+ Meer informatie

Weerspiegeling van zes eeuwen bewoning

Restauratie kasteel Cannenburgh voltooid

11 minuten leestijd

Op het schaakbord staan de torens of kastelen op een kenmerkende plaats, namelijk links en rechts in de uiterste hoeken en vormen zo als het ware het "binnenplein" met de paarden, lopers of raadsheren, de dames de koningen beschermend. De pionnen staan als parate soldaten de gevechtshouding. Ze kunnen grote bressen slaan in de opstelling van de tegenpartij. Ook kunnen de pionnen tot het uiterste koning en de zijnen tegen aanvallen in bescherming nemen. Ze voeren van alles in hun schild, maar strijden met open vizier. De soldaten willen graag voor de koning een lans breken en voor hem in het strijdperk treden.

Uit de geschiedenisboeken zijn de verhalen over de middeleeuwse ridders en hun kastelen overbekend. Wie kon zich niet levendig de belegeringen voorstellen van de kastelen, met achter de hoge en dikke muren soms angstig sterk? Het schaakspel doet je soms onwillekeurig daaraan denken. De weerbare mannen werden binnen de muren teruggetrokken en bewapend. Nadat de brug opgehaald was, wachtte men, verschanst achter dikke muren, op de vijand. Door de belegeraars werden allerlei projectielen gelanceerd, van "brandbommen" (brandende pekballen) tot rottende dierelijken toe. Dat laatste om te proberen besmettelijke ziekten in het kasteel te verspreiden. Maar de belegerden beten van zich af en schoten hun pijlen door de schietgaten. Men gooide stenen en kokende olie naar de soldaten die dichtbij hadden weten te komen. Soms werd verrassend wel tot overgave besloten of men werd door uithongering tot overgave gedwongen.

Monumenten

Over het gehele land verspreid staan kastelen, burchten, sloten, landhuizen, havezathen, ridderhofsteden, buitenplaatsen, ruïnes. ,,Huizen" en hoe verder de stille getuigen uit een roemrijk of roemloos verleden ook mogen heten. Te zamen vormen ze een stukje sprekende verleden tijd. Kastelen en buitenplaatsen zijn vaak beschermde monumenten. Hoewel ze maar een klein deel uitmaken van de ruim 40.000 beschermde monumenten, nemen ze in belangrijkheid een veel ruimere plaats in. Een kasteel was oorspronkelijk een versterkt, dat wil zeggen verdedigbaar, "edelmanshuis". Dit kon ook een militaire bezetting opnemen en was dus behalve woning soms ook een militaire steunpunt. De kastelen ontstonden in de 11e en 12e eeuw, een tijd waarin het centrale staatsgezag was vervallen ten koste van grotere en kleine machthebbers. Het heersende feodale stelsel kende leenmannen, die ondergeschikt waren aan hun leenheren. De ridders, een militaire beroepsklasse, speelden in die tijd een belangrijke rol. De kastelen dienden als woning van de heer en als zetel van het heerlijke bestuur of waren door de vorst gestichte, zuiver militaire steunpunten.

Na de bloeitijd in de 13e en 14e eeuw groeide de macht van de vorsten weer, ten koste van de adel. In de 15e en 16e eeuw ontstond een nieuw soort kasteel, een adellijke of riddermatige huis. In de uiterlijke vorm leek dit op het oorspronkelijke kasteel (vooral de torens); dit als uitdrukking van zijn status, maar voor de rest diende het alleen als woning. Het adellijk huis in de vorm van een statuskasteel raakte in de 17e eeuw uit de mode. De edelmanswoning groeide in zijn uiterlijk naar het in die tijd opkomende buitenhuis (landhuis) van de rijke stedeling. In de 19e eeuw was er een romantische belangstelling voor de middeleeuwen, ook wat betreft de kastelen. Niet alleen adellijke huizen uit de 17e en de 18e eeuw werden alsnog van torens voorzien, ook nieuw gebouwde landhuizen (buitenplaatsen) moesten de benaming ,,kasteel" waard worden.

