+ Meer informatie

opgravingen

5 minuten leestijd

SCHRIFTVONDSTEN IN ISRAëL 3.

We zullen tenslotte in dit opstel nog enige schriftvondsten behandelen.

1. Verzegelde open brief.

Als we denken aan schrijven en aan brieven denken we onwillekeurig ook aan enveloppen. Hierin verbergen wij ons schrift voor degenen, die niets met onze brieven te maken hebben. Nu rijst de vraag: Bestond er vroeger ook zo iets? En is daar iets van in de Bijbel te vinden?

Zeker is, dat er vroeger enveloppen gebruikt werden met een tweeledig doel: ten eerste om het geschrevene geheim te doen blijven voor buitenstaanders en ten tweede om geknoei of verandering tegen te gaan. Zeer belangwekkend is op dit gebied het boek van prof. Chiera: , , Zij schreven op klei". We ontlenen daar enige gegevens aan.

Dikwijls werd met een fijne schrijfpunt in weke klei geschreven of gekrast. Doordat de klei aanvankelijk nog zacht was, konden derden heel gemakkelijk het geschrevene veranderen. Een crediteur kon er heel gemakkelijk één of twee tekens bij krassen, waardoor hij de grootte van een getal of de betekenis van een woord zou kunnen veranderen, evenals tegenwoordig door een kleine toevoeging of verandering een cheque vervalst kan worden. Orn dat te voorkomen deed men het geschreven document van klei in een enveloppe, waarmee niet geknoeid kon w r orden. Dit ging als volgt: Was een kleitablet beschreven en ondertekend, dan nam de schrijver een ander stuk klei en sloeg en streek dat op een gladde onderlaag plat tot op een dikte van onge-

veer een halve centimeter. Vervolgens nam hij het geschreven document en wikkelde en vouwde dit in het platte blad van klei. Overtollige en uitstekende stukken klei werden er afgebroken, zodat men een tablet verkreeg, dat dezelfde vorm had als het originele, maar alleen iets groter. Hierop schreef men dan nogmaals dezelfde brief in gelijke bewoordingen.

Met een document, dat in zo'n enveloppe gesloten was; kon niet geknoeid worden. Ontstond er later onenigheid, dan kwamen beide partijen voor de rechter, die de enveloppe er af haalde en dan moest blijken, of hetgeen op de enveloppe stond, precies gelijk was aan het originele. Was dit niet het geval, dan was er in het schrift op de enveloppe geknoeid, immers het originele kon men niet veranderen, of men moest de enveloppe, die ondertussen al erg hard geworden was, er af breken en dat kon nooit weer hersteld worden. Op deze wijze werd een grote onschendbaarheid verkregen.

Een voorbeeld hiervan vinden we waarschijnlijk in Jeremia 32 : 10—19. De profeet koopt daar een akker voor zijn neef. Een koopcontract wordt opgemaakt en dan heeft de profeet het over de verzegelde brief (het originele) en de open brief (de enveloppe, waar immers volgens bovenstaande uiteenzetting hetzelfde contract op stond).

Dergelijke brieven in enveloppen heeft men bij verschillende opgravingen gevonden,

2. De kalender van Gezer.

Dit betreft een gevonden schriftstuk, dat niet rechtstreeks in verband staat met de Heilige Schrift.

Macalister was de man, die dit beroemd geworden geschrift bij Gezer vond. Zorgvuldige studies dateerden deze kalender op ongeveer de achtste eeuw voor Chr.

Het is een stenen tafeltje voorzien van een vierkant gaatje, om het aan de muur te kunnen ophangen. De vertaling luidt als volgt:

„De maand van de oogst. De maand van het uitzaaien. De maand van het late zaaisel. De maand van de oogst van het vlas. De maand van het gerstmaaien. De maand van de oogst van al het overige. De maand van het snoeien der wingerds. De maand van de vijgen."

De maanden van de hoogzomer zijn stilzwijgend voorbijgegaan. Dan was er toch niet veel te doen.

Erg gewichtig is het niet, wat dit inschrift ons meedeelt. Zelfs begrijpen we niet goed wat het nut van zulk een kalender kan zijn geweest, die de eenvoudigste boer wel uit zijn hoofd zal hebben gekend. Wellicht heeft een bijzondere en ons totaal onbekende omstandigheid aanleiding gegeven om hem op te tekenen. Zeker is het feit, dat zoveel eeuwen voor Chr. een boer in Palestina dit tafeltje kon beschrijven, voor ons belangrijker dan de inhoud en is weer een bewijs, dat de schrijfkunst bij oud-Israël algemeen bekend was.

Wel kunnen we vaststellen, dat de opgegeven landbouwwerkzaamheden volkomen overeenstemmen met bijbelse gegevens.

De beschreven inscripties zijn allemaal in de Hebreeuwse taal. Om niet te lang te worden, zullen we niet meer voorbeelden geven. Tenslotte nog één uit latere tijd en in het Grieks. Herodes had het in de herbouwde tempel van Jeruzalem laten aanbrengen. In het Latijn en in het Grieks werd hierop aan de heidenen op straffe des doods verboden in het inwendige van de tempel door te dringen.

Vertaald luidt het inschrift: „Geen vreemde zal binnengaan in de omheining en in het afgeslotene. Al wie (daarin) gegrepen wordt, zal zich de doodstraf op de hals halen."

Verschillende exemplaren van deze inscriptie waren aangebracht op de omheining, die het eigenlijke tempelplein afsloot van de buitenste voorhof. In 1871 werd het teruggevonden op een verlaten kerkhof en thans berust het in het museum van Istanboel. De Heere Jezus zelf moet het dikwijls gezien hebben, wanneer Hij de tempel binnenging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.