+ Meer informatie

Een ziek kind! Wat nu?

10 minuten leestijd

Een zieke in huis - dat komt in elk gezin wel eens voor. Met griep, verkoudheid en allerlei kinderziekten krijgen we in meerdere of mindere mate allemaal wel te maken. In dit artikel wil ik het hebben over kinderen die niet ernstig ziek zijn. Soms moet de dokter worden ingeschakeld, maar het kan ook zijn dat dat niet nodig is. De zieke knapt "vanzelf' weer op en gaat na een paar dagen weer naar school.

AIs een kind ziek is, is het lichamelijk en geestelijk uit zijn doen. Het gewone ritme is verstoord en het kind voelt zich moe, heeft pijn of ondergaat andere ongemakken. Natuurlijk vraagt ons zieke kind meer aandacht dan anders. In het begin, als de koorts nog hoog is, heeft een kind nergens zin in. Het wordt het liefst met rust gelaten en slaapt veel. Zo'n ziek kind ligt wel het rustigst in zijn eigen bed, maar ik kan me voorstellen dat er een andere oplossing gezocht wordt. Het eigen bed staat misschien wel op zolder, en dat is wel erg ver weg van moeder of vader. Niet alleen wil het (kleinere) kind graag dat mama vlakbij is, maar ook moeder zelf zal de zieke in de gaten willen houden.

In mama's bed
Vroeger mocht ik in zo'n geval in het ouderlijk bed. Wat was dat heerlijk! Natuurlijk was het voor de verzorging gemakkelijker, want het was dichter bij de bewoonde wereld, maar veel belangrijker was het bijzondere, het aparte, het anders-dananders-zijn en het veilige gevoel. En niet te vergeten de kast vol boeken dichtbij... Zelf hebben wij voor het -nieternstig- zieke kind altijd de bank in de huiskamer in gereedheid gebracht. Dat kon ook gemakkelijk, omdat er geen kleine kinderen rondliepen en het rustig genoeg was. Bovendien kon dan het eigen kamertje luchten om daarna voor het middagdutje gebruikt te worden. Of het kind nu op bed of op de bank mag verblijven, het moet wel lekker ontspannen kunnen liggen. Eén of meer extra kussens komen daarbij goed van pas.

Aandacht vragen
Ieder kind reageert anders op zijn ziekte. De een wordt stil en teruggetrokken, heeft nergens zin in en suft de hele dag. Hij of zij huilt soms om het minste of geringste, kan weinig verdragen en is moeilijk tot spelen, lezen of iets anders te bewegen. De ander wordt juist druk, ongeduldig, "drammerig" en soms zelfs wel agressief Begrip en troost hebben die zieke kinderen wel nodig, bij voorbeeld door wat extra aandacht te geven, een luisterend oor te hebben en te knuffelen. Johannes de Swaef wijst daar ook op in zijn boek "De geestelijke kwekerij". „De ouders moeten voor hun zieke kinderen vriendelijk zijn en hun meer bewijzen van hun liefde schenken dan wanneer ze gezond zijn. De Sunamietische vrouw is hierin een voorbeeld. 'En hij zat op haar knieën tot aan de middag toe. Toen stierf hij.' Zulk een vriendelijkheid der ouders vermag wonderlijk veel bij de kinderen. Ze denken al half beter te zijn, als ze in moeders schoot zitten, tegen haar aanleunen, haar hand gevoelen."

Het kind knapt op
Is het kind aan de beterende hand, dan wordt het wel eens moeilijk voor moeder... Of kent u dat vermoeiende geroep en dat aandacht-vragen niet? „Mama, ik wil drinken! Mama, lees nou eens voor! Mama, ik verveel me zo. Wat zal ik eens gaan doen? Mama, komt u bij me zitten? Mama... mama... mama... en zo gaat dat maar door. Blijf daar nu maar eens geduldig bij! Omdat het kind nog lusteloos is, kan het zich in veel gevallen nog niet zelf bezig houden. Het komt moeilijk tot spelen en heeft daarom meer begeleiding en hulp nodig dan normaal. Het is fijn, als het zieke kind op de bank of in bed wat speelruimte krijgt en het een en ander binnen handbereik heeft. Naast het bed van een ziek kind zag ik eens een grote tas vol speelgoed, terwijl een schaar met ronde punten en een balpen door middel van touwtjes aan het bed was gebonden. Ik vond dat nog niet zo'n raar idee, omdat juist die dingen zo snel zoek raken. Ook een bedtafeltje is ideaal voor het kind. Het kan er z'n bord op zetten, maar er ook op puzzelen, kleuren of knutselen. Spelen is voor het zieke kind een fijne afleiding en afwisseling. Het brengt de ziekte wat op de achtergrond en de dag duurt niet zo vreselijk lang.

