+ Meer informatie

EEN ‘SELF-MADE’ OUDERLING?

7 minuten leestijd

“De zelfwerkzaamheid van ambtsdragers, met het oog op toerusting voor hun ambt”. Het is de bedoeling van de redactie dat speciaal aan het ambt van ouderling aandacht wordt gegeven. Dit artikel is geprojecteerd op een lid van de gemeente die nog niet eerder een ambt heeft bekleed.

Gekozen ouderling

Enige tijd terug werd je benaderd voor ouderling. Ik ouderling? Ik had geen objectieve bezwaren. Wel gaf ik door dat ik er niet om stond te springen en dat er wel anderen waren. Toch werd ik kandidaat gesteld. Je tegenkandidaat is een goeie en beter bekend. Ik wacht de uitslag van de verkiezing daarom (rustig?) af. En dan: Je bent gekozen en door de kerkenraad benoemd. Een beslissing moet worden genomen. Ná nog een gesprek met ouderling of predikant aanvaard je de benoeming. En nu?

Voorbereiding

Je gaat inventariseren wat je straks ná de bevestiging als ouderling moet gaan doen: huisbezoeken afleggen, vergaderingen kerkenraad bijwonen (1x per maand), ’s zondags voor in het bankje of op stoelen zitten, nu en dan de dominee naar en van de kansel begeleiden en hem een hand geven. Dit zal het dan ongeveer wel zijn. Niet alles vind je even leuk maar zoals je er nu tegenaan kijkt zal het wel lukken. Het is toch maar voor 4 jaren. Je bent optimistisch en ziet er niet zo erg tegenop.

Ontgoocheling

De ontgoocheling begint wellicht bij de bevestiging. Je hoort wat er van je gevraagd wordt wanneer je luistert naar het bevestigingsformulier. Als taak voor alle ambtsdragers geldt:

* de gemeente (heiligen) toerusten tot dienstbetoon, tot opbouw van Zijn lichaam (Efeze 4: 11 en 12), in ootmoed en nederigheid.

De ouderlingen moeten:

* met de predikant toezicht houden op de gemeente zonder heerschappij te voeren;

* een voorbeeld zijn voor anderen;

* trouw huisbezoeken afleggen en dan geestelijke leiding geven;

* toezien dat de leden naar Gods gebod leven en zich openbaren als levend lidmaat van Christus;

* de leden opwekken naar buiten van het evangelie te getuigen;

* leden zonodig vermanen; dat kan uitlopen op oefenen van tucht;

* dwaalleer tegengaan evenals ontheiliging van de sacramenten;

* mede verantwoordelijkheid dragen voor leer en dienst van de andere ambtsdragers, inclusief de predikant;

* Gods woord onderzoeken en zich oefenen in de overdenking van de verborgenheid van het geloof;

* geheimhouding in acht kunnen nemen.

Wanneer je dit op je laat inwerken ben je ontgoocheld. Hoe moet je dat behappen? Je voelt je klein en het optimisme van eerst slaat om in een pessimisme: dit lukt je niet! Je ziet er als een berg tegenop.

Aan de start / Intern

Je maakt je entree in het kerkenraads-team. Realiseer je dat elk ander teamlid ook eens als nieuweling is gestart. Oefen je er in om vooral veel en goed te luisteren. Misschien is dat wel één van je zwakke punten. Vecht daar dan tegen. Wees voorzichtig - vooral in de beginfase - met het reageren op wat een ander zegt. Overweeg vooraf goed hoe je het zult verwoorden. Ook daarin kun jij je oefenen. Oordeel niet te snel en te hard. Stel liever nog enige informatieve vragen of probeer een beslissing uit te stellen voor nader beraad. Laat wel telkens merken dat het je ernst is en het je er niet om gaat om jouw visie door te drukken. Nu worden binnen een kerkenraad ook zaken behandeld die niet direct met het geestelijk leven van de gemeente te maken hebben. Zo zijn er financiële en materiële aangelegenheden. Zijn dat zaken waar je werkelijk verstand van hebt, blaas dan je partij maar mee. Zo kun je van groot nut zijn. Zijn het dingen waarvan je geen kaas hebt gegeten, laat je dan leiden door die leden die dat wel kunnen beoordelen. Wat je wel mag vragen is dat de beslissing die genomen wordt ook voor jou duidelijk is.

