+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

6 minuten leestijd

„De Facteur''.

25.06.22.040. Ik weet niet of je al in Holland bent, maar enfin, dat waag ik er maar op. Dat was geen pretje Wim, op die buitenpost. Wat zal je je toch eenzaam gevoelen op zo'n buitenpost. Ver verwijderd van de bewoonde wereld, geen directe verbinding met andere Hollandse jongens, je eten ontvangen uit de lucht, dat zijn toestanden die wij niet kennen. Toen ik je brief las moest ik denken aan de bevrijding, ook toen kreeg een gedeelte van ons volk het voedsel uit de lucht. Ik heb dit altijd een Gods-wonder gevonden. Een Goddelijke uitredding, want de nood was zeer hoog. Hebben we dat verstaan en begrepen? Zijn we er dankbaar voor geweest? Heeft deze daad Gods ons vernederd? Aan de uitleving is het niet te bespeuren. Gelukkig zeg, dat je daar niet meer zit. Het beste hoor en nog een poosje en je bent thuis, naar wij hopen.

27.06.07.0S9. Ik heb van jou twee mooie brieven ontvangen, waarvoor mijn hartelijke dank. Met je antwoord over Job ben ik het geheel eens. De Heere mocht het aan je hart eens willen toepassen want het is, zo als je zegt: „Met praten komen we er niet. De zaken moeten bevindelijk doorleefd worden.'" Houdt dat altijd maar vast. Praat-christenen hebben we genoeg, maar daad-christenen zijn er weinig. We leven in een tijd dat men erg gesteld is op: „Spreek tot ons zachte dingen" en men vergeet dat Gods Woord is een tweesnijdend scherp zwaard. Genoeg hierover. Je vroeg verder of ik eens iets wilde meedelen inzake sport en spel. Als ik daar nog eens tijd en gelegenheid voor krijg dan hoop ik dit later eens uitvoeriger te doen.

Voor ditmaal beknopt. Sport en spel zijn geen uitvindingen van de laatste jaren hoor, al wordt de verdwazing in sport en spel wel ieder jaar groter. Een vrouw die een harde loop in zeer korte tijd uitvoert geniet meer menselijke eer dan een vrouw die 9 kinderen met zorgen groot brengt. Neen in de grijze oudheid had men reeds stadions waarin meer dan 45-000 mensen de sport konden bijwonen. In het stadion te Amsterdam kunnen 40.000 mensen. De Grieken deden zeer veel aan sport en spel. Lieten zelfs leeuwen en beren in het strijdperk komen, soms 500 en 800 tegelijk en men vergaapte zich in het spel van het ombrengen der dieren. Augustus in z'n tijd beroemde er zich op 3500 wilde dieren in een arena te hebben laten ombrengen. In de spelen der oude volken waren de godheid met een kleine g. en de mensheid ten nauwste aan elkander verbonden. Verschillen de tegenwoordige volkeren veel van die oude volken? Hebben ook thans niet vele clubs een zgn. Talisman? De ene helft een hondje, de andere een pop die hun de overwinning moet brengen. Sport en spel is voor sommigen godsdienst geworden. Ze maken er zich o zo druk voor en men is vreselijk ouderwets en achterlijk als men niets weet van voetballen, wielrennen, boksen enz. enz. Het behoort tot je uitrusting. Het is een groot gebrek aan je opvoeding als je niet op de hoogte bent van de verschillende namen van sportsterren. Voor het bijwonen en spelen van voetbalwedstrijden staat heel Nederland op z'n kop. Daar laat men 's Zondags extra treinen voor lopen. Daar laat men Zondags z'n gezin voor in de steek. Daar geeft men z'n laatste cent voor uit. Daar gaat men met alle pleizier een paar uur kou voor lijden of men laat zich doornat regenen. Duizenden en nog eens duizenden geeft men uit voor sport en spel.

Is dit nog een simpele sport-of spelbeoefening? Geen sprake van. Dwaze sport-vergoding is het en meer niet. Het ware tienmaal beter dat wij onze duizenden die wij nu vergooien aan sport en spel besteedden aan woningbouw en verdere noodzakelijke onmisbare dingen.

Moet ik mijn mening nog zeggen vriend hoe ik denk over sport en spel? Ik ben het mij'bewust dat vele sportmaniakken die dit misschien lezen briesen va: i woede of meewarig hun schouders ophalen over zoveel onkunde en zo'n achterlijkheid. Het zij zo. Men moet lachen om de geweldige naïviteit van de zgn. sportmensen. In een gezond lichaam zeggen ze, huist een gezonde ziel. Arme stumperds. Het ware te wensen dat ze eens met God kregen te doen. Ik geloof dat ze het nooit meer durfden zeggen. Men maakt er zijn godsdienst van. Je zult misschien zeggen, dat zijn de uitersten. Het ware te wensen. Dan wil ik je wel vertellen dat er veel „uitersten" zijn in ons kleine landje.

Neen jongen, ik ben geen bewonderaar van sport en spel.

Je wil natuurlijk nog een concreter antwoord. Welnu ik zal het je geven. Ben je dan tegen alle sport en spel. Dan zeg ik neen, maar ik voeg er onmiddellijk bij, wat is het doel van onze sport en ons spel en wat verwacht men er mee te bereiken? Ik wil dit nader aan je verklaren. Ik lees in de Psalmen en in 2 Sam.: at de Israëlieten hun handen en vingeren ten ooi'log onderwezen waren. Zij moesten paraat zijn orn zich tegen allerlei vijanden te verdedigen. Ze moesten snel kunnen lopen, springen, slingeren met stenen, denk maar aan David, gooien met de werpspies enz. enz. Davids mannen bv. worden in 1 Kron. 12 : 8 genoemd „Kloeke helden, krijgslieden ten oorloge toegerust met rondas en schild; en hunne aangezichten wai'en aangezichten der leeuwen, en zij waren als de reeën op de bergen in snelheid." De Benjaminieten slingerden met een steen op een haar, dat het niet miste. Zie hier enkele voorbeelden van geoefendheid verkregen door sport en spel. Het doel was echter geen verkrijging van menseneer maar ter verdediging tegen allerlei vijand. Ik voel mij het beste bij de uitspraak van Paulus en 1 Tim. 4 : 8 daar kunt ge lezen: want de lichamelijke oefening is tot weinig nut." Wanneer we ons aan deze uitspraak houden, dan zeggen we dus dat de lichamelijke oefening een weinig nut heeft en niet veel nut zoals de meeste sportliefhebbers het door dik en dun verdedigen. Wanneer wij het daar mee eens zijn en daar aan vasthouden, zullen we nooit zo dwaas zijn om daar onze laatste cent aan uit te geven, Gods dag er voor ontheiligen en de mens, de übersportmens, op de troon te zetten.

Ik zou wensen dat meer beoefend werd wat we lezen in Tim. 4 : 7 dat is dus één vers terug. Daar lees ik: Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen, en oefen Uzelven tot godzaligheid.'' Ik geloof jongen dat deze oefening profijtelijker voor onze ziel is dan de lichamelijke oefening. Weet je wat de vrucht is van je zelf te oefenen tot godzaligheid? Dat kun je lezen in vers 8. De godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens. Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.

Ik hoop je er iets van te hebben meegedeeld waardoor sport en spel je iets duidelijker is geworden. Met hartelijke groeten en Gode bevolen van

P.S. Van bevriende zijde is m'j heden toegezonden een no. „De Band Rondom Schrift en Belijdenis." Hartelijk dank en ik hoop D.V. hierop in ons volgend nummer terug te komen. Kr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.