Cannenburgh

Vele van de Nederlandse kastelen en historische landhuizen zijn te bezoeken. ,,Zij verrijken uw historisch kennis, boeien door hun prachtig silhouet in het landschap", aldus het vouwblad ,,Kastelen in Nederland" van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en de Nederlandse Kastelenstichting (NKS). Temidden van alle opgesomde kastelen, burchten, huizen en sloten, die opengesteld zijn ter bezichtiging, staat kort vermeld: ,,Kasteel Cannenburgh te Vaassen (Gld.). Wegens restauratie tijdelijk gesloten tot en met 1981". Dit is echter achterhaald. Sinds donderdag 21 mei jl. is kasteel Cannenburgh weer voor het publiek opengesteld: op woensdag 20 mei jl. verrichtte Z.K.H, prins Claus de heropening met het ,,doorknippen" van een lint met een degen. Het kasteel ligt ten noorden van het dorp Vaassen (niet ver van Apeldoorn) in de provincie Gelderland, ten westen van de weg Vaassen-Epe.

Marten van Rossem

De vroegste vermelding van het omgrachte „edelmanshuis" stamt uit 1365. Sinds 1402 wordt het genoemd als een leengoed van de hertogen van Gelre. Met de verwerving in 1543 door de Gelderse maarschalk Marten van Rossem brak voor het inmiddels tot een ruïne vervallen kasteel een nieuwe toekomst aan. Hij herbouwde twee-derde gedeelte van het middeleeuwse ruïneuze complex tot een statig, drie verdiepingen tellend slot. Nieuw voor de omgevmg van het kasteel was de toepassing van sierende elementen aan de gevels, zoals gebeeldhouwde schelpmotieven in driehoekige frontons boven de kruisvensters. De naar voren springende ingangstoren met de uivormige spits werd aan weerszijden geflankeerd door hoekpaviljoens. Marten van Rossem stierf in 1555. Zijn neef en opvolger Hendrik van Isendoorn voltooide zijn bouwplan. Aan hem viel in 1563 het kasteel toe. Zijn nazaten hebben tot ver in de 19e eeuw de burcht bewoond. De voortoren bevat daarom niet alleen de geharnaste figuur van Marten van Rossem, maar ook de portretten en wapens van Hendrik van Isendoorn en zijn vrouw Sophia van Stommel. Onder Elbert van Isendoorn, Hendriks kleinzoon, herkreeg het gebouw de volle omvang van zijn middeleeuwse plattegrond. De symmetrie van Van Rossems bouwplan ging verloren en het kasteel kreeg zijn huidige, onregelmatige vorm. In de 18e eeuw, onder het echtpaar Frederik Johan van Isendoorn en Anna gravin van Renesse van Elderen, ontstonden aan weerszijden van het voorplein de beide bouwhuizen, met hierop aansluitende smeedijzeren hekken. De toegangsbrug naar de voortoren werd verlegd. Door een bordes en een ingangspartij-kreeg men een royale entree, rechtstreeks toegang gevend tot een grote hal. Het interieur kreeg een geheel nieuwe aankleding. Het kasteel bleef in deze staat tot 1881 bestaan. Na het overlijden van de weduwe van de laatste Isendoorn werd het van de fraaie inboedel ontdaan.

E. baron van Lynden wist in 1882 de burcht in eigendom te verwerven en kon de dreigende afbraak voorkomen. De laatste particuliere eigenaar was mevrouw A. F. Cleve-Mollard uit Berlijn. In 1945 werd het (Duits) vermogen van mevrouw Cleve-Mollard onder (staats)beheer gesteld. De vlak voor de oorlog in 1940 opgerichte ,,Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen" kocht in 1951 het kasteel met 24 hectare grond voor de symbolische prijs van een gulden van het Nederlands Beheersinstituut. Na aanvankelijke openstelling werd het complex in de jaren 1975-1981 gerestaureerd, waarna het opnieuw in oude trant werd ingericht.

