+ Meer informatie

Christelijk onderwijs en de beroepsvorming

GILHUIS: BEGELEIDEN EN ONDERWIJZEN

3 minuten leestijd

UTRECHT — Christelijk onderwijs en beroepsvorming stonden centraal op de werkvergadering van de Unie „School en Evangelie" die zaterdag in Utrecht werd gehouden. Op deze bijeenkomst, die zoals gebruikelijk in het Jaarbeurscongrescentrum werd gehouden, vond de presentatie plaats van een nieuw cahier van de Unie.

De coördinator van dit boek, dat gaat over het christelijk beroepsonderwijs, is de heer Th. Germeraad, schoolleider van de Chr. scholengemeenschap Cor Kakes te Zaandam.

Na een overzicht van de ontwikkeling en plaats van het christelijk beroepsonderwijs geeft prof. dr. ir. E. Schuurman een beschouwing over techniek in christelijk perspectief. Drs. P. Wardekker van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS) heeft met zijn medewerkers o.a. drs. H. H. Wubs, een theorie opgesteld getiteld: Instrumentarium Pluriforme Werkwijze (IPW).

Verwerken
Dit is een model voor de ontwikkeling van lessen godsdienst en maatschappijleer op LBO-scholen. Een team docenten van de Cor Kakes heeft van dit theoriemodel een serie lessen gemaakt en beproefd. Op de werkvergadering waren een aantal leerlingen van deze scholengemeenschap aanwezig en lieten de aanwezigen zien, hoe bijvoorbeeld de gelijkenis van de verloren zoon verwerkt kan worden.

Vervolgens legt een studiegroep uit het Middelbaar Beroepsonderwijs getuigenis af van een poging om te komen tot een duidelijke stellingname over de doorwerking van de christelijke identiteit. Medewerkers van de nieuwe lerarenopleidingen (NLO's) brengen naar voren de rol en de betekenis van nieuwe christelijke lerarenopleidingen met betrekking tot de levensbeschouwelijke vorming.

De heer Germeraad tracht het geheel via een nabeschouwing en het aandragen van een aantal discussiestellingen te brengen, waar het cahier „Christelijk onderwijs en beroepsvorming" hoort, ter bespreking bij schoolbesturen, ouders en docententeams.

De voorzitter van de Unie, drs. T. M. Gilhuis, wees er in zijn openingstoespraak op, dat juist de mensen van het christelijk technisch onderwijs het appèl onze samenleving te behoeden voor een naderende ondergang, niet in de wind mogen slaan. Juist christenen, zo vervolgde hij, zullen zich de vraag moeten stellen in hoeverre de technologische en economische ontwikkeling ons opgedrongen wordt, ons in een bepaalde richting dwingt.

Gilhuis wees er op dat zeker een school voor voortgezet onderwijs een taak heeft voor begeleiden naast die van onderwijzen! Jonge mensen verlangen zo vaak in de school naar iemand die naar hen luistert.

Een school zou aanzetten kunnen geven tot het vormen van gemeenschapsverbanden in de vorm van gespreksgroepen of praathuizen waar mensen op vrijwillige basis en hoe dan ook samenkomend, elkaar kunnen spreken en verstaan. Een school die erover denkt, zich confessioneel te blijven noemen, zou langs deze weg wel eens kunnen komen tot een nieuwe gelovige identiteit.

Gilhuis vroeg zich tenslotte af of het niet zo kan zijn dat ook op onze middelbare scholen een geweldig stuk vijandigheid bij de leerlingen gewekt wordt doordat ze — ongebouwd als in het systeem — zich gemanipuleerd en onmachtig voelen. Laten we met Paulus zeggen onze kinderen niet te verbitteren, waardoor ze de moed verliezen. Wij leven niet tussen allerlei signalen uit de wereld alsof er geen bericht zou zijn van Hem, die gezegd heeft: Alzo lief heeft God de wereld gehad. Hij is degene die niet laat varen de werken van Zijn handen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.