+ Meer informatie

OPGRAVINGEN

6 minuten leestijd

5

Verschillende methodes (2.)

e proefgrachten.

Dit is ook al een ouderwetse manier van werken. Het doel is niet zo zeer, om iets te vinden als wel om een voorlopig onderhoek in te stellen. Men wil b.v. een gevonden ruïne van een teil onderzoeken. Men begon dan vroeger vaak met min of meer brede en diepe grachten door de ruïneheuvel heen te graven, waardoor deze a.h.w. opengereten werd, zodat men in haar binnenste het een en ander omtrent de oude stad en haar lotgevallen kon aflezen. Deze proefgrachten dienden dus alleen om een eerste idee te krijgen van de op te graven teil of om licht te krijgen omtrent een zeer bepaald punt, b.v. de loop van een muur of de grens van een gebouw. Met grote zorg moeten deze proefgrachten gegraven worden en de registratie van het daarin gevondene moet steeds zodanig zijn, dat de inhoud van de proefgracht. bij eventuele latere opgravingen op breder schaal zonder meer in het geheel kan worden ingeschakeld. Men graaft deze proefgrachten nog wel eens om de uitgestrektheid van een ruïneheuvel te kunnen vaststellen. Ook is het gebeurd in Jericho voor de loop van de muren der stad.

(1, loopgravensysteem.

Het verschil tussen loopgraven en proefgrachten is niet zo heel groot. De laatste worden gegraven voor een eerste idee, volgens welke de opgraving zelf geschiedt. De resultaten van het loopgravensysteem, waarbij men sloten of sleuven door een teil graaft, zijn zeer dubieus en vaak te vergelijken, met de tunnelgraven uit het vorige artikel. Tunnelgraven zijn onderaards, terwijl de loopgraven aan de oppervlakte blijven. Het kan gebeuren, dat er een goede vondst op de weg deiloopgraaf klaar ligt, maar deze kan er ook precies naast gaan. In Gezer werd een 12 m brede loopgraaf gegraven en prachtige vondsten werden gedaan. In Megiddo groef Schumacher een loopgraaf en 't resultaat was vrijwel nihil, terwijl de Amerikanen jaren later in deze zelfde stad-met andere, betere methodes veel succes hadden.

Zonder dieper op de kwestie in te gaan. zij hier nog meegedeeld, dat een loopgraaf niet in staat is, de verschillende lagen, stadsniveau's van de teil te kunnen onderkennen. Waar deze lagen niet horizontaal liggen, en dat is zo goed als nooit het geval, bestaat bij deze methode het gevaar, dat men met een overal even diepe loopgraaf ongemerkt van het ene in het andere stadsniveau overgaat, wat dan een onontwarbaar doorelkaar geeft in de registratie der vondsten.

e. dc afschilferingsmethode.

Deze methode wordt het meest gebruikt en kan het best vergeleken worden met het afschillen van een ui, vandaar de naam. Zoals hierbij de opeenvolgende bladeren achtereenvolgens en geleidelijk worden weggenomen, zo graaft men de teil, de „berg van vele steden" ook laag voor laag weg, zodat het niet voorkomt, dat men in twee verschillende stadsniveau's werkt. Men begint pas aan een volgende, wanneer het hoger gelegen niveau geheel is onderzocht en geregistreerd, opgemeten, in tekening gebracht en van alle zijden is gefotografeerd.

Vanzelfsprekend krijgt men bij deze methode bergen puin en het geeft nogal eens moeilijkheden om dit kwijt te raken. Soms vult men er grotten mee of stort het in een afgrond, maar dat is niet altijd mogelijk. Een Amerikaanse expeditie zag geen andere oplossing dan het puin over de akkers van nabijgelegen boerderijen te rijden. Om de eigenaars van deze akkers weer schadeloos te stellen, bliezen ze met dynamiet grote stukken rotsgrond op en brachten hierover een dikke laag teeltaarde aan om op die manier weer nieuwe akkers te krijgen. Gelukkig is een zo kostbare oplossing niet overal noodzakelijk.