Aan de start / Extern

Met “extern” bedoel ik hier: vanuit de kerkenraad de gemeente in. Je moet op huisbezoek. Over het huisbezoek zelf heb ik niet te schrijven. Daarover is op de laatste ambtsdragersconferentie uitvoerig gesproken. In het conferentienummer van “Ambtelijk Contact” is hiervan een verslag verschenen. Als nieuweling mag je verwachten (en anders moet je er om vragen) om met een andere broeder, bij voorkeur iemand die langer ouderling is, mee te gaan. Toch kun je ook hier enig voorwerk verrichten. Probeer zoveel gegevens van het te bezoeken adres te krijgen die jij wenselijk acht. Vraag aan je collega-ouderling hoe het bezoek de vorige keer was. Hoeveel personen kunnen we er aantreffen, is er werkeloosheid in het gezin, moeten we op speciale punten de nadruk leggen? Vraag hem ook maar de leiding van het gesprek op zich te nemen. Want jij moet luisteren. Het kan best zijn dat je door goed te luisteren tot de ontdekking komt: zoals mijn medebroeder het doet, zo zal ik het niet doen. Ook dan heb je al iets geleerd. Laat degene die je bezoekt volledig aan zijn trekken komen d.w.z. laat hem uitspreken. Probeer zijn vragen, zijn zorgen, zijn vreugde, zijn spanning te peilen. Er zijn mogelijkheden om je te oriënteren op het voeren van een gesprek. Daarover bestaat literatuur. Die boeken zijn helaas meestal niet gericht op het voeren van pastorale gesprekken. Toch geven ze wel een methode aan die te gebruiken is. Bereid je telkens heel goed voor. Stel je op als dienaar en verhef je niet boven die ander. Laat merken dat je hem/haar begrijpt. Geneer je niet wanneer je geen pasklaar antwoord hebt. Beken dat eerlijk. Doe dat ook maar eens bij je thuis. Dat is een goede oefening. Pa hoeft niet altijd gelijk te hebben en heeft dat ook niet altijd. Zoek vooraf op wat je die avond op huisbezoek zult lezen uit de bijbel. Lees dat bijvoorbeeld die dag eens thuis aan tafel en let eens op de reactie van je huisgenote(n). Misschien zoek je dan wel een ander hoofdstuk op. Maak van ieder bezoek enige notities. Noteer o.m. wat er gelezen is en wie het gebed uitsprak. Dat is voor het gesprek van volgend jaar heel nuttig.

Vertrouwen

Wil je als ouderling werkelijk geestelijk leiding geven aan gemeenteleden dan zul je vertrouwen moeten winnen. Vertrouwen van de ander zal blijken uit het respect dat er voor je is. Ze moeten op je kunnen rekenen. Doe wat je beloofd hebt. Toon begrip voor de vragen en problemen die er zijn. Dan zul je echt naast die ander moeten gaan staan en niet vanuit de hoogte hem benaderen. Laat maar merken dat je zelf ook die vragen hebt. Getuig van je verbondenheid aan de Here Jezus Christus. Dat kweekt vertrouwen. Maar hoe word jij nu zelf gevoed om die geestelijke leiding te kunnen blijven geven? Daarvoor heb je huiswerk te verrichten. Het formulier zegt: ‘Daarom (om al die vermelde taken te vervullen) dienen de ouderlingen Gods Woord te onderzoeken en zich gedurig te oefenen in de overdenking van de verborgenheden van het geloof’. Daar hebben we de Bron, Gods Woord. Dat onderzoeken kan nooit zonder gebed. Gods Geest zal daarbij leiding moeten geven. Dat is zelfwerkzaamheid onder de leiding van de Heilige Geest.

Een ‘self-made’ ouderling?

God geeft de mens gaven. Die mag hij niet onbenut laten. Je moet er mee woekeren. Dus niet met de armen over elkaar blijven zitten. Nee, aan de slag! Werken! In zoverre zou je van ‘self-made’ kunnen spreken. Maar vergeet niet: God geeft die ontwikkelingsmogelijkheden. Een ambtsdrager mag zijn gaven gebruiken in de dienst van Gods Koninkrijk. Gaven heb je altijd gekregen. Ergo geen verdienste, maar genade. Een ouderling zoals Gods Woord en ons formulier die bedoelen kan geen ‘self-made’ ouderling zijn. Een ‘self-made’ ouderling? Nee! Het is bidden en werken.

Slot

Dit alles overziende: zou het niet goed zijn dat er binnen onze kerken meer aandacht werd gegeven aan de toerusting van ambtsdragers? En dan verzorgd door mensen van de praktijk? Zelf heb ik met de kerkenraad waarvan ik deel uitmaak aan het begin van dit seizoen een cursus gevolgd van het GVI-Gereformeerd Vorminqs Instituut. Zeer aan te bevelen.

God zegene onze kerken met ouderlingen die met de dienaren des Woords in gehoorzaamheid aan de Opperherder de kudde Gods hoeden, zonder heerschappij te voeren, maar als voorbeelden van de kudde. (bev.form.)

De heer K. van Smeden was voor zijn pensionering werkzaam als risico-behandelaar bij een grote verzekeringsmaatschappij. Hij is ouderling in de kerk van Groningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.