+ Meer informatie

DAGELIJKS BROOD

7 minuten leestijd

Brood is basisvoedsel. Brood is leven. Zonder brood is er geen denken en geen genieten meer. Dat is overal en altijd zo - waar ook ter wereld. Het brood mag een andere naam hebben: rijst, casawe of maispap - maar wat blijft, is dat de mens een primaire behoefte heeft aan voedsel. Wie de slums van Jakarta, de achterbuurten van Phnom Penh en de schrijnende armoede op het platteland van Oekraïne met eigen ogen heeft gezien, is niet geneigd brood met hoge spiritualiteit te omgeven. Brood heeft daar alles te maken met een lege maag!

Bij ons is ligt dat wat anders. Wij denken bij een thema als ‘dagelijks brood’ sneller aan ‘geestelijke zaken. Wij maken ons niet zoveel zorgen om ons dagelijks brood. Ja, wie alleen van z’n AOW of een bijstanduitkering moet rondkomen, heeft het echt niet breed. En de economische crisis plaatst mensen soms voor grote zorgen - je zult maar ontslagen worden en lange tijd zonder werk zitten of door omstandigheden in zo’n situatie terecht komen dat de financiële speelruimte bijzonder beperkt is! Maar er is in verreweg de meeste gevallen een manier om geholpen te worden. In Nederland zullen er weinig mensen zijn die regelmatig op een houtje moeten bijten.

DE SCHRIFT

In de Bijbel lezen we dat dat nogal eens anders is. Bijv. in Exodus 16 die prachtige geschiedenis van het manna, het brood uit de hemel. Let wel: het manna was geen gebedsverhoring, maar Gods antwoord op het menselijk gemor. De mensen waren kwaad op God die hen uit de handen van de farao had bevrijd. Ze hadden aanvankelijk wel gejuicht en gedankt met lied en dans. Ze waren vrij en nu zou alles goed komen! Maar zo zit het leven en de vrijheid niet in elkaar. Leven en vrijheid moet je leren, dat word je niet zomaar in de schoot geworpen. Het volk Israël kwam na de euforie van de vrijheid al heel vlug met de harde werkelijkheid in aanraking en die stond hen helemaal niet aan. Ze voelden zich bedrogen door Mozes en door God. En dan leren ze dat brood meer is dan je boterham verdienen. Brood is een geschenk, een gave. Brood laat zien dat God nooit zijn volk vergeet! Om het eens anders te zeggen: als het van de hemel afhangt, zal het volk op aarde nooit van de honger vergaan. Daar gaat het om in dit hoofdstuk.

Wij hier in het rijke deel van de wereld hebben intussen wel begrepen dat brood meer is dan een portie calorieën. Van de uitdelers van voedsel bij een voedselbank horen we dat het geven van een voedselpakket meer betekent dan het uitdelen van doosjes met iets erin.

Het geven betekent dat je de ontvanger ernstig neemt - al is het maar voor dat moment… Maar ook hun leven gaat door. Met alle gevolgen van dien.

Misschien juist daarom vragen de discipelen in het evangelie ook (Joh. 6:34): ‘Here, geef ons altijd dit Brood.’

En al hebben wij dan elke dag brood op de plank - ons getuigenis van het Brood op aarde zal duidelijker zijn als mensen te allen tijde brood hebben… en geven om te eten.

CONCRETISERING

En dat laatste komt naar ons toe als een oproep: geven om te leven - eigenlijk elke dag, maar vooral op de hulpverleningszondag, dit jaar op 7 februari. Het thema dat daarvoor is gekozen ‘Dagelijks brood’ heeft tot doel ons te laten stilstaan bij die oproep. Maar het wijst ons tegelijk ook op de oorspronkelijke betekenis. Toen de Here Jezus ons leerde bidden ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, wilde Hij ons erbij bepalen dat het niet gaat om een dik belegde boterham, maar om een portie die genoeg is voor vandaag - niet te veel en niet te weinig, gewoon genoeg! ‘Genieten van genoeg, zodat een ander genoeg heeft om te genieten’.

