+ Meer informatie

Geesteszieken vroeger tegen betaling te bezichtigen

Van dolhuis naar psychiatrische inrichting

8 minuten leestijd

Lezend over het dagelijks leven in het 18de-eeuwse Engeland werden we pijnlijk getroffen door de goddeloze, onmenselijke behandeling van geesteszieken. Geesteszieken die het voorwerp geworden waren van zeer onbeschaafd vermaak! Want wat te denken van arme, geketende en verwaarloosde patiënten waarheen, in de woorden van een modern historicus, „brave burgers uitstapjes maakten om zich te verkneuteren of heerlijk te griezelen"?

Het is daarom een goede gedachte geweest van de redactie van „Groniek — Gronings Historisch Tijdschrift" een speciaal nummer te wijden aan het tot nu toe te weinig belichte thema „Geschiedenis en Psychiatrie" In een negental bijdragen van diverse deskundige auteurs worden belangwekkende aspecten naar voren gebracht over de behandeling en verpleging van geesteszieken uit de Westeuropese geschiedenis vanaf de middeleeuwen naar onze tijd toe. Gemakkelijke literatuur vormt het Groniek-nummer zeker niet, maar wie de moeite neemt om het grondig door te lezen zal zeker niet teleurgesteld worden. Bovendien kan zo een nuttige brede, historische achtergrond aan kennis worden verworven Van een actueel maatschappelijk probleem.

Hoe moeten wij ons nu de maatschappelijke reacties op geesteszieken voorstellen? Hoe werd er door geesteszieken en hun bewakers/verplegers geleefd in de vroegere dolhuizen, de voorlopers van onze hedendaagse psychiatnsche inrichtingen? Een treffend antwoord op deze laatste vraag vonden wij in de bijdrage van dr' P. van der Esch. Hij schrijft: ,,Bij gebrek aan beschrijvingen over het leven in de dolhuizen, moeten wij, tot op zekere hoogte, onze fantasie te hulp roepen, en ik ben mij er van bewust, dat deze de werkelijkheid maar zeer ten dele kan benaderen. Omstreeks 1930, ruim een eeuw na de ter hand genomen hervormingen, trof ik toevallig in het krankzinnigengesticht bij Willemstad (Curacao) nog toestanden aan, die met die der antieke gestichten in Nederland te vergelijken waren.

Er waren twee categorieën. De eerste categorie bestond uit wat men vroeger de ,,opgewekten" zou hebben genoemd, de gevaarlijk agressieven, die opgesloten waren in getraliede hokken.

Een goot diende voor de afvoer der excreta en de meeste verblijven ontbeerden een zitplaats, er was zelfs geen matje op de grond. De angst van het personeel was zo groot, dat men zelfs voor het verstrekken van voedsel er niet durfde binnen te gaan en de soep tussen de tralies door in de hongerig opengesperde monden goot uit een wat samengeknepen conservenblik. Een tweede groep bestond uit een om een lange tafel gezeten menigte, die op zijn best nog enkele bewegingen vertoonde, maar verder apathisch en zwijgzaam en vaak onzindelijk de dag doorbracht. Ik stel mij zo voor, dat het in de dolhuizen in Nederland tot voor een eeuw niet anders was, ahhans in de kleinere." Het heeft veel tijd gevergd in de Westeuropese geschiedenis om misstanden bij de behandeling en verpleging van geesteszieken uit te bannen. In het kort willen wij daar nu eerst op ingaan.

De eerste dolhuizen die ons land gekend heeft dateren uit de 15e eeuw: in 1422 werd te 's Hertogenbosch het allereerste dolhuis in gebruik eenomen: het Willem Arntz-huis te Utrecht volgde in 1461. Het doel van de dolhuizen was „onnozelen en krankzinnigen op een zodanige wijze op te vangen, dat zij niet meer in de stad behoeven rond te hangen en geen nadeel of schade kunnen veroorzaken, noch zelf lijden". Hoewel in sommige opzichten een verbetering, was er op de dolhuizen veel aan te merken.

