+ Meer informatie

OPENINGSWOORD OP DE LANDELIJKE VOORJAARSCONFERENTIE VOOR AMBSTDRAGERS in de Ichthuskerk in Amersfoort op zaterdag 20 april 1996

5 minuten leestijd

Het openingswoord voor deze conferentie richt zich op het woord betrouwbaarheid. Van de kleinste tot in grotere verbanden in de samenleving geldt, dat voor goede onderlinge verhoudingen betrouwbaarheid van mensen een eerste voorwaarde is. Men moet op elkaar aan kunnen. We moeten weten wat we aan elkaar hebben. Een huwelijk waarin één van beide partners deze deugd mist, in deze zin dat men niet op het woord van de ander aan kan, zal op den duur schade lijden. Hoeveel gezinnen zijn er niet, waarin het gezag en het prestige van één ot van beide ouders teloor zijn gegaan door ontbrekende samenhang tussen zeggen en doen? Wanneer in een vereniging de woorden van de voorzitter niet door zijn handelen worden gedekt, ontbreekt de basis om onder zijn leiding in vertrouwen verder te gaan. In de kerk is het niet anders. Als in het leven en de ambtelijke praktijk van ambtsdragers woord en daad (zonder dat daarbij direct een extreme dingen hoeft te worden gedacht) niet met elkaar corresponderen, zal dat atbreuk aan hun gezag doen en de geestelijke ontwikkeling van de gemeente negatief beïnvloeden.

Welke gevolgen gedeukte betrouwbaarheid kan hebben, valt af en toe op gevoelige en soms schrijnende wijze waar te nemen als in de sectoren van overheids- of bedrijfsleven of in de wereld van de politiek mensen op hoge posten en met grote verantwoordelijkheden op het punt van de hun altijd en door iedereeen toegedachte soliditeit uit balans raken.

Allereerst zijn er dan de gevolgen voor de betrokkenen(n) zelf. Van een grote hoogte van respect en eer stort men soms in een diepte van verachting neer. Dan worden de helden van gisteren de sukkels van morgen. Maar er zijn ook andere gevolgen. Ontbrekende betrouwbaarheid en geschonden soliditeit bij mensen op posten met grote verantwoordelijkheid beïnvloeden op meer dan één wijze de mentaliteit en het levensgedrag van het grote publiek. Dit is altijd zo geweest, maar in onze tijd is daarvan al in zeer sterke mate sprake. In een tijd waarin gezag en ontzag door ver voortgeschreden democratiseringsprocessen toch al onder sterke druk staan, dienen gezagsdragers en al degenen die posten waarnemen waarvan een voorbeeldwerking ten goede of ten kwade kan uitgaan, zich bewust te zijn hoe groot op dit punt hun verantwoordelijkheid is. Want voor een volk is, als het om zijn leiders gaat, autoriteit nog altijd meer aan de persoonlijkheid dan aan de beklede functie verbonden. Daarom is men aan de top zo kwetsbaar en daarom zou men er daar veel meer op gespitst moeten zijn woorden en daden zo dicht mogelijk bij elkaar te houden. Het gaat hier bovendien niet alleen of allereerst om het prestigeverlies van de leider zelf, maar na de reductie van het respect en het ontzag van gezagsdragers. Van dat respect en ontzag kan men zeggen dat deze toch al tot een angstig minimum zijn gedaald. Het zou interessant zijn daarnaar eens grondig onderzoek te doen. Dingen als het IRT-gebeuren hebben niet alleen negatieve invloed op gezagsverhoudingen, er gaat ook een negatieve voorbeeldwerking van uit.

Zonder dat alles meetbaar en aanwijsbaar is, lijkt het niet te veel gezegd wanneer we stellen, dat onze samenleving steeds meer verliest aan normbesef als het op de naleving van wetten en voorschriften aankomt. Om over de toenemende fraudes in allerlei sferen maar niet te spreken.

Fiscale manipulaties en verzekeringsfraudes, vooral de laatste, zijn daarvan wel de meest in het oog springende voorbeelden. Zonden op dit terrein worden door velen niet meer in het kader van de individuele verantwoordelijkheid van elk mens gezien. Sommige zonden hebben in ons volksleven een collectief karakter gekregen. lets meer of soms veel méér claimen dan de werkelijk geleden schade, is een soort sport geworden en minstens je betaalde premie terughalen is voor niet weinigen de meest normale zaak van de wereld geworden. In de Talmoed komt men de uitspraak tegen: “bega een zonde tweemaal en het lijkt u niet langer een zonde toe”.

In onze welvaartssamenleving is de uitslijting van het besef van kwaad waarschijnlijk veel erger dan we vermoeden. De vele financiële fraudes en de ontduiking van wetten en voorschriften waarover de publiciteitsmedia ons vrijwel elke dag inlichten, hebben te maken met moreel verval en met de opvatting: iedereen doet het, waarom ik niet?

Met verbazing heb ik kennis genomen van de uitspraak van René Cuperus in Hervormd-Nederland Magazine van 30 maart, namelijk dat het met de normen en waarden in Nederland zo goed gaat, terwijl het Christendom zo sterk erodeert. Afgezien van de vraag of Cuperus hier bedoelde te zeggen dat verminderde invloed van het Christendom in elk geval niet op teruggang in normen en waarden in de samenleving komt te staan, kan in elk geval wel worden gezegd dat Cuperus niet of niet voldoende weet wat er in de samenleving van vandaag allemaal omgaat. In allerlei verbanden is de verloedering veel dieper ingevreten dan wij weten. Er wordt en er is nog veel toegedekt en dat echt niet in één of enkele sectoren van de samenleving.

We leven in een tijd waarin het met het gedrag van degenen die op verantwoordelijke posten staan, nauw luistert. Zus zeggen en zo doen, is niet alleen schadelijk voor eigen prestige. De invloed van zulk gedrag reikt veel verder. Dat geldt trouwens niet voor deze categorie alleen. Het is niet om dit verhaal een moraal te geven wanneer we stellen, dat elk mens op dit punt zijn leven kritisch heeft te bezien. In alle sferen van ons dagelijks bezigzijn dient er tussen onze woorden en onze daden samenhang te zijn. “Doe weg van u de valsheid van mond en houd ver van u de verkeerdheid van lippen. Laten uw ogen voorwaarts blikken en uw oogopslag rechtuit zijn”.

Waar we ook onze plaats in de samenleving innemen, overal en altijd geldt de spreuk van Salomo: “Wie in oprechtheid wandelt gaat veilig, maar wie zijn wegen verdraait, wordt doorzien”.

Laten we als kerk van Christus in de samenleving van vandaag veel van deze oprechtheid uitstralen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.