"Respecteren"

"Bij de restauratiewerkzaaniheden was steeds de opzet: niet terugrestaureren, maar respecteren wat er allemaal is". Dit zegt dr. C.C. G. Quarles van Ufford, die als directeur van de Stichtig Vrienden der Geldersche Kasteelen nauw betrokken was bij de omvangrijke restauratie van Kasteel Cannenburgh. ,,Door hiervan uit te gaan, zorg je ervoor dat de geschiedenis in het gebouw blijft. Elke generatie volgt de mode van zijn tijd en laat wat achter. Daarom moet je de dingen zoveel mogelijk laten voor wat het is. Tijdens de restauratie vonden we wel eens dingen, die we eigenlijk niet wilden tegenkomen. Bijvoorbeeld: In een 18e eeuwse keuken troffen we een plafond aan uit de 17e eeuw. We hebben dit gehandhaafd...". De directeur vertelt ook over de aanpak van de inrichting van het kasteel na de restauratie: ,,Ons streven was alles er zo uit te laten zien alsof er nog iemand woont. Je moet kunnen zeggen: ,,Komt u binnen, de heer en mevrouw Van Cannenburgh zijn even uit". De vele (gebruiks)voorwerpen in het kasteel, in bruikleen ontvangen of geschonken door particulieren en instellingen, vormen te zamen een stukje wooncultuur. Wij willen de stukken niet kenmerken als ,,topstukken" door allerlei kaartjes erbij te hangen".

De heer Quarles van Ufford vindt dat kastelen als monumenten door de combinatie van architectuur, wooncultuur en landschapskenmerk behouden dienen te blijven. In deze tijd wordt het moeilijker om geld (subsidies) binnen te krijgen om de restauraties uit te voeren, die noodzakelijk zijn om soms ernstig vervallen kastelen in stand te houden. De restauratie van Kasteel Cannenburgh heeft ruim 6,4 miljoen gulden gekost. De directeur zegt verheugd: „Cannenburgh hebben we nog net voor de bui binnengehaald". Hij doelt daarmee op de grote subsidies van zowel rijk (52,5 procent i.p.v. de gebruikelijke 50 procent), provincie (10 procent) als gemeente (37,5 procent i.p.v. de normale 30 procent). Hij is hierom erg blij en is er de geldschieters enorm dankbaar voor. Over de Vaassense bevolking zegt de directeur: ,,Men heeft de restauratie enthousiast gevolgd. Cannenburgh en Vaassen horen bij elkaar!"

Het grootste deel van de voorwerpen in het kasteel is afkomstig van welwillende particulieren. ,,Door het rijke bezit heeft het kasteel een museaal karakter gekregen", zegt Quarles van Ufford, die daar aan toevoegt dat dit ook een museale behandeling vereist. Dat houdt in dat er geïnventariseerd, gecatalogiseerd, gerepareerd, enzovoort moet worden. Door de inzet van het personeel lukt dit wel, aldus de directeur. Hij heeft wel zorgen over de geldelijke bijdragen in het onderhoud. De 50.000 gulden per jaar van de provincie is lang niet voldoende om een redelijk onderhoudsschema te kunnen uitvoeren. Een subsidie vanwege een nog in de maak zijnde rijksregeling lijkt nog ver weg. ,,Tja, met het beschikbare geld is het onmogelijk de objecten (behalve Cannenburgh, heeft de Stichting nog 20 andere kastelen, ruïnes en buitenplaatsen in eigendom of beheer red.) ook in de toekomst goed te onderhouden", verzucht Quarles van Ufford. „Dan doen we het gewoon niet", laat hij er enigszins terneergeslagen op volgen. De directeur hoopt dat de 30.000 mensen, die jaarlijks voor de restauratie het kasteel bezochten terug zullen komen, het liefst uiteraard met velen meer.

