+ Meer informatie

TER OVERWEGING

7 minuten leestijd

Ds. R.J. van Pagee, Op weg naar de nieuwe aarde. Pastorale overwegingen bij de chris-telijke toekomstverwachting. 103 blz., f. 13,50, Kok, Kampen 1982.

De oud-legerpredikant heeft op originele manier zijn geloof in de nieuwe aarde ver-woord. Hij doet dat op prettige wijze, waarbij hij naar de Bijbel teruggrijpt en telkens met teksten bezig is. Hij schrijft origineel over de grootste list van de duivel, die daarin bestaat dat hij de mensen doet geloven dat hij niet bestaat. Ik denk ook aan de prachtige manier waarop hij het woord uitslapen uitlegt: door slapen aan een gevaar ontkomen. Een pleidooi voor de vrouw in het ambt doet in dit boekje op zijn minst geforceerd aan. Het staat meer met nu dan met straks in verband.

De verschillende aspecten van leven door de dood heen komen ter sprake.

Evangelische bemoediging wil de schrijver geven, met Christus als fundament van alle verwachting. Het laatste hoofdstuk bevat een droom - merkwaardig concreet en tege-lijk mij wat sceptisch makend. Bij het lezen moest ik denken aan 2 Corinthe 12:4: „onuitsprekelijke woorden gehoord.die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken”. Zou die regel ook niet gelden voor onze droom over wat straks komt?

In elk geval stemt dit boek tot blij verwachten.

M.R. van den Berg, Beeldspraking. Hetonderwjjs van Jezus in degelijkenissen, in offset uitgevoerd, 179 blz., f. 18,50. Van den Berg Copieerinrichting, Kampen 1982.

De schrijver is bekend om zijn vele publikaties. Dit boek behandelt 27 gelijkenissen. Karakteristiek is, dat uitvoerig wordt ingegaan op de contekst. Daarna wordt de bedoe-ling van de gelijkenis populariserend verteld. Hier en daar kan ik de vraagtekens niet tegenhouden, die bij het lezen bovenkwamen. Bijvoorbeeld: is de boodschap van de gelijkenis van de Farizeeën en de tollenaar, dat het, ondanks de zonde, toch mogelijk is met Jezus te wandelen, en zo rechtvaardig te zijn voor God? (blz. 110). Is het juist, dat in de gelijkenis van de pachters en de wijngaard (Matt. 21: 33-46) in het begin met de wijngaard het volk Israël en aan het slot het Koninkrijk van God wordt bedoeld? (blz. 64). Het geheel maakt op mij de indruk wel wat erg vlot te zijn geschreven. Niet iedere bijbelstudie of preek behoeft te worden gedrukt.

J. Kamphuis, Om de heiligheid van de gemeente. De kerkelijke tucht, 192 blz., f. 20,-. Copieerinrichting Van den Berg, Kampen 1982.

In dit boek zijn artikelen uit „De Reformatie” gebundeld, die gedurende twee jaar zijn verschenen over de tucht in de gemeente. Tucht over ambtsdragers, over doopleden, broederlijk vermaan, bekend als censura morum, kwamen niet aan de orde.

Het is een wat erg uitvoerige bundel, die op bijbelse grondslagen van de tucht, op het voorbereidende stadium, op de „eenvoudige afhouding”, op broederlijk vermaan en op het onderscheid geheime en openbare zonden, op de verschillende stadia van de excom-municatie ingaat. In het algemeen kunnen we ons in het standpunt van de schrijver vin-den. Wel ware een korter betoog krachtiger bij de lezer overgekomen.

Anno Domini 1981. Jaarboek op basis van het Nederlands dagblad, 144 blz., f. 27,50. Uitgever De Vuurbaak.

Met veel genoegen kondigen we de verschijning van dit Jaarboek (in woord en beeld) 1981 aan. De indeling is iets veranderd vergeleken bij de uitgave van vorig jaar. Geen drie kolommen meer naast elkaar: nu onder en bovenaan de bladzijden gebeurtenissen per dag. Door kopjes goed herkenbare tekst, en als derde gegeven: foto’s met onder-schriften.

Ik vind dit boek een waardevol overzicht van een kalenderjaar. Ook aan kerkelijke gebeurtenissen is aandacht gegeven. Men ziet de dingen weer helder voor zich. Ook als naslagwerk kan het goed dienst doen. Het is echt een gezinsboek.

