+ Meer informatie

Amsterdams Binnengasthuis naar nieuw complex

3 minuten leestijd

Al in 1820 werd het Binnengasthuis in Amsterdam beschreven als een verblijfplaats voor ongelukkigen. Er was één lange ziekenzaal voor mannen, met een koffiekamer en een rookkamer. In de rookkamer stond de enige badkuip.

Tweehonderd bedden telde het gasthuis, met nog een zolder, voor wie met slepende kwalen waren „behept". Twee doktoren bezochten dagelijks haastig de zieken en bij gebrek aan een operatiekamer werden de ingrepen verricht op de ziekenzaal. Niet alleen een verblijfplaats voor ongelukkigen, maar ook een ongelukkige verblijfplaats.

Wie opgenomen moest worden in het Binnengasthuis werd geacht zijn eigen bestek en kleding mee te nemen, moest op stro of kaf liggen en kreeg tweemaal per week vlees te eten. We zouden zo nog wel even door kunnen gaan want de historie van het Binnengasthuis begint niet in 1820 maar al in 1579.

Bestek gekocht
Veel zaken zijn inmiddels reeds lang veranderd. Het stro is al enige tijd geleden afgeschaft, bestek is aangekocht en vlees komt wat vaker op de menukaart voor. Eén ding is echter nog steeds niet veranderd, namelijk de plaats van het ziekenhuis. Ingesloten tussen de Kloveniersburgwal, de Grimburgwal en de Nieuwe Doelenstraat ligt in het hartje van Amsterdam.

Maar ook dat gaat veranderen. Over enkele weken zal dit ziekenhuis gaan verhuizen naar de Amsterdamse Bullewijkpolder, in de Bijlmermeer. Een groot en gloednieuw gebouwencomplex wacht daar op de komst van patiënten, doktoren, verplegend personeel en alles wat daarbij hoort.

Op volle toeren

Naar dit nieuwe „Medisch Academisch Centrum" zal over een jaar ook het tweede grote ziekenhuis dat Amsterdam rijk is, het Wilhelminagasthuis, verhuizen. Tenslotte wordt nog de medische faculteit in het complex ondergebracht. Inmiddels is het dan 1985 geworden, maar dan moet ook alles op volle toeren draaien. Er zullen dan vierduizend mensen een volledige dagtaak hebben, 950 patiënten moeten opgenomen kunnen worden en er zuilen dagelijks ongeveer 9000 mensen door de deuren gaan.

Toch zal het niet, zoals wel wordt beweerd. Europa's grootste ziekenhuis worden. In München en Aken worden momenteel ziekenhuizen gebouwd waarbij „ons" medisch centrum in het niet valt. Desondanks blijft het een enorm complex. Om even enkele getallen te noemen: het grondoppervlak is 250 bij 250 meter, het vloeroppervlak ongeveer 190.000 vierkante meter en de inhoud anderhalf miljoen kubieke meter. Wanneer u opbelt naar het centrum wordt u doorverbonden met een van de 8400 telefoontoestellen, dat in een van de duizenden kamers staat.

Volgens de voorlichter van het Binnengasthuis, de heer W. Goutier, hoeven de mensen toch niet bang te zijn om te verdwalen. Ook al lijkt het Academisch Medisch Centrum, in de volksmond inmiddels kortweg AMC genoemd, één grote kolos, in feite valt het uiteen in verscheidene gebouwen. Daartussen worden allerlei binnenstraten en pleinen aangelegd, weliswaar overdekt, maar „badend in het daglicht". „Je kunt er lopen zonder kou te vatten en in die straten komt een uitgebreide bewegwijzering, zodat niemand de weg kwijt hoeft te raken, maar rechtstreeks kan afstevenen op de afdeling waar hij wezen moet. Bovendien werken we voor de herkenning met kleuren. ledere verdieping krijgt zijn eigen verfje".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.