Na de uiteenzetting van de heer Quarles van Ufford, in de grote, middeleeuwse hal, maken we een rondleiding door het kasteel. We komen eerst in de jachtkamer. Aan de wand hangen hertegeweien, zwijne- en hertekoppen, schilderijen, geweren, degens enzovoort. In een hoek staat een geldkist. Door een trapje op te gaan, kom je in de prachtige salon. Door het hoge raam, met grote ruiten, heb je een mooi uitzicht op het voorplein. Prachtig geborduurde stoelen en banken, diverse portretten in lijsten (o.a. van mevrouw Cleve- Mollard), piano, stukken servies in een kast: ziedaar een van de meest leefbare vertrekken van het kasteel. De directeur wijst op een ,,plofpleetje", een kleine uitgehouwen ruimte in de muur voor het ,,geheim gemak". De faecaliën vielen loodrecht naar beneden in de gracht.... In het kasteel zijn meer van deze ruimten. Van buitenaf zijn ze herkenbaar door de zeer kleine raampjes.

Eetkamer en kapel

Een deur in de hoek van de herenka" mer (o.a. met een Chinese kast uit de 18e eeuw) vormt de toegang tot het boudoir, een kamertje waarin de dames zich voor hun besognes konden terugtrekken. In het staatsieslaapvertrek staat een hemelbed. Ervoor staan stoelen uit plusminus 1700, met de originele bekleding. Zowel in de stoelbekleding, als in de verf en het behang aan de wand zijn drie dezelfde tinten roze en rood terug te vinden. In de eetkamer is de tafel al gedekt.... Het 17e eeuwse plafond (in een 18e eeuwse kamer) bestaat uit balken met voorstellingen van vogeltjes en wolkjes. In de grote bovenzaal zijn talrijke voorwerpen tentoongesteld: portretten, tafels, stoelen, een mooi vloerkleed, een groot wandkleed, kasten, versierde vazen, een geschilderde kwartierstaat (met in de linkerhoek de oudst bekende afbeelding van het kasteel), een vitrine met poppekleding enzovoort. De huiskapel in het kasteel heefl ook voor de RK-bevolking van Vaassen als plek van samenkomst voor godsdienstoefeningen dienst gedaan. Er staan in deze kleine ruimte enkele stoelen. Aan de wand hangen beschilderde houten schotten. Er is een klein altaar. Op een tafeltje staan twee kaarsen en er ligt een Statenbijbel (!).

In de bibliotheekkamer ligt op de tafel onder meer „De Heilige Schrift met platen van G. Doré". Door het raam van deze kamer zien we een fotograaf en een bruidspaar, dat plaats heeft genomen op de toegangsbrug. Kasteel Cannenburgh blijkt dus een fotogeniek plaatsje te zijn! In een klein voorraadkamertje ligt het (overbodige) servies opgeslagen. In een andere ruimte is een interessante 19e eeuwse collectie van vogels uit Brits Guyana te bewonderen. Via de lage, schemerachtige en gewelfde kelder komt men in de keuken, met potten en pannen, een fornuis, schalen enzovoort. Hier werd het eten bereid en via een smal, hoog trapje naar de wachtenden in de keuken gebracht.... Hoevele schalen soep zullen gevallen zijn?

Rondleidingen

In een van de buitengebouwen is liet ,,Koetshuis". Er is daar gelegenheid wat te drinken en te eten. Buiten staan witte stoelen en tafels, zodat Kasteel Cannenburgh nog eens in alle luister bekeken kan worden. De bezoekers kunnen uitsluitend door middel van rondleidingen door gidsen het kasteel en de collectie bezichtigen. Er zijn kaarten en een boekje te koop. In dit boekje staat de geschiedenis van het kasteel, van de bewoners en informatie over de verschillende ruimten en voorwerpen. De toegangsprijzen zijn: voor personen van een groep ƒ 3,-; individuele bezoekers ƒ 4,- en kinderen ƒ 2,-. De openingstijden zijn: dagelijks van 9.00 tot 17.00, behalve op maandag. Voor nadere informatie over de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen (onder meer over het begunstiger worden): Zypendaalseweg 44,6814 CL Arnhem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.