+ Meer informatie

Grote en kleine kerkgeschiedenis te boek gesteld

9 minuten leestijd

De geschiedenis van de kerk, zowel wereldwijd als plaatselijk, is een voortdurende inspiratiebron voor auteurs. De boeken die daaruit voortkomen bewijzen dat er geen volmaakte mensen bestaan, ook binnen de kerk niet. Maar wel mensen die ondanks al hun eigenaardigheden en gebreken zich hebben ingezet voor Christus' bruid. „Ach Heere Jezus, laat Uw bloed toch krachtig mogen zijn, opdat Gij ons moogt verenigen". Een greep uit diverse publikaties.

"Hugo Visscher (1864-1947). Een calvinist op eigen houtje" door dr. B.J. Wiegeraad; uitg. Groen & Zoon, Leiden, 1991, ƒ 49,90. Het was op 15 februari 1929 dat in hotel "Des Pays Bas" te Utrecht tijdens een herdenking één van de sprekers, te weten J. Severijn, opmerkte: „Naast scherpe afkeuring en geestdriftige toejuiching welke gij wekt bij degenen, die verder van u afstaan, maakt gij het dikwijls niet gemakkelijk ook voor uw vrienden. Zij hebben echter ervaren, dat onder den "geuzenkop" een teder hart woont." De man met de geuzenkop was prof dr. Hugo Visscher. Hij had deze bijnaam voor het eerst gekregen van Abraham Kuyper, die in 1904 als minister van binnenlandse zaken ervoor gezorgd had dat Visscher hoogleraar in Utrecht werd. Dat van die geuzenkop kan wel beaamd worden, maar een teder hart? Niet velen hebben dat Severijn durven nazeggen. Beter was het in hun ogen om te spreken van een ronduit moeilijk karakter. Het is vooral hierdoor geweest dat Hugo Visscher zoveel mensen van zich heeft vervreemd.

Vergeten man
Ongetwijfeld was Visscher een man met grote capaciteiten. Hij heeft ook veel gedaan. In 1896 richtte hij het "Gereformeerd Weekblad" op; hij was de voornaamste oprichter van de Gereformeerde Bond in 1906 en heeft in de Tweede Kamer zitting gehad voor de ARP. Kortom, Hugo Visscher was één van de belangrijkste personen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk uit het begin van deze eeuw. Toch werd hij ten slotte een vergeten man. Dat het zo ver is gekomen, is voor een niet gering deel te wijten aan zijn grote sympathie voor het nationaal-socialisme in de oorlogsjaren. Het doet onaangenaam aan te lezen dat, toen een boek van Visscher in een Duitse vertaling zou verschijnen, hij aan de uitgever (?) een briefschreef, die als een absoluut dieptepunt van zijn houding in de oorlogsjaren gekarakteriseerd mag worden. In die brief verzocht Visscher om de voorrede te laten eindigen met de "wensch dat de Führer de overwinning moge aanschouwen." De voorrede moest gedateerd worden 20 juli 1944, „dus op den datum van den mislukten aanslag" op Hitler. Na de oorlog is Visscher ook veroordeeld, zij het dat de straf voor de toen meer dan tachtig jaar oude man licht was. Hij heeft niet lang meer geleefd: op 17 mei 1947 stierf hij. Over Hugo Visschers leven, werkzaamheden en opvattingen heeft B.J. Wiegeraad een waardevol proefschrift geschreven. Hij schetst daarin een goed en objectief beeld van deze toegejuichte en afgekeurde hoogleraar. Vooral de levensschets en de historische beschrijvingen zijn goed leesbaar. Veel komt de lezer ook te weten over de Gereformeerde Bond in het begin van deze eeuw en over de ARP. "De Kerk. Wezen, weg en werk van de kerk naar reformatorische opvatting" door W. van 't Spijker e.a.; uitg. De Groot, Goudriaan-Kampen, / 99,--. Nadat eerst zijn verschenen boeken over het Heilig Avondmaal ("Bij brood en Beker", 1980) en de Heilige Doop ("Rondom de Doopvont", 1983) is een werk uitgekomen waarin over de kerk gehandeld wordt. Het eerste deel van dit boek belicht de kerk vanuit het Nieuwe Testament. Daarna wordt een overzicht gegeven van allerlei kerkopvattingen in de loop der eeuwen. In dit verband komen aan de orde de visies van Augustinus, Luther, Zwingli, Calvijn, Bucer, W. a Brakel en anderen. Een derde deel handelt over de eigenschappen van de kerk, het vierde over de regering van de kerk. In dit gedeelte bespreekt prof. dr. W. van 't Spijker het episcopalisme, het congregationalisme en het presbyterale synodale stelsel. Na een intermezzo staat het vijfde deel stil bij de dienst van de kerk. In dit onderdeel worden de prediking, de catechese, het pastoraat, de liturgie en het diakonaat besproken. Het boek eindigt na een verhandeling over het "uitzicht" met een aantal bijlagen, waaronder een literatuuroverzicht, een register van personennamen en een register van teksten.

