+ Meer informatie

Wim

4 minuten leestijd

2.

Toen Ds. Bakker overleden was, ging hij met het overlijdens-bericht de hele buurt langs. Overal zei hij: dit was mijn vriend, hij had een nieuw hart, hij is in de hemel, wij moeten allemaal tot God bekeerd worden.

Te begrijpen is, dat Wim bij de begrafenis van Ds. Bakker aanwezig was. We konden toen niet weten, dat we spoedig aan het graf van Wim zouden staan.

Zelf heeft hij er wel iets van gevoeld. Later bleek, dat hij tegen iemand had gezegd, dat hij dit jaar zou sterven.

Wim zag niet tegen de dood op. Zijn moeder vroeg hem eens: Wim, als je gaat sterven, waar ga je dan heen? Zonder enige aarzeling antwoordde hij: naar de hemel. En toen zijn moeder weer vroeg: hoe weet je dat? gaf hij ten antwoord: omdat ik de Heere lief heb. In januari 1965 moesten wij daar Gods W oord en het Heilig Avondmaal bedienen. Dit was al eens uitgesteld. Zo werd de datum bepaald op 24 januari. W ij kwamen zaterdagavond aan en logeerden bij Wim thuis. Wij waren onder de indruk van een droevig sterfgeval in eigen gemeente. Een lief meisje van acht jaar was enkele dagen tevoren door een auto aangereden en in de volgende nacht gestorven. Dit kind zou maandag worden begraven. We spraken uiteraard met elkaar over deze dingen.

Het werd nogal laat. Wim ging naar bed, maar zette eerst het orgelboek gereed, geopend bij Psalm 89. Het was namelijk gewoonte om voor het naar bed gaan nog te zingen, te lezen en te eindigen met gebed.

We zongen: Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.....

Wim was nog wakker en hoorde het. De volgende morgen vroegen we hem of we het juiste vers gezongen hadden. Wim antwoordde ontkennend. Het moest vers 19 zijn geweest:


Gedenk, o Heer’, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur;

Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.....


En weer zette Wim het orgelboek gereed, met de bedoeling, dat 's avonds dit vers zou worden gezongen.

Daar is niet van gekomen, maar de waarheid van dit vers is duidelijk bevestigd in het leven en sterven van Wim.

’s Morgens maakte de Heere het wel onder de bediening van Woord en sakrament. Wims moeder was aan het Avondmaal bijzonder gesterkt. De Heere toonde hierin tevoren kracht te geven voor de weg van smart, die komen zou. Wim was geen belijdend lid en kwam niet aan het Avondmaal. Toch voelden we het allen zo: Wim hoort er ook bij.

We brachten samen met de familie de dag in alle vrede door. Wim was bij ons. In gedachten zien we hem nog zitten op zijn plaats bij het orgel.

’s Avonds gingen we weer lopend naar de kerk. Wim liep, als altijd, met zijn vader en ons mee. Vóór we het huis verlieten zei Wim nog tegen zijn oudste broer: als je straks trouwt, moet je de Heere vrezen. Dat zijn de laatste woorden, die we ons van Wim herinneren. In de kerk zong hij uit volle borst mee. Hij kon geen wijs houden, maar zijn hart was er bij.

Op de weg terug naar huis is het gebeurd. We liepen weer met zijn drieën, Wim aan de buitenkant. Opeens werd Wim door een auto geschept. Hij lag al met een smak op de grond vóór we ons konden realiseren wat er gebeurde. Hij was bewusteloos. Hij bloedde erg. Wat een gewaarwording, vooral voor zijn vader, die zo erg aan Wim gehecht was. Vóór en achter ons liepen broers van Wim en andere mensen, die de smak gehoord hadden en al gauw er bij waren.

Er werd om doktershulp gezonden. Zelf gingen we de moeder van Wim waarschuwen. Het huis zat al vol met mensen, met wie we verder de avond zouden doorbrengen. We riepen haar apart. Ze begreep, dat er iets ergs was gebeurd en wilde dat we dadelijk alles zouden zeggen, wat er aan de hand was. Dit hebben we gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.