+ Meer informatie

Campinghoudster Liza de Punder: „We hebben er allemaal plezier in, het gaat ook zo lekker"

9 minuten leestijd

Twee jaar geleden begon Liza de Punder een mini-camping. Ondanks haar lichamelijke handicap en gevorderde leeftijd. Het kippenhok moest het veld ruimen voor een wasgelegenheid. Een "stalleke" werd omgebouw tot fietsenstalling. Verder hield ze het zo sober mogelijk. Maar de ontboezemingen in het gastenboek zijn unaniem lovend. „We zijn wel wat gewend wat betreft campings, maar zoals we hier ontvangen zijn is wel uniek!" Portret van een ondernemende Brabantse boerin.

Er zijn talloze campinghouders die hun recreatieve onderneming presenteren als rustig en landelijk. Er zijn er minder die daarmee de volle waarheid spreken. Liza de Punder is een van hen. Haar boerderijtje tussen Valkenswaard en de Belgische grens is omgeven door akkerland en kreupelhout. Een stukje ongerept Brabant, waar fietsliefhebbers wekenlang hun hart kunnen ophalen.

Hoewel het boerderijtje allang niet meer in bedrijf is, heeft de 61-jarige eigenares haar natuur niet verloochend. "Van boeren moet je houden", meldt een sticker op de brievenbus. "Kamperen bij de boer, krek dat is 't", adverteert een tweede exemplaar. De vrouw die deze fraaie slogans erop geplakt heeft, zit al gereed met koffie en kolossale appelbeignets.

Een specialiteit van de bakker uit Oerle, dertien kilometer verderop. Ze haalt ze zelf met de auto en verkoopt ze op haar mini-camping met dertig cent winst. Aanvankelijk voelde ze zich daarover wat bezwaard. Was drie dubbeltjes niet te veel gevraagd?

Confectiebedrijf
Jarenlang dreef haar man hier een gemengd boerenbedrijfje, zoals er zo veel in deze streek waren. Te klein om van te leven en te groot om zomaar aan de kant te doen. Het definitieve einde van de meeste Valkenswaardse keuterbedrijfjes kwam met de introductie van de melktank. Bij De Punder wisten ze de executie nog uit te stellen.

„Omdat ik buitenshuis ben gaan werken, hebben we nog wat aan kunnen tutteren. Al werd het steeds minder. De kippen gingen weg, de varkens gingen weg, op het laatst hadden we alleen nog maar wat koeien. Ik was in loondienst bij een confectiebedrijf De hele week achter de naaimachine. En als ik thuis kwam, moest ik het huishouwen doen.

Nu denk ik wel eens: hoe heb ik dat allemaal gekund? Maar als je jong bent, denk je daar gewoon niet aan. Tot '77 is dat zo doorgegaan. Toen zijn heel veel van die confectiebedrijven opgedoekt en ben ik afgekeurd. Kort daarop is m'n man overleden. Dat is bekant al vijftien jaar geleden."

Cursussen
In enkele jaren verviel ze zo van een zeer arbeidzaam leven tot een verstild bestaan. Om de leegte te vullen, besloot ze allerlei cursussen te gaan volgen. „Vanuit de Boerenbond. Zomaar van die kleine cursussen. Eerst had ik nergens tijd voor, dan was het werken en slapen.

Maar als het werk dan ineens wegvalt, moet je iets anders gaan doen. Ge kunt toch niet de ganse dag op de stoel vast blijven zitten he. Ge moet iets gaan ondernemen, anders ga je er zelf ook onderdoor. Als ik weg ging, wilde ik nuttig de deur uitgaan. Niet zomaar ergens op de koffie.

Ik ben begonnen met cursussen om m'n schoolkennis wat op te frissen. Of een korte cursus over geloof. Dat soort dingen. "Wij en de maatschappij", om maar wat te noemen. Dat heb ik twee winters gedaan. Ik ben toen ook bij de Katholieke Vrouwen Organisatie van Borkel en Schaft gegaan. Daar zit ik nu in het bestuur.

Eerst ben ik penningmeester geweest en nu heb ik levensbeschouwelijk welzijn. Als iemand ziek is, of er wordt ergens een kindje geboren, dan moet ik erheen."

Kippenhok
Door het agrarisch blad "Oogst" werd de Brabantse weduwvrouw op het idee gebracht om een mini-camping te beginnen. „We hadden toen net die ouwe bogerd opgeruimd, dus ik dacht: Dat is misschien wel wat voor mij. Ik woon hier al meer dan tien jaar zomaar stil alleen en heb altijd toch nog wel iets willen doen. Maar wat?

Zo'n camping leek me wel iets. Het was net of er een nieuwe wereld voor me open ging. Ik ben er meteen een cursus voor gaan volgen." Op haar enthousiasme werd een forse domper gezet door de familie, die er uiterst sceptisch tegenover stond. Ook haar twee kinderen zagen niets in het plan. Het benam Liza de moed om door te bijten. Maar nadat ze wederom een jaar in eenzaamheid had doorgebracht, hakte ze in de zomer van '92 de knoop door.

„Ik dacht: Weet je wat, ik begin gewoon. Ik laat m'n eigen wc en douche gebruiken en ik zie wel. Ik ben te ondernemend om stil te zitten. M'n energie is nog lang niet op. Nou, dat ging meteen zo fijn he." De kinderen begonnen ook enthousiast te worden. In overleg met moe en de metselaar werd besloten om het kippenhok af te breken, om op die plaats een fatsoenlijke toiletgelegenheid neer te zetten.