Dagprogramma
Menig ziek kind vraagt voortdurend de aandacht van moeder, zo zagen we. Dat is bijna niet op te brengen en het hoeft ook niet. Als een kind weet waar het op kan rekenen en naar uit kan kijken, geeft dat duidelijkheid. Dan hoeft er tussendoor geen beslag op moeders tijd gelegd te worden. Natuurlijk begint de dag voor het zieke kind niet zo vroeg. Er zijn wellicht andere kinderen, die eerst naar school geholpen moeten worden of er is een baby, die verzorging nodig heeft. Maar voor moeder aan het huishoudelijk werk begint, krijgt de zieke de volle aandacht. Na wassen, (soms) aankleden en ontbijt kunnen moeder en kind een soort programma opstellen. Op een vel papier worden tijden neergeschreven. Er zijn verschillende vaste punten in te vullen: we drinken om zo laat koffie, om zo laat komt papa thuis. Nu kan het kind ook andere dingen in (laten) vullen. Een halfuurtje voorlezen, een spelletje doen met mama, een pompoen maken, luisteren naar een cassettebandje, bezoek van opa en oma, of een vriendje van De achterdeur zwaait open. „Dag mam", zegt Jantine en met een zucht ploft ze neer op de keukenstoel. Gealarmeerd loopt moeder naar het meisje toe en kijkt haar opmerkzaam aan. „Je bent ziek!" constateert ze en legt haar hand op het voorhoofd van haar dochter. „Je hebt koorts, meisje. Dat wordt thuisblijven morgen!" Jantine knikt. Ze heeft het koud en voelt zich helemaal niet lekker. Samen met moeder gaat ze naar boven en laat zich helpen als een klein kind. En zo ligt ze dan even later op bed. school, en dergelijke. Op deze manier is de dag ingedeeld, duurt het niet eindeloos en zal waarschijnlijk ook het voortdurend aandacht vragen verminderen. Of zo'n dagprogramma in de praktijk werkt, heb ik (gelukkig) niet uit kunnen proberen. Geeft het moeder inderdaad rust om wat huishoudelijk werk te doen of aandacht te schenken aan de anderen?

Verschillende leeftijd
Het kleine kind begrijpt niet veel van ziek-zijn. Het voelt zich akelig, ongelukkig en vraagt veel troost, aandacht en begrip. Hoewel je als moeder heel veel bij zo'n beter-wordend kleintje moet komen, kan het kind zich ook wel af en toe zelf bezighouden. Het heeft zijn knuffels en poppen bij zich, luistert naar kinderliedjes of kijkt naar platen in een boek, wat anders niet in zijn handen komt. Als 't kind wat langer ziek is, kan een nieuw stukje > speelgoed hem weer een poosje boeien. Een kleuter doet al weer heel wat meer. Hij kan best begrijpen welke ziekte hij heeft en welke medicijnen hij moet innemen. Ook is hij al beter in staat te knippen, te plakken en dergelijk. Het is ook altijd leuk om hem of haar fotoalbums te laten zien en er over te vertellen, vooral als dat bijna nooit gebeurt. Met een kleuter kan al een dagprogramma worden opgesteld, hoewel hij nog geen klok kan kijken. Hele en halve uren zijn voor een kind al snel aan te wijzen en de onderdelen van het programma zetten we dan ook precies op hele of halve uren. Duurt de ziekte lang, dan komt er ook bezoek en meestal brengt men wel een kleinigheidje voor de zieke mee: stickertjes, een magneetje, een vergrootglas, een zaklampje en dergelijke.

