+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

8 minuten leestijd

In „De Saambinder" van de Gereformeerde Gemeenten nogmaals de Vereniging ter bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK).

„Mijn ,,Commentaar" over de grondslag van de V.B.O.K. is aanleiding geweest voor een gesprek met enkele werkers van deze vereniging. Nu had ik reeds voor het schrijven van het ,,Commentaar" contact gehad met hun kantoor en hun statuten doorgenomen. In een gesprek met deze medewerkers is echter gebleken dat alhoewel de statuten niets vermelden van een bijbels uitgangspunt, zij toch wel vanuit een bijbelse achtergrond willen werken. Verder meenden zij ook een gegronde reden te hebben voor hun ,,op papier" niet-christelijk zijn. Ik blijf wat dit betreft wel van mening met hen verschillen. Wij mogen ons het Evangelie van Christus nooit schamen en dit kunnen we ook op de christelijke hulpverlening toepassen. Laten we ons maar niet schamen, dat we dit vanuit een christelijk beginsel doen.

Nu waren de medewerkers van het V.B.O.K. het daar wël met mij over eens, maar, meenden toch gronden te hebben om dit niet in hun statuten te zetten. Ook wilden zij dit graag aan de lezers van de „Saambinder" uiteenzetten. Dit doen zij dan in het hieronder volgende stuk. Wij spreken de wens uit dat de christelijke barmhartigheid ons met ontferming mag vervullen jegens zoveel leed in deze door de zonde ontwrichte wereld en wensen de werkers van het V.B.O.K. Gods zegen toe op al hun arbeid.

Naar aanleiding van het artikel ,,commentaar" in de Saambinder van 26 maart jl. mochten wij, als medewerkers van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK), een gesprek hebben met de schrijver van het genoemde artikel, ds. C. Harinck. Dit gesprek hebben wij als zeer positief en ondersteunend ervaren.

(...)

Om onze doelstelling te kunnen verwezenlijken (het gaat om zaken betreffende leven of dood) is het helaas onmogelijk het woord christelijk in de naam te verwerken. Zou de VBOK dit wel doen, dan zal een groot aantal kliënten onze deur voorbijgaan. Dit houdt in dat zij in handen valt van instellingen die wél abortus provocatus als hulpverlening zien, of dat zij zich toch direkt wendt tot de abortusklinieken. Een vaak gestelde vraag is: Als de VBOK niet de naam van christelijk kan voeren, is het dan toch niet beter om wel in de statuten vast te leggen dat zij werkt vanuit Bijbelse normen? Indien een instelling ,,christelijk" niet in haar naam kan dragen, is het niet eerlijk om dat wel in de statuten op te nemen. Daarom heeft de VBOK (dus haar leden) gekozen voor een interlevensbeschouwelijke grondslag."

Over geen tijd voor bejaarden gaat het in het blad „Kerknieuws" (onafhankelijk informatieblad over kerk en kerkelijk leven).

,,Onlangs signaleerde ik het feit dat in een gemeente de bejaarden geen voorkeursbehandeling meer kregen. Kort nadat ik dat geschreven had, las ik in drie kerkbladen een mededeling over dezelfde zaak. In een kerkeraad werd de vraag gesteld of de predikant de bejaarden op of omstreeks hun verjaardag bezoekt. Daarop werd ontkennend geantwoord. De predikant, zo vermeldt het kerkeraadsverslag, is graag ter beschikking voor ieder (oud of jong) die hem nodig heeft. Bejaarden maken daar zeker geen uitzondering op, maar nemen ook geen aparte plaats in. De predikant wil in het bijzonder pastoraat speciaal aandacht geven aan alleenstaanden en eenzamen.

Een andere kerkeraad besprak het werkprogramma van de predikant. Er werd besloten dat de 93 gemeenteleden die zeventig jaar en ouder zijn, niet door de dominee, maar dooor de wijkouderling, de wijkdiaken of het lid van het Zustercomité worden bezocht. In een stukje ,,aan onze bejaarden" in het kerkblad verzekerde de dominee dat het geen onwil van hem is. ,,Ik doe het zelfs graag. Ik wil u beslist niet in de steek laten". Maar het frustreerde hem dat hij aan zoveel andere taken niet toekwam. In het derde geval besloot men de leeftijdsgrens op te trekken tot 75 jaar, omdat de gewoonte om de bejaarden omstreeks hun verjaardag op te zoeken, in 1980 niet kon worden gehandhaafd. Een deel van de bejaarde leden behoudt dus een „voorkeursbehandeling".

Natuurlijk ben ik tegen iedere discriminatie van bejaarden, ook tegen omgekeerde discriminatie. Gelijke monniken, gelijke kappen, dat geldt voor iedere categorie gemeenteleden. Maar ik heb eens iemand horen zeggen dat het discriminatie is, als je gelijke mensen ongelijk behandelt, maar niet als jongelijke mensen ongelijk behandelt. Iedere groep heeft zijn specifieke omstandigheden en dus ook zijn problemen. En het is geen discriminatie, als je vaststelt dat de positie waarin de bejaarden verkeren, hen vaak in hun contacten belemmert. Ze beschikken lang niet altijd over eigen vervoer en zijn dus minder mobiel. Hun gezondheidstoestand is soms zo dat ze niet makkelijk naar buiten kunnen. Hun levenspartner is dikwijls weggevallen. Deze feiten, die uit de statistieken blijken, moeten wel leiden tot eenzaamheid en isolement. En als de pastor ergens nodig is, dan is het daar waar mensen zich verlaten voelen.

