+ Meer informatie

Een opmerkelijk boek over het belijden der Kerk

7 minuten leestijd

H. Volten, Rondom het belijden der kerk.

J. H. Kok N.V., Kampen, 1962, 234 en 6 blz., geb. f 5,90.

Toen dit boek van ds H. Volten, Geref. studentenpredikant te Wageningen, verscheen, heeft het al direct de aandacht getrokken en reacties gewekt.

Ook in ons kerkelijk orgaan is er een brede bespreking aan gewijd (artikelen van ds J. H. Velema in „De Wekker” van 3, 10 en 17 aug. 1962).

Voor alle ambtsdragers, die de ontwikkeling die er in het kerkelijk leven in Nederland gaande is, met belangstelling volgen, is het een oriënterend werk. Ontegenzeggelijk heeft het visie en vaart!

De schrijver stelde zich aanvankelijk achter het manifest van de 18 hervormde en gereformeerde predikanten, die omstreeks Pinksteren 1961 verklaarden, dat de gescheidenheid van deze twee kerken niet langer geduld kan worden. Later luwde zijn enthousiasme echter wel. Hij geeft zowel in het woord vooraf als in een aanvulling uiting aan zijn ernstige bezwaren.

Hij zegt: De traditionele positie-keuze in onze kerken doet altoos „de waarheid” boven „de eenheid” prevaleren, — daar ben ik vanaf — maar men moet ook niet „de eenheid” boven „de waarheid” stellen.

De kernvraag in de verhouding tussen de Geref. Kerken in Nederland en de Ned. Herv. Kerk is de vraag naar de functie en de gelding van de belijdenis. Ds. Volten staat blijkens dit boek niet op het klassiek-gereformeerde standpunt, zoals de Afscheiding en de Doleantie het daar weer voor opgenomen hebben: handhaving van de drie formulieren van enigheid. Maar hij aanvaardt toch ook het typisch hervormde standpunt niet: geen binding aan de belijdenis der vaderen.

Hij tracht een tussenweg aan te wijzen en beroept zich daarvoor vooral op Groen van Prinsterer. Deze wilde in de situatie van de Ned. Herv. Kerk in zijn tijd: „Geen verbondenheid aan de gehele inhoud der belijdenisschriften en ook geen willekeur omtrent hetgeen al dan niet verbindt”.

In het eerste en belangrijkste deel van het boek gaat het over het belijden in verleden en heden. De belijdenis wordt omschreven als weergave van de leer der Schrift, confessie van de leer der Schrift en antwoord op de leer der Schrift. De voornaamste aspecten zijn: weergave en antwoord.

Het zijn a.h.w. twee draden, die in elkaar getweernd liggen. Soms domineert de weergave, de inhoud van Gods Woord. Dat is het objectieve moment, het absolute moment, het eeuwigheidsmoment. Soms domineert het antwoord dat wij geven, de vorm, waarin wij Gods Woord gegoten hebben: het relatieve moment, het tijdsmoment. De waarheid is absoluut, maar ze wordt in onze handen altijd weer gerelativeerd.

Van hieruit heeft Volten zowel de Geref. Kerken als de Herv. Kerk iets te zeggen. Zij moeten elkaar van de dubbelzinnigheden afhelpen.

De Geref. Kerken moeten het antwoord-karakter van de belijdenis meer in het oog vatten, de Herv. Kerk moet de weergave duidelijker laten spreken. De Geref. Kerken moeten wel een heel eind meegaan. Zij moeten zich door de Herv. Kerk laten overtuigen van het menselijk-gebrekkige in de belijdenis, en vrijlaten, wat haar als specifiek gereformeerde waarheid lief is en daar geen bindend karakter meer aan geven.

Anderzijds moet de Herv. Kerk een heel eind verder komen. Zij moet zich aanhoudend laten gezeggen, dat men zonder reserves voor Christus moet uitkomen en anders de naam van kerk van Christus verspeelt. Zij moet de fundamenten duidelijk aangeven, en één van de middelen daartoe is, dat zij ook openhartig de dwalingen noemt.

Wat ds. Volten voorstaat, betekent volgens hem een offer, zelfs het offer van de eigen kerk. Het gaat erom, zegt hij, hoe wij vanuit het N.T. onze kerk kunnen omzetten en tot aan de poort van de Herv. Kerk kunnen brengen. Onder één bepaalde voorwaarde moet men de poort door. Dan moet er in de Ned. Herv. Kerk leertucht zijn: U moet de poort open maken door te doen, waartoe het Evangelie van Christus u verplicht, n.l. om de wolven uit de schaapskooi Christi te weren. U moet terugkeren tot hetgeen de akte van Afscheiding eenmaal noemde „de waarachtige dienst des Heren”.

