+ Meer informatie

Schriftuurlijk-bevindelijk 5.

5 minuten leestijd

Het is al weer ongeveer een jaar geleden, dat de kerkeraad van Alphen aan den Rijn zich richtte tot andere kerkeraden en daarbij uiting gaf aan de zorg, die hem vervulde in verband met allerlei verschijnselen in ons kerkelijk leven. De kerkeraad bracht ter sprake de prediking, de opleiding van dienaren des Woords, de contakten met andere kerken, de leiding, die aan de jeugd gegeven wordt, de veranderde levensopenbaring en andere dingen, die ons kerkelijk leven in ongunstige zin beïnvloeden. Zie ons blad van 14 december 1972, waarin de brief is opgenomen. Ondershands vernamen we, dat de kerkeraad van Alphen gunstige en ongunstige reacties ontvangen heeft. Daarin wordt bevestigd, dat de kerkeraad van Alphen wel reden heeft om bezorgd te zijn. Deze bezorgdheid wordt door vele anderen gedeeld.

Ds. Tanis heeft na de verschijning van de brief van Alphen in ons blad duidelijk laten zien, dat genoemde kerkeraad geheel in de lijn van de synodale uitspraak van 1953 gaat. Daarom moeten we de kritiek op Alphen zien als kritiek op de uitspraak van 1953 en als een teken van verder verval in ons kerkelijk leven.

Er zijn er, die het willen laten voorkomen alsof de verschillen niet zo groot zijn. Men zou het in het wezen wel met elkaar eens zijn. Men moet elkaar aanvaarden en het goede van elkaar denken. Dat lijkt wel mooi, maar dat verandert niets aan de werkelijkheid, dat men wel kerkelijk een is maar dat er in geestelijk opzicht een grote afstand is. Het is een feit, dat velen zich verwant gevoelen aan hen, die tot de linkerzijde van de Gereformeerde gezindte behoren en dat vele anderen daarentegen meer één zijn met hen, die gerekend worden tot de rechterzijde van die gqzindte. Dat blijkt duidelijk o.a. uit contacten met andere kerken. Sommigen voelen zich – een voorbeeld te noemen – nauw verbonden aan de Vrijgemaakten buiten verband en zoeken kerkelijk samenleven, en anderen gevoelen, dat er niet alleen een kerkelijke, maar ook een geestelijke scheiding ligt.

Alphen beweegt zich in de lijn der vaderen. En dat is de lijn, die ook wij willen vasthouden. Het doet altijd weer goed te merken, dat ons streven steeds meer bijval vindt. Tegenstand is er ook. Er zijn er, die niet blij zijn met de verschijning van „Bewaar het Pand”. Er is al gevraagd of we soms de plaats van „De Wekker” willen innemen, iets wat in de verste verte niet in onze gedachten is opgekomen. Wel zouden we het toejuichen, wanneer genoemd blad weer artikelen bevatte, principieel en begrijpelijk ook voor eenvoudige mensen, die de Heere vrezen. Zij begeren taal, die tot het hart spreekt.

We hebben er behoefte aan dit eens een keer te zeggen. Dat alle arbeid aan ons blad vol gebrek is, willen we volmondig, van harte erkennen. De medewerkers zijn zondige mensen. Van de lezers moet hetzelfde worden gezegd. We begeren echter niet iets nieuws. We willen blijven bij de leer der vaderen. We willen waarschuwen voor de gevaren. We zoeken de eenheid met allen, die de Heere vrezen, ook in andere kerkverbanden. We doen niet aan polarisatie. We vormen geen groep, geen partij, maar begeren te spreken naar Gods Woord en zo het pand, dat de Heere ons toebetrouwd heeft, te bewaren.

Daarom is het blad „Bewaar het Pand” in het leven geroepen. Daarom is er een stichting onder dezelfde naam gevormd. Daarom houden we tweemaal per jaar onze ontmoetingsdagen, die zich verheugen mogen in een toenemende belangstelling.

Overal dreigen de gevaren van vervlakking. Dat is niet een zaak van een bepaalde kerk of een bepaald land. Laten we daar goed oog voor hebben. Het is de geest der dwaling, die de mens met blindheid slaat en overal zijn slachtoffers maakt. Dat mag ons wel doen waken en bidden. Nog niet zo lang geleden waren we in Canada, waar we weer verschillende gemeenten hebben mogen dienen. Op een keer, toen we na de dienst nog enige mensen begroetten, sprak een hunner zonder dat we daar aanleiding voor gegeven hadden ongeveer als volgt: het welzijn van onze kerken is afhankelijk van de schriftuurlijk-bevindelijke prediking.

Velen hebben begrip voor ons streven. Anderen doen of we er niet zijn. De schrijver van het Overzicht - 1972 in het nieuwe jaarboekje gaat aan „Bewaar het Pand” voorbij. Prof. Kremer schenkt daar aandacht aan in De Wekker bij zijn bespreking van dit Overzicht.

Het is niet onze bedoeling in dit artikel allerlei dingen naar voren te brengen, die verblijden of bedroeven. We willen volstaan met een enkele uiting van een schrijver, die ons niet welgezind is. In het eerste artikel van Schriftuurlijk-bevindelijk hebben we iemand laten spreken, die van harte instemt met het doel van „Bewaar het Pand”. We willen in het volgende artikel het woord geven aan iemand, die niet achter ons staat. We nemen dat over uit een onzer kerkelijke bladen. We kunnen het waarderen, dat de schrijver eerlijk zijn mening zegt. We hopen zijn uiting zonder enig commentaar weer te geven. Onze lezers mogen zelf beoordelen uit welke geest zo’n uiting geboren wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.