+ Meer informatie

Italië vormt risicofactor voor EMU

5 minuten leestijd

Binnen de EG wordt druk onderhandeld over de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU). GrootBrittannië ligt dwars, maar ook bepaalde lidstaten die voluit voorstander zijn van die eenheid, leveren wat betreft de toetreding daartoe problemen op. Italië bij voorbeeld. Als gevolg van het enorme overheidstekort en de oplopende inflatie is dat land er nog niet rijp voor.

De intergouvernementele conferentie over de EMU nadert zo langzamerhand de beslissende fase. De twaalf regeringsleiders uit de Gemeenschap verblijven momenteel in Luxemburg en maken daar een tussenbalans op. Het tijdstip waarop de unie haar beslag zal krijgen, vormt een voornaam onderwerp bij de verdere besprekingen over het eenwordingsproces. Invoering van de laatste fase, met vaste en niet meer te wijzigen wisselkoersen, vereist dat de. betrokken economieën qua prestaties en beleid niet te ver uiteenlopen. Er is, zoals het officieel heet, convergentie nodig. De begrotingspolitiek, het inflatietempo en de handelsbalanssituatie gelden als belangrijke ijkpunten in dit verband.

De regeringen dienen de nodige discipline op te brengen en mogen niet op de solistische toer gaan. De lidstaten moeten vertrouwen kunnen hebben in eikaars aanpak. Daartoe laten zij het non-interventiebeginsel varen. Tweemaal per jaar nemen de ministers van financiën de cijfers en de plannen van elk van de landen onder de loep. Dit collegiale toezicht wordt geleidelijk aan strenger, al is de dag dat de EG-partners onderling correcties afdwingen nog niet aangebroken.

Niet op orde

Niet alleen de minder ontwikkelde economieën van Griekenland en Portugal baren zorgen; ook in Italië, dat tevens deel uitmaakt van de groep van zeven grote westerse industriestaten (G-7), zijn de zaken niet op orde. President Pöhl van de Bundesbank heeft daar meermalen op gewezen en van de zijde van het IMF klinken eveneens regelmatig waarschuwingen in de richting van Rome. Daar beseft men trouwens zelf ook wel dat de natie binnen de Gemeenschap tot de tweede garnituur dreigt te gaan behoren. Premier Andreotti erkende eind vorig jaar openlijk dat zijn land een van de oorzaken zou kunnen worden van vertraging bij de beoogde Europese integratie. Italië is dus een risicofactor.

Deze zuidelijke lidstaat van de EG heeft nooit uitgeblonken door stabiliteit. De naderende EMU plaatst de problemen thans echter extra in de schijnwerpers. Een relatief hoge inflatie, forse begrotingstekorten en daarnaast op het politieke vlak de ene na de andere kabinetscrisis waren veelal kenmerkend. Niet voor niets verkeerde de lire tot zo'n anderhalf jaar geleden binnen het EMS in een uitzonderingspositie. Terwijl voor de overige deelnemende munten een fluctuatiemarge gold van 2,25 procent, mocht de waarde van de Italiaanse valuta 6 procent afwijken ten opzichte van de spilkoers. Er zit structureel iets fout. Zo ontbreekt het in de publieke sector, met zijn grote bureaucratische rompslomp op de ministeries, aan doelmatigheid. Overheidsdiensten functioneren slecht. Kortom, er wordt slordig omgesprongen met de middelen uit de schatkist. Er zou sprake zijn van corruptie en van banden tussen politici en de mafia. En verder neemt de belastingontduiking onder de burgers gigantische vormen aan.

Begrotingstekort

Het begrotingstekort mag op economisch gebied worden aangemerkt als vijand nummer één van de regering in Rome. Het beloopt meer dan 10 procent van het bruto nationaal produkt. Dat percentage is ruim twee keer zo groot als waarop we dit jaar hopen uit te komen in Nederland, op dit punt ook niet bepaald de braafste uit de klas. Het kabinet van Andreotti heeft besloten dat het tekort in 1991 niet mag stijgen boven de 132 biljoen lire (bijna 200 miljard gulden), het niveau over 1990. Vorige maand kondigde het daartoe een tussentijdse ombuigingsoperatie aan van 14,2 biljoen lire (circa 21 miljard gulden). Voor de latere jaren hanteren de politieke autoriteiten ambitieuze doelstellingen. Het tekort moet in 1994 zijn teruggedrongen tot 5,5 procent.

Velen, vooral in werkgeverskringen, betwijfelen of dat lukt. In het verleden is het al zo vaak bij louter fraaie voornemens gebleven. Zij achten de omvang van de bezuinigingen onvoldoende en de daarbij gebruikte ramingen voor de economische groei (van 2 procent in 1991 naar 3,5 procent in 1994) te optimistisch. Een van de Italiaanse commerciële banken vreest dat het dit jaar al misloopt en waarschuwt dat zonder verdere aanpassingen eerder een negatief saldo van rond 160 (zo'n 12 procent) dan van 132 biljoen lire uit de bus rolt.

Inflatie

Het inflatietempo heeft in mei een versnelling te zien gegeven van 6,6 naar 6,9 procent. Dat betekende een fikse tegenvaller, want de regering rekent op juist een vertraging in 1991, tot 5,8 procent. Omdat de vakbonden vasthouden aan de automatische prijscompensatie, doemt het gevaar van een loon-prijsspiraal op en buitensporige prijsstijgingen bedreigen, zeker in het Europa zonder grenzen, de internationale concurrentiepositie van het bedrijfsleven.

Bezien in het licht van de aanwakkerende inflatie wekt de discontoverlaging van enkele weken geleden, met een vol procentpunt tot 11,5 procent, verbazing. Kennelijk hoopt de centrale bank dat de bezuinigingen op de collectieve uitgaven tegenwicht bieden in de strijd tegen de geldontwaarding. De monetaire maatregel is vooral bedoeld om de begrotingsproblematiek te verlichten. De staatsschuld van Italië omvat 1,3 triljoen lire ofwel 1,3 met veertien nullen erachter, omgerekend bijna 2000 miljard gulden. Daarmee ligt de quote (de staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen) iets boven de 100. In Nederland zitten we wat het laatste betreft rond de 70. De rentelast over genoemd bedrag is dit jaar nagenoeg even groot als het geraamde overheidstekort.

Drie ijkpunten, zo vermeldden we eerder. Italië worstelt met zijn begroting en heeft problemen met de inflatie. Voorts vertoont de handelsbalans een flink tekort. Al met al is deze economie niet klaar voor de EMU. Toch zal het politiek moeilijk zijn om dit land, in de jaren vijftig een van de mede-oprichters van de EEG, als het ooit komt tot de door de Bundesbank bepleite aanpak van twee snelheden, te verwijzen naar de groep van achterblijvers. Rome weet in ieder geval wat het te doen staat: snel saneren. De Europese eenwording dwingt tot een niet geringe krachtsinspanning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.