+ Meer informatie

Het feest gaat door!: Leidraad voor een huisbezoek met als thema Lukas 14:15-24

11 minuten leestijd

Ouderlingenconferentie op Hervormingsdag

Dus... ?

alle ouderlingen D.V. op 31 oktober naar Amersfoort. Vanzelfsprekend zijn diakenen en predikanten ook van harte welkom.

Aan alle kerkeraden zijn de gegevens voor deze conferentie toegestuurd en het kan u dus bekend zijn dat Ds. J. H. Velema van Apeldoorn een referaat hoopt te houden over het onderwerp:

„In het snijpunt van horizontaal en verticaal”, waarbij het de bedoeling is de plaats en de taak van de kerk te belichten mede tegen de achtergrond en in verband met de Generale Synode onzer kerken en de Geref. Oecumenische Synode.

Mocht u vragen hebben die u hierbij graag behandeld zoudt willen zien dan kunt u deze opsturen aan Ds. J. H. Velema, Anna Pauwlonalaan 17, Apeldoorn.

Wij menen dat, zowel onderwerp als spreker u zullen doen besluiten om naar Amersfoort te komen.

Zonder verdere opwekking verwachten wij dan ook een grote opkomst. Tot ziens op 31 oktober.

K. Geleynse

U zou het gesprek op het huisbezoek kunnen beginnen met: „U bent toch met mij van mening dat als je een afspraak hebt gemaakt, je die afspraak ook moet nakomen, nietwaar?”

Deze eerste, half vragende zin, zal als regel worden toegestemd. Vervolgens is het goed om dan direkt de sprong te wagen en te zeggen: „Bent u zich bewust dat de Here God een afspraak met u heeft?”

Bij een afspraak wordt wederzijdsiets beloofd. Zo hebben wij een afspraak lopen met de Here God en die heet: Verbond. Heel het huisbezoek en het gesprek heeft die afspraak = verbond tot vooronderstelling.

U kunt stellen: „Broeder/zuster X u bent niet neutraal t.o.v. de Here, u staat in verhouding tot God, ongeacht hoe u die verhouding al of niet beleeft.”

Dat wederzijdse van de afspraak vindt u duidelijk geïllustreerd in Gen. 17. Daar zegt de HERE aan de ene kant: „Ik zal uw God zijn” en anderzijds verwacht Hij dat men zich op de volgende manier aan de afspraak zal houden: „Wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk.” Gen. 17 : 1.

Hierbij is b.v. ook het doopsformulier te betrekken als er staat, dat in alle verbonden twee delenbegrepen zijn. De drieënige God geeft Zichzelf en verwacht dat wij onszelf ook totaal geven.

De vraag, waarom het gaat is dus: houden wij de door God met ons gemaakte afspraak. Om dat duidelijk te doen worden heeft Jezus een gelijkenis verteld (die we zo juist gelezen hebben).

De aanleiding was als volgt: Jezus is in het huis van één van de hoofden van de Farizeeërs uitgenodigd om te eten en nog wel op de sabbat. Luk. 14 : 1.

Ze krijgen echter een lesje, dat ze niet een maaltijd moeten aanrichten voor wie voornaam zijn, maar voor de armen, enz. vs. 12-14.

En dan reageert er iemand met een gods dienstige algemeenheid: zalig wie brood eten zal in het Koninkrijk Gods.

Nu was een maaltijd een symbool van het Messiaanse, toekomstige heil. M.a.w. iemand zegt: wat heerlijk als je eenmaal op grond van de gemaakte afspraak aan de maaltijd bij God mag zitten.

Je kunt dit op allerlei manieren omschrijven: hier is de kerkganger die na een preek uitroept: wat zalig als je er deel aan mag hebben, of: ja daar moet het op aan, of: het gaat naar de eeuwigheid toe, dominee. Die man uit Luk. 15 : 14 zegt een „waarheid”. Alleen, Jezus taxeert dit als een algemene dooddoener.

Als u dus op die afspraak (lees: verbond) reageert met: ja, het moet toch wel heerlijk zijn om zalig te worden, of reageert met een andere algemene „waarheid”, dan is dat eigenlijk een afleidingsmanoeuvre om de persoonlijke beslissing die krachtens die afspraak wordt verwacht, te ontlopen. Jezus zegt eigenlijk in het verhaal: feest en keuzehangen met elkaar samen.

Er wacht in de toekomst een feest bij God. U bent genodigd (afspraak, verbond, doop, belijdenis). Nu staat er: dat er iemand wordt uitgestuurd om tot de genodigden (letterlijk staat er: de geroepenen) te zeggen: „Komt, want het is nu gereed.”

Ter verduidelijking: Men nodigde in het oosten tweemaal. De eerste keer werd een afspraak „in principe” gemaakt, de tweede nodiging gaf tijd en plaats aan.

