+ Meer informatie

NEDERLAND ZENDINGSLAND

9 minuten leestijd

Missionaire initiatieven dichtbij

De Nederlandse samenleving verandert. Onze cultuur verandert. Wellicht begonnen in de grote steden, wordt dit ook daarbuiten steeds duidelijker merkbaar. Het blijkt dat de kerk een steeds geringere rol speelt in onze samenleving. Ook dat wordt het eerst zichtbaar in de steden, waar de blanke middenklasse wegtrekt en de kerken steeds kleiner worden. Toen de generale synode in 2004 over deze ontwikkelingen sprak, is een aantal beslissingen genomen, die van groot belang zijn gebleken. Te midden van de neergaande lijnen, kunnen we vandaag tekenen van hoop waarnemen. Graag wil ik daarover iets doorgeven in dit artikel.

MISSIONAIR-DIACONALE PROJECTEN

Een van de aanbevelingen betrof het stimuleren van missionair-diaconale projecten in de grote steden. Dit was het resultaat van verschillende onderzoeken op het gebied van grote stadszending en van beginnende ervaring op dit terrein met name in Rotterdam (Tarwewijk). Er groeide een netwerk van nieuwe contacten. Dit project was mede de aanleiding om in verschillende steden soortgelijke projecten op te zetten. Bewust hebben deputaten evangelisatie dit gestimuleerd, door het verstrekken van brugsubsidies. Op plaatsen waar we meenden dat de kerkdeuren gesloten zouden moeten worden, zijn op verrassende manier openingen gekomen. Mensen die voorheen geheel buiten ons beeld waren, worden nu met de liefde van Christus bereikt.1 Ook op andere plaatsen dan alleen in de grote steden, kan missionair-diaconaal werk een mogelijkheid zijn om meer naar buiten te treden. Het is daarom goed te luisteren naar wat er op de voorposten van onze kerken gebeurt, om te leren van hun kennis en ervaring.

SAMENKOMSTEN

In het missionair-diaconale werk wordt steeds duidelijk gemaakt, dat de hulp die geboden wordt gemotiveerd is door de liefde van Christus. Vanuit de contacten die groeien, ontstaat de behoefte om niet alleen door de week, maar ook op zondag samen te komen. Zo ontstaan gemeenschappen, die verder gaan dan de maatschappelijke hulp die geboden wordt. Er wordt veel nagedacht over de manier waarop deze samenkomsten vormgegeven moet worden. Enerzijds zullen deze nauw aansluiten bij de denk- en leefwereld van de mensen die bereikt worden. Wanneer dat niet het geval is, zullen ze er niet komen. Anderzijds wordt gezocht naar nauwe aansluiting bij datgene wat wij vanuit onze kerkelijke traditie hebben ontvangen. Wezenlijke elementen voor een samenkomst van de gemeente van Christus zijn: een goede uitleg van het Woord van God, gebed, gemeenschap, de sacramenten, kortom datgene wat in Handelingen 2 al genoemd wordt.

In Rotterdam is in de International Church Fellowship (ICF) gekozen voor een Engelstalige dienst, waaraan eveneens door diverse etnische groepen een bijdrage wordt gegeven. Elke zondag worden daar zo’n 100 – 200 mensen met het evangelie bereikt. Er groeit een multiculturele gemeenschap, waarin de eenheid van de gemeente van Christus over cul-

Voor een overzicht van alle projecten, zie www.cgk.nl, onder ‘Evangelisatie’: missionaire projecten. Deputaten hebben aan genoemde brugsubsidies een aantal voorwaarden verbonden, zoals de deelname van een gezond functionerende gemeente aan een project, voldoende draagkracht om het project zelfstandig verder te laten gaan na onze subsidie, voldoende betrokkenheid vanuit de gemeente, enz. Ook deze voorwaarden zijn op de website te vinden. tuurgrenzen heen gestalte krijgt. Dat laatste geldt ook voor Haarlem en voor Amsterdam Noord. Toch is daar bewust gekozen voor de Nederlandse taal in de diensten, omdat de meeste contacten door de week ook in het Nederlands zijn. Daarmee worden dus met name die mensen bereikt, die al een tijd in Nederland zijn, of zelf een Nederlandse achtergrond hebben.