Wanneer men nu een volkomen normale teil als een ui afschil van boven naar beneden volgens de afschilferingsmethode, dan krijgt men de volgende lagen:

ringsmethode, dan krijgt men de volgende lagen: Bovenop liggen vrij onbetekenende niveau's van Kruisvaarders, Arabieren en van Byzantijnse cultuur. Onder deze nieuwere laag vinden we de resten van het Machabese tijdvak, de potscherven van die periode en de munten van de Syrische Koningen.

Daaronder ligt een laag, die opvait door zijn verlatenheid, geen munten, geen scherven enz. Deze laag correspondeert met de periode der Babylonische ballingschap.

Daaronder liggen de herinneringen aan het Judese en Israëlitische Koninkrijk met hun wisselingen van voor-en achteruitgang duidelijk gedemonstreerd.

Dan volgt de schil van het tijdperk der Richteren, en uit deze laag spreekt ons aan een tijd van ruwe zeden en onstandvastige politieke toestanden.

en onstandvastige politieke toestanden. Hier weer onder treffen we de schil aan van de vóór-Israëlitische Kananese periode, gunstig afstekend bij de laag uit de Richterentijd. Het verlaten van den Heere in die Richterentijd met zijn Goddelijke straffen spreekt ons thans nog aan bij opgravingen uit clie tijd.

Weer dieper treffen we dan aan de schil, de laag dus van de beschaving van de vóór-Semietische bewoners van Kanaan tot in de duistere wereld van het stenen tijdvak.

Zo'n mooie regelmatig af te schilferen ui zal men echter niet vaak aantreffen. Enige moeilijkheden, die nogal eens voorkomen, zijn de volgende:

In een bepaalde geschiedperiode werden lemen of bakstenen muren gebruikt. Na verwoesting of verbranding enz. volgde later vaak opbouw met zware steenblokken. De fundamenten van deze zware gebouwen dringen door hun zwaarte vaak of altijd in het oudere niveau door en nu na een paar duizend jaar is het voor de opgravers een hele kunst om de beide door elkaar gezakte lagen van elkaar te onderscheiden. Een voorbeeld hiervan is Samaria, w r aar de ruïnes der oudste huizen zo door de grote bouwwerken uit het glorietijdperk der Israëlitische Koningen verwoest werden, dat er niet veel meer van te maken valt.

De omvang van een stad kan in verschillende periodes ook erg verschillend zijn. Een verwoeste stad werd b.v. gedeeltelijk weer opgebouwd en eeuwen later soms de rest op hetzelfde niveau, maar de cultuur is ondertussen veranderd. Hier hebben we in één schil dan verschillende cultuurperiodes.

Bij een gedeeltelijke verwoesting van een stad werd dit gedeelte weer opgebouwd, maar op het verwoeste deel, zodat de nieuwe wijk hoger komt te liggen dan de rest van de stad. En toch behoren beide tot dezelfde periode. In zo'n geval wordt het ook erg oppassen. In Samaria treffen we alle schillen niet eens aan, omdat deze stad door de Israëlieten is gesticht. Haar historie begint in de 9e eeuw vóór Chr. Wat hieraan voorafging is dus van geen betekenis.

Andere steden houden ± 2000 j. v. Chr. al op te bestaan, terwijl er ook vele zijn, die hun geschiedenis afsluiten met de Babylonische ballingschap. De bannelingen zijn daar dus niet teruggekeerd. De opgravingen geven in dergelijke gevallen frappante uitkomsten. Men ziet dus wel: moeilijkheden in overvloed. We

zouden er nog verscheidene aan toe kunnen voegen. Vergissingen en fouten kunnen dan ook niet uitblijven en die kunnen niet altijd achterhaald of hersteld worden, immers: Opgraven is afbraak. Bij ruïnes, die helemaal afgegraven zijn, zijn we uitsluitend aangewezen op de rapporten enz. En al hebben wij nu betere werktuigen en meer kennis, het is vaak onmogelijk om de nieuwe methodes nog op een ruïne toe te passen, Megiddo b.v. is niet meer.

Daarom is het een gelukkige omstandigheid, dat de meeste hedendaagse ondernemingen van hun tell's slechts gedeelten onderzoeken en afbreken, genoeg om een algemeen beeld van een ruïne te krijgen. Het nageslacht, met mogelijk weer betere methodes en meer en betere kennis, kan dan het werk voortzetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.