De geroepenen waren het volk van Israël, en naar hun eigen idee in het bijzonder de Farizeeërs. In het N.T. zijn de geroepenen: de N.T. gemeente. Zie Hebr. 9 : 15.

Wat heeft nu dat zenden van die slaaf te betekenen? Wel, dat is de prediking, enz. Hierbij kunt u een gesprek wijden aan de zegen daarvan, de noodzaak ertoe, de moeilijkheden erbij en . . . dan vragen, hoe men daarop reageert.

Geen algemeenheden, want die snijdt Jezus de pas af, vs. 15. Er moet gekozen. Dat betekent een oproep om in geloof en vertrouwen op weg te gaan naar de Bruiloft. Daarvoor is nodig: liefde tot de gastheer en alle dingen aan de konsekwenties van die liefde ondergeschikt maken. U kunt vragen wat iemand nu het meest hindert in het gaan tot de Here God of in het blijven bij Hem.

Meestal zal dat onder te brengen zijn in één van de drie groepen, die hier ook worden genoemd, nl. bezit, vs 18; werk, vs. 19; huwelijk en gezin vs. 20.

ad 1. Bezit.

De eerste man die door de slaaf benaderd wordt, meent voor het afzien van de maaltijd een goed excuus te hebben: hij heeft een akker gekocht.

Hij heeft geen hekel aan de gastheer. Hij wil ook later wel komen, maar het komt hem nuongelegen.

N.a.v. dit gegeven is het goed te spreken over het verschuiven van de keus om positief naar de Bruiloft op weg te gaan. „Later komt het misschien.”

Wijs dar» op het gevaar van uitstel (Matth. 25, de gelijkenis van de 5 domme meisjes). Bovendien neemt ’s mans bezit hem behoorlijk in beslag. Hij besteedt tijd aan de akkers die hij kocht. Hij is vervuld van vermeerdering van het bezit. Hij bezit dus in het natuurlijke veel. Zorgt hij ook goed voor het geestelijke bezit?

Spreek hier b.v. over de tijd, die men uittrekt om tot geloof te komen of om het geloof op peil te houden.

Wat gaat voor, in het gezin, TV of voorbereiding voor de zondag; het werken voor de diepvrieskast of het lezen van een boek dat ons geestelijk verder helpt? (Worden als een man, J. Overduin; Kerk tussen klem en knoop; Geef de Bijbel een eerlijke kans; Beslagen vensters, Veldkamp enz.)

Gewezen kan worden op Lukas 12 : 21 „Zo vergaat het hem, die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God.” Eventueel hier ook een gesprek over de V.V.B. (Vaste Vrijwillige Bijdragen).

Het tweede argument om aan het honoreren van de gemaakte afspraak te ontkomen is de intense bezigheid met het werk. Let wel, dat de fout niet zit in het werk als zodanig. Maar deze man kiest als hij kiezen moet tussen werk en maaltijd, zijn werk. Deze man heeft geen tijd. Zijnwerk is belangrijker dan Godswerk.

Zo zijn er heel veel mensen die geen tijd hebben voor de Here en Zijn dienst. Hun programma is zo druk bezet, dat God er eigenlijk niet meer bij kan. Het werk op het land wacht — „even” danken. De zakenman: „laten we maar niet lezen, want ik kan zo opgebeld worden.” Een avond naar de vereniging of op pad voor de evangelisatie: „kom ik niet toe. ’k Heb een werkkring die me helemaal opeist.”

Resultaat natuurlijk: geestelijke verschraling. Spreek dan vooral over het feit dat de Gastheer het zo waard is om te merken dat de uitnodiging aanslaat. Het levens tempo is tegenwoordig zo snel, dat men geleefd wordt. Deze mensen hebben geen hekel aan God, ze komen alleen niet aan Hem toe. Neem b.v. een huwelijk, waar de man geen tijd meer heeft voor zijn vrouw, met als resultaat: de fut gaat eruit.

Het derde argument wordt vrij cru gesteld: ik ben getrouwd. Deze man is allereerst vroom: hij komt met een bijbeltekst aansjouwen, Deut. 24 : 5. „Wanneer iemand pas een vrouw gehuwd heeft, zal hij in het leger niet uitrukken en men zal hem in geen enkel opzicht bezwaren; gedurende één jaar zal hij vrijgesteld zijn ten behoeve van zijn huis, en de vrouw die hij gehuwd heeft, verheugen.”

Maar die methode gebruikte de duivel ook bij de verzoeking in de woestijn (Matth. 4:6). Hier wordt op grond van de Bijbel aan huwelijk en gezin meer waarde gegeven dan aan de nodigende gastheer. En zoals Jezus de duivel met de H.S. te lijf ging, zo moet u daartegenover zetten Matth. 10 : 37. „Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig.” Uiteraard is aandacht voor het gezin nodig. Maar huwelijk en sexualiteit mogen God niet vervangen. Bij oudere jongelui kunt u eventueel over de plaats van de sexualiteit spreken in ons leven. Het mag ons nl. niet overheersen.

