+ Meer informatie

Ogem-concern

door rentelast nog verder in het moeras

3 minuten leestijd

Het Rotterdamse handels- en bouwconcern Ogem heeft vorig jaar de logische consequenties getrokken uit de miljoenen verliezen die zich aankondigden, maar raakte door de inzakkende bouwmarkt en hoge rentestand nog verder in de problemen. Naast het al eerder gepubliceerde verlies van 71 miljoen guldeft op de internationale projecten, kreeg het concern tevens een fabelachtige rentelast van ruim 82 miljoen gulden voor zijn kiezen. Het resultaat van dit alles: een netto-verlies van 118 miljoen gulden (in 1979 ƒ23,7 min), zo blijkt uit het jaarverslag over 1980.

„In de kern is de Ogem een gezond bedrijf. Met een goed beleid heeft het concern nog kansen genoeg", zei voorzitter van de raad van commissarissen mr. J. de Wilde negen januari dit jaar, bij de presentatie van een rapport van dr. P. Kuin over de problemen bij Ogem. Eerder was bekend geworden dat het concern over 1980 voor 108 miljoen gulden in de rode cijfers zou komen. Een verlies, dat bij het opmaken van de balans met nog eens tien miljoen gulden is aangegroeid.

Hoe gezond is die kern, en vooral: is Ogem in staat de rotte schillen om die kern weg te pellen?, is de vraag die zich opdringt nu Ogem zijn debacle van 1980 in cijfers heeft uitgedrukt. Bij de schuldbekentenis van 9 januari liet De Wilde zich daar tamelijk optimistisch over uit. Het nu uitgebrachte jaarverslag, geeft echter een heel ander beeld. Het meest fundamentele en even hardnekkige probleem van het Ogem-concern is het verhoudingsgewijze zeer groot bedrag aan vreemd geld dat in de loop der jaren is aangetrokken om allerlei overnames te kunnen financieren. De rentedragende schulden van de Ogem bedroegen in 1979 bijna 800 miljoen gulden. Dat kostte het concern ƒ 58,2 miljoen aan interest. Om deze rentelast terug te dringen besloot het concern bedrijfsonderdelen met een totale waarde van circa 400 miljoen gulden binnen twee jaar te verkopen.

De Wilde verkondigde begin dit jaar, dat als gevolg van deze beleidswijziging de rentelast in 1980 belangrijk is teruggedrongen. Het tegendeel blijkt echter waar. De rentedragende schulden stegen met 96 min. gulden, en als gevolg van dit financiële waterhoofd moest voor ƒ82 min. aan rentepenningen betaald worden; bijna 22 min. gulden méér dan in 1979. Tegenover een bankschuld van 610 miljoen staat een garantievermogen van ƒ 325 min., en een eigen vermogen van slechts ƒ 182 min. (1979: ƒ291 min.). In het jaarverslag wijt Ogem deze ontwikkeling aan het stijgende renteniveau in Nederland, en aan de sterk toegenomen geldbehoefte bij de meest verliesgevende concern-onderdelen; de projectontwikkelings- en onroerend goed maatschappijen. De aangekondigde desinvesteringen konden bovendien niet helemaal worden gerealiseerd. In 1980 moest volgens plan 150 min. worden vrijgemaakt; de Ogem kon slechts 133 min. genereren.

Werd begin dit jaar nog gesteld dat de desinvestering van 400 miljoen samen met enkele reorganisaties en inkrimping van de concerntop voldoende zou zijn om de Ogem voorlopig uit de financiële problemen te helpen; in het jaarverslag wordt een heel ander licht op deze zaak geworpen. „Het garantievermogen van het concern dat resteert na de verwerking van de verliezen en na uitvoering van de herstructureringsmaatregelen, zal naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende zijn om de volle omvang en spreiding van de activiteiten blijvend te kunnen dragen". '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.