+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

6 minuten leestijd

7.

De berijming van 1967.

Ruim twee eeuwen werd de psalmberijming van Datheen gezongen. Van 1566–1773. In 1773 kwam een nieuwe berijming tot stand op last van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. Nu na ongeveer twee eeuwen is er de psalmberijming van de Interkerkelijke Stichting. Vanaf 1946 was er reeds een Hervormde kommissie aan het werk. Injuni 1952 werden aan de Hervormde Synode 20 proeven van een nieuwe berijming aangeboden met de vraag: „Wil de synode aan de kommissie haar „fiat” geven om voort te gaan in deze geest?” Het antwoord luidde bevestigend en toen ging de kommissie haar arbeid definitief wijden aan een nieuwe berijming van alle 150 Psalmen. In 1953 zien we een situatiewijziging. De Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs richtte in 1952 een adres aan de Gen. Synode der Ned. Herv. Kerk en die der Geref. Kerken in Nederland met een dringend beroep om toch tot overeenstemming te komen, opdat op de scholen en daarbuiten toch een Psalmbundel gebruikt zou worden. Ook uit de kerken werden dergelijke stemmen gehoord. In mei 1953 vond toen een interkerkelijke konferentie over de Psalmberijming plaats en dit leidde tot de instelling van een Interkerkelijke Werkkommissie voor de Psalmberijming, onder voorzitterschap van Prof. Dr. G. Kuiper van de Vrije Universiteit. In 1958 kwam men nog een stap verder. Toen vond de oprichting plaats van de Interkerkelijke Stichting voor de Psalmberijming. De deelnemende kerken waren: de Ned. Herv. Kerk, de Geref. Kerken in Nederland, de Alg. Doopsgezinde Societeit, de Remonstrantse Broederschap en de Evang. Lutherse Kerk. Tegen Kerst 1958 zag een proefbundel met 1 10 proeven van een nieuwe berijming het licht. En in mei 1961 verscheen de „Proeve van een nieuwe berijming”. Het „groene” boekje.

In vele gemeenten werd die berijming reeds bij wijze van „Proeve” in gebruik genomen. De kommissie stond twee mogelijkheden voor de aandacht:

1. restauratie van de oude berijming;

2. totaal nieuwe berijming of „herdichting” van de onberijmde psalmen.

De dichter Martinus Nijhof, die reeds bij de arbeid in zijn eerste fase betrokken was, was aanvankelijk zeer geporteerd voor restauratie. Hij betoogde: „Er zijn in de oude berijming verzen, die de grondtekst goed vertolken, die goede gedichten zijn en ook goed zingbaar zijn; waarom zou men daar aan gaan knoeien?” Daar zijn standpunt bekend was, werd hem gevraagd om een restauratie van drie psalmen, die bij de gemeente geliefd zijn: 25, 103 en 150. Aarzelend beloofde hij dit te zullen proberen. Doch na zijn onverwacht heengaan in 1953 bleek hij zeven berijmingen te hebben nagelaten, nl. van de psalmen 3, 16, 21, 23, 60, 67 en 150. Alleen 67 was een restauratie, de andere zijn „herdichting”. De oorzaak was, zoals spoedig bleek, dat een restauratie van de oude berijming als regel ondoenlijk was. In de eerste plaats omdat de grondtekst van de onberijmde psalmen beslissend is en deze zo getrouw mogelijk vertolkt dient te worden. Als regel richt de nieuwe berijming zich naar de nieuwe vertaling, niet omdat die altijd mooier is, maar wel dikwijls juister dan de Statenvertaling, die in 1637 verscheen. In het groene boekje waren wel enkele restauraties; behalve 67 ook bijvoorbeeld de psalmen 25, 116 en 118. Ook waren koupletten uit de oude berijming overgenomen in de nieuwe, zoals bijvoorbeeld Psalm 79 : 3 (oud 4), 87 : 3 (oud 4), 89 : 8, 124 : 1, 13 : 4 en 138 : 3, 4.