Nederlands publiek
Het is opnieuw een schitterend werk geworden, waarin een veelheid van gegevens en opvattingen de lezer aangereikt wordt. Dat de auteurs zich vooral gericht hebben tot het Nederlandse lezerspubliek ligt voor de hand. Vandaar dan ook dat de visies van A. Kuyper, K. Schilder, P.J. Hoedemaker, J.H. Gunning, H. Kraemer en A.A. van Ruler meer aandacht krijgen dan die van Luther, Zwingli en Calvijn. Waar andere redacties mogelijk andere prioriteiten hadden gesteld, is ook met dit boek niet het laatste woord gezegd over de kerk. Die pretentie hadden de samensteliers ook niet. Het woord vooraf spreekt van „schroom om een soortgelijk werk over de kerk te laten volgen" op de vorige delen. Het erkent ook dat sommige dingen nog gedaan moeten worden. Maar -zo vervolgt het- „we overhandigen het graag aan hen die met ons de kerk liefhebben, en die haar eenheid en vrede zoeken." Van toepassing is dan ook een uitspraak die prof Van 't Spijker aanhaalt van Martin Bucer. Van 't Spijker schrijft: „Van Bucer zouden we kunnen leren wat de kerk is en kan zijn. We zouden zijn gebed kunnen overnemen: „Ach Heere Jezus, laat Uw bloed toch krachtig mogen zijn, opdat Gij ons moogt verenigen" (blz. 142). Men zal dit boek zeker niet achter elkaar kunnen uitlezen, daar is het met z'n ruim 500 bladzijden ook veel te dik voor. Wel geeft iedere bijdrage ruim stof tot overdenking en is er veel dat een eerste aanzet kan vormen voor verdere studie. "De Reformatie te Kampen in de zestiende eeuw" door F. van der Pol; uitg. Kok, Kampen, 1990, ƒ 75,-. In 1565 verscheen in Kampen een Latijns werk, samengesteld voor jongeren die zich aan de Latijnse school van Kampen voorbereidden op een kerkelijk of wereldlijk ambt. Samensteller was de rector van de school, Gaspar Holstech. Hij was tevens priester en ook het prediken behoorde tot zijn taak. In het werk, getiteld "Passio Domine nostrijesu Christi" (het lijden van onze Heere Jezus Ghristus) heeft Holstech op grond van de vier Evangeliën over het lijden en sterven van de Zaligmaker geschreven. Holstech vond dit veel nuttiger dan de jeugd kennis te laten nemen van de geschriften van allerlei heidense schrijvers. Als het om de waarheid ging, waren zijns inziens niet de heidenen, zoals Homerus, de bron en autoriteit, maar Ghristus. Vandaar dat rector Holstech de leerlingen opriep de smarten te gedenken van de Verlosser en die diep in te prenten. Hij wenste dat, wanneer de Kenner van de harten zou verschijnen. Hij niets verwerpelijks in de leerlingen zou vinden. Zijn boek achtte Holstech geschikt voor alle leerlingen van de school, in welke klas ze ook zaten. Zijn methode legde, onderwijskundig gezien, eigenlijk de basis voor een concentrisch leerproces. Het was voor de beginners oefenstof en voor de > gevorderden verdiepings- en verrijkingsstof.