In Zoetermeer is bijvoorbeeld de vraag gesteld of in de samenkomsten die belegd worden voor de buurtbewoners van het missionair-diaconale aanloophuis, gezongen zou moeten worden. Wanneer christenen een samenkomst vormgeven, lijkt dat vanzelfsprekend. Wie zich probeert te verplaatsen in hen die totaal onbekend zijn met de kerk, zal ontdekken dat veel van wat wij vanzelfsprekend vinden, ongewild een belemmering kan vormen voor de groei van een echte band met God. Er zal dus goed geluisterd moeten worden naar degenen die je wilt bereiken. Tegelijk zal er steeds weer goed geluisterd worden naar het evangelie: wat is wezenlijk, wat hoort er echt bij als de gemeente samenkomt? Dat zoeken is in al de genoemde projecten zichtbaar.

In Amsterdam wordt via de gemeenschap van Via Nova een geheel andere doelgroep bereikt. Daar wordt gepoogd om met name die mensen te benaderen, die de binnenstad van Amsterdam bevolken. Dat zijn niet sociaal zwakkeren of Nederlanders van allochtone afkomst, die met name in de rand rondom de stad wonen, maar jonge succesvolle zakenlieden of kenniswerkers, die in een eigen netwerk leven. De vragen die zij kennen, zijn van een andere orde. Wil de kerk hen bereiken, dan zal men daarmee rekening houden in de gestalte van de dienst en de verkondiging. Binnen Via Nova worden de samenkomsten afgestemd op de behoefte aan kwaliteit, schoonheid, culturele relevantie en wezenlijke verbinding met mensen, die bij deze doelgroep leeft.

ZENDINGSGEMEENTEN

Het besef dat we in een zendingssituatie leven en dat het noodzakelijk is na te denker over vormen van kerk-zijn in zo’n zendingssituatie, heeft de generale synode in 2004 er ook toe gebracht ruimte te geven voor zogenaamde ‘zendingsgemeenten’. Een zendingsgemeente is een gemeente die ontstaat uit missionair werk en zichzelf tegelijk toewijdt aan missionaire arbeid.

Inmiddels zijn er vier van deze zendingsgemeenten ontstaan en wordt elders nagedacht om deze te gaan vormen. In deze gemeenten kan een evangelist aan het werk zijn, die het Woord verkondigt en de sacramenten bedient. De status van evangelist is gelieerd aan de zendingsgemeente waar hij aan verbonden is. Hij hoeft geen academische opleiding gehad te hebben, maar kan meer praktisch gevormd zijn. Door de instelling van het ambt van de evangelist als bijzondere dienaar des Woords heeft de synode een antwoord gegeven op de behoefte aan ambtelijke leiding in de gemeenten die ontstaan uit missionair werk. Daarin hebben onze kerken een voortrekkersrol ten opzichte van andere kerken van gereformeerd belijden. De keuze die gemaakt is, blijkt tot zegen te zijn in de plaatsen waar deze broeders tot nog toe zijn aangesteld, in Rotterdam, Haarlem en Amsterdam.

MULTICULTUREEL

Deels ten gevolge van de missionair-diaconale initiatieven, deels als gevolg van doelbewust missionair werk, zijn op verschillende plaatsen in Nederland leden van onze kerken betrokken bij het opzetten van multiculturele gemeenschappen. De ICF in Rotterdam heeft de meeste ervaring op dit gebied. Hier is het beleid ontwikkeld om verschillende etnische groepen te betrekken in de erediensten en in het leiderschap van de gemeente, dus ook in de kerkenraad. Het is een bewuste keuze geweest om deze kerkgemeenschap niet te verdelen in verschillende etnische gemeenschappen, die elk een eigen weg zouden

kunnen gaan, maar om bij elkaar te blijven. Zo is deze gemeente een teken van de eenheid in Christus over cultuurgrenzen heen en wordt er een mogelijkheid gegeven om van eikaars geloofsbeleving te leren. Op zondag zijn alle groepen bij elkaar, terwijl er door de week wel verschillende samenkomsten zijn, geleid door eigen etnische leiders.

