsel uitbraken. Dit wordt door de jagers in de vlucht of op het water opgepakt en opgegeten.

Daarnaast zijn het ook rovers van eieren en jonge vogels. Ik zag eens op de Zuidpier van IJmuiden een grote jager een jonge, vliegvlugge zilvermeeuw achtervolgen. De meeuw vloog van angst op het water waarna de jager met z'n grote snavel net zo lang op de meeuw inhakte tot deze de geest gaf. Vervolgens at de piraat boven op de wegdrijvende meeuw staand zijn buik vol en verdween.

Ons land wordt vooral door grote en kleine jagers bezocht. De kleine jager is ranker en slanker dan een zilvermeeuw en is of helemaal bruinzwart of bruin met een hchte borst. Ook de kleine jager achtervolgt kleine meeuwen en sterns tot deze hun voedsel uitbraken, of ze verorberen vissen, kreeftachtigen, wormen en eieren.

Vooral bij het verdedigen van hun nest (aan de Engelse of Scandinavische kust) zijn ze bijzonder fel. Indringers (ook mensen of schapen) worden met duikaanvallen afgeleid en soms ook wel geraakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.