+ Meer informatie

TER OVERWEGING

16 minuten leestijd

Dr. R. van der Ven, Niemand anders dan Jezus afleen. Uitg. Buyten & Schipperheijn, Amsterdam 1993. 160 blz. f 23,50.

De schrijver is een ex-natuurarts die vertelt over de weg die hij gegaan is gedurende een deel van zijn leven. Centraal staat hierin dat hij als een veelbelovende afgestudeerde arts in aanraking komt met het occulte (later zal hij aangeven dat hij vanaf jeugdige leeftijd al occult gebonden was), daarnaar leeft, zelfs een bloeiende praktijk verwerft als natuurarts in Heiloo maar uiteindelijk bekeerd wordt en zijn leven aan niemand anders dan Jezus alleen geeft. Het is een boek dat indruk maakt. Niet omdat het zo’n geweidig literair werk is, maar vanwege het feit dat hierin zo duidelijk beschreven wordt wat de macht van de satan is en hoe hij op zo’n “onschuldige” manier mensen occult aan zich bindt.

Ook binnen onze kerken zijn er velen die zich onbewust op een dergelijke wijze binden aan de satan. Ik noem u een aantal dingen die occult besmet zijn. Handleeskunde, magnetiseren (healing), iriscopie, magneettherapie, het bezoeken van een paragnost, voetreflexologie etc. De schrijver geeft ook aan dat het gebruik maken van homeopathische middelen, ook die van dr. Vogel, gevaarlijk is. “Homeopathie werkt inderdaad, maar het zijn krachten van de duisternis”. Achterliggende ideeën van altematieve geneeswijzen zijn vaak, baat het niet het schaadt ook niet, maar geestelijk schaadt het zeker. Het zet de relatie met Jezus op het spel.

De schrijver geeft aan wat zijn ervaringen zijn geweest en wat de rol van satan is geweest en hoe hij door Gods genade de weg naar Jezus terug heeft gevonden. De inhoud van het boek is een waarschuwing voor allen die zich met bovenstaande weleens inlaten en daar hun heil van verwachten.

Drs. P.P. van Dorp-Stolk en W. Visser, Adoptie. Een christelijke handreiking bij beslissing, procedure en opvoeding. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1993. 96 blz. f 18,50.

Vanaf 1956 zijn er al 20.000 adoptiekinderen in Nederlandse gezinnen geplaatst. Deze kinderen komen uit allerlei delen van de wereld. Er zijn verschillende redenen voor echtparen om een kind te adopteren. Daar zijn ideële bedoelingen bij (het kind heeft het hier beter dan in zo’n arm land), maar in meerderheid gaat het toch om het willen hebben van een kind omdat ouders geen kinderen kunnen krijgen, of siecht één kind hebben en meer kinderen niet meer geboren kunnen worden. In dit boek wordt een aantal handreikingen gedaan aan de (aanstaande) ouders door in te gaan zowel op praktische als op pastorale vragen, zoals: wat zegt de Bijbel over adoptie, aan welke voorwaarden moeten we voldoen en wat zijn de financiële consequenties. Wat betekent adoptie voor het kind en wat kunnen we bij de opvoeding tegenkomen. Mogen geadopteerde kinderen gedoopt worden?

Het boekje is met zijn vele praktijkvoorbeelden goed leesbaar. leder die op wat voor manier iets met adoptie te maken heeft/krijgt, kan hiermee verder.

Prof. dr. W.J. Ouweneel, Mijmeringen. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1993. 66 blz. f 13,50.

Ouweneel, bekend van het programma “Mijmeringen” van de EO, heeft zijn mijmeringen welke hij voor de TV heeft uitgesproken toevertrouwd aan het papier. Korte overdenkingen met een boodschap. Diegenen die zijn programma’s hebben gezien, horen de stem van Ouweneel op de achtergrond. Het is een aardig boekje om te lezen en om weg te geven.

Dr. Andrew Murray, Wees mij genadig. Zonde, verlossing en dankbaarheid in het licht van psalm 51. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1993. 126 blz. f 19,95.

In dit boek wordt nader ingegaan op psalm 51 en de genade van God voor zondaren. Murray (1828-1917), een man met hart voor zending en evangelisatie, was ondermeer predikant in Kaapstad bij de Nederduitse Gereformeerde kerk. De bedoeling van dit boek was voorlichting te geven over het begrip genade aan hen die een gebrekkig of verkeerd begrip daarvan hebben. Zijn betrokkenheid bij de lezer is groot. Hij schrijft overtuigend in een taal die we nog maar weinig horen. Als rode draad door het boek komt naar voren “dat er genade bij God is” en verder “dat u genade nodig hebt” maar “vooral wat u hebben moet, is de persoonlijke ondervinding van die genade aan u bewezen. U moet genade hebben, zonder dit mag u niet rusten”. Een boekwerk om van te leren.