Bram Krol, Gemeentegroei, Kenmerken van groeiende en kwijnende gemeenten, 152 blz., f. 16,50, Buijten & Schipperheijn, 1982, Telosboek 123.

In Amerika wordt veel geschreven over gemeentegroei. Er is daar al heel wat literatuur over versehenen, terwijl dit onderwerp in Nederland nog weinig besproken is. Ds. Krol, werkzaam bij het Instituut voor Evangelisatie, tracht in dit boek die leemte op te vul-len. Hij spreekt zelf over een „bloemlezing” uit andere boeken (blz. 9). Die indruk maakt dit boek inderdaad. Er worden belangrijke dingen in doorgegeven. De plaats van de gemeente in de evangelisatie, kenmerken van de groeiende gemeenten, rechten van gemeenten worden in tal van punten besproken.

De toon is nuchter. We moeten meer elenctiek (= weerleggihg) in de dialoog stoppen dan elastiek. De absolute prioriteit van het Woord wordt benadrukt. Organisatie wordt noodzakelijk genoemd. Overorganisatie fataal. Deelname van de gemeente aan de evan-gelisatie, opdracht en goede organisatie daarvan wordt bepleit.

Het is een boek, dat tot zelfonderzoek noopt. leder neme er uit wat hem bruikbaar voorkomt. Dat is gegeven met het karakter van een bloemlezing.

In evangelisatiecommissies zouden bepaalde onderdelen besproken kunnen worden. Het zou ook goed zijn als de evangelisatieouderling in confrontatie met een aantal trek-ken uit dit boekje het portret van de eigen gemeente eens schetst op een kerkeraads-vergadering - een portret van hoe het in feite is en hoe het zou moeten zijn, opdat de bespreking wegen wijst, om de kloof te overbruggen.

Simon Schoon, Nes Ammim. Een teken van solidariteit, 136 blz., Zomer en Keuning, Ede 1982.

De schrijver is sinds 1976 predikant geweest in Nes Ammim. Hij schreef reeds eerder over dit onderwerp een boekje. Nu, bij zijn vertrek maakt hij als het ware de rekening op. Hij is bezield van het ideaal aan Nes Ammim als teken van solidariteit bekendheid te geven. Hij vertelt van de idealen van de pioniers, van de crisis bij bewoners en in con-tacten met christenen in Europa en Amerika. Hij beschrijft contacten met Israëlieten, met regerings- en universitaire kringen, met Arabische buren en de librale synagoge in de omgeving, met bezoekers van allerlei slag.

Het is een boeiend verhaal, geschreven door een gedrevene. Eén ding is hem duidelijk en wordt ook de lezer hoe langer hoe meer duidelijk: we moeten de jood in zijn eigen-heid, in zijn identiteit respecteren. Dat betekent geen zending drijven, geen proselieten (= bekeerlingen) maken. Met de joden in gesprek zijn. Hebben de joden Christus dan niet nodig? Na het lijden dat christenen de joden hebben aangedaan, zullen de eersten de moed en het recht niet meer hebben om joden te vragen, laat staan te bewegen, christen te worden.

Wat blijft er dan over? We lezen het op blz. 136, in de laatste regels van het boek: Een joods auteur schreef als opdracht in een boek dat hij ds. Schoon schonk voor de men-sen van Nes Ammim; „zij die werken aan het herstel van het beeld van de mens. Is dat geen wonder?” Ik weet niet of Nes Ammim zich in deze verwondering herkent. Ik vraag mij af : is dat de boodschap die Jezus gebracht wil hebben? In zijn proefschrift, verdedigd in april in Kampen, heeft de auteur getracht de theologische basis te leggen onder deze stellingname. Hij vraagt van de kerken dat ze hetzelfde beogen. Dat is de onmiskenbare pretentie van dit bewogen verslag. Heeft Israël de Christus dan niet no-dig? Zijn wij verder, weten wij het beter en meer dan Paulus? Is de tekening van wor-tels van antisémitisme in het Nieuwe Testament en van de kerk als bij uitstek de moe-der en broedplaats van het antisémitisme, niet een vertekend beeld? Ik vrees dat ieder die de visie van de auteur niet deelt, daarom alleen al antisemiet genoemd dreigt te worden. Dat maakt de gedachtenwisseiing wel erg moeilijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.