+ Meer informatie

MEEWERKEN MET GOD

3 minuten leestijd

Vakken als preekkunde, pastoraat, catechetiek en liturgiek horen in de gereformeerde theologie thuis onder de ‘ambtelijke vakken’. Professor De Ruijter, hoogleraar aan de TU van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te Kampen, legt in dit boek uit waarom hij niet meer wil spreken van ‘ambtelijke vakken’, maar van ‘praktische theologie’. Het lijkt op het eerste gezicht alleen te gaan om een simpele naamsverandering, maar schijn bedriegt. Achter de wisseling van de naam, zit een andere benadering die voortkomt uit een andere theologische visie. Vanouds gaat het bij de ‘ambtelijke vakken’ — net als in heel de gereformeerde theologie — om God, in het bijzonder hoe Hij door de ambten wil werken in Zijn Koninkrijk. In de twintigste eeuw heeft de ‘praktische theologie’ zich onder invloed van menswetenschappen als sociologie en psychologie ontwikkeld tot een handelingswetenschap die zich richt op mens, kerk en samenleving. Met enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat bij de ‘ambtelijke vakken’ Gods handelen centraal staat, terwijl bij de ‘praktische theologie’ het handelen van mensen in het middelpunt staat. De Ruijter wil het handelen van God en mens bij elkaar brengen, door te spreken over mensen als medewerkers van God. Meer dan eens noemt professor De Ruijter in dit boek met dankbaarheid zijn leermeester en voorganger prof.dr. C. Trimp. Dat is opvallend, want professor Trimp heeft zich altijd sterk verzet tegen de omschakeling van ‘ambtelijke vakken’ naar ‘praktische theologie’. Hebben nieuwe ontwikkelingen professor De Ruijter ertoe gebracht een ander spoor te kiezen dan zijn voorganger? Het lijkt me niet, want op beslissende momenten van zijn betoog sluit De Ruijter zich aan bij de voormalige VU-hoogleraren J. Firet (p. 12 en 21) en G. Heitink (p. 65–67). Het wonderlijke feit doet zich voor dat de gedachten die professor Trimp afwees wegens een te mager theologisch gehalte, nu door professor De Ruijter worden binnengehaald.

De Ruijter beseft terdege dat de gereformeerde theologie en de hedendaagse menswetenschappen niet dezelfde visie delen op God en mens. Toch meent De Ruijter deze ongelijke visies te kunnen verenigen in een bipolair model zoals bij Heitink, maar dan verder ontwikkeld met de formules van Chalcedon: de kennis in theologie en menswetenschappen is onvermengd, onveranderd, ongedeeld en ongescheiden (p. 71 e.V.). Los van de bedenkingen tegen het gebruik van deze begrippen buiten hun specifieke christologische context, laat zich de vraag stellen of De Ruijter met dit concept van praktische theologie een werkelijke integratie van theologie en menswetenschappen tot stand gebracht heeft. Moderne menswetenschappen hebben hun eigen — doorgaans humanistische — uitgangspunten. De verworvenheden van deze fundamentele andere kijk op de mens wil De Ruijter via de formules van Chalcedon een legitieme plaats geven binnen de gereformeerde theologie. Ik kan die stap zo niet meemaken en ik vraag me af of de menswetenschappen zich recht gedaan voelen wanneer hun inzichten op deze naïeve manier worden ‘ingelijfd’ in de theologie. Wat mij betreft, moet theologie gewoon theologie blijven en het eigen geluid van het Woord van God in alle facetten laten doorklinken in de werkelijkheid van kerk en wereld.

Kees de Ruijter, Meewerken met God. Ontwerp van een gereformeerde praktische theologie, Kok Kampen 2005, 160 blz., € 14,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.