Dr. R. Kuiper e.a., Kuitert onder kritiek. Wijsgerige en theologische reacties op dr. H.M. Kuiterts “Het algemeen betwijfeld christelijk geloof”. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1993. 80 blz. f 14,95.

Het boek van Kuitert “Het algemeen betwijfeld christelijk geloof” heeft veel stof doen opwaaien binnen kerkelijk Nederland. Het is een van de boeken die in de top tien staan wat de verkoop betreff. Is het omdat er zoveel opzienbarends in staat? Of formuleert hij een vernieuwd christelijk denken? Er zijn zowel felle tegenstanders van het boek, als voorstanders die het boek “een machtig getuigenis van de centrale bijbelse boodschap” vinden. Onder redactie van dr. R. Kuiper, directeur van het centrum voor Reformatorische wijsbegeerte, geven drie hoogleraren in de wijsbegeerte en een predikant hun antwoord op Kuitert. Zij gaan in op de centrale vragen die in zijn boek aan de orde kornen. Enkele kritiekpunten die naar voren komen zijn:

a. Wie het christelijk geloof fundamenteel en tot op het bot betwijfelt, zoals Kuitert dat doet, maakt alle geloofsgetuigen van de vroege en de moderne kerk belachelijk. Hij is vervreemd van het klassiek-gereformeerde en breder van het algemeen christelijk belijden.

b. Als orthodoxe gelovigen zullen we primair, vanuit ons geloof, nee moeten zeggen tegen dit boek. Kuitert gaat uit van de theologische rede in plaats van de openbaring Gods in de Heilige schritt.

c. Kuitert aanvaardt geen spreken van boven. In de theologische wetenschap erkent hij het gezag van de erkende wetenschappers.

d. Kuitert geeft aan dat het mens-zijn van de mens op religie is aangelegd. Voor hem zijn alle godsdiensten gelijk, het christelijk geloof niet uitgezonderd. Het “oergeloof” zorgt ervoor dat mensen van nature een besef van God hebben.

e. Kuitert geeft begrippen als zonde, schuld en verzoening wel een belangrijke plaats in zijn geloofsleer, maar tegelijker tijd verschraalt hij de inhoud door alleen maar af te gaan op de menselijke ervaring en niet wat de Schrift erover zegt.

f. Van een historische zondeval wil hij niet weten. De auteurs zijn uiteraard nog breder op zijn boek ingegaan en hebben ook nuanceringen aangebracht. Zelfs hier en daar valt nog een goed woord te lezen over zijn zienswijze. De stellingname tegenover Kuitert vind ik zo nu en dan te zwak.

M.J.M. Brand-Koolen, De Driehoek in relatie: kerk, overheid en gereformeerde hulpverlening. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1993. 42 blz. f 12,50.

Ruim een jaar geleden belegde De Driehoek, stichting voor gereformeerde maatschappelijke dienstverlening en jeugdbescherming, een congres. In deze brochure vindt u de belangrijkste toespraken, referaten en speeches van die dag. De bedoeling van deze brochure is het werk van De Driehoek onder de aandacht te brengen.

Ir. J. van der Graaf, Gerechtigheid. Over het samenleven van mensen en volkeren. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 62 blz. f 14,90.

De auteur, secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, heeft een aantal lezingen gehouden over gerechtigheid. Het boekje is een bundeling van die lezingen. Gerechtigheid is een breed begrip. Om de ware betekenis van het woord “gerechtigheid” te achterhalen laat de schrijver de Bijbel spreken. Het woord duidt daar op de herstelde relatie tussen de zondige mens en de rechtvaardige God in Jezus Christus. Deze boodschap heeft consequenties voor een levenshouding in de wereld van vandaag. Die wereld van vandaag komt aan de orde in verschillende hoofdstukken.

M. Assink, Diaconaat met perspectief. Beleid, organisatie en praktijk van het diaconaat. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1993. 196 blz. f 24,95.

Dit boek is een soort introductie tot het diaconaat zowel van de ambtsdragers als van de gemeente. Vrijwel alles wat in verband met het diaconaat besproken of bedacht kan worden, komt hier ter sprake.

