+ Meer informatie

PASTORAAT AAN ASIELZOEKERS

8 minuten leestijd

Asielzoekers vormen sociaal gezien een aparte groep in onze maatschappij, maar theologisch gezien ligt het anders. Zij zijn net als wij kinderen van Adam. Ze zijn op de vlucht geslagen voor en door de gevolgen van onze zondeval in het Paradijs. Ze worden samen met ons aangesproken door het Evangelie waarin vermoeiden en belasten genodigd worden te komen tot de Heere Jezus Christus om bij Hem rust en vrede te vinden.

AZC

Van augustus 2000 tot eind 2005 stond in Culemborg een groot asielzoekerscentrum (AZC). Ruim 500 vluchtelingen vonden hier gedurende hun asielprocedure onderdak. Door contacten met deze vluchtelingen kwam er een bijzondere categorie mensen binnen het pastoraat. Onder Gods zegen hebben we als gemeente wat mogen betekenen voor de asielzoekers, maar meer nog heeft hun aanwezigheid de gemeente verrijkt.

PERIODE VAN ASIELAANVRAAG

Het is zoeken naar mogelijkheden om contact te leggen met net gearriveerde asielzoekers. Daar is een basis van vertrouwen voor nodig en dat is wat de meeste asielzoekers door traumatische ervaringen zijn kwijtgeraakt. De verhalen die sommigen vertellen zijn heftig en ingrijpend. Ze hebben situaties meegemaakt die voor ons onbekend zijn. Ze moesten vluchten voor hun leven, soms nagejaagd door vijanden. Ze hebben armoede gekend, honger en dorst geleden. Naast bezittingen hebben velen ook familieleden verloren. Berooid zijn ze in Nederland aangekomen. Voor het leggen van contacten is het een kwestie van aanwezig zijn op het AZC, jezelf bekend maken en vragen of je iets kan betekenen. In die fase gaat pastoraat gepaard met acute diaconale zorg. Er is vaak behoefte aan kleding, schoenen en wat speelgoed. Maar ook aan hulp bij het invullen van formulieren en het bekend worden met de omgeving. Er wordt veel door het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) gedaan aan begeleiding van de asielzoekers maar er blijft genoeg diaconaal werk over.

Om contact met asielzoekers op te bouwen is het noodzakelijk je te verdiepen in de problematiek van hun land. Nieuwsberichten en artikelen zijn hiervoor een bron. Soms zijn er ook boeken over geschreven. Aandacht voor hun land en interesse voor de situatie van waaruit zij gevlucht zijn bieden niet alleen mogelijkheden voor een gesprek maar leggen ook een basis voor vertrouwen. Maar we moeten ons realiseren dat asielzoekers gedurende hun asielaanvraag vele gesprekken met de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) hebben waarin steeds gesproken wordt over hun verleden. Daarom moet er in het pastoraat ook aandacht zijn voor hun situatie in het heden en niet alleen voor wat zij hebben meegemaakt.

Angst, boosheid/agressie en onzekerheid zijn de emoties die in deze fase het meest voorkomen in het pastoraat. Het is nuttig om ook over deze dingen kennis op te doen vanuit de psychologie. Niet om met asielzoekers psychologische gesprekken te voeren (!) maar om het pastoraal te onderkennen en waar nodig professionele hulp in te roepen. En met name om er vanuit de Schrift over te spreken. Onze angst in het licht van de angst van Jezus Christus in Gethsemané. Ons lijden in het licht van de lijdende Knecht des Heeren. De Heere Jezus, de barmhartige Hogepriester, naar Wie een mens met al zijn zonde en schuld, angst en nood, pijn en zorg vluchten mag. Vaak is er boosheid om wat men is aangedaan. Zo was er een Afrikaanse vrouw die familieleden vermoord had zien worden door een onbekende. Ze was boos en angstig tegelijk. Angst vanwege nachtmerries en boosheid omdat de kans op veroordeling van de dader nihil was. Hierin boden Gods Woord en het gebed echter uitkomst. De Heere gaf haar dat ze die onbekende misdadiger in haar hart kon gaan vergeven. Zo schonk de Heere haar Zijn vrede en nam Hij haar angst en boosheid geleidelijk weg. Zoals altijd, maar zeker ook in deze fase, is pastoraat: luisteren, de Schrift laten spreken, bij Christus in het gebed brengen.

PERIODE VAN BEHANDELING ASIELAANVRAAG

Gedurende de asielaanvraag verandert de situatie voor de asielzoeker van ‘het gevaar ontvlucht’ naar ‘onzekerheid omtrent de verblijfsvergunning’. De geeft ongewild iets voorlopigs aan de contacten met de asielzoeker. Ze staan immers onder de spanning van het wel of niet in Nederland mogen blijven. Pastoraal is het dan van belang om in de contacten iets te creëren van een ‘oase’. Een plaats waar de asielzoeker, die wellicht weer weg moet, op adem kan komen. Waar hij liefde, barmhartigheid en hulp ontvangt. In het pastoraat moet rekening gehouden worden met een afwijzing van de asielaanvraag. Er mag geen valse hoop gegeven worden. Samen mag gebeden worden om een goede uitslag, maar ook hierin blijft het ‘Uw wil geschiede’. Dat vraagt geestelijke leiding aan de asielzoeker. Wij allen moeten leren ons leven in Gods handen te leggen terwijl we pleiten op Zijn belofte ‘zie Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld’.

