+ Meer informatie

Openingswoord

13 minuten leestijd

De heer K. Geleynse begroette de broeders met de volgende woorden:

Het is elk jaar opnieuw een vreugde een groot aantal broeders te mogen be groeten. Door uw aanwezigheid geeft u blijk deze vergaderingen niet te willen missen en daarom: allen hartelijk welkom.

Door een samenloop van omstandigheden moesten wij de aanvankelijk geplande datum loslaten en werd besloten in november te vergaderen.

Gelukkig betekende dit uitstel geen afstel dank zij het feit dat drs. J. P. Versteeg zich bereid verklaarde het U aangekondigde onderwerp vandaag voor ons in te leiden.

In de loop der jaren is steeds duidelijker, geworden dat de ambtsdragers in onze kerken de jaarlijkse konferenties bijzonder op prijs stellen hetgeen wel blijkt uit de onverflauwde belangstelling zowel van diakenen als ouderlingen. Zelfs nu de weersomstandigheden ons deden vrezen dat het vandaag wel eens „mis” zou kunnen zijn is U toch in grote getale gekomen en het comite is daar zeer dankbaar voor.

Dat de samenstelling van onze kerkeraden steeds verandering ondergaat zien wij op deze vergaderingen wel heel duidelijk daar wij telkens weer andere broeders ontmoeten.

Gedurende de tijd dat ik deze konferenties mag leiden, eerst een 4 à 5 tal diakenkonferenties en vandaag naar ik meen de 12e vergadering van ouder lingen hebben heel wat jongeren de plaats der ouderen ingenomen en naar het jeugdig uiterlijk van meerdere broeders te oordelen heeft men in vele gemeenten de gedachte, dat alleen maar oude- of oudere broeders ouderling kunnen zijn, laten varen.

Ik acht dit een verblijdend teken. Er kan zo een goede wisselwerking zijn als ouderen en jongeren samenwerken, naar elkander willen luisteren en van elkaar willen leren.

We mogen rustig zeggen, dacht ik. dat èn door het konferentiewerk èn door meerdere artikelen in Ambtelijk Contact, in onze kerken aan de ambten en het ambtelijk werk meer aandacht wordt geschonken dan vroeger het geval was. Natuurlijk wil ik niet zeggen dat we er nu zijn.

Integendeel, inplaats van het ambt te zien als een treffelijk werk en het als zodanig ook te begeren (1 Tim. 3 : 1) komen we óók in onze kerkbladen, in de kerkeraadsverslagen, telkens het bericht tegen dat gekozen en benoemde broe ders ontheffing van deze ambtelijke arbeid vragen.

Natuurlijk kan er een geldige reden zijn en deze hebben we dan te eerbiedigen maar ik vrees dat meerdere malen gemakzucht of onvoldoende lust de oorzaak van dit bedanken is.

Het is dan ook geen best teken dat zovele kerkeraden de grootst mogelijke moeite hebben om het aantal ambtsdragers op peil te houden en ledige plaatsen opnieuw bezet te krijgen.

Ambtsdrager zijn in de Kerk van Christus is toch geen aflopend geval waar men zich niet meer voor behoeft te interesseren?

Zowel voor ouderlingen als diakenen is er nog steeds een breed arbeidsveld. U moet t.z.t. de akta van de Generale Synode 1965 maar eens opslaan bij het rapport van Deputaten voor Algemene Diakonale- en Maatschappelijke aange legenheden. Dit rapport geeft U een duidelijk beeld van wat alzo aan de orde is en nog verricht moet worden.

Ik mag hierbij terloops wel opmerken dat we dankbaar mogen zijn voor de „inbreng” van enkele broeders diakenen. Zo U weet waren deze voor het eerst ter G.S. aanwezig en met name, bij dit rapport spraken zij met kennis van zaken hetgeen de bespreking ongetwijfeld ten goede kwam.

Ook van de ouderlingen wordt in onze tijd steeds meer gevraagd en wij zullen ons dan ook steeds weer op ons werk hebben te bezinnen.