Het boek telt 19 hoofdstukken, verdeeld over de volgende delen: I. Diaconaat met perspectief waarin bijbelse gegevens ter sprake komen; II. Organisatie van het diaconaat, waarin praktische technische zaken aan de orde komen; III. Plannen, waarin besproken wordt diaconie met beleid en financieel beleid; IV. Communiceren, waarin vooral het voeren van gesprekken en het houden van vergaderingen aan de orde komt; V. Praktisch diaconaat met aandacht voor het diaconaat van de gemeente en voor gesprekken met de gemeente.

Het boek is breed opgezet en tamelijk “technisch van aard”. Er komen nogal wat zaken aan de orde die niet alleen voor de diakenen van belang zijn. Het boek bevat een programma voor het diakenwerk. Het is overzichtelijk opgezet en daardoor gemakkelijk toegankelijk. De prijs is voor dit omvangrijke werk niet hoog. Ik vind het boek wat te gedetailleerd technisch. Wellicht dat anderen dat juist een voordeel vinden.

Dr. R. van Woudenberg, Filosofische gedachten over Godsgeloof. Uitg. Kok, Kampen 1993. 150 blz. f 34,50.

Dit boek is een bundeling van lezingen. Vier van de vijf zijn reeds eerder gepubliceerd. De schrijver typeert het boek als filosofisch-apologetisch. Hij verdedigt de houdbaarheid, het werkelijkheidskarakter, de persoonsbetrokkenheid en het ervaringskarakter van het Godsgeloof. Met name dit laatste komt in de beide laatste hoofdstukken uitvoerig ter sprake, namelijk de mogelijkheid van geloofszekerheid. In dit hoofdstuk wordt kritisch ingegaan op Kuiterts opvatting van wat theologie is. De schrijver stelt terecht dat het niet mogelijk is Godsopenbaring te verstaan buiten het geloof om. Ervaring en openbaring zijn niet van elkaar los te maken (blz.98). Dat is mijns inziens maar net wat je ermee bedoelt. Het wil mij voorkomen dat de verhouding van openbaring en ervaring duidelijker gemarkeerd moet worden. De eerste opstellen staan wat op zichzelf. Ik zou het op prijs gesteld hebben, als ze wat meer bewerkt en op elkaar afgestemd waren. Niettemin een boek dat veel te denken en te discussiëren geeft.

Ds. H. van der Ham, Professor Wisse. Aspecten van leven en werk. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1993. 216 blz. f 30,-.

De schrijver is onder de indruk van de persoon en het werk van prof. Wisse. Men voelt in dit boek zijn genegenheid en eerbied. Dat doet de lezer goed. Hij schrijft een levensschets van zestig bladzijden. Daarna herinneringen geschreven door prof. Van der Schuit, ds. Slagboom en prof. Kremer. Meer dan honderd bladzijden tekst met meditaties, toespraken, artikelen (vooral Pastorale Brieven uit De Wekker) en passages uit zijn boeken. Aan het slot een beknopte bibliografie.

Ik heb waardering voor dit boek. Het is met liefde en na uitgebreid onderzoek (speurderswerk) geschreven. Het brengt ons het werk van prof. Wisse dichterbij. Datzelfde kan ik niet zeggen van de persoon van Wisse. De schrijver stelt zich bescheiden op en weet op bepaalde vragen (bijvoorbeeld random zijn vertrek uit Apeldoorn) ook niet veel meer dan summiere aantekeningen uit synodale Acta. Ik begrijp dat de schrijver zich niet aan een beoordeling heeft gewaagd. De betekenis van het boek ligt in de nauwkeurige weergave van de feiten, in de foto’s en in de met zorg gekozen fragmenten uit Wisse’s artikelen en publikaties.

De schrijver verdient onze waardering voor deze uitgave.

Dr. M. te Velde, Gemeenteopbouw 4. Handreiking voor een gemeente-werkplan. Uitg. Vuurbaak, Bameveld 1993. 96 blz.

Dit boek (het vierde deel in de sehe) is resultaat van een werkgroep. Een of twee leden van de groep hebben telkens een hoofdstuk ontworpen. Daarna heeft de werkgroep in zijn geheel het concept besproken en bijgesteld. Wat ons geboden wordt is een “raamplan”. Per gemeente kan het nader ingevuld worden. Na een bespreking van de opzet van dit boek is een hoofdstuk gewijd aan algemene aandachtspunten. Daarna volgen de zes thema’s, die reeds in deel 2 ter sprake zijn gekomen: verkondiging, levenswijding, onderricht, opzicht, samen-leven en barmhartigheid. Elk hoofdstuk is opgezet volgens het schema: bijbelse lijnen, karakter, doel, gaven, bestaande en mogelijke structuren, bestaande en mogelijke werkvormen, voorbeelden van knelpunten, en aanbevelingen. Onder dit laatste kopje wordt een soort samenvatting gegeven en worden (vele) suggesties gedaan. Bij de aanbevelingen vinden we steeds drie rubrieken: de gemeente, het gezin en groepsverband.

