+ Meer informatie

Anna Boleyn, een van de zes vrouwen van Hendrik VIII

ANNA BOLEYN 1507-1536

7 minuten leestijd

De zes vrouwen van de Engelse koning Hendrik VIII hebben veel schrijvers geïnspireerd. Biografieën werden vaak opgesmukt met fantasieën over romantiek en intriges. Historici hebben getracht het politieke en het kerkelijke netwerk rond de verschillende huwelijken te ontwarren en in te kaderen in de geschiedenis van Engeland en Europa. Hendriks tweede vrouw, Anna Boleyn, die van hofdame tot koningin werd verheven, bleek door haar sympathie voor de Reformatie een rol te spelen bij het proces van kerkelijke vernieuwing.

Anna Boleyn werd in 1507 als dochter van de graaf van Wiltshire, Thomas Boleyn, geboren. Ze groeide deels op aan het wufte hof van Margaretha van Oostenrijk in de Nederlanden en Frankrijk. In die tijd maakte zij kennis met de godvrezende Margaretha van Valois. Na haar terugkeer in Engeland werd zij hofdame van Mary Tudor en later van Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII.

In 1523 verloofde zij zich met Lord Henry Penry, maar een huwelijk met hem werd onder meer door de machtige kardinaal Wolsey voorkomen. Wolsey viel echter in ongenade toen hij Hendrik niet steunde bij zijn pogingen van zijn vrouw te scheiden. De voornaamste reden was dat zij hem geen mannelij ke nakomelingen geschonken had.

De devote Catharina kon Hendrik niet langer bekoren, zeker niet toen hij zijn oog had laten vallen op zijn knappe hofdame Anna Boleyn. Deze stond graag in de belangstelling en wist met haar charme en opgeruimdheid een belangrijke stempel te drukken op het hof én op Hendrik. De koning werd verliefd op haar en zocht naar intiemere contacten. De in het Vaticaan bewaarde brieven tonen aan hoe hij alles deed om bij haar in de gunst te komen.

Cranmer

Toen de onderhandelingen met paus Clemens VII over de scheiding van Hendrik en Catharina op niets uitliepen, trouwde hij in het geheim met Anna. In 1533 werd zij tot koningin gekroond. Het had nogal wat voeten in aarde voordat Hendriks tweede huwelijk werd erkend. Wolsey moest van het toneel verdwijnen en de nieuwe aartsbisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, bepleitte op het Europese vastenland de rechtsgeldigheid van het nieuwe huwelijk. Maar Cranmer was de leer van de opkomende Hervorming toegedaan! Een merkwaardige benoeming van een vorst die de roomse leer bleef voorstaan en instemde met de martelingen die veel protestanten moesten ondergaan.

Het is opmerkelijk dat Anna Boleyn, die zo genoot van scherts en feesten, belangstelling kreeg voor boeken van reformatoren, zoals "De gehoorzaamheid van de christenmens" van William Tyndale. Volgens Strype liet zij Hendrik dit boekje lezen. Toen de koning zich van de pauselijke macht ontdeed en de Engelse Kerk onder zijn supervisie plaatste, wilde dit niet zeggen dat hij voor de Hervorming koos.

In ieder geval was het standpunt in het boekje van Tyndale over de macht van de paus hem welgevallig. Maar kennelijk had het boekje Anna niet zo diep geraakt dat zij de leer van de Reformatie ging aanhangen. Wel werkten haar regelmatige contacten met Thomas Cranmer eraan mee dat de Hervorming, ondanks alle tegenstand, steeds meer vat kreeg op het Engelse volk en ook op de adel.

Anna probeerde met Cranmers adviezen de vervolgde protestanten te hulp te komen. Zij wilde het aantal godvruchtige predikers uitbreiden en steunde maatregelen om arme jongemannen een goede opleiding te geven. Haar sociale instelling maakte haar geliefd onder het volk.

De preken van Hugh Latimer aan het hof hadden haar grote belangstelling, evenals het werk dat William Tyndale als Bijbelvertaler. Een andere raadsman was de protestantse Matthew Parker, die later aartsbisschop van Canterbury werd, toen haar dochter Elizabeth de kroon overnam. Als hoogleraar in Cambridge kon deze de steun van Anna goed gebruiken.

Droevige omslag

In die tijd kwam de droevige omslag bij Hendrik VIII. Velen hebben ernaar gegist waarom Anna bij hem in ongenade viel. In september 1533 schonk zij het leven aan haar dochter Elizabeth. Toen bleek dat haar man genoeg van haar had. Hij had het oog geslagen op de bevallige Jane Seymour, een hofdame van Anna.

Het leek erop dat zijn vrouw moest wijken voor deze nieuwe romance. Een samenzwering scheen de weg te bereiden die tot haar uiteindelijke verstoting leidde. Zowel in haar familie als daarbuiten waren er die haar haatten en alles deden om haar zwart te maken. Ze werd beschuldigd van overspel en incest. Een muzikant en nog drie getuigen moesten feiten aandragen om haar ontrouw te bewijzen.