De heer F. Kramer geeft dit laatste aspect het onthullende historische licht in zijn bijdrage „De geneeskundige behandeling en de verpleging van geesteszieken van de middeleeuwen tot heden". Onder uiterst primitieve, ja mensonterende omstandigheden vertoefden geesteszieken in de dolhuisjes. De dolhuisjes ontvingen geen ander licht dan door een klep die in de deur was aangebracht en door een in de achterwand gemetselde spleet die naar buiten toe breed uitliep. Zodoende leden de patiënten veel kou. Meestal waren de „dolhuysjes" gelegen rond een binnenplaats waarop de verpleegden mochten wandelen in hun rustige perioden.

Ook de heer Kramer vermeldt het merkwaardige historische gebruik van het bezichtigen der geesteszieken. Tijdens een kermis werd de poort van hét dolhuis opengezet en mochten de burgers tegen betaling van een geringe vergoeding naar binnen om de ,,krankzinnigen" gade te slaan en helaas vaak te bespotten en plagen! Tot in de 19e eeuw duurde deze onwaardige toestand voort.

Ter verdediging van deze gewoonte wordt er overigens wel eens op gewezen dat daardoor juist de burgers in de gelegenheid waren de verpleegden te tracteren omdat er dan op de binnenplaats van het dolhuis koekkramen e.d. opgesteld waren.

Donkere tijd

De periode 1600-1800 wordt wel de ,,donkere tijd" genoemd voor de Westeuropese geesteszieken. Niet dat het helemaal ontbreekt aan hoopgevende berichten uit déze periode (zo kregen dg Utrechtse geesteszieken sedert 1614 gebraden schapevlees en runderhutspot met pruimen en rozijnen, dik bier en wittebrood) maar in de meeste gestichten kwamen opvattingen en toestanden voor die met verpleging weinig of niets te maken hadden.

Geneeskundig toezicht op deze wantoestanden was er nauwelijks: pas in 1625 wordt te Utrecht voor het eerst melding gemaakt van een arts. Omdat in deze periode aan de geesteszieken een bovenmenselijke lichaamskracht werd toegeschreven kregen de patiënten allerlei verzwakkende maatregelen te verduren zoals aderlaten en hongerkuren.

Voorts kwamen dwangmiddelen in gebruik als ijzeren kettingen, voet- en handboeien om de geesteszieken toch maar vooral onder strikte controle te hebben. En dan moeten daarbij nog de diverse apparaten worden vermeld die men na verloop van tijd ging construeren om óf de patiënt beter te maken óf hem/haar drastisch in de bewegingsvrijheid te beperken. Vaak waren deze dwangmiddelen/geneeskundige apparaten vooral bedoeld om onrustige patiënten tot rust te brengen.

Behandeling

Toch won steeds meer de gedachte veld dat geesteszieken, evenals lichamelijk zieken, recht hadden op geneeskundige behandeling. Aanvankelijk paste men evenwel als geneesmiddel braakmiddelen e.d. toe in de hoop de patiënten uit hun ziekelijke gedachtencirkel los te rukken. Tevens werden als geneesmethoden allerlei soorten baden aangewend. Tot deze methoden behoorde het stortbad, waarbij van een bepaalde hoogte tien tot veertig of vijftig emmers koud water ,,met enige heftigheid" op het hoofd van de patiënt werden uitgestort. Het stortbad werd aanbevolen bij melancholie. Ook kwam het Spritz-bad voor: de goed vastgelegde patiënt werd bespoten met een krachtige straal ijskoud water op voorhoofd, nek en rug. Later kwamen mildere badmethoden in gebruik met warme baden, waaraan o.a. zout en mosterd werden toegevoegd.