Het boek biedt een inventarisatie van vrijwel alles wat er in de plaatselijke kerk gebeurt. Het geeft ook veel suggesties voor wat nieuw opgezet kan worden. Ik denk dat het veel te veel is om het in één keer aan te pakken. Laat men eens een onderdeel emit nemen, om dan te zien hoe men ermee werken kan. Opvallend en te waarderen is de brede bijbelse onderbouwing en de praktische uitwerking. Mijn indruk is dat er wel erg veel aanbevolen wordt. Niemand is verplicht om alles in praktijk te brengen. Men kan zijn keuze doen. Dat zal zeker winst opleveren.

R. Meinders, Kom en zie. Opzoekende liefde. Uitg. Groen, Leiden 1993. 184 blz. f 29,95.

Dit is het tweede deel in de stichtelijke dogmatiek, die bij Groen verschijnt. Ik noem dit boek in de goede zin van het woord stichtelijk. Het is een studie over onderwerpen uit de geloofsleer met een praktische strekking.

Dit betekent dat een aantal vragen niet aan de orde komen, die anders wel behandeld worden. Ds. M. Baan behandelt de voorbeschikking; ds. J. Koppelaar schrijft over het verbond; ds. P. Molenaar behandelt de roeping/verkondiging. In dit hoofdstuk komt ook het onderwerp de kerk ter sprake. Het viel mij op dat in de paragraaftitels van het hoofdstuk over de voorbeschikking Christus niet wordt genoemd. De benaming het “natuurverbond” vind ik niet zo geslaagd, al wordt zij wel vaker gebruikt. In de kantlijn vindt men tal van verwijzingen naar relevante Schriftplaatsen. Dat is waardevol.

De opzet brengt mee dat het accent meer valt op het stichtelijke dan op het theologische.

Dr. J. Stolk, Ik kan het zelf. Deel 3 in de serie Christelijke opvoeding, voor 2-4 jaar.

Uitg. Groen, Leiden 1993. 124 blz. f 24,50.

In dit boek wordt ingegaan op de opvoeding van kinderen van twee tot vier jaar, de peuterleeftijd. Wat de peuter kan, Omgaan met een koppige peuter, En verhindert ze niet, Vanuit de geborgenheid van het gezin, zijn de titels van de vier hoofdstukken.

Drs. L. van Dam, drs. W.C. Polinder, drs. J. Westland en mevrouw P.A.J. van Dijke-Reijnhoudt behandelen de onderwerpen. Dit boekje is het derde uit een serie van tien. Aandacht wordt besteed aan de lichamelijke, cognitieve en verbale ontwikkeling van het kind. Over godsdienstige opvoeding, de geborgenheid die het gezin moet bieden en over de koppige peuter wordt op een heldere wijze geschreven. Een boek dat van betekenis is voor ieder die met opvoeden en opvoeders te maken heeft.

E. van Veldhuizen, Je mag zelf bidden. Uitg. Groen, Leiden 1993. 56 blz. f 19,95.

Dit is een boekje waarin de auteur voor kinderen van 4 - 7 jaar verschillende gebedsmomenten op een dag verteilend bespreekt. Steeds loopt het verhaaltje (verslag) uit op het Onze Vader. De tekst is eenvoudig. Er staan mooie tekeningen bij van Marianne Witvliet. Het is het eerste deeltje uit de serie “Kind en gebed”; er volgen nog twee delen. Dit deeltje is een goed begin.

Gerry Velema - Drent, Wie droogt mijn tranen? Twee ex-prostituées verteilen hun verhaal. Uitg. Buijten & Schipperheijn in samenwerking met de Vereniging tot Heil des Volks, Amsterdam z.j. f 10,-.

Het boekje biedt wat de ondertitel belooft. Het verhaal van prostituées in Midden-Amerika en

in Amsterdam. Twee vrouwen komen uit dit donkere leven met hulp van de stichting “Het scharlaken snoer”.

Een verhaal van eilende, misbruik, van een nieuw begin door Gods genade en ontroerende hulp in donker-Amsterdam. Neem en lees.