Haar zoon, die kort ervoor nog had gezegd dat ze er nooit aan moest beginnen, plaatste de deuren en kozijnen. Zelfs de hond profiteerde van de renovatie. Nu ze toch bezig waren, kreeg het dier meteen een nieuw hok. „We hebben er allemaal plezier in. Het gaat ook zo lekker. De mensen voelen zich echt happy hier."

Handicap
De aangeboren handicap van de gemoedelijke campinghoudster geeft geen onoverkomelijke problemen. „Ik ben verder gezond en heb m'n werk altijd goed kunnen doen. Ik doe het alleen een beetje anders dan een ander.

Bukken kan ik niet, dus als ik de wc's moet doen ga ik op m'n knieën zitten. Dan heb ik alle kracht om goed overal bij te kunnen. M'n heupen zitten vast. Dat is zachjes aan gekomen. Op een gegeven moment kon ik m'n schoenen haast niet meer dicht binden. Toen m'n man een keer zag hoe ik zat te klungelen, zei hij: Kom maar hier, dan doe ik ze vast.

Later ga je van eiges je voeten naar voren schuiven, zonder nog iets te zeggen. Toen-ie er niet meer was zeiden ze: Wie moet nou je schoenen vastmaken? Nou, da's geen probleem. Ik hou ze gewoon een beetje los, dan kom je er met de schoenlepel wel in. Als het moet kan er veel."

De campinggasten zijn ook niet te beroerd om aan te pakken. Ze halen zo nodig een borstel door de toiletpot, trekken een dweil over de vloer of brengen de vuilnisbak naar de weg. Een gast die er al vijf weken staat, heeft bij een kort bezoek aan huis een boor meegenomen, om 's avonds wat drooglijnen te bevestigen. „Ik vind het leuk om wat voor Liza te doen", zegt hij. „'t Is een schat van een mens."

Tsjechen
Officieel mag ze vijf tenten of caravans hebben, maar de regels worden in Valkenswaard op z'n Brabants gehanteerd. In piektijden heeft ze er wel twintig gehad. „Anderen doen dat ook, dus ik doe het maar net zo." En de belangstelling voor haar mini-camping neemt door mond-tot-mondreclame hand over hand toe.

Het is vooral de gemoedelijkheid die trekt. „Als er nieuwe gasten komen, zeg ik altijd: Zoek erst maar een plekske, dan ga ik koffie zetten en drinken we erst een bakske koffie. Als je een praatje maakt zijn ze meteen op d'r gemak. Dat werkt heel goed." Bij buitenlandse gasten gaat dat wat minder eenvoudig.

Vorig jaar stond er onverwacht een groep Tsjechen voor de deur. „Die konden geen Duits en geen Engels en ik spreek ook geen woord van een andere taal. Ze waren van een mountainbike-club, ge weet wel, die fietskes met die dikke banden. Er was hier in de buurt een toernooi. De vader en moeders waren er ook bij, met caravans en tenten. Op een gegeven moment stonden er negen."

Engelsman
„De andere gasten zaten me bang te maken: Straks vertrekken ze zonder te betalen. Daar leek het ook op. Midden in de nacht vertrok het hele stel. Er bleef er maar één achter. Een van de Nederlandse gasten had toch zo'n zorgen, die wilde al bij de uitgang gaan staan om die laatste tegen te houden.

Maar dat was niet nodig. Ze hadden het geld allemaal aan die ene gegeven en die heeft 's morgens betaald. Dat hadden ze netjes gedaan, heel netjes. Van de zomer zijn ze weer geweest. Vorig jaar heb ik ook een Engelsman gehad, met z'n vrouw. Die had hier in de oorlog nog gelegen en wilde alles nog 's zien. Er waren er die zeiden: Nou zal je nog Engels moeten gaan leren ook.

Maar zo'n vaart loopt dat niet. Ik doe het met handen en voeten en die na mij komt zal vast wel Engels kennen. Met mekaar kwamen we er best uit. Ik riep: Kent hier iemand Engels? Ja, mijn man kent wel Engels, riep een vrouw. Toen die man naar buiten kwam, heb ik gevraagd: Wilde-gij die meneer een plaats wijzen, want ik kan 'm niet verstaan. Nou, dat was helemaal geen probleem."

Naamke
Tot nu toe gaat het de campinghoudster best naar de zin. „Ze mogen van mij allemaal terugkomen, die geweest zijn. Ik mik vooral op ouwere mensen, die rust zoeken, en jonge gezinnetjes met kleine kinderen. Ik heb bewust alleen maar een zandbak. Anders krijg je die ouwere jeugd en dat wil ik liever niet. Maar in principe zijn ze allemaal welkom.

Ik heb bijvoorbeeld ook wat opgeschoten meiskes uit Katwijk gehad. Die vonden het hier geweldig. Ze zaten vaak te zingen, met gitaren. Gereformeerde meiskes, dat kon je zo horen aan de verskes die ze zongen. Ze hadden in ieder geval een ander geloof als wat wij hier gewend zijn. Maar die verskes waren wel zo mooi. Voor ze naar huis gingen, hebben ze als bedankje met z'n allen nog een liedje voor me gezongen. Heel schoon."

Het gastenboek, dat haar dochter heeft aangeschaft, bevat niets dan lof Verschillende stukjes beginnen met "Lieve mevrouw De Punder". Anderen openen nog gemeenzamer, met "Lieve mevrouw Liza". Een enkele gast heeft zelfs het mevrouw weggelaten. De spelling van haar naam is divers. De een heeft het over Liza, een volgende over Lyza, een derde over Lisa...

Op de vraag wie het bij het rechte eind heeft, haalt de campinghoudster lachend de schouders op. „'k Zou het zelf niet weten. Ach, als het beeske maar 'n naamke heeft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.