Geen verdienste
Het is op het eerste gezicht vreemd dat juist een priester een dergeUjk leerboek samenstelde. Het wordt nog vreemder als men leest dat de boodschap die Holstech met zijn werk wilde uitdragen, wordt samengevat met de woorden: „Er is voor zondige mensen enkel maar verzoening met God en redding van duivel en dood mogelijk op grond van de volkomen verzoening van Christus, Gods Zoon. Er is van mensenkant geen enkele verdienste. Christus, Die leed, deed alles tot behoud." Deze samenvatting is afkomstig van de hand van E van der Pol, in zijn werk "De Reformatie te Kampen", blz. 150. Van der Pol heeft ook stilgestaan bij de verdere levensloop van Holstech. En dan blijkt dat deze rector-priester, ook toen hij nog tot de Rooms-Katholieke Kerk behoorde, reformatorisch dacht. Dat kon natuurlijk niet in die tijd en het is geen wonder dat Holstech na een lastercampagne van een van de Kampense pastoors moest vluchten in 1566. Later is Holstech terug gekomen in Kampen en hij is daar gereformeerd predikant geweest.

Gedetailleerd
Holstech is één van de vele personen die in het boek "De Reformatie te Kampen" aan de orde komen. Het register van personen in deze lijvige studie bestaat uit 13 bladzijden. Uiterst gedetailleerd is Van der Pol te werk gegaan. Nauwgezet heeft hij allerlei archiefstukken onderzocht en verwerkt. Alles wat met de reformatie te Kampen te maken had, heeft hij overzichtelijk, zij het niet altijd makkelijk leesbaar, weergegeven. Van der Pol beschrijft hoe rond 1566 een eerste aanzet werd gegeven voor een gereformeerd kerkelijk leven. Daarna hoe moeilijk het voor de gereformeerden was in de periode 1566 tot 1578 en ten slotte geeft hij weer hoe de gereformeerde kerk vanaf 1580 de enige publiek erkende kerk werd. Over veel zaken verschaft de auteur duidelijkheid. Zijn boek over Kampen is dan ook een uitgave die van blijvende waarde zal zijn. Minder duurzaam is de wijze van uitgeven geweest: het fraaie werk werd niet gebonden maar gelijmd. Congresbundel 1989 en Reformatie in meervoud. Congresbundel 1990. W. de Greef, M. van Campen (red.); uitg. De Groot, Goudriaan, / 29,75 en / 25,--. Deze twee bundels bevatten de lezingen die in 1989 en 1990 gehouden werden tijdens de congressen van de Stichting ter bevordering van de kennis van de Reformatie. In het eerste deel wordt vooral stil gestaan bij de stand van zaken in het Reformatieonderzoek, de visies van Calvijn en Bucer op de rechtvaardiging en de predestinatie. In de tweede bundel zijn verhandelingen opgenomen over het begrip Reformatie, alsook een beschrijving van de ontwikkelingen in de Nederlanden tussen 1520 en 1530, en de invloed van Augustinus op Luther. Het zijn twee mooie boeken geworden met waardevolle bijdragen, die we van harte kunnen aanbevelen. "Riten en mythen. Liturgie in de geschiedenis van het Christendom" door H.A.J. Wegman; uitg. Kok, Kampen, 1991, / 65,~. In dit boek geeft dr. Wegman een interessant overzicht van de geschiedenis van de eredienst vanaf de tijd van de apostelen tot heden. De liturgie bij de vroege kerk, tijdens de vervolgingen, komt aan de orde, maar ook die tijdens de Reformatie. Het is merkwaardig te lezen welke grote gevolgen de opvattingen van mannen als Luther en Calvijn voor de eredienst hebben gehad. Omdat zij het Woord Gods en daarmee samenhangend de prediking centraal stelden, verdwenen veel roomse gebruiken. Ook tegenwoordig wordt weer geprobeerd om veranderingen in de liturgie door te voeren. Of dit echter net zo positief gewaardeerd moet worden als de arbeid van de Reformatie, waag ik toch te betwijfelen. Het boek van Wegman is fraai uitgegeven en is onmisbaar voor een ieder die meer van de liturgie wil weten. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.