Vooral op en hopelijk ook rondom hulpverleningszondag mogen we dat wel heel in het bijzonder aan elkaar voorhouden. Er zijn zoveel mensen in deze wereld voor wie ‘dagelijks brood’ een luxe is! Ruim 800 miljoen gaan ook vandaag weer slapen zonder dat ze ‘genoeg’ hebben gegeten! En hoe we als kerkmensen daar ook over denken: zij vooral hebben onze hulp nodig: Joodse en Arabische jongeren in Jeruzalem, ouderen en jonge kinderen in D’kar, christen en moslims op het platteland van Egypte om maar een paar groepen te noemen. Onze hulp stelt hen en andere armen en behoeftigen in staat te ‘overleven’ - helaas is er nog steeds zoveel honger en armoede, zoveel onrecht en onbarmhartigheid, zoveel rampen en wreedheden in deze wereld.

Helaas? Helaas voor hen, ja… Want in veel landen in deze wereld - soms niet eens ver bij ons vandaan - leven mensen die de hele dag bezig zijn om te zorgen dat er eten op tafel komt. Er moet water gehaald worden bij de rivier of bij een waterput, er moet hout en eten gezocht worden, enzovoort; een groot aantal uren per dag zijn ze daar mee bezig… in de hoop dat het genoeg zal zijn.

Helaas? Niet helaas voor ons, nee… Want het betekent dat wij voor hen daadwerkelijk de naaste zijn: een naaste die geeft, zodat de ander kan ontvangen. God houdt ons in zijn Woord voor dat je van geven rijk wordt. Een mens die geeft, komt tot zijn doel; een mens die geeft, geniet vreugde en vrede… tot zegen voor zijn naaste, tot eer van God. Des temeer reden om God te danken als we nog kunnen geven van ons ‘genoeg’… aan anderen die niet ‘genoeg’ hebben.

Door het geloof ‘verplicht’ onze rijkdom ons, om Christus’ wil, medewerkers te worden van God… zodat honger en dorst - de nood van hen voor wie wij de naasten zijn - zoveel als we kunnen, wordt verdreven!

Dat vergt veel meer dan één hulpverleningscollecte. Dat vergt voor alles een biddend hart, een hart dat klopt voor Hem die ons het Brood heeft gegeven ten leven. Wie dat beseft, moet ook weten dat zijn levensstijl - vroeg of laat - daardoor moet worden beïnvloed, zodat iedereen genoeg ‘brood’ krijgt om van te leven en van te genieten.

Hierboven schreef ik: ‘…om Christus’ wil…’. Daarmee bedoel ik bovenal dat de collecte op hulpverleningszondag niet betekent dat we zomaar ineens actief worden omdat dat van ons gevraagd wordt. Onze acties voor en onze hulp door deze collecte hebben niets met ‘we willen zo nodig actief worden’ te maken. Ze hebben wel alles te maken met de geest van waaruit we tot actie overgaan. Wie in de kerk actief wil worden, kan eigenlijk niet anders dan actief worden omdat hij of zij daartoe wordt aangezet door de Geest van Christus - een hart heeft dat klopt voor Hem. Hij motiveert je, Hij geeft je de ‘drive’ om door te gaan ook al wordt het moeilijk, ook al lijkt het zinloos…

Van Christus lezen we vooral bij Lucas dat Hij steeds weer oog had voor de arme en behoeftige - dat hoort ons juist vanuit ons geloof dat Hij onze Helper is, de drive te geven om te helpen, om te bidden, om te geven - om actief te worden: de naaste te worden van diegenen die geen helper hebben en die door Hem op onze weg worden geplaatst., om hem of haar daadwerkelijk te helpen.

Ds. G. Drayer is vrijgesteld o.a. voor het secretariaat van deputaten diaconaat, en is als zodanig werkzaam op het Dienstenbureau in Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.