+ Meer informatie

Het wonderbaarlijke oeuvre van Anton Bruckner

Meesterschap van dirigent Günter Wand openbaart zich in de liefdevolle afwerking van details

8 minuten leestijd

Hoewel de artistieke actieradius van de dit jaar overleden dirigent Günter Wand wijd was, gaat hij waarschijnlijk de geschiedenis in als groot vertolker van het symfonische repertoire. Beethoven, Schubert, Brahms en vooral Anton Bruckner waren de componisten waarin zijn sterke kanten het beste naar voren kwamen. Bruckners wonderbaarlijke symfonische oeuvre daagt meerdere dirigenten uit. Wat boeit hen in Bruckner? Waarom zijn muziekliefhebbers gegrepen door zijn werk?

Het zal zelden voorkomen dat een grote naam uit de muziekgeschiedenis tot op de dag van vandaag omstreden blijft. In het geval van Anton Bruckner (1824-1896) is dat echter zo. Sommige musici en musicologen moeten niets van zijn muziek hebben, waarschijnlijk vanwege de manier waarop men met muziek omgaat. Wie vooral uit is op helderheid en structuur, waarin alles terug te voeren is tot enkele grondgegevens, raakt in een Bruckner-symfonie al gauw het spoor bijster. Wie zich het liefst laat meeslepen door gevoelsontladingen die in melodievoering, harmonie en dynamiek een symfoniedeel tot een belevenis maken, haakt bij Bruckner snel af, want deze romantische componist schreef geen "bekentenismuziek", zoals bijvoorbeeld Tsjaikovski, die graag zijn innerlijke conflicten in zijn muziek etaleerde.

Zijn Bruckners symfonieën kost voor fijnproevers? Een beetje wel. Je moet voor Bruckner de tijd nemen. Zelf was hij soms ook jarenlang met één symfonie bezig. Het is geen muziek in hapklare brokken, zoals Beethoven of Mendelssohn; ze is eerder het resultaat van een lang wordingsproces, vaak na moeizaam schikken en herschikken totstandgekomen.

Wie analytisch naar Bruckner wil luisteren, maakt het zich niet gemakkelijk: lange thema's, meestal meer dan de bekende twee, die vaak worden geëxposeerd terwijl boven het thema nog een tegenstem klinkt. Daarbij zijn de thema's qua melodie vaak niet eenvoudig te vatten, wat herkenning moeilijker maakt. Het valt niet mee in de verwerking van het thematisch materiaal enig systeem te ontdekken. Daarom is het nog maar de vraag of de luisteraar baat heeft bij een uitgebreide uitleg over de structuur van een compositie. Al kan het soms helpen, omdat een toelichting juist die herkenningspunten kan geven die je anders over het hoofd ziet. We kunnen ons afvragen of genoemde analytische benadering juist is. Tijdens het beluisteren van enkele opnames bleek me dat niet alle dirigenten zo te werk gaan bij hun interpretatie.

Klankuniversum

Bruckners kunstenaarschap grenst aan het geniale, doordat hij als het ware uit het niets een uniek oeuvre schiep. Geen werkelijke invloed van anderen is aanwezig, al wordt dat wel vaak gesuggereerd. De meestal genoemde invloeden van Beethoven en Wagner zijn zo algemeen van aard dat ze voor elke componist uit die tijd wel op kunnen gaan.

Wonderlijk genoeg ligt het accent bij deze trouwe katholiek niet op zijn kerkelijke werken, heeft hij zijn eigen instrument, het orgel, karig bedeeld en schreef hij nauwelijks kamermuziek. Alleen het symfonieorkest kon gestalte geven aan het klankuniversum dat in hem leefde. Makkelijk heeft hij het zich in ieder geval niet gemaakt. Hoe hij in staat was het muzikale landschap van bijvoorbeeld de immense finaledelen te blijven overzien, zal wel nooit iemand begrijpen. Nog onbegrijpelijker is dat dit genie zich zo gemakkelijk liet overhalen tot ingrijpende revisies, soms van complete delen. We zullen nooit weten waarom, want Bruckner heeft geen enkele aanwijzing over de redenen nagelaten.

Bruckners, in onze ogen, wat naïeve rooms-katholieke geloof speelde slechts een ondergeschikte rol in het scheppingsproces van zijn symfonieën. Het dikwijls gememoreerde koraalachtige van veel passages zie ik althans niet als een uitvloeisel daarvan. Bruckner kende Bachs orgelwerken en was zich bewust van de werking van het instrumentale koraal in de grote ruimte. Juist dat massieve klankblok van met name het isoritmische koraal was voor hem een uitstekend middel om zijn behoefte aan verheven klankexpansie te bevredigen. Wanneer het koper als groep optreedt, is het altijd in deze vorm: een 'geel' klankblok tegenover de gemengde kleuren van strijkers en/of houtblazers. De vorm bij Bruckner wordt dan ook veel meer bepaald door de dynamische en klankverschillen dan door de verwerking van allerlei thematisch materiaal.

Ruige klank

Een dirigent die vanuit dit vertrekpunt zijn interpretatie opzet, zou wel eens meer helderheid kunnen verschaffen dan de louter analytische benadering. Riccardo Chailly gaat in zijn lezing van de Achtste symfonie op deze manier te werk en bereikt daarmee opvallende resultaten. De chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest adoreert niet, polijst niet, zoals indertijd Von Karajan op zijn laatste DGG-opname. Daar klinkt een hobosolo als dé hobosolo. Bij Chailly maakt een dergelijk fragment deel uit van een groter geheel. Het geheel wordt opgehangen aan een totaalvisie. Dit resulteert in een over het algemeen ruige klank, wars van iedere sentimentaliteit of sfeermakerij. Hoor je bij Von Karajan nog de hoorns tussen de bergen klinken, bij Chailly staan ze daarentegen recht overeind en leveren ze de bijdrage aan het klankbeeld die op dat ogenblik het best past tegenover wat zojuist geklonken heeft of wat nog gaat komen.