Schoolkind
Het schoolkind vindt ziek-zijn soms verschrikkelijk. Er zijn kinderen die zich direct zorgen maken over het achter-komen op school. Anderen genieten -als ze aan de beterende hand zijn- juist heel erg van het thuis mogen blijven terwijl anderen naar school zijn. Het schoolkind kan heel goed zelf bezig-zijn, al vindt hij of zij het natuurlijk ook leuk als moeder bij hem zit, praat, voorleest, meeknutselt of gewoon haar eigen werk doet bij de zieke. Met een dagprogramma kan ook het schoolkind gebaat zijn. Het biedt vaste punten in een "lege" dag. Is het kind langer ziek, dan moet er thuis toch wel wat aan het schoolwerk gedaan worden. Meestal is er wel contact tussen de leerkracht en ouders en in onderling overleg kan het kind elke dag een poosje "huiswerk" maken.

Niet te veel aandacht!
Een ziek kind kan zoveel aandacht opeisen, dat de andere huisgenoten er onder moeten lijden. Moeder wordt er soms zo door in beslag genomen dat bepaalde dingen haar ontgaan. Kees gaat zonder jas naar buiten. Gerda vergeet haar orgelles en Rianne speelt buiten in plaats van haar huiswerk te maken. Er is ook geen tijd om te luisteren naar de schoolverhalen, de kinderen moeten rustig zijn, ze moeten meehelpen en ze zien nogal eens lekkere hapjes en leuke cadeautjes naar de zieke toegaan. Het is heel goed mogelijk dat broers en zusjes jaloers worden op de zieke. Ze doen niet altijd even aardig, plagen, pakken dingen af en maken ruzie. En soms slaakt zo'n jaloers kind de verzuchting: „Ik wou dat ik maar ziek was..."

Een grote schat
De verzuchting: „Ik wou dat ik maar ziek was" is wel begrijpelijk, maar niet goed. Het kan aanleiding zijn om eens te spreken over ziekte en gezondheid. Ds. Koelman wijst daar ook op in Plichten der ouders: „Toon hun wat een grote schat de gezondheid is, hoe dankbaar men daarvoor moet zijn en hoe men die moet bewaren en goed moet gebruiken." Ziekte brengt tot nadenken. Behalve met onze kinderen te spreken, mogen we ook voor en met ze bidden. Graag laat ik tot slot Johannes de Swaef aan het woord: „In ons leven worden we met ziekten bezocht, zowel in de jeugd als in de ouderdom. Als de Heere ons kind met ziekte bezoekt, moeten de ouders de nodige plichten tegenover het zieke kind in acht nemen. Ze moeten de Heere smeken, of Hij genadig het kind bij het leven wil behouden. Hoevelen hebben in het Evangelie de Heere Christus ook gebeden voor de gezondheid van hun kinderen en hoevelen hebben hun bede verkregen! Ten tijde dat Christus in het vlees wandelde, brachten de ouders de nood van hun zieke kinderen en zelfs dienstpersoneel tot Christus, opdat Hij hen zou genezen. U moet ook vurig en krachtig voor hun gezondheid bidden en alle goede middelen voor hen aanwenden evenals voor u zelfl" <

Jan Pieter is al een paar dagen ziek. Moeder heeft op de bank beneden een deken neergelegd en dat is het bed voor de zieke. Naast de bank staat een tafeltje met daarop van alles en nog wat. Er liggen kleurboeken, vouwblaadjes, stiften en plakkertjes. Ook een potje lijn en een schaar, een punteslijper, een leesboekje, wat spulletjes zijn niet vergeten. Maar Jan Pieter taalt er niet naar. Verveeld hangt hij op de bank. Moeder ziet het wel en laat haar werk liggen. Ze komt naast hem zitten, pakt een vouwblaadjes en de schaar en knipt er een slinger van. „Probeer jij het ook eens!" nodigt ze het ventje uit. Het lukt en samen knippen ze nog een slinger. „Nu ga ik afwassen en als ik klaar ben, gaan we de slingers die jij gemaakt hebt, ophangen." En Jan Pieter gaat aan 't werk...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.