G. van den Brink en H.J. van der Kwast, Een kerk ging stuk. Relaas van de breuk die optrad binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in de jaren 1967-1974. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amstmerdam. 245 blz. f 39,75.

Ds. J.M. Goedhart, Herstel bevorderd of belemmerd? Noodzakelijke reaktie op “Een kerk ging stuk”. Uitg. Bredewold, Wezep. 112 blz. f 14,-.

Het is de moeite waard kennis te nemen van deze twee uitgaven, al was het alleen reeds om geïnformeerd te worden over twee kerkgemeenschappen die op het Nederlandse kerkenerf tot onze naaste buren behoren, maar die - oorspronkelijk één - ruim een kwart eeuw geleden uit elkaar gingen na allerlei kerkelijk gekrakeel. Het eerste geschrift belicht de zaak van nederlands-gereformeerde zijde, het tweede van vrijgemaakt-gereformeerde kant, uiteraard elk in de overtuiging van het eigen gelijk. Zo worden we geïnformeerd over de “zaak Groningen-Zuid” (ds. Van der Ziel), de “Open brief” ca., de “kwestie ds. B. Telder”, over de “leer” van ds. L.E. Oosterhoff enz. enz. Voor een - hoe graag ook meelevende - buur is het wel eens moeilijk te volgen. Onwillekeurig komt het woord van de bekende prof. Rutgers op de dolerende synode van 1891 in herinnering: “in de toekomst zullen wij blijken Gereformeerden te zijn, en dus bij latere verschillen beiden, zonder burengerucht te maken, bukken voor Gods Woord” (Acta blz. 77). De - zoals het wel eens genoemd is - “hypotheek” die de Doleantie in 1892 meebracht, komt in geen van beide boeken aan de orde, hoewel het hypothecair verband in beide te onderkennen is. In het eerste boek wordt de Vereniging van 1892 een “werk van Gods goedheid” (70) genoemd. Dan is er natuurlijk geen vermoeden van een “hypotheek”. Ook het tweede boek geeft daarvan geen blijk. Van den Brink en Van der Kwast keren zich vooral tegen de sacralisering van de Vrijmaking, oftewel het “vrijmakingsgeloof” of de “theologie van de Vrijmaking” (67). Goedhart verdedigt het vrijmakingsperfectionisme, zij het dat hij daarbij vrij selectief te werk gaat en zijn doel wel eens voorbijschiet. Het zicht van zijn tegenstanders op de Vrijmaking “deugt niet” (12), ze draven door, lanceren dwaasheden (17), vertekenen, caricaturiseren (20) enz. enz. We kunnen noch mogen onze buren negeren - al gebeurt dat natuurlijk wel in de dagelijkse praktijk. Wat er bij hen gaande was en nu onderling gaande is, mag ons niet onverschillig en onbewogen laten op het gereformeerde kerkenerf. Brak de tijd eens aan dat het gezegde van de goede buur die tóch beter is dan een verre vriend, ook op dat erf bewaarheid werd! Zonder direct bij elkaar in huis te willen trekken - met alle gevaar van brokken maken - is dat in de huidige bedeling misschien het meest haalbare.

J. Kamphuis e.a., Hoe staan wij ervoor? Actualiteit van het gereformeerd belijden. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. 180 blz. f 29,75.

Als “goede buren” (zie boven) hebben in dit boek vier auteurs zich gezet tot de beantwoording van de gestelde vraag nl. de vrijgemaakt-gereformeerde hoogleraren J. Kamphuis en dr. C. Trimp en de christelijk-gereformeerde hoogleraren dr. W. van ’t Spijker en dr. W.H. Velema. Na twee korte schetsen over de “ontwikkeling van de gereformeerde theologie”, resp. vanuit Kampen en vanuit Apeldoorn (met “optie”) aangeduid), schrijft prof. Kamphuis “over het existentieel karakter van de belijdenis van de drieënige God” onder de titel “Taal van thuis”, prof. Velema over “Schepping en verlossing”, prof. Trimp over “Heilige Geest en Heilige Schrift” en prof. Van ’t Spijker over “Verkiezing en kerk”. Blijkens het “Woord vooraf” willen de schrijvers de blijvende actualiteit van het gereformeerd belijden in het licht stellen, met name betreffende de genoemde thema’s die essentieel zijn voor het gereformeerde belijden. Wie deze opstellen serieus bestudeert, zal er geen spijt van hebben. Hij/zij zal de schrijvers dankbaar zijn voor hun goede leiding in dezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.