Al met al zijn het dus geen rare dingen, waarmee deze mensen uit de gelijkenis zich bezighouden. Het zijn de nette kerkgangers, lief voor hun vrouw en ijverig in het werk. Maar t.o.v. de gemaakte afspraak: Houd mij voor verontschuldigd, hoewel de laatste dat niet eens zegt.

Dan moet u spreken over het effekt van zo’n levenshouding

a) bij God

Dit wekt Gods toorn op. Er is plaats, maar men komt niet.

Sommigen camoufleren hun onwil door alsmaar te vragen: is er plaats, terwijl God zegt: „Komen ze nog niet?”

En dan ontfermt God zich over „de armen, enz.” Mensen die naar ons idee (farizeeërs gedachte) er „natuurlijk” buiten stonden, worden opgehaald. Hoeren en tollenaars gaan voor!

b) voor de geroepene

Hij wordt uitgesloten van het heil, vs. 24. Dat betekent: wel genodigd. Wel kind van het verbond, maar het beloofde heil niet verkregen. Niet door enig toedoen van de gastheer, maar door het meer of minder beleefd afwijzen van de uitnodiging.

Concluderend kunt u spreken over de balans van het leven. De bruto godsdienst van de man die zei: „Zalig wie brood zal eten in het Koninkrijk van God” was wel in orde. Maar de vraag die wordt gesteld is niet, hoe groot de bruto godsdienst van ons is, maar: wat is uw netto godsdienst.

Komt dat nu in wezen overeen met: „Houd mij voor verontschuldigd”? Zo nee, dan moet dat elke dag opnieuw blijken. Want één keer bekeerd is wel altijd bekeerd. Maar dat „altijd bekeerd” blijft waar in de weg van de dagelijkse bekering. Men moet op weg naar de Bruiloft ook steeds dichter bij de Gastheer komen. Daarom is steeds nodig: zelfonderzoek en konkreet antwoord geven op de nodiging.

In de gelijkenis ziet u hoe tenslotte de heerzegt: ga (buiten de stad) de mensen dwingen. Dat woord dwingen is niet juist en wekt bij ons verkeerde gedachten. Het betekent eigenlijk: dringend nodigen.

Kennelijk is het Jezus’ bedoeling te zeggen: als men als bondeling zich niet aan de afspraak houdt, dan zal God van „buiten” heidenen roepen.

Denk aan Rom. 11 : 21, „Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen.”

Zal de Here God straks u, de kerk, het „christelijke Westen” voorbijgaan, om Afrika en Azië binnen te brengen?

Let op het triomfantelijke: het feest gaat door. Want het gaat tenslotte om de Gastheer. Dat eeuwige feest zal een eeuwige aanklacht zijn voor de geroepenen die niet kwamen.

Zie dit huisbezoek als een onderdeel van het dringend nodigen.

De verwondering over het feit, dat je uitgenodigd wordt, is het eerste begin van het aannemen van de uitnodiging en het H.A. is, gelovig gebruikt, het begin van de grote maaltijd (gesprek over de Sacramenten).

Denk bij onwilligen aan Matth. 23:37

Denk bij bekommerden aan Matth. 11:25–30

Denk bij onverschilligen aan Luk. 6:46-49

Denk bij twijfelaars aan Hebr. 4:14-16

Denk bij hen die begerig zijn naar volwassen geloof: Efeze 4:1-16.

Vuistregels:

1. luister veel, het meest naar wat men niet zegt

2. probeer geen problemen op te lossen, die u niet aan kunt

Verwijs eventueel naar de predikant, de M.W., de arts, enz.

3. Iaat niet één in een gezin overheersen, zodat u aan de ander niet toekomt

4. probeer niet slechts te spreken over „hoe het moet zijn”, maar hoe de ander het ervaart

5. stel u door voorbereiding en gebed in op het te brengen huisbezoek

6. denk bij roddelzucht aan de wet van Matth. 18. De ouderlingen zijn geen boodschappenjongens

7. stel nadrukkelijk het voorleven van het aannemen van de uitnodiging aan de orde. In dit verband dan ook de waarde van de catechese en de medewerking der ouders

8. informeer ook naar het lezen van:

a) kerkblad

b) Wekker

c) Tijdsein

d) U.K.K.

en noteer eventueel abonnement.

9. breng een bezoek alleen of met twee man, al naar gelang het voor de bezochte ’t beste is

10. vergeet bij uw ambtelijke tegenslagen 1 Kon. 19:1-11, en speciaal vs. 18 niet!

Emmeloord,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.