+ Meer informatie

Trage groei ondermijnt EMU-proces

5 minuten leestijd

Minister Kok probeert met instemming van zijn EG-coIlega's de speelruimte op de nationale begroting voor 1994 op te reicken. Hij acht een versoepeling van de tekortnorm verantvfoord gezien de zwakke conjunctuur. Die leidt ertoe dat de criteria voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) moeilijker haalbaar zyn. De voortgang van de eenwording staat derhalve onder druk.

Volgens de prognose van de Europese Commissie, die we aantreffen in haar begin deze maand verschenen jaarrapport over de economie, blijft de groei van het bruto binnenlands produkt (bbp) van de Gemeenschap als geheel in 1993 steken op 0,7 procent. Na de Verenigde Staten en Japan kampt nu ook de EG met een vrij ernstige inzinking, waarbij met name in Duitsland de laatste tijd de situatie snel verslechtert.

Terwijl in Groot-Brittannië, waar de recessie reeds in de tweede helft van 1990 toesloeg, de bedrijvigheid naar verwachting binnenkort aantrekt, hgt er voor Duitsland geen spoedig herstel in het verschiet. Deze lidstaat zal als enige over het lopende kalanderjaar waarschijnlijk krimp vertonen, van naar schatting 0,5 procent. De onlangs aangetreden minister van economische zaken, Rexrodt, onderstreepte vorige week dat het met de economie in zijn land bijzonder slecht gaat. Als gevolg van de groeivertraging die de EG teistert verliezen veel mensen hun baan. Het werkloosheidspercentage van de Twaalf samen stijgt dit jaar, zo raamt men in Brussel, tot circa 11 procent.

Eenwording

De ongunstige ontwikkeling van de conjunctuur betekent een bedreiging voor een snelle opmars van de Europese eenwording. We weten vanuit het verleden -denk bij voorbeeld aan het begin van de jaren tachtig- dat in een periode van neergang de animo voor samensmelting taant. De hdstaten zijn dan geneigd zich terug te trekken op hun eigen stellingen. Zij proberen ieder voor zich in plaats van met elkaar de moeilijkheden het hoofd te bieden. We zouden kunnen spreken van een hernieuwde nationaUsering van het economisch beleid. Recent heeft Commissievoorzitter Delors in het Europees Parlement gewaarschuwd voor een dergelijke gang van zaken. Hij vreest een proces van desintegratie

Tijdens de top in Edinburgh van half december gaven de regeringsleiders een aanzet tot een gezamenlijk antwoord op de problemen. Zij presenteerden een zogenaamd groei-initiatief, in de vorm van een financiële faciliteit, waarvoor uit de EG-kas en door de banken en de Europese Investeringsbank in totaal 2 miljard ecu (bijna 4,4 miljard gulden) beschikbaar wordt gesteld. Behalve dit geld moet het nieuwe fonds 28 miljard ecu aan kredietgaranties verstrekken. De aanpak is erop gericht binnen twee jaar 30 miljard ecu te investeren in de infrastructuur. Inmiddels zijn vijftien projecten ter beoordeling aangemeld.

Moeilijker

Maar een dergelijk plan garandeert natuurlijk niet oprichting van de EMU volgens het uitgezette tijdpad. Het klimaat rond de uitvoering van de afspraken die op dit terrein eind 1991 in Maastricht zijn gemaakt zit bepaald niet mee. Ter herinnering: destijds werd overeengekomen dat de eindfase van de monetaire unie hoe dan ook in 1999 aanvangt. Voorts ligt het in de bedoeling dat de Twaalf in 1996 bekijken of de start wellicht twee jaar vervroegd kan worden.

Verwezenlijking van de beoogde eenheid vereist convergentie van de economische prestaties; die mogen niet te ver uiteen lopen. Tegen die achtergrond hebben de ministers van financiën toetsingscriteria op papier gezet met betrekking tot het inflatietempo, de rentestand, wisselkoersstabiliteit, en de omvang van het begrotingstekort en de staatsschuld. Het zal duidelijk zijn dat conjuncturele tegenwind het veel moeilijker maakt tijdig aan alle voorwaarden te voldoen.

De voortdurende spanningen binnen het Europese Monetaire Stelsel (EMS) van de voorbije maanden, waarbij het Britse pond en de Italiaanse lire zelfs uit het systeem zijn gehaald, illustreerden dat op de valutamarkten ernstige twijfels heersen ten aanzien van de realisatie van de EMU en dat de EG nog niet rijp is voor het definitief fixeren van de ruilverhoudingen. Verder constateren we dat onder invloed van de slechte econorhie, die leidt tot minder belastinginkomsten en vraagt om extra uitgaven ter bevordering van de groei, in diverse lidstaten, waaronder Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en België het overheidstekort weer stijgt. Dat past niet bij het streven naar een EMU. Kortom, op dit moment raken we op verschillende punten alleen maar verder van het einddoel verwijderd.

Financieringstekort

Ook minister Kok wenst in de huidige omstandigheden voorrang te geven aan het stimuleren van groei en werkgelegenheid boven het consequent vasthouden aan een geleidelijke daling van het financieringstekort. Vorige week bracht hij via een interview in De Volkskrant de discussie hierover op gang; afgelopen maandag tastte hij tijdens overleg in Brussel af hoe zijn collega's uit de overige EGlanden aankijken tegen een versoepeling van de budgetpohtiek. Zij wijdden een discussie aan de economische problemen waarmee de Gemeenschap momenteel worstelt. Als Kok in Europees verband steun krijgt voor zijn gedachte om het wat rustiger aan te doen met de tekortreductie staat hij bij de beraadslagingen binnen kabinet en coalitie over de begroting uiteraard een stuk sterker.

Volgens de doelstellingen uit het regeerakkoord mag het negatieve saldo van inkomsten en uitgaven dit jaar niet hoger uitvallen dan 3,75 procent van het netto nationaal inkomen (nni). Voor volgend jaar is in de afspraken tussen CDA en PvdA een verdere terugdringing voorzien tot 3,25 procent. De EG hanteert, om te kunnen toetreden tot de EMU, een bovengrens van 3 procent van - let wel - het bruto binnenlands produkt (bbp). Een simpele vergelijking van deze cijfers is vanwege het verschil in grondslag waarover het percentage wordt berekend niet mogelijk. Daarom zullen we ze tot dezelfde noemer moeten herleiden.

Kok geeft in overweging wat betreft de maatstaf voor het tekort in 1994 over te stappen op de EMUnorm van 3 procent bbp. Afgezet tegen het nni stemt dat overeen met 3,4 a 3,5 procent. De bewindsman wil dus niet omlaag van 3,75 naar 3,25 procent, maar naar rond 3,5 procent. Ook in dat geval voldoen we dus reeds volgend jaar een de EMU-eis. Nederiand beschikt derhalve over wat ruimte. Maar de minister zet wel het imago van een solide en betrouwbare schatkistbewaarder op het spel. Misschien is hij nu al bevangen door- de verkiezingskoorts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.