Tegen het einde van de 18de eeuw begint het proces van een toenemende humanisering van de geestesziekenverplegihg. De ideeën van de cultuurstroming der Verlichting alsmede die van de Franse revolutie hebben dit proces beïnvloed. En om bovenstaande algemene opmerking historisch te bewijzen wordt dan vaak gewezen op de spectaculaire daad van de Parijse stadsgeneesheer Philippe Pinel (1754-1826).

Pinel immers bevrijdde in 1793, ondanks grote bezwaren van het stadsbestuur, vele geesteszieken van hun boeien en ketenen! Maar Pinel was niet de allereerste hervormer. Dat was de Engelse dokter William Battle (17031776).

Welnu, Battie stichtte in 1751 St. Luke's Hospital en bepleitte dat er gespecialiseerde dokters en goed onderlegde verplegers in de inrichtingen voor geesteszieken dienden te komen. Van deze veranderingen verwachtte hij dat „krankzinnigheid" zekerder, vlugger en goedkoper te behandelen zou zijn.

Wij mogen Battie beschouwen als waarschijnlijk de eerste docent in de psychiatrie ter wereld. Zo heeft elk Westeuropees land zijn voorlopers gekend in dit humaniseringsproces.

Voor ons land mogen wij dan wijzen op de activiteiten van de Utrechtse hoogleraar Schroeder van der Kolk en van de opzichter van het Nijmeegse dolhuis Johannes van Duuren. Beide personen leefden en werkten in de vorige eeuw.

Daarom stelt dr. Van der Esch dan ook: „De Nederlanden hobbelden wel achteraan!". Bovendien kwam de eerste stool tot hervorming hier te lande niet van medische zijde. Het was koning Willem I die d.m.v. het Koninklijk Besluit van 11 april 1818 ervoor zorgde dat voor het eerst in een officieel stuk het genezen als doelstelling van de gestichten werd genoemd. Het zou overigens tot 1841 duren alvorens deze doelstelling in een wet werd uitgewerkt.

Ontwikkeling

In de loop van de 19de eeuw won de behandelingsmethode van „no restraint" (geen dwang) steeds meer veld; Vanuit de 19de eeuw tot diep in onze eeuw werden door de gespecialiseerde artsen vooral twee geneeswijzen toege-, past: óf de arbeidstherapie, óf de bed^ en badverpleging. Zo wordt duidelijk hoe de zich ontwikkelende psychiatrische wetenschap in West-Europa geworsteld heeft met het genezingsprO'^ bleem van geesteszieken.

Wat was het beste voor de patiëntj werk of absolute rust? Zo kregen dè geesteszieken nu veel meer persoonlijke aandacht en kwam ook een opleiding tot verplegende beroepen van de grond^ Eveneens groeide in deze periode de kennis aangaande de verschillende ziektebeelden. Gedurende de jaren tus-, sen de beide wereldoorlogen ontwik-! kelde zich een aantal nieuwe psychiatrie sche kuurbehandelingen zoals de^ koortsbehandeling, de slaapkuur,' shocktherapieën, operatieve behande-; ling en de geneesmiddelentherapie.

Ten aanzien van deze laatste therapie' moet gewezen worden op de inbreng van de farmaceutische industrie die de laatste decennia een groot aantal psycho-farmaca heeft ontwikkeld. Psycho-, farmaca zijn geneesmiddelen die depsyche, de geest kunnen beïnvloeden.

Tot op de dag van vandaag is de be-i handeling en verpleging van geestesziek ken een opdracht, ja een christelijke opdracht. Talrijke personen, instituten en organisaties houden zich ermee bezig.

We hebben slechts op een aantal as-| pecten kunnen wijzen van dit Groniek-j nummer. In ieder geval een nummetf waarmee de samenstellers eer hebbert ingelegd. Stimulerende lectuur!


N.a.v. „Groniek"-speciaalnummer; „Geschiedenis en Psychiatrie", Heresingel 13, 9711 ER Groningen, kosten ƒ 7,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.