De schrijver stelt zelf de vraag, die bij vele lezers gerezen zal zijn, om welke reden hij zo sterk aanstuurt op een hereniging met de Herv. Kerk.

Waarom niet meer gedacht in de richting van een mogelijke fusie met de Christelijke Gereformeerden, de broeders van art. 31 of van de Geref. Gemeenten? Zij behoren toch met de Geref. Kerken tot de gereformeerde gezindte?

De genoemde kerkformaties komen er niet al te best af. Het heet, dat in de Chr. Ger. Kerken de ziekelijke stroming nog niet verdwenen is. „Zij willen niet met ons verenigen”. Men zoekt ons niet en voelt zich bij ons niet gelukkig. De oecumenische gedachte is in deze kerken trouwens nog zo goed als niet doorgedrongen.

De auteur overweegt evenwel niet, dat het ook aan de Geref. Kerken kan liggen, dat andere kerken van gereformeerde belijdenis er zomaar niet mee samen durven te gaan.

Volten heeft nog een belangrijk motief om meer van de Herv. Kerk te verwachten dan van de gereformeerde gezindte. De oecumene in Nederland zou mislukken, als enerzijds de Herv. Kerk blijft varen met een aantal kleine sloepjes om zich heen (Remonstranten, Doopsgezinden enz.), en anderzijds het Gereformeerde schip, ook omringd door enkele kleinere bootjes. „De bemanning van deze twee grote schepen, die moeten bij elkaar aan boord”.

Over alle hereniging van kerken, waarin Christus geëerd wordt, juicht de hemel. Maar over deze? „Ik denk dat de hemel dan een feest viert als weinig geschieden zal”.

Het zal duidelijk zijn, wat de strekking is van dit belangwekkende boek. Er wordt terwille van een vereniging van de Geref. Kerken en de Ned. Herv. Kerk gepleit voor een reductie van de belijdenis.

Het begin van de „mondiale kerk” ligt volgens Volten voor de Geref. Kerken in Nederland in de eenwording met de Herv. Kerk. Maar er zijn nog meer perspectieven. Terwille van de oecumeniciteit zou hij ook de kinderdoop en Je synodaal-presbyteriale kerkorde in de toekomst niet meer willen laten gelden.

Maar anderzijds wenst hij een uitgebreider belijdenis, want er is een groei in het belijden en de confessie moet bij de tijd zijn, wat ze nu niet is.

De auteur heeft op suggestieve wijze onder woorden gebracht, wat velen voor ogen staat: er moet één evangelische kerk in Nederland zijn. een kerk met een actuele belijdenis.

Maar verschillende hoofdstellingen van zijn betoog zijn zeer aanvechtbaar. Hij is overtuigd, dat een hereniging van de Geref. Kerken en de Ned. Herv. Kerk noodzakelijk is, en zegt zelfs: „Wanneer deze beide kerken elkander niet vinden, is het met de toekomst van ons protestantisme in Nederland — naar de mens gesproken — een verloren zaak”.

En vooral omdat de Herv. Kerk zich niet bindt en niet binden zal aan de reformatorische belijdenisgeschriften, is hij bereid om van een handhaving van het specifiek gereformeerde af te zien. Terugkeer tot de drie formulieren van enigheid zou trouwens de grondfout van de Doleantie geweest zijn!

Maar met de gereformeerde belijdenis staat het gereformeerd karakter van een kerk op het spel.

Wie dat wil prijsgeven, streeft toch naar een eenheid ten koste van de waarheid. Is het te verwachten, dat de Ned. Herv. Kerk aan een eventuele gereduceerde belijdenis de hand zal houden?

Het lijkt er nog niet op. In het Herderlijk schrijven over de belijdenis der kerk en haar handhaving, dat in 1961 verscheen, wordt de leertucht. die Volten terecht noodzakelijk acht („leervrijheid is zelfmoord”) met zeer veel reserves omringd.

„Rondom het belijden der kerk” is een eerlijk boek. Als in de Geref. Kerken algemeen een vervreemding van de drie formulieren te constateren valt (blz. 181), heeft dat consequenties.

Maar moeten dan de bakens worden verzet, zoals nu wordt voorgesteld? Dan zal die vervreemding van de belijdenis der kerken wel niet meer te stuiten zijn. „Rondom het belijden der kerk” is ook een verontrustend boek.

Het geeft een ontkennend antwoord op de vraag, of de gereformeerde belijdenis te handhaven zal zijn.

Onze belijdenisgeschriften zijn ook niet volmaakt. Al feilen ze niet zo dikwijls als ds. Volten meent, feilloos zijn ze niet.

Maar het is een zegen voor de kerken in Nederland om zulk een echt christelijke en echt gereformeerde belijdenis te hebben.

Het zou diep te betreuren zijn. als zij in discrediet raakte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.