De gemeente dient bij het ambtelijk werk te worden betrokken althans meer begrip daarvoor te worden bijgebracht. De afstand tussen gemeente en ambts dragers zal verkleind moeten worden en daartoe is het organiseren van wijk- of kontaktavonden zeker aan te bevelen.

Er wordt nogal eens gesproken over gebrek of tekort aan waardering voor de ambten en ambtsdragers, maar eerlijk broeders, hebben we daar zelf ook niet meerdere malen schuld aan?

De kerkeraad moet leiding geven en zich niet laten leiden door vrees of door de mening van een enkeling in de gemeente. Dat hierbij wijsheid en takt nodig is behoeft wel niet gezegd te worden.

Er moet iets van ons uitgaan. We moeten voorlichting kunnen geven en over de vraagstukken welke zich vandaag aan ons voordoen kunnen meespreken.

Natuurlijk vraagt dat studie maar we zijn dat verplicht tegenover de gemeente welke aan onze zorgen is toevertrouwd. De meeste leden daarvan staan immers met beide benen in het volle leven, of dat nu de fabriek of de kazerne, de hogere of de middelbare school, de pastorie of de gemeenteraad, het kantoor, laboratorium of de winkel is. Wie doet alsof het levenspatroon de laatste 20 jaar niet veranderd is, die doet het fout. Dat geldt voor de ouderling op huisbezoek zowel als in het persoonlijk gesprek met ouderen en jongeren alsook voor de predikant bij het gesprek op de studeerkamer, op de catechisatie en niet het minst bij het maken en uitspreken van de preek.

We zullen begrip moeten tonen voor de omstandigheden waarin de gemeente leden vandaag leven en ik geloof dat, als we onszelf daar meer op instellen men ons ook eerder het zo begeerde en nodige vertrouwen zal schenken.

Het toezien of leden der kerk zich in belijdenis en wandel behoorlijk gedragen moet in welvaartstijd evengoed geschieden als in krisistijd.

Willen we met raad en troost alle christenen dienen dan zullen we de gemeente moeten kennen want hoe zouden we anders weten waar die raad en troost nodig zijn?

We hebben er mee te maken dat onze jonge mensen op school of universiteit in aanraking komen, het zij openlijk of bedekt met de hedendaagse schrift beschouwing en we zullen er voor moeten waken dat, wanneer zij op huisbezoek of bij uw bezoek aan de verenigingen met vragen hierover komen wij deze vragen niet met een „dooddoener” afhandelen. Wij moeten proberen de jeugd te verstaan en voor te lichten evengoed als wij de ouders zullen moeten op wekken aan deze zaken aandacht te schenken en waar nodig met leraren en onderwijzers te spreken.

Het is dacht ik dan ook bijzonder aktueel dat op de klassikale ouderlingen konferentie te Hoogeveen kort geleden het onderwerp „Hedendaagse Schrift beschouwing” werd ingeleid en uitvoerig daarover werd gesproken.

Niet minder zullen we als ambtsdragers aandacht hebben te schenken aan wat via de moderne kommunikatie-middelen tot ons komt.

Er was op onze Generale synode zo het één en ander te doen over de televisie. Over pers en radio, ook over de Christelijke pers en Christelijke radio werd weinig of niets gezegd en niemand zal toch willen beweren dat we in het alge meen over de christelijke pers en radio nu zo erg tevreden kunnen zijn. Ik heb altijd gehoord en in handleidingen gelezen dat tijdens het huisbezoek ook ge informeerd dient te worden naar wat er in de gezinnen gelezen wordt en dat gewaarschuwd moet worden tegen onchristelijke en z.g.n. neutrale lektuur. Ik geloof dat dit juist is en dat het nog steeds zal moeten gebeuren, maar .... kunnen we onze mensen dan wijzen op een positief christelijk dagblad zoals wij ons dat zo graag wensen?