Anna Boleyn werd voor een rechtbank gedaagd, waar zij de beschuldiging aanhoorde. Daarop viel zij op de knieën en riep uit: "O, mijn God, als ik schuldig ben, schenk mij dan nooit vergeving." Ze eiste een gesprek met de koning, maar dit werd haar geweigerd. Hendrik had bepaald dat zij naar de Tower, de staatsgevangenis, moest.

Het was begin mei 1536. Toen de deuren van de Tower voor haar geopend werd, herinnerde ze zich de dag dat zij hier drie jaar geleden werd opgewacht om gekroond te worden. In hetzelfde vertrek waar zij toen verbleef, werd ze nu opgesloten. Waar waren haar verdedigers gebleven?

Zelfs Cranmer had zich tot dusverre stil gehouden. Toen hij het gerucht vernam dat Anna was opgesloten, was hij echter verbijsterd. Hij schreef de koning dadelijk dat hij twijfelde aan de beschuldigingen. "Nooit heb ik een vrouw gekend van wie ik een hogere dunk had. Daarom geloof ik dat zij niet schuldig kan zijn."

Cranmer durfde echter zijn nek niet uitsteken. Zijn angstvallige karakter speelde deze vrome man opnieuw parten. Hij viel de despotische vorst niet af.

Brief

Gelukkig waren er die het voor Anna Boleyn opnamen. Drie edellieden, onder wie haar broer Lord Rocheford, bepleitten haar onschuld. Maar het uiteindelijke vonnis eiste haar dood. In een brief aan Hendrik schreef zij vrijmoedig: "Nooit had een vorst een echtgenote die trouwer was aan al haar verplichtingen (), zoals uw Anna Boleyn altijd voor u geweest is (). Breng mij in verhoor, maar laat mij geoordeeld worden volgens de wetten en niet door de vijanden die mijn ondergang gezworen hebben."

Deze laatste brief aan haar echtgenoot getuigt van een rechtschapen karakter dat opkomt voor recht en onschuld. Ze voelde zich van iedereen verlaten; ook Cranmer liet haar in de steek.

De dag van haar terechtstelling brak aan. Zij wilde de nacht die hieraan voorafging het heilig avondmaal gebruiken. Onder getuigen viel ze op de knieën en beleed met tranen haar fout om met een man te trouwen die zijn eerste vrouw ontrouw was. Nu Catharina niet meer leefde, vroeg zij haar belijdenis door te geven aan Maria, haar dochter.

Terechtstelling

Op 19 mei 1536 vond de terechtstelling plaats. Ze zou door onthoofding worden gedood. Nog geen dertig was ze, toen haar veelbelovende leven eindigde in een tragische dood. Haar houding en woorden drukten rust en onderworpenheid uit. Zij wilde als christen sterven en was ook bereid Hendrik te vergeven.

Terwijl de beul zich klaarmaakte om zijn gruwelijke daad uit te voeren, sprak zij: "Goede mensen, ik kom hier niet om mij te rechtvaardigen; ik beveel mijn rechtvaardiging alleen aan Christus, op Wie ik geheel en al vertrouw. Ik wil niemand beschuldigen. Ik weet dat alles wat ik tot mijn verdediging zou kunnen aanvoeren, u niet aangaat en mijn leven ook niet redden kan. Ik kom hier alleen om te sterven, zoals ik daartoe veroordeeld ben. Ik beveel mijn rechters aan in de barmhartigheid van de Heere. Ik bid God (en vraag u hetzelfde te doen) dat Hij uw goede koning bescherme en hem geve lang over u te regeren, want hij is een edel en barmhartig vorst die altijd voor mij een goed en genadig heer is geweest. En nu neem ik afscheid van de wereld en van u allen. Ik begeer van ganser harte dat u allen voor mij bidt. O Heere, ontferm u over mij! Mijn ziel beveel ik Gode."

Haar toespraak maakte diepe indruk. Daarna liep zij naar het blok, ontblootte haar hals, ontdeed zich van de kap waarmee zij haar gezicht kon bedekken en legde zich zo neer, terwijl zij sprak: "O Christus, ik beveel u mijn ziel!"

De beul aarzelde. Nadat Anna had uitgeroepen: "O Jezus, ontvang mijn geest!" trof zijn zwaard haar. Enkele hofdames die haar trouw waren gebleven, namen hierop hoofd en lichaam en legden die in een kist die in de kapel stond. Daarop werd zij in de Tower begraven.

Mild is het oordeel van de geschiedschrijver Merle D'Aubigné over haar. Hij beschouwde de beschuldigingen als laster en zag haar spreken vóór haar dood als een belijdenis en als vrucht van het ware geloof in Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.