+ Meer informatie

Compromis Flevolijn lijkt noodzaak

Conflict minister en milieuorganisaties over Oostvaardersplassen

4 minuten leestijd

LELYSTAD/ALMERE — Vorige week woensdag heeft irgemeester Gruyters van Lelystad het startsein gegeven K)r grondwerkzaamheden voor het centraal station in die ;nieente. Lelystad wordt het eindpunt van de Flevospoorn, die via Almere, Muiden en Weesp een rechtstreekse Tbinding moet vormen met Amsterdam. De trein moet in >88 gaan rijden.

Het is juist deze einddatum, waaraan wel minister Tuijnman (verkeer en iterstaat) als burgemeester Gruyters 3te waarde hecht, die indirecte aanding is voor een probleem in de uitering van de Flevospoorlijn. Inzet n de problematiek is het natuurgeïd de Oostvaardersplassen tussen lystad en Almere. Het treintracé is nu vastgesteld dat de trein dwars door t natuurgebied zal rijden.

Vertraging
Hilieuorganisaties, met name de ehting Natuur en Milieu en de Nederidse Vereniging tot bescherming van gels, vinden dat het tracé zo verlegd iet worden dat het natuurgebied aangetast zal blijven. De . minister ;ft zich steeds bereid verklaard het cé te verleggen mits dat maar geen •traging met zich meebracht.. Tot nu I heeft niemand de minister kunnen srtuigen van een nieuw trace, dat ;n vertraging geeft ten opzichte van oude plannen. )e Oostvaardersplassen zijn ontan na de inpoldering van Zuidelijk ivoland in 1968. Het is een groot uititrekt, zeer nat en daarmee ontoeikelijk gebied. Vooral de fauna, jrnamelijk vogels, is van feroot beig. Het lag oorspronkelijk in de bejling om dit gebied tussen Almere en lystad in te richten als bedrijfstern. Een verminderde belangstelling )r bedrijfsterreinen en een grotere. vustwording van milieubelangen iden er toe dat de oorspronkelijke itemming werd gewijzigd in natuur)ied.

Somber
dinister Tuijnman en ook zijn coUeBeelaerts van Blokland zijn uiterte somber over het verleggen van het cé. De bewindsman van verkeer en waterstaat betoogde onlangs voor de Tweede kamer dat het belang van het snel groeiende Lelystad, met nu 45.000 inwoners, geen uitstel van de. aanleg van de spoorlijn gedoogt. Zoals de plannen er tiu liggen zal de trein precies rijden op de scheidslijn van het natte en het droge gedeelte van de Oostvaardersplassen. Hetgeen betekent dat er een scheiding zal optreden tussen beide gebieden, die respectievelijk, 3600 en 2400 hectare groot zijn. Biologen menen dat wanneer de scheiding door de spoorlijn een feit zal zijn vooral de voor dit gebied belangrijke grauwe gans zal verdwijnen.

Een alternatief tracé moet er volgens de milieuorganisaties voor zorgen dat het gebied een geheel blijft. Over de verlegging van het tracé heeft de minister onlangs een gesprek gehad met twee belangrijke medestanders van de milieuorganisaties, het raadgevend ingeniersbureau DHV uit Amersfoort en professor mr. R. Crince Le Roy uit Utrecht. Beiden zijn tot de conclusie gekomen dat het tracé verlegd kan worden zoals de natuurliefhebbers dat willen zonder dat dit noemenswaardige vertraging zal hebben bij de uitvoering van de lijn.

„Slingers"

De ambtenaren van minister Tuijnman zijn het daar echter in het geheel niet mee eens. Zij stellen dat er verscheidene alternatieven zijn die zorgvuldig tegenover elkaar moeten worden afgewogen. Het betekent volgens hen dat dit aanzienlijk meer lijd zal kosten. Bovendien stellen de professor en DHV dat er versnelde procedures kunnen worden toegepast omdat de AROB-rechter eventuele schorsingsbesluiten niet zal honoreren. De ambtenaren zien daar echter niets in. Daarnaast vrezen zij dat het alternatieve tracé veel meer „slingers" met zich mee zal brengen en dat er gezocht zal moeten worden naar andere aansluitingen .in Alinere en Lelystad, hetgeen meer tijd en geld met zich mee zal brengen.

Er zit thans ook nog een ander aspect aan de zaak. Momenteel loopt er een Kroonberoep aangespannen door de twee milieuorganisaties tegen het vastgestelde tracé. In eerste instantie gaat het er nu om of dit Kroonberoep ontvankelijk is. Het tracé en de daarbijbehorende bestemmingsplanwijziging dateert van voor 1 januari 1980. Dus uit de tijd dat Lelystad nog geen officiële gemeente was.

Dé organisaties betogen nu dat er eind 1979 twee instanties waren die het in het betrokken gebied voor het zeggen hadden: de landdrost van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders en de directeur van de,Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. De laatste had in de voor-gemeentelijke situatie onder meer tot taak de bestemming van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.