De voorpagina van sommige dag- of weekbladen is gemoderniseerd, aangepast aan de nieuwere „opmaak-methode” dus. Waarom dan echter tevens de aan duiding „christelijk dagblad” of Chr. Nationaal weekblad moet verdwijnen is mij niet duidelijk. Vinden redaktie of direktie misschien dat de inhoud van hun blad niet helemaal in overeenstemming is met de gedachte welke door het woord „christelijk” wordt gewekt, dan moet men die inhoud veranderen en niet de naam òf wil men door „neutraal” te lijken meer abonné’s trachten te wer ven? Dat is dan evengoed fout want wil men de abonné’s behouden dan zal ook de inhoud moeten worden aangepast en ik vrees, en meerderen met mij, dat dit thans maar al teveel gebeurt. Wanneer een krant of welk periodiek dan ook door positief christelijk te zijn abonné’s verliest dan zullen wij daarvoor een extra offer moeten brengen. Dat is niet zo eenvoudig zegt iemand misschien? Dat kan wel waar zijn maar we zullen er toch voor moeten waken dat we behouden wat we hebben. Het is nog niet zo heel erg lang geleden dat met veel moeite de Christelijke krant er kwam en hadden zij die daarvoor streden en tijd en geld ervoor over hadden het dan bij het verkeerde eind? Allerminst. Daarom broeders nu de vrees niet ongewettigd lijkt dat onze Chr. pers een kommerciële aangelegenheid gaat worden geloof ik dat het goed is om op deze dingen acht te geven en waar nodig kontakt op te nemen met redakties of direkties. Ik hoop dat men uw bezwaren zal aanvoelen en naar U wil luisteren. Intussen zullen wij niet mogen nalaten voor allen die op het terrein der Christe lijke pers, radio en T.V. werkzaam zijn, te bidden opdat zij ook in alle dingen getrouw mogen zijn.

Ja, ik heb onze synode genoemd. Voor de broeders die voor het eerst hier aanwezig zijn mag ik misschien opmerken dat uw voorzitter van zijn openings woord meestal zo wat praktische opmerkingen maakt welke betrekking hebben op ons kerkelijk en ambtelijk leven en het is welhaast vanzelfsprekend dat in een synodejaar daar ook enkele zaken bij zijn welke op die synode aan de orde kwamen.

Ik kan me begrijpen dat velen zich verwonderd hebben over de gang van zaken voor wat betreft het besluit om zo mogelijk evangelisatie-diensten via de T.V. uit te zenden. Dat besluit werd als gevolg van een door enkele kerkeraden ge voerde aktie (een aktie welke openlijk door de synode is afgekeurd) achterhaald toen de synode besloot „om praktische redenen het in de vergadering van 31 augustus genomen besluit niet uit te voeren. U heeft dat allemaal in de verslagen kunnen lezen. Over die verslagen maar zeker ook over het latere besluit is nog al wat gesproken. Ik heb zojuist iets over de pers gezegd, als opbouwende kritiek bedoeld nu zou ik willen opmerken dat het toch geen eenvoudige zaak moet zijn om van een synodevergadering een goed verslag te maken. Er werden in het openbaar en in de wandelgangen nogal wat kritische opmerkingen geplaatst aan het adres van de verslaggevers maar als deze mensen de zaken weergeven zoals ze zijn geschied dan is dat toch een eerlijke zaak. Of dat dan met grote „koppen” moet gebeuren is een tweede maar we moeten er tegen kunnen. Verslaggevers uit eigen kring alléén, synodeleden dus, zullen ook moeilijkheden opleveren want die kunnen de zaken wel weer eens teveel publi ceren zoals die graag zien of gezien zouden hebben en dan komt de objektiviteit weer in het gedrang. Begrijpelijk maar daarom nog niet juist. Eigenlijk zoudt U allemaal eens een paar dagen de synode moeten kunnen bijwonen, U zou zich dan zelf een oordeel kunnen vormen hetgeen altijd nog weer iets anders is dan afgaan op persberichten. Probeert U zich eens een of twee dagen vrij te maken En wat verder die T.V.-uitzendingen betreft: Wie met mij de uitzending heeft gezien van de kerkdienst uit de Geref. Kerk (vrijgem.) op zondag 7 november zal daartegen toch geen enkel bezwaar kunnen hebben. Het was de eerste maal dat ik zó een kerkdienst meemaakte maar ik moet eerlijk zeggen dat ik wel wilde dat elke zondag op deze wijze één van onze diensten kon worden uitge zonden. Zonder show of enige storende bijkomstigheid kwam Gods Woord in de huiskamer van wie weet hoe velen.