Dat dit niet tot een zekere botheid hoeft te leiden, bewijst Chailly in het beroemde Adagio, het mooiste wat Bruckner volgens kenners ooit heeft geschreven, hoewel het langzame deel uit de Negende dat uit de Achtste op sommige punten overtreft. Het eerstgenoemde Adagio heeft een moment waarop altijd iedere luisteraar zit te wachten: een langzaam stijgende melodie, steeds crescendo, die bovengekomen, overgaat in knisperende strijkers met daar doorheen prachtige gebroken akkoorden van de harp. Drie keer komt dat voor. Nu zal de techniek Chailly wel een handje geholpen hebben, maar zoals hier die harp klinkt, zo vol en helder heb ik het nog nooit gehoord.

Ster

Dirigent Günter Wand (1912-2002) stierf in het harnas. De bescheiden, in Elberfeld geboren Wand is altijd wat op de achtergrond gebleven en pas op het eind van zijn leven leek de wereld te ontdekken dat Duitsland in de twintigste eeuw naast Furtwängler, Jochum, Sawallisch en Masur nog een figuur van wereldformaat had voortgebracht, die echter zijn werkterrein beperkt had tot zijn eigen geboortestreek, het Ruhrgebied. Zijn ster begon pas te rijzen nadat hij in Keulen dirigent was geworden van het radio-orkest.

Op het ogenblik is platenmaatschappij RCA doende zijn vroegere registraties van het symfonisch werk van Beethoven, Brahms, Schubert en Bruckner uit te geven op cd. Opnames om van te watertanden. Günter Wand was een dirigent die zijn talent volledig ten dienste stelde van de muziek. Elk effectbejag is hem vreemd. Ondanks zijn bescheiden aard wist hij heel nadrukkelijk zijn wil aan zijn orkest op te leggen, maar wat mij vooral trof is de liefde waarmee hier muziek gemaakt wordt.

Ik beluisterde van de Bruckner-serie de symfonieën vier en vijf en kon er eigenlijk niet genoeg van krijgen. Steeds als ik de vijf kwartier durende Vijfde 'uit had', wilde ik weer even het eerste deel horen. Voor wie zich aan Bruckner wil wagen, is dit een regelrechte aanrader. Wand toont zich een echte Bruckner-dirigent, omdat hij de meester in bescheidenheid overtreft. Zo liefdevol als hij bepaalde details afwerkt, zo gelijkmatig en overzichtelijk als hij het klankgebouw van bijvoorbeeld de finale van de Vijfde opbouwt, nota bene een gigantische fuga met op een gegeven moment daaroverheen het thema uit het eerste deel, puur meesterschap! Dat kan alleen een dirigent van grote klasse. Jochum kon dat trouwens ook, maar Wand beschikt over meer reserves. Zo laat hij het forte niet steeds hard klinken, opdat de luisteraar niet moe zou worden en voluit kan blijven genieten van wat Bruckner hier klaarspeelt.

Opvallend is dat Wand zijn tempi niet langzaam neemt, iets waartoe dirigenten zich nogal eens laten verleiden om Bruckner nog wat monumentaler te laten lijken dan hij al is. Wat me echter het meest trof was de vloeiende vanzelfsprekendheid waarmee deze maestro zijn opvatting gestalte geeft.

Smakelijk verhaal

Michael Gielen (1927) heeft in de jaren zeventig De Nederlandse Opera gedirigeerd. Tegenwoordig is hij dirigent bij de Zuid-Duitse radio en het Symfonieorkest van Baden-Baden. Hij maakte met dit orkest in 1999 een opname van de zogenaamde Wagnersymfonie, de Derde van Bruckner, aangevuld met twee voorspelen uit Wagners Lohengrin. In het boekje bij deze cd staat nog weer eens Bruckners smakelijke verhaal over zijn ontmoeting met de door hem vereerde ("hochselige"!) meester van Bayreuth en hoe de laatste de opdracht voor de Derde "genadig" aanvaardde. Het vervolg wil dat Bruckner bij een latere revisie bijna alle Wagner-citaten er weer uit verwijderde.

Gielen houdt van opschieten. Geen van de delen heb ik ooit zo snel gehoord. In het eerste deel leidt dat tot een wat rommelige opbouw. De enkele pauzes in het deel blijven wat in de lucht hangen, zo van: waarom gaan we niet verder? Van het "misterioso" dat als toevoeging bij het eerste deel staat, is weinig terug te vinden. Het Scherzo klinkt nog het beste, maar dat kan dan ook wel wat tempo hebben. De finale maakt een wat gehaaste indruk. Dat het ook anders kan bewees indertijd Roger Norrington met The London Classical Players (op EMI), die qua snelheid slechts iets boven Gielen zit, maar die een veel organischer lezing neerzette.

N.a.v. "Bruckner Symphony 4, Kölner Rundfunk Sinfonie-Orchester, Günter Wand"; RCA CD 09026 63934 2; ca. 15.-.

"Bruckner Symphony 5, Kölner Rundfunk Sinfonie-Orchester, Günter Wand"; RCA CD 09026 63935 2; ca. 15,-.

"Bruckner 8, Chailly. Royal Concertgebouw Orchestra, Riccardo Chailly"; Decca 466 653 2; ca. 22,-.

"Anton Bruckner, Symphony No. 3 D minor, Richard Wagner Lohengrin - Preludes, Michael Gielen SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg"; Hänssler classic CD 93.031; 20,-.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.