Vanuit de ervaring die in Rotterdam is opgedaan worden op dit moment op verschillende plaatsen in Nederland initiatieven ontwikkeld om vergelijkbare multiculturele gemeenschappen te vormen. In sommige plaatsen, zoals in Utrecht-West en in Apeldoorn, resulteert dit al in samenkomsten op zondag, op andere plaatsen is er alleen nog sprake van Bijbelkringen. Deputaten evangelisatie zijn dankbaar voor de mogelijkheden die ons geschonken worden om broeders en zusters van verschillende culturele achtergronden een plaats te bieden in het midden van onze kerken. Dat neemt niet weg dat hier ook eigen uitdagingen ontstaan. Er komen nieuwe vragen op ons af.

UITDAGINGEN

Een van de uitdagingen waarvoor we staan is om al deze nieuwe initiatieven ruimte te geven en tegelijk vruchtbaar te maken voor de overige kerken, waar ook veel verlangen is om anderen met het evangelie te bereiken.

Deputaten zien het als hun taak om enerzijds nieuwe initiatieven te stimuleren en anderzijds verbindingen te leggen tussen deze initiatieven en bestaande gemeenten, om van elkaar te blijven leren. De openheid voor de vragen die leven binnen onze cultuur, de mogelijkheid om nieuwe mensen te bereiken die door onze kerken lange tijd niet bereikt werden, de flexibiliteit en geestelijke verscheidenheid binnen de nieuwe initiatieven kunnen ons helpen om te zien hoe groot en divers het werk van de HERE is. Dat kan een stimulans zijn voor een nieuwe vorm van getuige-zijn in onze tijd.

Andersom kunnen de nieuwe projecten baat hebben bij goede relaties met gemeenten die deze projecten steunen. Ik denk niet alleen aan steun in financieel opzicht, maar ook in geestelijke zin. Wanneer er over en weer contacten ontstaan, kan dat wederzijds de omgang met God en zijn Woord verdiepen. Al deze contacten beginnen bij oprechte belangstelling en gebed voor elkaar. Wellicht kan dit artikel daar een stimulans in zijn.

SAMEN HETZELFDE NODIG

Wanneer we lezen over nieuwe projecten kan een lezer uit een bestaande gemeente het gevoel krijgen, dat dat allemaal erg ver weg is. Andersom kan iemand die tot geloof komt en deelneemt aan een samenkomst van een beginnende gemeenschap, het gevoel hebben ver verwijderd te zijn van een kerk die al lang bestaat, met allerlei vaste tradities. Toch is het onze diepe overtuiging dat beiden precies hetzelfde nodig hebben. Paulus drukt dat op een bijzondere manier uit, door zowel voor zijn werk buiten de gemeente als voor zijn werk in de gemeente hetzelfde woord te gebruiken. Voor beide groepen is ‘redding’ nodig. Paulus doet er alles aan om zowel Joden als heidenen te redden, schrijft hij aan de gemeente van Korinthe (1 Kor. 9:19,20). Maar vervolgens gebruikt hij datzelfde woord om zijn werk binnen de gemeente te typeren. Het gaat er om dat ieder, op welke plaats ook, door het evangelie dichter bij de Here Jezus Christus gebracht zal worden. Wie dat ziet, zal steeds meer verwonderd raken over de kracht van het evangelie zelf: het is de kracht van God tot redding (Rom. 1:17). Wie ziet wat mensen buiten nodig hebben, ontdekt scherper wat je zelf nodig hebt; en wie ontdekt wat je zelf nodig hebt, kan nog duidelijker spreken over de liefde van Christus voor hen die nu nog buiten de gemeente zijn.

Drs. Mulder is evangelisatieconsulent van de CGK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.