Wanneer de asielaanvraag afgewezen wordt, breekt er een periode van afscheid nemen aan. Vaak is dit ook voor gemeenteleden moeilijk. Veelal heerst er onbegrip over het negatieve besluit. Deze emoties zijn begrijpelijk want de asielzoeker heeft ‘een gezicht’ gekregen en we zijn betrokken geraakt bij iemands leed. We moeten onderkennen dat die emotionele betrokkenheid van invloed is op onze beoordeling van de situatie. Het terzijde leggen van een negatief overheidsbesluit is voor de kerk geen begaanbare weg. Diaconaal kan gezocht worden naar mogelijkheden om het besluit te laten heroverwegen. Pastoraal zal de teleurstelling voor Gods aangezicht gebracht worden, biddend om Gods nabijheid en verdere leiding.

In de voorbereiding op een uitzetting kan de diaconie in samenwerking met gemeenteleden bezien of en hoe de asielzoeker geholpen kan worden in zijn eigen land. Er kan wat geld ingezameld worden waarmee de asielzoeker een start kan maken. Soms is het mogelijk om na uitzetting contact te houden. De vraag of hulpverlening dan voortgezet moet worden is niet van een standaard antwoord te voorzien. De diaconie zal dat per situatie gemotiveerd moeten beoordelen.

Wanneer een asielaanvraag wordt toegewezen kunnen er twee dingen gebeuren. De asielzoeker krijgt woonruimte aangeboden in de directe omgeving van het AZC of hij moet verhuizen naar elders in Nederland. In de eerste situatie zal integratie in de kerkelijke gemeente een vervolg kunnen krijgen. Bij verhuizing naar een andere locatie in Nederland is het zaak om de asielzoeker ‘over te dragen’ aan een kerkelijke gemeente in de nieuwe woonplaats. Vaak wordt begeleiding hierin door de asielzoeker gewaardeerd. Voor de ontvangende gemeente is het goed om zich voor te kunnen bereiden op de komst van een vluchteling. Diaconaal kan geholpen worden bij het gereed maken en inrichten van de woning. Een oproep in het kerkblad levert altijd wel wat huisraad op en met een bescheiden budget kunnen bij een kringloopwinkel de noodzakelijke meubels gekocht worden.

PERIODE VAN VLUCHTELINGENSTATUS

Heeft een asielzoeker de status van vluchteling ontvangen dan breekt een periode van bestendiging van de contacten aan. Het lidmaatschap van de gemeente kan overwogen worden, hoewel we daarin zorgvuldig moeten handelen. Gedurende de periode van asielaanvraag kan dat valse hoop geven. Anderzijds, als er een hartelijke begeerte is om zich aan te sluiten bij de gemeente van Christus kan er ook niets op tegen zijn. Het is belangrijk om de kerkelijke gebruiken en wat van een lidmaat verwacht mag worden goed uit te leggen. Dat zijn geen vanzelfsprekende zaken voor asielzoekers.

In het pastoraat komen in deze periode vaak onderwerpen naar voren als: onzekerheid omtrent familie, verlangen om achtergebleven familie te helpen, schuldgevoel zelf gevlucht te zijn, problemen met aanpassing aan de Nederlandse cultuur, gezagsproblemen met kinderen die ongekende mogelijkheden krijgen in ons land. We hebben helaas velen verleid zien worden door de Westerse weelde. Brede pastorale aandacht is nodig waarbij ook de gemeente een taak heeft. Nieuwe pastorale vragen kunnen zich voordoen naarmate de tijd verstrijkt. De asielzoeker kan berichten uit het vaderland ontvangen van zorgen, ziekte of overlijden van achtergebleven familieleden. Naast het verdriet is er de onmogelijkheid om de familie te verzorgen of een begrafenis bij te wonen. Dat kan het schuldgevoel bij de asielzoeker versterken. Het is goed hier pastoraal aandacht voor te hebben en deze gevoelens in gebed te brengen.

Wanneer de situatie in het land van herkomst verbeterd is, kan het verlangen ontstaan om terug te keren. Dat kan spanningen veroorzaken en vragen oproepen. Kinderen volgen onderwijs en hebben zich een toekomst voorgesteld in Nederland. Teruggaan betekent helemaal opnieuw beginnen met veel minder mogelijkheden. Er is vaak sprake van een tweestrijd: het vaderland trekt maar ook de verantwoordelijkheden van het leven dat in Nederland is opgebouwd. Het is niet eenvoudig om hierin pastoraal te begeleiden. Onder het gebed ‘Heere wat wilt Gij dat ik doen zal’ mogen alle voors en tegens afgewogen worden in het vertrouwen dat de Heere de weg zal wijzen. Diaconale steun bij de opbouw van een nieuw bestaan na terugkeer behoort uiteraard tot de mogelijkheden.

AANBEVELINGEN

Tot slot nog een paar aanbevelingen:

• Stel een commissie in die het zicht houdt op de contacten met en eventuele hulpvragen van asielzoekers.

• Verzamel een groep van vertalers die de erediensten van begin tot eind simultaan kunnen vertalen met behulp van draadloze hoofdtelefoons.

• Koppel een asielzoeker aan een gemeentelid die extra contact onderhoudt.

• Wees bewust van de interculturele context waarbinnen het pastoraat plaatsvindt. Begrippen vanuit onze taal kunnen anders verstaan worden door de asielzoeker. Blijf peilen of de boodschap goed en begrijpelijk is verwoord.

Ds. L.A. den Butter (1973) staat sinds 2000 in Culemborg en heeft daar meermalen praktische ervaring opgedaan met pastoraat aan asielzoekers, onder andere uit Burundi

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.