In de revisie, die volgde, is Psalm 1 16 geheel herdicht, evenals Psalm 79. Psalm 89 : 8 en 130:4 werden eveneens geheel nieuw en 138:3,4 zijn niet geheel ongewijzigd gebleven. Trouw aan de grondtekst heeft hiertoe gedwongen, maar ook wordt een tweede reden genoemd: het taalgebruik. Onze taal en het taalgebruik zijn sinds 1773 sterk veranderd. Ook stuitte de dichter-psalmberijmer op onoverkomelijke bezwaren. De dichter kiest immers eigentijdse taal. Restauratie zou betekenen: vermenging van taal en stijl van de twintigste eeuw met die van de achttiende eeuw of eerder. De opdracht werd: een nieuwe psalmberijming. Dr. H. Schroten, die sekretaris was van de interkerkelijke werkkommissie voor de psalmberijming, schrijft: „Zowel kommissie als dichters hebben hun opdracht voor ogen gehouden: geen vrije gedichten, maar een nieuwe berijming van de psalmen op de melodieën van Geneve. Als maatstaven golden daarbij: getrouwe vertolking van de onberijmde psalmen, in eigentijdse taal, eenvoudig en zingbaar „op hele en halve noten”, rekening houdend met het doel: liturgische bruikbaarheid in de eredienst”.

Op „De Pietersberg” te Oosterbeek werkte het dichterteam: Dr. W. Barnard, A. C. den Besten, Prof. Dr. K. Heeroma, G. Kamphuis (tot 1954), W. J. van der Molen (tot I960), Prof. Dr. J. W. Schulte Nordholt en Ds. J. Wit. Van hen schrijft Dr. H. Schroten: „De kerk mag zich gelukkig prijzen, dat zulk een team van erkende dichters bereid is gevonden zich te geven aan dit moeilijk werk, waarbij zij van alle kanten gebonden waren. Nijhoff heeft eens gezegd: „Wie psalmen wil berijmen op vast staande melodieën, zal altijd hier of daar moeten knutselen, maar laat dan tenminste een „vakman” dit doen”. Welnu, aldus Dr. Schroten, een team van vaklieden heeft „geknutseld”. En heeft ons verrijkt met een mooie berijming, die dichter bij de grondtekst staat dan de oude, in een taal, die funktioneert voor onze generatie, als geheel zoveel mogelijk liturgisch bruikbaar”.

Woensdag 8 mei 1967 vond een officiele aanbieding van de nieuwe berijming plaats in Nieuwspoort in Den Haag. In zijn funktie van voorzitter van de Interkerkelijke Stichting voor Psalmberijming overhandigde Dr. P. G. Kunst de psalmbundel aan Ds. G. Ru en Ds. P. Visser, die daar resp. namens de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken tegenwoordig waren. De synodes van de beide grootste protestantse kerken in ons land Herv. Geref. besloten zich op dezelfde dag, 21 juni 1967, te bezinnen op de nieuwe berijming. Op die dag is na uitvoerige bespreking door beide synodes de berijming voor kerkelijk gebruik aanvaard geworden. De aanvaarding vond plaats met vrijwel algemene stemmen.

Wat de invoering in de kerk betreft zijn de Geref. Kerken radikaler dan de Herv. Kerk. Immers, de synode van de Geref. Kerken besloot, dat vanaf 1969 alleen de nieuwe bundel in gebruik zal zijn. Op de synode van Lunteren werd inmiddels het nieuwe kerkelijk handboek aangeboden met alleen de nieuwe berijming er in. De Herv. Kerk wil een ruime overgangsperiode in acht nemen van cirka 10 jaar waarin oude en nieuwe berijming naast elkaar kunnen gebruikt worden. Er heeft zich reeds een uitgever bereid verklaard, wanneer dit leeft in de kerken, om een psalmbundel te drukken, die beide berijmingen bevat.

Nu er een definitieve uitgave is van de nieuwe berijming worden we genoodzaakt er kennis van te nemen, te meer daar ook de zaak van de nieuwe berijming in onze kerken de aandacht heeft. Op synodale vergaderingen is zij reeds ter sprake gekomen. In een volgend artikel willen we daar iets van zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.