Maar .... gedane zaken nemen geen keer, een volgende maal zal de synode zich m.i. wel weer met dit onderwerp moeten bezighouden want de tijd staat nu eenmaal niet stil.

Heeft inzake dit punt de minderheid zijn wil opgelegd aan de meerderheid (zij het dan dat die meerderheid het terugkomen op het besluit goed gemoti veerd heeft) bij het punt: Waarnemers zenden naar de Synode der Geref. Kerken heeft een grote minderheid zich moeten voegen (en dat is logisch!) naar een kleine meerderheid. Vraagt U mij naar mijn, ook alweer persoonlijke mening dan zeg ik dat het mij niets zou spijten als straks op 11 januari, wanneer de synode weer wordt voortgezet, een aantal tegenstemmers ging vragen om herziening van dit besluit zodat toch nog aan dit verzoek zou kunnen worden voldaan.

U weet er zijn straks ter synode nog meerdere punten af te werken en dat terwijl er al bijna 3 weken is vergaderd. In 1912 duurde de generale synode 3 dagen waarvan dan nog 1 dag helemaal werd besteed aan één zaak n.1. het verwijderen van een student van de Theol. School. Er is dus wel heel wat veranderd.

Iemand vroeg mij: wat waren nu de mooie dingen, of waren die er tot nu toe niet? Gelukkig wel. Ik noem er één n.1. de benoeming van een nieuwe hoog leraar en dan zeker ook het moment waarop dr. Velema zijn besluit en de overwegingen daartoe aan de synode meedeelde.

Alleen .... ook hier was het weer: dankbaar maar niet iedereen helemaal vol daan want er bleven vragen over temeer daar de, bij meerderen levende wens, om te komen tot een volledige 5e leerstoel nog niet werd gerealiseerd.

De praeses heeft bij het uiteengaan der synode alle afgevaardigden dringend verzocht het werk dat nog verricht moet worden, het zij door kommissies die in de tussenliggende tijd moeten vergaderen dan wel de vergaderingen welke straks in januari gehouden zullen worden, biddend te willen gedenken, en ik geloof dat het goed is broeders dit verzoek ook aan U door te geven want het raakt ons allen.

De kerk die wij als ambtsdragers toch allen liefhebben dienen wij te omringen met onze gebeden. We moeten elkander daartoe steeds opwekken ook al denken we niet altijd gelijk over de zaken welke zich in het kerkelijk leven aan ons voordoen. Het gaat er immers niet om of wij gelijk krijgen maar of we met elkander het goede voor het Huis des Heren zoeken.

Over alles wat we daartoe ondernemen zullen we de zegen des Heren moeten kunnen afsmeken. Wanneer er binnen onze kerken partijschappen zijn of wan neer we niet alles in het werk stellen om de zondige gedeeldheid ook t.o.v. andere kerken weg te nemen (de eenheid te zoeken dus) zullen we toch moeilijk kunnen spreken van: bidden met een algemene stem om vrede van Jeruzalem.

De dichter van Ps. 122 heeft zijn volk lief en roept dat volk, zijn broeders en vrienden op om in vrede en rust de roeping des Heren te vervullen.

De Koning der Kerk onze Here Jezus Christus zal bij Zijn wederkomst een getrouw en bereidwillig volk willen ontmoeten. Dat wij dan toch geen on trouwe opzieners van een kijvende, twistende kerk zullen blijken te zijn maar dat wij met alle kracht en liefde die in ons is de vrede en rust van het Huis des Heren zullen zoeken en helpen bevorderen. Als we zo vandaag ook samen zijn dan zal er een zegen van deze konferentie uitgaan die doorwerkt in onze plaatselijke kerken.

Laten wij gezamenlijk, en daarin ook ieder persoonlijk, het ons opnieuw voor nemen en betrachten: „Om het Huis van de Here onze God, wil ik het goede voor U zoeken. GELEYNSE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.