Als ik dominee was, schrapte ik liever een paar vergaderingen uit mijn agenda dan de bezoeken aan bejaarde gemeenteleden. Boven de organisatie gaat de mens."

In „Contactblad" van de afdeling Gereformeerde Bond te Amsterdam vertelt ds. W. G. J. van der Sluys het een en ander over de Jeruzalemkerkgemeente.

„Toen in de afgelopen week de statistische gegevens per 1 januari 1981 voor de Hervormde Gemeente van Amsterdam bekend werden, zag ik ook weer eens op papier de uiteestrektheid van de wijkgemeente. Om u een indruk te geven: Totaal 1.165 belijdende leden. Om te vergelijken de Noorderkerkgemeente (ds. C. Vos) totaal 396 belijdende leden. Alleen de Maranathakerkgemeente in Zuid heeft 1.206 belijdende leden, en is dus groter dan onze wijkgemeente. Maar de Maranathakerk heeft een predikant in volledige werktijd, terwijl Ds. Vos en ik hebben ieder de zorg heeft voor ongeveer de helft van de leden van de Geref. Bond in Amsterdam en omgeving. U begrijpt, een aardig bezet bestaan.

Gelukkig wordt zowel Ds. Vos als ik bijgestaan door een vicaris en door een evangelist. Verder is de kerkeraad van de Jeruzalemkerkgemeente uitzonderlijk actief. Daarom kunnen we de taak aan. Ik denk ook aan de inzet van andere, betrokken mensen in onze wijk, dat is een zegen. Om nog even, in een soort verantwoording, met getallen door te gaan; de diensten in de Jeruzalemkerk worden 's morgens door 400 a 500 mensen bezocht, terwijl in de avonddiensten 100 a 200 mensen komen.

Hoewel we een kerkeraad van 23 broeders hebben, proberen we, met Gods hulp, nog enkele oud-kerkvoogden te krijgen en nog 3 trouwe wijkouderlingen. Zo'n grote gemeente vraagt veel kerkeraadsleden. De aanvulling van de kerkeraad is een zaak van voortdurend gebed. In de nu zes en een half jaar, dat de Heere mij hier heeft geplaatst, hebben we vijf kerkeraadsleden ten grave moeten dragen, allen mannen, die ons in het geloof de weg wezen".

In „Hervormd Nederland" heeft ds. M. Groenenberg het in zijn rubriek „groen bekeken" over evangelisatie.

,,Een mens moet zijn grenzen kennen, dat is zeker. Welnu, een man van het evangelisatiewerk ben ik nooit geweest, hoewel ik dan toch regelmatig het evangelie verkondigde. Want als we het woord evangeliseren gebruiken ontstaat er nu eenmaal een beeld waaraan ik ten enenmale niet beantwoord. Ik pas niet in dat beeld.

(...)

Als ik zeg dat ik geen ,,evangelist ben, dan kan ik dat ook zeggen van hele volksstammen collega's. En niet alleen van predikanten maar eigenlijk van de hele kerk. Het apostolaat duidelijk een van de zwakste kanten van de kerk. Daarom ben ik erg voorzichtig een oordeel uit te spreken, als er ergens een initiatief ontstaat in een bepaalde plaats of in heel Nederland een evangelisatiecampagne te beginnen. Zo'n plan is er voor 1982, heb ik begrepen. Kerk en Wereld en het evangelisatorisch beraad in de hervormde kerk en de gereformeerde kerken hebben er kritisch-afwijzend op gereageerd. Ze hebben serieus aangegeven aan welke zes regels een verantwoorde evangelisatie-campagne moet beantwoorden om acceptabel te zijn. Het zijn keurige, zeer verantwoorde maatstaven, dat is zeker. Alleen, toen ik ze las dacht ik niet zozeer aan mijzelf en mijn mislukte poging ook onder de evangelisten te zijn, maar aan de apostel Paulus, die toch de man is aan wie u en ik het te danken hebben dat we weet hebben van het evangelie. Als ik het goed zie, dan zakt ook hij als je deze maatstaven aanlegt.

(...)

Ik ben ook bang voor al die argeloze zielen die zich zo maar storten op het terrein van de evangelisatie. Ik zie er tegenop dat er in 1982 misschien een lieve mevrouw bij me voor de deur zal staan die naar binnen wil om met me te spreken over het heil van mijn ziel. Je kunt wel zeggen dat het bijbels is dat je iedereen rekenschap moet geven van de hoop die in je is en dat staat er ook, maar ik behoud gerede twijfel of daar ook elke willekeurige mevrouw op de stoep mee is bedoeld, die ik nog nooit heb gezien en ook nooit weer hoop te zien. Maar dit alles gezeg hebbende, ben ik toch voorzichtig. De eigenlijke vraag blijft die naar het apostolisch elan van de kerk".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.